Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK6489

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
11-12-2009
Datum publicatie
17-12-2009
Zaaknummer
06/850264-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte voor het mishandelen van een politieman tot een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren en gelast - in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 18 juni 2008 -: een taakstraf, te weten een werkstraf/leerstraf gedurende 14 (veertien) uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850264-08

Uitspraak d.d.: 11 december 2009

Vord. na voorw. veroord.: 06/802055-07

tegenspraak / dnip / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte D],

geboren te [plaats op 1981],

wonende te [adres, plaats].

Raadsvrouw: mr. G.P. Lückens-van der Laan, advocaat te Harderwijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

27 november 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 oktober 2008 te Harderwijk, opzettelijk mishandelend een terrasafscheiding bestaande uit onder andere staal en/of glas, althans een groot en/of zwaar voorwerp, in de richting van een ambtenaar, te weten [slachtoffer], gedurende en/of terzake

van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, duwde, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(incident 9)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

1. Uit de bewijsmiddelen worden de volgende redengevende feiten en omstandigheden afgeleid.

2. Aanleiding voor het onderzoek2 was een melding op 18 oktober 2008, omstreeks 02.38 uur, dat er een vechtpartij g[café][café, adres te plaats]. Diverse eenheden van politie zijn naar voormeld café gegaan. Ter plaatse bleek dat daar een conflict gaande was en dat dit conflict zich al snel verspreidde over diverse plekken op de Markt in Harderwijk. Politieagent [slachtoffer] was als politieagent aanwezig om assistentie te verlenen. Hij heeft aangifte gedaan van mishandeling dan wel poging tot zware mishandeling.3

3. In zijn aangifte heeft aangever [slachtoffer] verklaard dat hij op een gegeven moment net buiten het terras van [café] stond. Dit terras wordt afgeschermd door een terrasafscheiding, dat voor een deel bestaat uit gelaagd glas. Terwijl hij kijkend door het glas het terras in de gaten hield, zag hij de hem ambtshalve bekende verdachte in de richting van de terrasafscheiding lopen. Hij zag dat verdachte wild uit diens ogen keek en in zijn richting keek. Hij zag namelijk dat zij oogcontact maakten. Aangever zag dat verdachte daarbij met zijn vuisten wild om zich heen sloeg. Hij zag dat verdachte hard, krachtig en kennelijk opzettelijk met beide handen tegen de terrasafscheiding duwde, die daardoor in de richting van aangever viel en hard op zijn linkervoet terecht kwam. Aangever voelde een scherpe pijn in zijn linkervoet. Uit medisch onderzoek in het ziekenhuis van Harderwijk bleek dat de voetrug van de linkervoet van aangever zwaar gekneusd was.4 Uit een medische verklaring van 3 november 2008 blijkt van een zwelling basis 4e en 5e middenvoetsbeentje links.5

4. Getuige [getuige] heeft verklaard, dat zij zag dat verdachte de terrasafscheiding met beide handen vastpakte en deze bewust en met kracht omgooide in de richting van haar collega, aangever [slachtoffer]. Zij zag dat de terrasafscheiding op de linkervoet van aangever [slachtoffer] terecht kwam.6

5. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 18 oktober 2008 in de buurt van [café] was. Hij zag dat een vriend van hem in de boeien zat en was opgepakt door de politie. Toen hij zag dat zijn vriend door de politie werd meegenomen ging bij verdachte de knop om. Hij ging door het lint. Hij wilde verhaal halen en liep in de richting van zijn vriend. Er stond echter een terrasscherm in de weg. Verdachte liep in rechte lijn naar zijn vriend toe en heeft toen bewust dat scherm omgeduwd of omgetrapt. Het was een scherm van glas en van kunststof. Hij zag dat het scherm omviel en op de grond terechtkwam. Het glas van het scherm spatte uit elkaar. Hij zag toen ook dat er een politieagent achter het scherm had gestaan.7 Verdachte heeft deze verklaring ter terechtzitting bevestigd en herhaald.

Standpunt van de officier van justitie

6. Verdachte heeft, door dwars door een terrasafscheiding te lopen, waardoor verbalisant [slachtoffer] pijnlijk werd geraakt, het opzet in voorwaardelijk zin gehad op het toebrengen van pijn en letsel aan die [slachtoffer]. Verdachte heeft namelijk door aldus te handelen het risico op pijn en letsel bij een ander op de koop toegenomen. Dit maakt dat de primair ten laste gelegde 'mishandeling' wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

7. Door en namens verdachte is aangevoerd, dat verdachte niet het opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, op het mishandelen van verbalisant [slachtoffer], die werd geraakt door de terrasafscheiding welke door verdachte omver is geduwd. Verdachte wilde immers slechts naar zijn verderop staande vriend toelopen, die (ten onrechte) werd aangehouden door de politie. Verdachte koos er voor om dwars door de terrasafscheiding te lopen, hetgeen uiteraard wel zaaksbeschadiging/-vernieling oplevert, maar geen mishandeling, want hij heeft niemand achter de terrasafscheiding zien staan. Verdachte dient aldus van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling door de rechtbank

8. Uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen kan worden afgeleid, dat verdachte op enig moment een terrasafscheiding omver heeft geduwd, waardoor verbalisant [slachtoffer], die op dat moment achter die terrasafscheiding stond, werd geraakt en daardoor letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij als het ware 'als een olifant' dwars door de terrasafscheiding is gerend op weg naar zijn verderop staande vriend, die - naar hij meende - onterecht werd aangehouden. Hij heeft toen niemand achter de terrasafscheiding zien staan.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, door als het ware 'als een olifant' dwars door een terrasafscheiding te rennen, welke terrasafscheiding vervolgens (deels) op een ander terecht is gekomen, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard en op de koop toegekomen, dat een ander, die zich achter of in de buurt van de terrasafscheiding bevond, daardoor pijn (en letsel) zou kunnen ondervinden. Dit maakt dat de rechtbank de primair ten laste gelegde 'mishandeling van een agent' wettig en overtuigend bewezen acht. Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt mitsdien verworpen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 18 oktober 2008 te Harderwijk, opzettelijk mishandelend een terrasafscheiding bestaande uit onder andere glas in de richting van een ambtenaar, te weten [slachtoffer], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, duwde, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

10. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen.

11. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld, dat bij het opleggen van een werkstraf er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte full-time werkt en dat hij de kosten van de rechtsbijstand zelf heeft moeten betalen. Daarnaast heeft zij betoogd dat sprake is van tijdsverloop omdat de politierechter de zaak op 25 maart 2009 had kunnen afdoen.

12. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

13. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Verdachte is zonder erbij na te denken naar een terrasafscheiding gelopen en heeft deze met kracht omver geduwd, waardoor het glas is gebroken. De rechtbank acht het een gelukkige omstandigheid dat de politieagent die achter het scherm stond slechts een zwaar gekneusde voetrug heeft opgelopen. Het laat zich voorts denken wat de gevolgen zouden zijn geweest als de politieagent onder de terrasafscheiding was gekomen. Dit soort ernstige geweldsescalaties heeft ook invloed op de samenleving, waar de steeds toenemende agressie als zeer zorgelijk wordt ervaren en mensen zich steeds onveiliger gaan voelen. Verdachte heeft door aldus te handelen gevoelens van angst en onrust bij het slachtoffer en de omstanders teweeggebracht.

14. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een zodanig tijdsverloop dat dit gevolgen zou moeten hebben voor de hoogte van de strafoplegging. De politierechter heeft op 25 maart 2009 deze zaak naar de meervoudige kamer van deze rechtbank verwezen, omdat er sprake is van een omvangrijke en ingewikkelde zaak met vijf verdachten en flinke schadeclaims.

15. Alles afwegend, zal de rechtbank verdachte tot een werkstraf conform de eis van de officier van justitie veroordelen, te weten een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Vordering tenuitvoerlegging

16. Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, zal van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 18 juni 2008 (parketnummer 06/802055-07) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week de tenuitvoerlegging worden gelast.

Echter op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken zal de rechtbank in plaats daarvan een taakstraf gelasten, gedurende het hierna te vermelden aantal uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

- Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

- Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

- Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

- Verklaart verdachte strafbaar.

- Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen.

- Gelast - in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 18 juni 2008 -:

een taakstraf, te weten een werkstraf/leerstraf gedurende 14 (veertien) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 7 (zeven) dagen.

Aldus gewezen door mrs. Vos, voorzitter, van de Wetering en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 december 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0610/08-209432, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team Recherche NW-Veluwe, gesloten en ondertekend op 25 november 2008.

2 Stamproces-verbaal, dossierpagina 26.

3 Proces-verbaal van aangifte door [naam], dossierpagina's 429 tot en met 432.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], dossierpagina's 399 en 400.

5 Medische verklaring van 3 november 2008, dossierpagina 403.

6 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 408.

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina's 422 en 423.