Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK5945

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-12-2009
Datum publicatie
09-12-2009
Zaaknummer
06/800633-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Apeldoornse verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van ruim 21 kilo hennep. Uit het dossier en uit de behandeling ter terechtzitting is niet gebleken dat de verdachte wist dat de dozen hennep in de woning stonden. Er valt niet uit te sluiten dat de verdachte er niet van op de hoogte is geweest dat de hennep in de woning is gezet. Daarom is de verdachte vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/800633-08

Uitspraak d.d.: 9 december 2009

Tegenspraak/ onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats, geboortedatum ],

wonende te [postcode plaats, adres].

Raadsman: mr. G.F.M.G. Heutink te Apeldoorn

Onderzoek van de zaak

De politierechter heeft de zaak ter terechtzitting van 23 maart 2009 in verband met de hoeveelheid hennep en de ernst van de verdenking verwezen naar de meervoudige kamer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 november 2009.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie het volgende aangevoerd:

- er is sprake is geweest van stelselmatige observatie. Daarvoor is een bevel van de officier van justitie vereist. Uit het dossier blijkt niet dat daaraan is voldaan.

- de verbalisant heeft gebruik gemaakt van de machtiging binnentreden nadat hem door de bewoner de toegang tot de woning werd ontzegd. De machtiging die was afgegeven was echter beperkt tot de inbeslagname van één doos. Er zijn meer dozen in beslag genomen.

- de verbalisant heeft toestemming gevraagd rond te kijken, maar heeft nadat hij toestemming had gekregen meer gedaan dan alleen zoekend rondkijken.

- er is bewust ontlastend materiaal buiten het dossier is gehouden. Het proces-verbaal met de uitslag van het dactyloscopisch onderzoek is gedateerd 3 juni 2008 en het resultaat van een verricht DNA-onderzoek is gedateerd 21 mei 2008. Deze gegevens zijn door de politie Nunspeet eerst op 3 november 2009 ingezonden aan de officier van justitie. De politie heeft op deze wijze - onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie - ontlastend materiaal buiten het dossier gehouden. Dit is een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek.

Resumerend stelt de raadsman dat deze handelwijze niet voldoet niet aan de beginselen van een behoorlijke procesorde. De vormverzuimen zijn zo ernstig dat ze moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De officier van justitie heeft hiertegen aangevoerd:

- er is geen sprake geweest van een stelselmatige observatie. Er is geen inbreuk gemaakt op de privacy van verdachte. De observatie is vanaf een openbare plaats geschied. Uit de jurisprudentie blijkt dat de frequentie waarvan sprake is geweest niet aangemerkt wordt als een stelselmatige observatie.

- de politie heeft goed en verstandig gebruik gemaakt van de haar op grond van de Politiewet en het Wetboek van Strafvordering toegekende bevoegdheden.

- onder een doorzoeking dient te worden verstaan: het stelselmatig en gericht zoeken naar de aanwezigheid van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. De verbalisanten wisten dat hennep in een doos kon zitten. Onder die omstandigheden is er geen sprake geweest van een doorzoeking. Er hoefde niet gezocht te worden; er was veeleer sprake van het “ophalen” van voor inbeslagneming vatbare waar.

- Ten aanzien van de op 3 november 2009 ingezonden stukken heeft de officier van justitie aangevoerd dat het juister was geweest de betreffende stukken eerder aan het dossier toe te voegen. De uitkomsten van de onderzoeken waren niet belastend voor verdachte en zijn mededader, maar dat neemt niet weg dat zij het ten laste gelegde feit niet zouden hebben gepleegd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij ontvankelijk is in de vervolging.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt:

m.b.t. stelselmatige observatie:

- Uit het dossier blijkt dat de politie bij een controle op 5 maart 2008 ter hoogte van het adres [adres] te Apeldoorn - dat bij de politie eerder in beeld is

geweest in verband met een hennepplantage - een auto heeft zien staan waarvan de kentekenhouder, [naam] antecedenten heeft op het gebied van de Opiumwet. Op 14 maart 2008 hebben verbalisanten de auto daar weer zien staan. Zij besloten post te vatten omdat het vermoeden bestond dat er mogelijk hennep werd geleverd of opgehaald. Tijdens deze observatie, die enkele uren duurde, constateerden de verbalisanten dat op twee adressen in deze straat, waaronder het adres van verdachte, dozen werden afgeleverd en opgehaald. De rechtbank is van oordeel dat - gelet op de duur, de intensiteit, de plaats en de wijze waarop de observatie is verricht - niet is geprobeerd een min of meer volledig beeld van het privé leven van verdachte te verkrijgen. Er is dan ook geen sprake is van stelselmatig observeren, waarvoor een bevel van de officier van justitie vereist is, als bedoeld in artikel 126 g van het Wetboek van Strafvordering. De bevoegdheid tot observatie volgt uit de algemene taak van de politie tot handhaven van de rechtsorde en opsporing van strafbare feiten zoals is neergelegd in artikel 2 van de Politiewet 1993 en artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering.

m.b.t. de inbeslagneming:

De verbalisanten hebben tijdens het rondkijken vastgesteld dat er meerdere dozen in de woning stonden die er allemaal vrijwel hetzelfde uitzagen. Op het moment dat zij één van de aangetroffen dozen openden en daarin hennep aantroffen was er sprake van een heterdaad situatie en waren zij ook bevoegd verder rond te kijken en identieke dozen te openen.

m.b.t. ontlastend materiaal:

De rechtbank is niet gebleken dat het openbaar ministerie doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen stukken niet of te laat aan het dossier heeft toegevoegd. Ontlastend materiaal is weliswaar laat maar nog wel voor het onderzoek ter terechtzitting ingebracht. De betreffende stukken zijn bovendien niet van zodanige aard dat ze een bewezenverklaring in de weg zouden staan.

De rechtbank verwerpt de verweren. Het openbaar ministerie is ontvankelijk in de vervolging.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 maart 2008 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd

en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van ongeveer 21565 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer

dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, worden deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs [eindnoot 1]

Vaststaande feiten

De politie heeft tijdens een observatie geconstateerd dat een man, later is gebleken dat dit medeverdachte [naam medeverdachte] betrof, in een zwarte Peugeot dozen heeft afgeleverd op het adres van verdachte. Later die avond is de man staande gehouden. Hij gaf toestemming in zijn auto te kijken. In de auto treffen de verbalisanten dozen aan. Met toestemming van de man wordt een doos geopend. Er zaten gedroogde henneptoppen in de doos. Zo ontstond het vermoeden dat er ook een doos met hennep bij de woning van verdachte afgeleverd was. Vervolgens is er onderzoek gedaan in de woning van verdachte. Daar bleken inderdaad dozen met hennep te staan, in totaal ging het om ongeveer 21.565 gram.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat de medeverdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat hij de henneptoppen ergens heeft gevonden, dat hij naar de woning van verdachte en diens echtgenote is gereden, dat hij beschikte over de sleutel van die woning, de woning met die sleutel heeft geopend en vervolgens de dozen in de woning heeft neergezet. De verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat de hennep was hem was. Hij heeft verklaard dat hij die avond niet thuis is geweest en dat [naam medeverdachte] over een sleutel van de woning beschikte. Op het moment dat hij vertrok stonden er geen dozen, op het moment dat hij thuis kwam is hij vrijwel direct aangehouden. Hij heeft de dozen toen voor het eerst gezien. De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat het een raar verhaal is maar dat hij dit “alternatieve scenario” niet kan weerleggen. Daarom concludeert hij tot vrijspraak.

Standpunt van de verdachte, de verdediging

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet op de hoogte was van de dozen met hennep in zijn woning. Hij is op 14 maart 2008 ’s-avonds niet thuis geweest. Toen hij vertrok stonden er geen dozen. Toen hij op 15 maart 2008 om ongeveer 00.30 uur thuis kwam was de politie vrijwel direct aanwezig en bleken er dozen met hennep in de woning te staan. [naam medeverdachte] beschikte over een sleutel van de woning.

De raadsman heeft aangevoerd dat er vrijspraak dient te volgen. Anderen dan verdachte en zijn echtgenote moeten verantwoordelijk worden gehouden voor de aangetroffen wiet. Buiten hen wonen er nog twee andere personen in de woning en [naam medeverdachte], die in bezit was van een sleutel van de woning, is die avond op bezoek geweest in de woning. Verder hadden er meer mensen toegang tot de woning. Al die personen kunnen als verdachten aangemerkt worden. Dit betreft een Meer- en Vaartverweer, zodat er vrijspraak dient te volgen.

Beoordeling door de rechtbank

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet wist dat er op 15 maart 2008 dozen met daarin hennep in zijn woning stonden. Hij is op 14 maart 2008 aan het begin van de avond uit de woning vertrokken. De dozen stonden daar toen niet. Kort nadat hij op 15 maart 2008 om 00.30 uur is thuisgekomen is hij aangehouden door de politie. [naam medeverdachte] had een sleutel van zijn woning en mocht daar gebruik van maken.

[naam medeverdachte] heeft bij de rechter-commissaris verklaard[eindnoot 2] dat hij de henneptoppen heeft gevonden, die in dozen heeft gedaan en dat hij ze vervolgens in de woning van verdachte heeft neergezet. Hij had aangebeld, maar omdat er geen reactie kwam heeft hij met de sleutel de deur zelf geopend en de dozen boven gezet. Hij heeft in de woning niemand gezien. Hij heeft ongeveer tien tot twaalf dozen boven gezet.

Uit het dossier en uit de behandeling ter terechtzitting is niet gebleken dat verdachte wist dat de dozen met hennep in zijn woning stonden. Gelet op de verklaring van verdachte en de verklaring die [naam medeverdachte] heeft afgelegd, valt niet uit te sluiten dat verdachte er niet van op de hoogte is geweest dat de hoeveelheid hennep in zijn woning was gezet. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Krijger en Prisse, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 december 2009.

Eindnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0623/08-202468 van Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, District Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 15 april 2008.

2. Proces-verbaal van verhoor van [naam medeverdachte] door rechter-commissaris op 10 november 2008