Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK7063

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
18-12-2009
Zaaknummer
92513 - HA ZA 08-373
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Monteur gebruikt bij aansluiting amerikaanse koelkast een ondeugdelijke slang. Slang scheurt, waardoor grote schade ontstaat. Verzekeraar opstal spreekt werkgever monteur aan. Vordering afgewezen nu geen sprake is van onrechtmatig handelen van de monteur. Rectificatie tenaamstelling toegestaan.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 170
Wetboek van Koophandel
Wetboek van Koophandel 284
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2010/20
AR-Updates.nl 2009-0977

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 92513 / HA ZA 08-373

Vonnis van 18 november 2009

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. INTERPOLIS SCHADE,

gevestigd te Tilburg,

eiseres,

advocaat mr. C.B. Gaaf te Zutphen

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHUURING B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Interpolis en Schuuring genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 januari 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 26 maart 2009

- de akte van Interpolis

- de akte van Schuuring

- de antwoordakte van Interpolis

- de antwoordakte van Schuuring.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 6 september 2004 is een waterlekkage ontdekt in de zogenoemde “Rabotoren” te Almere. De Rabotoren is een kantoorgebouw dat eigendom is van Rabotoren BV en de hoofdgebruiker van het pand is de Rabobank Almere. De 8e etage van het gebouw werd gehuurd door Unet BV (hierna te noemen: Unet).

Rabotoren BV had het pand tegen onder andere waterschade verzekerd bij Interpolis.

Interpolis heeft aan Rabotoren BV € 75.322,00 uitgekeerd.

2.2. Unet heeft op de 8e etage van de Rabotoren een modelwoning ingericht. Ten behoeve daarvan is op 4 september 2004 door [werknemer Schuuring B.V.] (hierna te noemen: [werknemer Schuuring B.V.]), werknemer van Schuuring, een Amerikaanse koelkast geplaatst en aangesloten. Deze koelkast diende, vanwege de daarin aanwezige ijsblokjesmachine, aangesloten te worden op de waterleiding. Bij de koelkast was geen (begrijpelijke) handleiding aanwezig.

2.3. De wateroverlast is veroorzaakt doordat de aansluitslang van deze koelkast is gescheurd en, naar schatting, ca 5.000 liter water is uitgestroomd voordat de lekkage in de ochtend van maandag 6 september 2004 is ontdekt. Er was geen waterslot aangebracht.

2.4. In opdracht van Interpolis heeft haar schade-expert P.D.J. van Eijk (hierna: van Eijk) een expertiserapport opgesteld. Dit rapport, gedateerd 24 juni 2005, productie 1 van de zijde van Interpolis, vermeldt onder meer:

“(…) Eigen bevindingen

Vast staat dat de schade is ontstaan door het springen van de aansluitslang (zie foto’s). Het is een lichtblauw transparante flexibele PVC slang van circa 15 mm dik. Op de slang staat het opschrift “TUBCLAIR AL”. (…) De fabrikant geeft aan dat de slang bedoeld is voor “carrying various non-pressured liquids …”. Met non-pressured wordt bedoeld minder dan 1,5 bar. Aangezien een waterleidingnetwerk in een gebouw een normale werkdruk van 2,5-3 bar heeft, is eenvoudig verklaarbaar dat de slang kort na montage kon springen. (…) Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er sprake is geweest van ongewoon hoge waterdruk in het gebouw. (…) Vast staat dat Unet BV de slang heeft laten monteren. (…)”.

2.5. In opdracht van de aansprakelijkheidsverzekeraar van A. Schuuring Beheer BV zijn (voorlopige) expertiserapporten opgemaakt door Lengkeek, Laarman & De Hosson (hierna: Lengkeek) van 9 september 2004, 6 april 2005 en 23 juni 2005 (producties 2, 3 en 4 van de zijde van Schuuring).

In het eerstgenoemde rapport is onder meer te lezen: “(…) BEVINDINGEN

(…) In de keuken troffen wij de koelkast aan, die al naar voren was geschoven. De verbinding tussen de gesprongen kunststof slang en de kunststof slang die aan de achterwand van de koelkast vast zit met nippels, was reeds verbroken. De kunststof slang die vanaf de waterkraan achter de plint van het keukenmeubel naar de koelkast loopt vertoonde een scheur in de lengterichting van de slang, met een lengte van circa 6 cm, terwijl de slang in de nabijheid van de scheur een ballonvormige uitstulping vertoonde. Ongeveer 5 cm verder was een bocht met een inkeping in de slang zichtbaar, alsof de slang daar enigszins was dichtgeknepen was geweest. (…)”.

In het tweede rapport is onder meer de volgende verklaring opgenomen van [werknemer Schuuring B.V.]:

“(…) Ik ben sinds 1 februari 1999 in vaste dienst van Schuuring BV als 1e monteur installatietechniek. (…) Sinds januari/februari 2004 ben ik met tussenpozen aan het werk geweest bij Unet op de achtste verdieping van de RABO-toren in Almere. Ik heb de werkzaamheden in hoofdzaak alleen uitgevoerd. Hierna heb ik op verzoek van Unet op basis van regie diverse werkzaamheden uitgevoerd. (…) Omstreeks 25 en 26 augustus 2004 zijn [naam] en ik bezig geweest met het aansluiten van de close-in boiler in de pantry en de koelkast in de modelkeuken. Wij hebben geïnventariseerd wat voor materialen wij nodig hadden voor de aansluitingen en zijn samen naar de praxis in Almere gereden om deze materialen te halen. (…) Bij de koelkast zaten geen aansluitslang en bijkomende materialen. Er was een in de Koreaanse taal opgestelde handleiding aanwezig, die wij uiteraard niet konden lezen. [naam] heeft mij verteld dat de waterdruk op de achtste verdieping ‘normaal’ was. De boiler hebben [naam] en ik vervolgens aangesloten. Voor de koelkast heb ik [naam] voorgesteld advies te vragen bij een mij bekend adres in mijn woonplaats, namelijk Wildkamp BV, een gespecialiseerde leverancier van installatiematerialen. [naam] heeft mij gevraagd dat te doen en de materialen te kopen. Ik ben de volgende dag op mijn vrije zaterdag naar Wildkamp gegaan en heb mij laten adviseren door een medewerker van dit bedrijf. Ik heb uitgelegd dat het om een Amerikaanse koelkast ging die permanent op de waterleiding moet worden aangesloten en dat de maatvoering ook Amerikaans is. De slang moest worden aangesloten op een wasmachinekraan. De slang moest aan de koelkast aan de achterzijde worden aangesloten op een nippel met een slang met diameter van 6 mml. Vervolgens hebben wij de constructie samengesteld (…)

Ik merk nog op dat op de slang tekens stonden die duiden op geschikt voor gebruik voor vaatwas en wasmachines. Ik ben er ook van uit gegaan dat er sprake was van een normale waterdruk. (…) Vervolgens heb ik in overleg en deels samen met [naam] de koelkast aangesloten. Nadat wij de aansluiting gemaakt hebben, hebben wij de kraan geopend en vastgesteld dat er geen lekkage was. Vervolgens hebben wij de koelkast, die verrijdbaar is, op zijn plaats gereden, waarbij ik speciale aandacht heb gegeven aan het goed leggen van de waterslang achter de koelkast. Ik heb toen de koelkast op zijn plaats stond nog met mijn hand gevoeld of de slang goed en niet gebogen of geknikt lag en dat was het geval, de slang lag goed.

Nadat de koelkast was aangesloten heb ik nog gezien, dat [naam] op een bepaald moment bezig was een communicatieapparaat boven op de koelkast aan te sluiten. Omdat deze aan de achterzijde moest worden aangesloten heeft hij de koelkast nog een keer verplaatst en weer terug geplaatst. Ook heb ik gezien dat de standbouwers die in opdracht van Samsung aan het werk waren, de koelkast nog een keer verplaatst hebben om in het naastgelegen keukenmeubel een schap aan te brengen waarop elektronische apparatuur moest worden geplaatst. In beide gevallen heb ik niet gezien of [naam] of de monteurs van de standbouwers gecontroleerd hebben of de slang weer goed lag.

Op 6 september 2004 nadat de lekkage was ontdekt was ik omstreeks 13.30 uur ter plaatse. De slang was toen al bij de koelkast losgemaakt. (…) Ik zag dat de slang een duidelijke knik vertoonde en op enige afstand daarvan gescheurd was over een lengte van 1,5 cm. Ik weet zeker, dat toen ik de slang aansloot en op zijn plaats legde er geen knik aanwezig was. (…)”.

Voorts is in het tweede rapport te lezen: “(…) Wij hebben (…) de restanten van de slang zorgvuldig geïnspecteerd. De slang was circa 1.20 meter lang en had een wanddikte van circa 1 cm. De diameter bedroeg circa 1.8 centimeter. Duidelijk zichtbaar is aan de restanten dat de slang afgekneld heeft gelegen. Daardoor is in de slang als het ware een knik ontstaan. Direct voor deze knik (aan de kraanzijde) vertoond de slang een langsscheur en op die plaats is de slang tevens van binnenuit uitgezet. Een en ander wijst er ons inziens vrijwel zeker op dat door de ontstane knik in de slang geen doorstroming van water meer mogelijk was. Door de waterdruk van binnenuit is naar het zich laat aanzien de langsscheur ontstaan. Door het ontstaan van die scheur kon vrijelijk water uitstromen. Doordat er geen waterstop tussen de kraan en de slang was aangebracht, kon het water vervolgens blijven uitstromen. (…) EMN stelt dat ook als de knik niet in de slang had gezeten deze uiteindelijk wel was gesprongen, maar dan verderop, daar waar de slang aan de koelkast was bevestigd. Wij konden waarnemen dat de slang op dat punt eveneens uitzetting van binnenuit vertoond, hetgeen de stelling van EMN in elk geval gedeeltelijk onderschrijft.(…) Uit de produktgegevens van de fabrikant blijkt dat het onderhavige type slang tegen een druk van maximaal 1 à 2 bar bestand is. Een regulier waterleidingnet kent een werkdruk van 1,5 à 2,5 bar werkdruk. In het onderhavige geval is de werkdruk zelfs hoger, doordat er in het flatgebouw sprake is van een zogenaamde hydrofoorinstallatie. Na het voorval is door installateurs gemeten dat de werkdruk op het tappunt (waarop de waterslang en de koelkast waren aangesloten) ruim 4 bar bedraagt. (…)”.

2.6. Op verzoek van Interpolis heeft Van Eijk op de rapporten van Lengkeek gereageerd. Ten aanzien van het hierboven geciteerde gedeelte van het tweede rapport wordt door Van Eijk het volgende verklaard (productie 1 bij de antwoordakte van de zijde van Interpolis): “(…) Er staat niet letterlijk dat er door het mogelijk blokkeren van de doorstroming een hogere waterdruk is ontstaan, maar de schrijver lijkt dat wel te bedoelen. De gelegde nadruk op doorstroming is volstrekt irrelevant en het opwekken van de veronderstelling dat daardoor een verhoogde waterdruk is ontstaan is technisch gezien onzin. In de aansluitslang is zelden sprake van doorstroming. Er stroomt alleen water wanneer er bij de koelkast water wordt afgetapt. 99% van de tijd is er geen doorstroming. Bovendien is de hoeveelheid water die door de koelkast wordt afgenomen (debiet) zodanig gering dat geen meetbare verlaging van de waterdruk in de slang zal ontstaan. In een waterslang met stilstaand of gering stromend water, is de waterdruk overal even hoog. Overal in de slang heerst dezelfde waterdruk die gelijk is aan de waterdruk in het waterleidingnet ter plaatse van de aansluitkraan.

Bij andere lezing van de bevindingen en de verklaring van de monteur betwijfel ik nog meer dat de vermeende knik enige invloed heeft gehad. De clou is dat een knik alleen mechanische invloed op een slang uitoefent. Door het klemmen of knellen kan de sterkte van het materiaal negatief worden beïnvloed. Echter dan ontstaat de scheur op de plaats van de knik en niet op enige afstand voor de knik. (…) De kern is dat er een kunststofslang is toegepast die bedoeld was voor drukloos gebruik. De slang zal wellicht kortstondig bestand zijn tegen een waterdruk van 1,5 à 2 bar. Langdurige blootstelling aan deze druk zal sowieso tot bezwijken leiden. (…) De meest eenvoudige verklaring voor het vertraagd bezwijken van de slang is de vastgestelde variatie in de waterdruk van het waterleidingnet in de Rabotoren. In de rapporten van Lengkeek wordt dat ook beschreven. (…)

De toegepaste ongewapende kunststofslang was, gezien de specificaties van de fabrikant, duidelijk ongeschikt om de normale heersende waterdruk te weerstaan (bezwijkdruk 1,5 à 2 bar, normale waterdruk 2,5 à 4 bar). De aansluitslang had tenminste berekend moeten zijn op een werksdruk van maximaal 10 bar. (…) Dat zijn kwalificaties die van toepassing zijn op normale aansluitslangen die bijvoorbeeld worden toegepast bij huishoudelijke was- en vaatwasmachines. Deze normale aansluitslangen voor wasmachines en vaatwassers, zijn voorzien van een kunststof weefsel dat als bewapening in het materiaal is opgenomen: een gewapende kunststofslang. (…) Dus de door Schuuring toegepaste waterslang was om diverse redenen ongeschikt, namelijk te zwak, te flexibel en te kwetsbaar. (…) ”.

3. Het geschil

3.1. Interpolis vordert bij dagvaarding dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Schuuring zal veroordelen tot betaling van € 75.322,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 november 2006 en in de proceskosten. Interpolis heeft haar vordering bij gelegenheid van de comparitie verminderd met € 15.759,94, zodat in hoofdsom een vordering van (€ 75.322,00 -/- € 15.759,94 =) € 59.562,06 resteert.

3.2. Interpolis stelt hiertoe dat zij de aan haar verzekerde, Rabotoren, uitgekeerde bedragen kan verhalen op Schuuring op grond van artikel 284 WvK. Schuuring is, als werkgever van [werknemer Schuuring B.V.], aansprakelijk voor het ontstaan van de waterschade. Er is immers sprake van onzorgvuldig handelen of nalaten van [werknemer Schuuring B.V.] waarvoor Schuuring als werkgever aansprakelijk is. [werknemer Schuuring B.V.] heeft de koelkast onzorgvuldig en met ongeschikt materiaal aangesloten en heeft geen waterslot aangebracht.

3.3. Schuuring voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Interpolis, althans afwijzing van de vordering, met veroordeling van Interpolis in de proceskosten, waaronder de incidentele kosten.

Schuuring voert hiertoe allereerst aan dat Interpolis een niet bestaande partij in rechte heeft betrokken, zodat zij in haar vordering niet-ontvankelijk is. Ook is de vordering niet toewijsbaar omdat geen sprake is van onzorgvuldig handelen door [werknemer Schuuring B.V.]. De slang is gesprongen doordat deze in een knik is komen te liggen, wat niet het gevolg is van een handelswijze van [werknemer Schuuring B.V.]. Bovendien treft [werknemer Schuuring B.V.] geen verwijt voor de wijze waarop hij de koelkast heeft aangesloten en behoorde het aanbrengen van een waterslot niet tot zijn opdracht, terwijl hij daartoe evenmin op andere gronden gehouden was. Schuuring acht verder onvoldoende duidelijk of de door Interpolis uitgekeerde bedragen voor subrogatie in aanmerking komen.

4. De beoordeling

4.1. Als eerste zal het verweer van Schuuring behandeld worden dat Interpolis niet ontvankelijk verklaard dient te worden, nu zij een niet bestaande vennootschap in rechte heeft betrokken. Interpolis heeft dit in zoverre erkend, dat zij stelt dat met “Schuuring” is bedoeld een vennootschap genaamd ‘besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A. Schuuring Beheer B.V’ (hierna: A. Schuuring Beheer BV).

Interpolis verzoekt rectificatie van de onjuiste benaming en verzoekt de rechtbank in plaats van Schuuring te lezen “A. Schuuring Beheer BV”. Schuuring verzet zich hiertegen. Zij stelt dat zij door een dergelijke rectificatie wordt benadeeld, nu A. Schuuring Beheer BV niet de partij is die destijds, in opdracht van Unet, de werkzaamheden in de Rabotoren heeft verricht. Ook vreest zij dat een rectificatie in de hoofdzaak voor Schuuring nadelige gevolgen zal hebben in de vrijwaringsprocedure, waar de gedaagde partij, Unet, de niet-ontvankelijkheid van Schuuring heeft bepleit. Een rectificatie in de hoofdzaak zal, aldus Schuuring, wellicht zelfs leiden tot het stranden van de door Schuuring ingestelde vrijwaringsvordering.

4.2. Rectificatie van een onjuiste aanduiding van een partij is, aldus HR 4 december 1998, NJ 1999, 269, een aanvaardbaar middel tot herstel van een gemaakte vergissing wanneer het onder de gegeven omstandigheden voor de processuele wederpartij kenbaar was dat van een vergissing sprake was, die wederpartij door de vergissing en de rectificatie daarvan niet is benadeeld of in haar verdediging is geschaad en de rectificatie tijdig heeft plaatsgevonden.

4.3. Interpolis heeft een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd van 26 maart 2009, waaruit blijkt dat sinds 1971 bestaat de vennootschap “A. Schuuring Beheer BV”. Ter comparitie is namens Schuuring verklaard dat Schuuring BV niet bestaat en dat gedagvaard had moeten worden “Schuuring Beheer BV”. Uit deze verklaring blijkt dat het voor Schuuring duidelijk is geweest dat de dagvaarding bedoeld was voor A. Schuuring Beheer BV en abusievelijk een verkeerde tenaamstelling droeg.

4.4. Schuuring stelt vervolgens dat zij door rectificatie van deze vergissing wordt benadeeld.

De stelling van Schuuring, voor het eerst ingenomen bij haar antwoordakte, dat A. Schuuring Beheer BV niet de partij is die destijds, in opdracht van Unet, de werkzaamheden in de Rabotoren heeft verricht, is door haar niet nader onderbouwd. Uit de door Schuuring overgelegde producties, in het bijzonder de bijlagen bij het voorlopig expertiserapport 3 van Lengkeek (productie 4 bij de akte na comparitie aan de zijde van Schuuring), blijkt, dat met betrekking tot het project Rabotoren is gecommuniceerd onder de (handels)namen “Schuuring”, “Aannemingsbedrijf A. Schuuring BV”, “Schuuring Communicatie Netwerk”, “Schuuring Fixed Access Networks” en “A. Schuuring BV, aannemingsbedrijf”.

Gelet op de verklaring van Schuuring ter comparitie, dat ‘Schuuring Beheer’ gedagvaard had moeten worden, ziet zij A. Schuuring Beheer BV dus kennelijk wel als wederpartij voor Interpolis, maar niet als wederpartij voor Unet, terwijl beide procedures om hetzelfde feitencomplex handelen. Dit standpunt van Schuuring is zonder nadere uitleg, die ontbreekt, niet volgbaar. Het had op de weg van Schuuring gelegen om concreter aan te geven waarom A. Schuuring Beheer BV niet als wederpartij voor Unet te gelden heeft en daarmee haar vrees voor benadeling nader te onderbouwen. Nu (het risico op) benadeling onvoldoende is onderbouwd, wordt het verweer van Schuuring verworpen.

4.5. Gesteld noch gebleken is, dat rectificatie zal leiden tot benadeling van Schuuring in haar verdediging. Ook is de rectificatie tijdig gevorderd. Gelet op al het voorgaande wordt de rectificatie toegestaan en zal, daar waar in de processtukken “Schuuring” voorkomt dit worden gelezen als “A. Schuuring Beheer BV”.

4.6. Interpolis baseert haar vordering op artikel 6:170 BW, dat, voor zover hier van belang, luidt: “1. Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een ondergeschikte, is degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult aansprakelijk, indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen. (…)”.

Hoewel Schuuring gesteld heeft dat [werknemer Schuuring B.V.] de aansluiting van de koelkast onder leiding van Unet heeft verricht, heeft zij daaraan in de hoofdzaak niet het gevolg verbonden dat zij, alleen om die reden, niet als werkgever van [werknemer Schuuring B.V.] aansprakelijk zou (kunnen) zijn.

Centraal staat dus de vraag of sprake is van een aan [werknemer Schuuring B.V.] toe te rekenen fout die op grond van artikel 6:170 BW tot aansprakelijkheid van Schuuring leidt.

4.7. Vast staat, dat [werknemer Schuuring B.V.] voor de aansluiting van de koelkast gebruik heeft gemaakt van een voor dat doel op die locatie ongeschikte aansluitslang. Immers, de slang was niet geschikt voor de ter plaatse aanwezige waterdruk. De vraag is dan ook of de keuze voor en het gebruik van deze slang een toerekenbare onrechtmatige daad van [werknemer Schuuring B.V.] oplevert.

Partijen zijn het er over eens dat bij de aan te sluiten koelkast geen aansluitmateriaal aanwezig was en evenmin een – in een voor [werknemer Schuuring B.V.] begrijpelijk taal geschreven – gebruiksaanwijzing. De stelling van Interpolis, dat op de achterzijde van de koelkast een tekst en tekening aanwezig waren met instructies die [werknemer Schuuring B.V.] niet heeft bekeken, is door Schuuring niet betwist, maar daar is tegenover gesteld dat [werknemer Schuuring B.V.] feitelijk heeft gehandeld conform deze instructies, zodat hij niet anders gehandeld zou hebben, als hij deze tekst en tekening had gezien. Interpolis heeft hierop niet nader gereageerd, zodat dit punt niet langer in geschil is.

4.8. Van een onrechtmatige gedraging van [werknemer Schuuring B.V.] is sprake, indien hij niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend monteur mag worden verwacht. De stellingen van Interpolis komen er op neer dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend monteur had mogen worden verwacht dat hij de koelkast ter plaatse had aangesloten met een gewapende slang en had voorzien van een waterslot. Interpolis onderbouwt echter niet dat en waarom dit de handelswijze had moeten zijn, zodat dit - ook gelet op de andersluidende stellingen van Schuuring - niet tot uitgangspunt genomen kan worden.

4.9. Uit de door [werknemer Schuuring B.V.] afgelegde verklaring, die door Interpolis niet is betwist, blijkt, dat [werknemer Schuuring B.V.] bij het aansluiten van de koelkast heeft geconstateerd dat de benodigde aansluitmaterialen niet aanwezig waren en zich vervolgens heeft laten adviseren door een gespecialiseerd installatiebedrijf. Dit is op zich een voldoende zorgvuldige gang van zaken in het geval een monteur onderkent zelf niet over voldoende kennis van zaken te beschikken. Dat het installatiebedrijf door [werknemer Schuuring B.V.] ten onrechte voor deskundig zou zijn gehouden is gesteld noch gebleken, zodat er van moet worden uitgegaan dat [werknemer Schuuring B.V.] zich tot een op zich voldoende deskundige derde heeft gewend. Dat deze deskundige, zoals achteraf kan worden vastgesteld, een ondeugdelijke slang heeft geadviseerd kan dan ook niet als onzorgvuldigheid van [werknemer Schuuring B.V.] en/of Schuuring worden aangemerkt.

4.10. [werknemer Schuuring B.V.] verklaart dat hij is uitgegaan van een normale waterdruk en dat hem dit door een medewerker van Unet, de eigenaar van de aan te sluiten koelkast en huurder van het bewuste gedeelte van het gebouw, was verteld. Interpolis heeft niet gesteld of onderbouwd dat of waarom [werknemer Schuuring B.V.] niet van een normale waterdruk had mogen uitgaan, zodat deze - achteraf onjuist gebleken - veronderstelling van [werknemer Schuuring B.V.] evenmin als onzorgvuldig is aan te merken.

4.11. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat, ondanks het gebruik van een ondeugdelijke slang, geen sprake is van onrechtmatig handelen van [werknemer Schuuring B.V.], zodat geen grondslag aanwezig is voor een vordering gebaseerd op 6:170 BW.

De stelling van Schuuring, dat het scheuren van de slang is veroorzaakt door het knikken van de slang door een ander dan [werknemer Schuuring B.V.], kan onbesproken blijven. Immers het antwoord op de vraag of het knikken van de slang door toedoen van een ander dan [werknemer Schuuring B.V.] al dan niet heeft bijgedragen tot het scheuren van de slang kan niet kan leiden tot een ander oordeel over het handelen van [werknemer Schuuring B.V.].

4.12. Nu de grondslag voor de vordering ontoereikend is gebleken zal de vordering worden afgewezen. Interpolis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu Schuuring voldoende belang had bij het instellen van de vordering in vrijwaring, dient Interpolis ook te worden veroordeeld in de kosten van het vrijwaringsincident.

De door Schuuring in de hoofdzaak gemaakte kosten worden begroot op:

- vast recht € 1.655,00

- salaris advocaat 2.235,00 (2,5 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.890,00

4.13. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Interpolis in de proceskosten, aan de zijde van Schuuring in de hoofdzaak tot op heden begroot op € 3.890,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

5.4. veroordeelt Interpolis in de proceskosten aan de zijde van Schuuring in het incident tot vrijwaring, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2009.