Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4464

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
103008 - HA ZA 09-639
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft raamsticker doen vervaardigen met een afbeelding van de door eiseres ontworpen tulpenvaas. Inbreuk staat vast en is aan gedaagde toe te rekenen. Eiseres heeft niet onderbouwd dat zij vermogensschade geleden heeft. Nu wel inbreuk is gemaakt op haar persoonlijkheidsrecht en het risico op reputatieschade heeft bestaan wordt vergoeding ex aequo et bono toegekend. Geen aanleiding voor integrale procesksotenvergoeding. Billijkheid verzet zich hiertegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 103008 / HA ZA 09-639

Vonnis van 28 oktober 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [plaats],

eiseres,

advocaat mr. E.J. Hengeveld te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam] B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. P.A. Speijdel te Enschede.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 augustus 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 28 september 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is zelfstandig gevestigd vormgever. Eén van haar ontwerpen is de Tulipa vaas, een zogenoemde tulpenvaas, voorzien van een bepaald patroon. Deze vaas wordt voor haar op basis van een royaltyovereenkomst geproduceerd en verkocht door De Koninklijke Porceleyne Fles NV voor € 150,- per stuk.

2.2. [gedaagde] heeft in 2008 een ontwerpstudio opdracht gegeven een raamsticker te ontwerpen van een vaas met bloemen. Het ontwerp is door [gedaagde] goedgekeurd. De raamsticker is voor consumenten te koop geweest bij winkelbedrijven, zoals HUBO, voor een verkoopprijs van € 7,95 inclusief BTW.

2.3. [eiseres] heeft bij brief van 17 november 2008 aan [gedaagde] geschreven: “(…) Afgelopen week werd ik gewezen op de windowstickers die [gedaagde] Decodesign op de markt brengt. (…) Eén van deze stickers (uw artikel 3500-2002) (…) bevat de afbeelding van mijn Tulipa vaas, (…) Hierbij wil ik u kenbaar maken dat voor het toepassen van de Tulipa vaas voor de windowstickers van [gedaagde] Decodesign geen toestemming is gevraagd. Het gebruik hiervan maakt inbreuk op mijn auteursrechten en brengt mij schade toe. Ik verzoek u dan ook dringend om deze inbreuk per direct te stoppen door te staken van de productie en verkoop van de windowsticker waarvoor mijn Tulipa vaas gebruikt is. Ik verzoek u ook de bestaande stickers uit de verkoop te halen en de bestaande voorraad te vernietigen. (…)”.

2.4. [gedaagde] heeft [eiseres] toegezegd te stoppen met de verkoop en de stickers terug te halen bij haar afnemers. Voorts heeft [gedaagde] een schikkingsvoorstel gedaan, waarbij zij bereid was [eiseres] € 1.000,00 te voldoen, onder toezegging dat [gedaagde] alle stickers die door afnemers zouden worden teruggestuurd zou vernietigen, desgewenst in aanwezigheid van [eiseres]. [eiseres] heeft dit voorstel niet aanvaard.

2.5. [gedaagde] heeft op 24 maart 2009 een bedrag van € 750,- aan [eiseres] betaald. [eiseres] heeft dit bedrag dezelfde dag aan [gedaagde] geretourneerd.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. [gedaagde] zal verbieden inbreuk te plegen op de auteursrechten van [eiseres], in het bijzonder door [gedaagde] te verbieden om de werken van [eiseres], meer in het bijzonder de Tulipa vaas, zonder toestemming van [eiseres] te verveelvoudigen en/of openbaar te maken op de wijze als in de dagvaarding omschreven, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per overtreding met een maximum van € 50.000,-,

2.[gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 6.000,00 aan [eiseres], althans een door de rechtbank te bepalen bedrag als schadevergoeding vanwege de gepleegde inbreuk dan wel het onrechtmatig handelen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 mei 2009 tot de dag der algehele voldoening,

3. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 1.000,00 aan [eiseres], althans een door de rechtbank te bepalen bedrag als schadevergoeding vanwege de schending van de persoonlijkheidsrechten van [eiseres], vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 mei 2009 tot de dag der algehele voldoening,

4. [gedaagde] zal veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis alle inbreukmakende werken terug te halen bij alle afnemers c.q. derden, niet zijnde particulieren, en deze binnen eenzelfde termijn aan [eiseres] af te staan ter vernietiging op kosten van [gedaagde], zonder dat [eiseres] hiervoor enige vergoeding verschuldigd is,

5.[gedaagde] zal veroordelen tot betaling aan [eiseres] van € 600,00, te vermeerderen met de BTW terzake buitengerechtelijke kosten,

6. [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten, met toepassing van artikel 1019h Rv.

3.2. [eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] door de productie en verspreiding van de raamsticker inbreuk heeft gemaakt op haar auteursrecht. Zij heeft er dus recht op en belang bij dat deze inbreuk stopt en voor de toekomst wordt verboden. De sticker is van beduidend minder allure en richt zich op een lager segment van de markt dan [eiseres] met haar Tulipa vaas wenst. Hierdoor kan schade worden toegebracht aan de reputatie van [eiseres] als ontwerpster en wordt inbreuk gemaakt op haar persoonlijkheidsrecht, waarvoor zij een vergoeding van € 1.000,- vordert. [eiseres] heeft door het handelen van [gedaagde] schade geleden, welke [gedaagde] haar dient te vergoeden. De hoogte van de schade kan worden gebaseerd op het bedrag voor een licentievergoeding die [eiseres] zou hebben bedongen indien zij toestemming had willen verlenen voor het gebruik van haar ontwerp als raamsticker. Dit bedrag is te stellen op € 6.000,-. Daarnaast heeft [eiseres] buitengerechtelijke kosten gemaakt, waarvoor een bedrag van € 600,- een passende vergoeding vormt. De proceskosten dienen te worden vergoed op basis van het bepaalde in artikel 1019h Rv.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Daarbij betwist zij dat sprake is van een auteursrechtelijk beschermde afbeelding/ontwerp van [eiseres], dat sprake is van enige inbreuk en tevens betwist zij dat, indien er wel sprake zou zijn van inbreuk, daardoor enige schade is ontstaan. Een eventuele inbreuk is geheel te goeder trouw ontstaan. [gedaagde] heeft aangeboden de verkoop te staken, alle stickers terug te halen bij de haar bekende afnemers en te vernietigen en heeft daarnaast een bedrag aangeboden en betaald, maar [eiseres] heeft dit aanbod afgewezen en de betaling teruggestort. Voor een vergoeding van enige schade is dan ook geen aanleiding meer, nu sprake is van schuldeisersverzuim. Bovendien is geen daadwerkelijke schade geleden, althans is deze niet aangetoond. Er zijn geen redelijke buitengerechtelijke kosten gemaakt. Ook de proceskosten zijn nodeloos gemaakt.

4. De beoordeling

4.1. Door [eiseres] is voldoende onderbouwd dat zij de ontwerpster is van de Tulipa vaas die op de sticker van [gedaagde] is afgebeeld. De vaas is ook voldoende oorspronkelijk om auteursrechtelijke bescherming te dragen. Anders dan [gedaagde] stelt bezit de vaas, geïnspireerd op de 17e eeuwse Nederlandse tulpenvazen en voorzien van patronen van Turkse kaftans, een eigen oorspronkelijk karakter en draagt deze het persoonlijk stempel van haar maakster. [eiseres] heeft keuzes gemaakt die op haar persoonlijke smaak berusten. De vormgeving van de vaas wordt niet bepaald door vereisten van technische of praktische aard. De vaas verbindt de Turkse en nederandse cultuur en traditie op originele wijze. [gedaagde] heeft niet betwist dat de naam van [eiseres] ook op de onderzijde van de vaas is vermeld, zoals [eiseres] ter comparitie heeft verklaard en getoond. De rechtbank gaat dan ook uit van het auteursrecht van [eiseres] op (de afbeelding van) de Tulipa vaas.

4.2. Uit de door [eiseres] overgelegde stukken en afbeeldingen en de vaas en sticker zoals ter comparitie getoond, is eveneens door [eiseres] voldoende onderbouwd dat de sticker een afbeelding bevat van de door [eiseres] ontworpen vaas. [gedaagde] heeft dit ter comparitie ook niet (meer) betwist. Hiermee staat de inbreuk op het auteursrecht van [eiseres] vast.

Voor zover [gedaagde] met haar betoog dat door de keuze van de bloemen en de speciale rangschikking van de bloemen in de vaas een nieuwe creatie is ontstaan, zou beogen te stellen dat geen sprake is van inbreuk, maar van een nieuw, oorspronkelijk werk, kan zij daarin niet worden gevolgd. Het gebruik van bloemen en de opstelling daarvan in de Tulipa vaas is niet oorspronkelijk en betreft slechts het praktisch gebruik waarvoor een vaas in essentie bedoeld is.

4.3. [eiseres] vordert allereerst een verbod om inbreuk te plegen en een gebod tot het terughalen van de inbreukmakende werken. Een concrete dreiging van (verdere) inbreuk is echter door [eiseres] niet gesteld noch anderszins gebleken. Immers, [gedaagde] heeft - ook volgens [eiseres] - al in de contacten tussen partijen voorafgaand aan deze procedure toegezegd de verkoop van de stickers te stoppen, deze terug te halen bij de haar bekende afnemers en de teruggehaalde en nog in voorraad aanwezige stickers te vernietigen en geen ontwerpen van [eiseres] meer te zullen afbeelden en/of verkopen. Ook in de conclusie van antwoord en ter comparitie heeft [gedaagde] deze toezegging herhaald. [gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat zij ook daadwerkelijk alle door haar aan winkeliers geleverde stickers heeft teruggehaald. Bij het verbod, zoals door [eiseres] gevorderd, heeft zij dan ook geen belang, zodat dit niet toegewezen wordt. Dit geldt evenzeer voor het gevorderde gebod, nu [eiseres] ook ter comparitie heeft verklaard te willen aannemen dat alle stickers zijn teruggehaald en vernietigd zullen worden.

4.4. [eiseres] vordert voorts schadevergoeding. Voor toekenning van schadevergoeding is onder meer beslissend de vraag of de inbreukmakende handeling aan [gedaagde] kan worden toegerekend. Hiervan is sprake, indien de inbreuk aan de schuld van [gedaagde] te wijten is, of aan een oorzaak die krachtens de wet of de verkeersopvattingen voor haar rekening komt. Onbetwist is, dat [gedaagde] niet speciaal om afbeelding van juist deze vaas op haar sticker heeft gevraagd maar dat de keuze voor deze vaas is gemaakt door het door [gedaagde] ingeschakelde ontwerpbureau. Dit doet er niet aan af dat de inbreuk wel voor rekening van [gedaagde] komt. Immers, zij heeft het ontwerpbureau ingeschakeld en het ontwerp goedgekeurd.

Voor het toewijzen van een schadevergoeding is ook nodig dat aannemelijk is dat door de inbreuk schade is ontstaan.

4.5. [eiseres] vordert een vergoeding voor vermogensschade en voor reputatieschade. Dat zij vermogensschade geleden heeft, is echter op geen enkele wijze door haar onderbouwd. De schade bestaat, aldus [eiseres], uit een bedrag vanwege de inbreuk, welk bedrag kan worden gebaseerd op een licentievergoeding die zij zou hebben bedongen indien zij toestemming had willen verlenen voor het gebruik van haar ontwerp als raamsticker. Echter, zij stelt eveneens dat zij beslist niet zou zijn overgegaan tot het afgeven van een licentie voor het produceren van een raamsticker met een afbeelding van de Tulipa vaas, nu dit product van beduidend minder allure is dan de vaas zelf en niet past bij het segment van de markt waarop zij zich wil richten. Dat zij desondanks vermogensschade geleden heeft is dan ook zonder nadere toelichting niet begrijpelijk. Zodanige toelichting en argumenten ontbreken echter.

4.6. Ten aanzien van de reputatieschade heeft [eiseres] evenmin aannemelijk gemaakt dat haar reputatie daadwerkelijk schade geleden heeft. Wel heeft zij voldoende onderbouwd gesteld dat zij ideële schade lijdt doordat zij heeft moeten ondervinden dat inbreuk gemaakt is op haar persoonlijkheidsrecht en tenminste het risico op reputatieschade heeft bestaan, doordat zij geassocieerd kan worden met een product, de raamsticker, waarmee zij niet geassocieerd wil worden. De hoogte van deze schade is niet concreet te bepalen en zal ex aequo et bono worden gesteld op € 1.000,-.

4.7. [gedaagde] voert als verweer aan dat zij niet (langer) gehouden is een schadevergoeding aan [eiseres] te betalen, nu zij de door haar reeds voorafgaand aan de procedure betaalde vergoeding teruggestort gekregen heeft, zodat sprake is van schuldeisersverzuim.

[eiseres] erkent dat zij het bedrag, waarvan zij aannam dat het door [gedaagde] was bedoeld als vergoeding voor [eiseres], heeft teruggestort. Zij stelt dit gedaan te hebben omdat zij niet de indruk wilde wekken dat de zaak hiermee was afgedaan, waarbij zij zich op het standpunt heeft gesteld aanspraak te hebben op een veel hogere vergoeding. Niet valt in te zien waarom zij daardoor thans geen enkele aanspraak meer zou kunnen doen gelden.

4.8. De vordering tot het vergoeden van rente over het bedrag aan schadevergoeding zal worden toegewezen vanaf het moment van de dagvaarding. [eiseres] had immers het bedrag, waarop zij recht heeft, grotendeels reeds in haar bezit kunnen hebben indien zij de ontvangen € 750,- niet had teruggestort. Het is haar keuze geweest deze betaling niet als deelbetaling te accepteren en, desgewenst, over het meerdere verder te discussiëren en, zo nodig, te procederen, maar over haar gehele vordering te procederen.

4.9. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [eiseres] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.10. De laatste vordering van [eiseres] betreft de proceskosten. In artikel 1019h Rv is een implementatie opgenomen van artikel 14 van de Richtlijn 2004/48/EG van het Europees parlement en de raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, PbEG L 157. In deze richtlijn is onder meer beoogd bij zaken betreffende inbreuken op een recht van intellectuele eigendom een ruimere proceskostenveroordeling mogelijk te maken dan in de Nederlandse civiele procedure gebruikelijke forfaitaire vergoedingen. Bij de bepaling van de hoogte van de proceskostenvergoeding dient de specifieke situatie van het geval in aanmerking genomen te worden. Dit blijkt ook uit het slot van artikel 1019h Rv “(…) tenzij de billijkheid zich daartegen verzet”. Hierbij is, blijkens de Kamerstukken, onder andere gedacht aan de omvang van de inbreuk, de toerekenbaarheid daarvan en andere specifieke omstandigheden van de zaak.

4.11. In het onderhavige geval komt grote betekenis toe aan de vaststelling dat [gedaagde] geen moedwillige inbreuk heeft gemaakt, bereid is geweest de inbreukmakende werken terug te halen en daar ook uitvoering aan heeft gegeven, gestopt is met de verkoop en een schadevergoeding heeft aangeboden en uitgekeerd. De procedure is gevoerd, terwijl al ruim voor het uitbrengen van de dagvaarding het grootste deel van het verschuldigde bedrag door [gedaagde] aan [eiseres] is betaald. Onder deze omstandigheden verzet de billijkheid zich tegen een afwijking van de ‘normale’ regels betreffende de proceskostenvergoeding, waarbij de verliezende partij wordt veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij en de proceskosten kunnen worden gecompenseerd indien partijen over en weer op onderdelenin het (on)gelijk worden gesteld.

Gezien het geringe verschil tussen de door [gedaagde] voorafgaand aan de procedure aangeboden en uitgekeerde vergoeding en de thans vastgestelde schadevergoeding, bestaat aanleiding de proceskosten te compenseren, zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 mei 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2009.