Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4456

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
06/460207-08 en 06/460365-07 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte wegens afpersing en een poging hiertoe, meerdere bedreigingen, meerdere mishandelingen en een poging tot zware mishandeling, allen gepleegd in jongerenhuis Harreveld, veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 148 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij worden de bijzondere voorwaarden gesteld dat verdachte zich tot 1 december 2009 zal laten behandelen bij Glen Mills (De Sprint) en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem daar worden gegeven en zich tijdens de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De vordering tot omzetting van de bij eerder vonnis opgelegde voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie wordt afgewezen nu verdachte reeds geruime tijd bij Glen Mills heeft doorgebracht, waar hij een intensief behandeltraject volgt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers:

06/460207-08 en 06/460365-07 (tul)

Uitspraak d.d.: 27 oktober 2009

tegenspraak /dip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1991],

verblijvende in de Glen Mills School (De Sprint) te Wezep (8091 CX Wezep, Zuiderzeestraatweg 620 bg),

raadsman mr. J.A.B.H.M. Willemse te Ulft.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 maart 2009, 28 april 2009, 21 juli 2009 en 13 oktober 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 14 april 2008 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de

afgifte van Euro 10,--, in ieder geval een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte,

- die [slachtoffer A] (op dreigende en/of intimerende toon) heeft

toegevoegd: "Ik wil geld. Dat is nog voor de werkstraf die ik dankzij jou

heb moeten doen" en "Je geeft het gewoon, anders pak ik je", althans telkens soortgelijke woorden, en

- die [slachtoffer A] daarbij meermalen, althans eenmaal tegen het (bovenbeen) heeft geschopt en/of getrapt, en/of

- die [slachtoffer A] (daarbij) (met kracht) in de maag(streek) heeft

gestompt;

art. 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

op of omstreeks 1 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer A] te dwingen tot de afgifte van

Euro 50,--, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan die [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, immers heeft verdachte,

- die [slachtoffer A] (op dreigende en/of intimerende toon) toegevoegd: "Ik wil

geld. Dat is nog voor de werkstraf die ik dankzij jou heb moeten doen" en/of

"Je geeft het gewoon, anders pak ik je", en/of

- die [slachtoffer A] (daarbij) meermalen, althans eenmaal tegen het (boven)been

geschopt en/of getrapt, en/of

- die [slachtoffer A] (daarbij) (met kracht) in de maag(streek) gestompt en/of

geslagen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op of omstreeks 19 maart 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

[slachtoffer B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans

met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (bij) die

[slachtoffer B] (het lemmet van) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp

tegen/op de keel gezet, in ieder geval die [slachtoffer B] (op korte afstand van het

lichaam) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp getoond en/of

(daarbij) deze [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd : "Doe eens rustig,

anders steek ik je" en/of "Als je tegen de leiding zegt dat ik je heb

bedreigd, dan sla ik je", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2007 tot

en met 20 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

[slachtoffer C] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens)

opzettelijk voornoemde [slachtoffer C] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak

je kapot", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2007 tot

en met 20 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

(telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer C] meermalen, althans

eenmaal tegen de/een (scheen)be(e)n(en), althans het lichaam heeft geschopt

en/of getrapt en/of tegen de/een schouder(s) en/of de/een arm(en), althans

tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze [slachtoffer C]

(telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2007 tot en

met 9 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer D] te dwingen tot de afgifte van medicijnen

en/of keelsnoepjes, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, immers heeft verdachte,

- die [slachtoffer D] toegevoegd: "Je moet medicijnen voor mij halen", en/of

- (nadat die [slachtoffer D] had geweigerd) die [slachtoffer D] toegevoegd: "De gevolgen zijn

voor jezelf", en/of

- die [slachtoffer D] toegevoegd: "Je hebt nog een half uur om die medicijnen te

regelen",

althans (telkens) woorden van gelijkende dreigende aard of strekking, en/of

- (daarbij) gebruik gemaakt van zijn, verdachtes, fysieke en/of verbale en/of

dominante overwicht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2007 tot en

met 9 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer D], (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet een (metalen) deksel (van een prullenbak) en/of (een)

batterij(en), in ieder geval (een) hard(e) voorwerp(en) in de richting van het

hoofd van die [slachtoffer D] heeft gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 9 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

opzettelijk mishandelend [slachtoffer D] een (metalen) deksel (van een prullenbak)

tegen een arm heeft gegooid, waardoor deze [slachtoffer D] letsel (blauwe plek) heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juli 2007 tot en

met 9 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre,

(telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer D] meermalen, althans eenmaal (met

kracht) in de maag(streek), althans tegen het lichaam heeft gestompt en/of

geslagen en/of tegen een (scheen)been heeft geschopt en/of getrapt, waardoor

deze [slachtoffer D] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot vrijspraak van het onder 6 primair ten laste gelegde feit en bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 tot en met 5, 6 subsidiair en 7 ten laste gelegde feiten. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat voor de feiten de volgende bewijsmiddelen voorhanden zijn:

Feiten 1 primair: de aangifte van [slachtoffer A], de getuigenverklaring van [getuige A] en de verklaring van verdachte;

2: de aangifte van [slachtoffer B], de getuigenverklaring van [getuige B] en de verklaring van verdachte zelf. Het onderdeel betreffende het mes tegen of op de keel van aangever zetten kan naar mening van de officier van justitie niet bewezen worden verklaard;

3: de aangifte van [slachtoffer C] en de verklaring van verdachte zelf;

4: de aangifte van [slachtoffer C] en de verklaring van verdachte. Bewezen kan worden verklaard dat door verdachte in ieder geval één keer is geschopt;

5, 6 subsidiair en 7: de aangifte van [slachtoffer D] en de verklaringen van verdachte.

Naast genoemde bewijsmiddelen kunnen alle verklaringen omtrent de sfeer op de afdeling en de houding van verdachte als kruisbewijs voor de bewezenverklaring van de verschillende feiten dienen.

B. Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden. De feiten 2 tot en met 7 kunnen naar zijn mening niet wettig en overtuigend bewezen worden. Hij heeft hiertoe met betrekking tot de verschillende feiten het volgende aangevoerd:

feit 2: verdachte heeft verklaard niet met een mes voor aangever te hebben gestaan en als dat wel gebeurd zou zijn was het een grap. De verklaringen van aangever en getuigen komen op belangrijke elementen niet overeen;

feit 3: verdachte verklaart niet meer (zeker) van de bedreigingen te weten. Als ze wel zijn geuit dan was het als grap bedoeld. De aangifte wordt niet door andere (getuigen)verklaringen ondersteund;

feit 4: niet bewezen kan worden verklaard dat mishandeling in de tenlastegelegde periode plaatsvond. Verdachte verklaart één maal te hebben mishandeld, namelijk eind augustus 2007. In de tenlastelegging wordt een periode vanaf 1 september 2007 genoemd.

feit 5: er is sprake van ontoereikende bewijsmiddelen voor bewezenverklaring.

Geen kruisbewijs hanteren als door de officier van justitie aangevoerd. De gebruikte verklaringen omtrent de sfeer op de afdeling en/of de houding van verdachte moeten naar mening van de raadsman concreet betrekking hebben op één specifieke zaak;

feit 6 primair: geen sprake van poging zwaar lichamelijk letsel;

feit 6 subsidiair: het opzet van verdachte was niet gericht op het toebrengen van letsel;

feit 7: opzettelijk mishandelen niet te bewijzen.

C. Beoordeling door de rechtbank

Met betrekking tot feit 1 primair:

De rechtbank is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de verklaringen van aangever [slachtoffer A] en getuige [getuige A].

Met betrekking tot feit 2:

Door [slachtoffer B] is aangifte gedaan van bedreiging. Hij is pupil van Jongerenhuis Harreveld en zit op groep Gamma 1. Tot deze groep behoort verdachte. Op 19 maart 2008 was aangever met [getuige B] aan het spelen in de tuin. Toen zij in de woonkamer kwamen hoorde hij iemand zeggen 'doe eens rustig'. Hij trok zich hier niets van aan. Hierop zag hij dat verdachte op hem af kwam lopen. Hij zag dat verdachte in zijn rechterhand een mes vasthield. Hij hield het bij het handvat vast en het lemmet bevond zich grotendeels in de mouw van zijn trui. Verdachte ging vlak voor aangever staan. Hij haalde het mes uit zijn mouw en zette het lemmet van het mes tegen zijn keel. Hij zei 'doe eens rustig anders steek ik je neer', althans woorden van soortgelijke strekking. Aangever was erg bang dat hij echt zou steken. Verdachte zei hem ook 'als je tegen de leiding zegt dat ik jou heb bedreigd, dan sla ik je', althans woorden van dergelijke strekking.2

[getuige B] heeft verklaard dat hij op 19 maart 2008 met aangever buiten aan het spelen was. Toen zij naar binnen gingen werd verdachte boos op aangever. Verdachte pakte een boterham mes en ging met dit mes in zijn hand tegenover aangever staan en bedreigde hem met dat mes. Hij zei tegen [slachtoffer B] 'moet ik je neersteken' Ook zei verdachte tegen aangever 'Jij snitst', dat is verraden tegen de leiding. Aangever werd hier heel bang van. 3

Verdachte heeft verklaard dat hij weet dat sommige jongens bang voor hem zijn.4

Op de zitting van 3 maart 2009 heeft verdachte over dit feit verklaard dat het kan zijn dat hij met een mes zichtbaar in zijn hand voor aangever heeft gestaan en heeft gezegd dat hij moest ophouden.

Gelet op de aangevoerde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het verweer van de raadsman dat dit feit niet bewezen kan worden verklaard dient te worden afgewezen, met de aantekening dat verdachte, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs wel zal worden vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging waarin wordt gesproken over het op/tegen de keel zetten van een mes.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4:

Door [slachtoffer C] is aangifte gedaan van mishandeling en bedreiging. In september 2007 kwam hij op afdeling Gamma 1 van Harreveld. Daar zat ook verdachte. Verdachte was de baas op de groep. In december 2007 ging verdachte aangever bedreigen. Iedereen op de groep deed wat verdachte vroeg. Ze waren allemaal bang voor hem. Als aangever opdrachten van verdachte niet uitvoerde ging hij aangever bedreigen. Hij zei dan dingen als 'ik maak je kapot'. Verdachte ging aangever slaan of schoppen. Hij schopte bijvoorbeeld tegen zijn scheenbenen of sloeg tegen zijn schouder of arm. Dit gebeurde regelmatig. Dit deed aangever pijn. Aangever is erg bang voor verdachte. Hij heeft ook wel gezien dat verdachte andere jongens op de groep sloeg of schopte.5

Verdachte heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat het kan dat hij in de periode 1 december 2007 tot 22 april 2008 aangever meerdere malen heeft bedreigd, met de woorden 'ik maak je kapot'. Hij meende dit echter niet. Hij kan zich niet herinneren aangever ooit te hebben geslagen. Wel kan hij zich herinneren dat hij aangever een keer met zijn rechterscheenbeen tegen zijn linkerscheenbeen heeft geschopt. Dit gebeurde aan het eind van de zomervakantie 2007.6

De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de raadsman met betrekking tot de ten laste gelegde periode dient te worden afgewezen, aangezien uit de verklaring van aangever blijkt dat hij pas sinds 1 september 2007 op dezelfde groep als verdachte verbleef.

Met betrekking tot de feiten 5, 6 primair en 7[slachtoffer D] is op 11 april 2008 aangifte gedaan van afpersing en mishandeling. Aangever zit sinds 20 juli 2007 op jongerenhuis Harreveld. Ook verdachte maakt deel uit van de groep waarop hij zit. De eerste maand zag aangever dat verdachte de groep terroriseerde. De meeste jongens moesten geld geven aan verdachte. Iedereen is bang voor hem. De tweede maand dat aangever op de groep zat begon verdachte hem ook te belagen. Aangever werd bang voor verdachte. Ongeveer drie maanden terug zat aangever met andere jongens aan tafel. Verdachte kwam de kamer binnen. Hij had het deksel van een prullenbak in zijn hand. Het was een ijzeren deksel met een diameter van ongeveer 60 centimeter. Hij gooide het deksel in de richting van de jongens met een krachtige zwaaibeweging. Aangever schermde zijn hoofd af met zijn handen/armen. Het deksel raakte de arm van aangever. Hij had veel pijn aan zijn arm en had de volgende dag een blauwe plek.

Ongeveer een maand geleden was verdachte verkouden. Aangever kreeg daar de schuld van. Verdachte zei hem dat hij medicijnen voor hem moest halen. Toen aangever dit weigerde zei verdachte 'de gevolgen zijn voor jezelf'. Aangever dacht dat als hij geen medicijnen zou halen verdachte hem zou slaan. Verdachte sloeg wel vaker jongens uit de groep. Een paar dagen later kwam verdachte naar aangever toe en vroeg of hij niet iets was vergeten. Verdachte zei dat hij nog een half uur had om medicijnen voor hem te regelen. Hiervan werd aangever wel bang.

Verdachte heeft aangever vaak geslagen. Hij heeft een keer in zijn maag gestompt. Dat deed pijn. Verdachte gaf aan dat aangever hier hard van zou worden. Dat doet verdachte ook bij andere jongens van de groep. Hij trapte aangever ook een keer op zijn scheenbeen wat pijn veroorzaakte.7

Verdachte heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij de jongens op zijn groep drie keer waarschuwt en als dat niet helpt moet hij wel bedreigen. Hij dreigt dan bijvoorbeeld door te zeggen dat als ze niet stoppen hij ze een klap zal geven. Meestal helpt dat. [slachtoffer D], [slachtoffer C], [slachtoffer B] en nog een paar van die kleine ettertjes irriteren verdachte. 8

Verdachte heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij eind 2007 [slachtoffer D] en nog wat jongens hoorde lachen. Hij wilde dat ze rustig waren. Verdachte heeft toen de bovenkant van een prullenbak gepakt en deze naar hen toegegooid. Hij weet niet of hij iemand heeft geraakt. Hij heeft gegooid, maar waar het deksel neerkwam boeide hem niet.

Met betrekking tot de medicijnen heeft verdachte, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij verkouden was en aangestoken door [slachtoffer D]. Verdachte had hem gezegd dat hij keelsnoepjes voor hem moest gaan kopen. Verdachte heeft verder verklaard wel vaker met [slachtoffer D] te hebben gestoeid. Hij heeft wel een keer [slachtoffer D] een klap tegen de schouder gegeven. Bij het stoeien slaan ze elkaar een beetje en schoppen elkaar een beetje. Verdachte zegt dan tegen [slachtoffer D] dat hij daar harder van wordt. 9

Op de terechtzitting van 3 maart 2009 is door verdachte verklaard dat hij denkt dat hij bij het stoeien met [slachtoffer D] wat te hard voor hem was.

De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de raadsman met betrekking tot feit 6 primair dient te worden afgewezen. Door met een metalen deksel van een prullenbak in de richting van (het hoofd van aangever) te gooien heeft verdachte de aanmerkelijke kans gelopen dat aangever door dit deksel geraakt zou worden en hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Verdachte zal worden vrijgesproken voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking heeft op het gooien met batterijen naar aangever.

Met betrekking tot alle bewezen verklaarde feiten (kruisbewijs):

Naast bovengenoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank de bewezenverklaring van alle feiten mede gegrond op de verklaringen die bij de andere feiten door aangevers en getuigen zijn afgelegd met betrekking tot de sfeer die op de groep heerste en de houding van verdachte, alsmede de verklaring van verdachte op pagina 31-32.

Door de raadsman is aangevoerd dat verklaringen op een concreet incident betrekking dienen te hebben en niet voor het bewijs van andere feiten meegenomen kunnen worden. De rechtbank wijst dit verweer af, nu het gaat om gelijksoortige feiten en de verklaringen die in de verschillende incidenten zijn afgelegd een consistent beeld schetsen van de sfeer op de afdeling en de houding van verdachte. Bovendien heeft ook verdachte over fysieke handelingen gesproken,waarmee hij in feite de verklaringen van aangevers bevestigt, zij het dat hij er andere draai aan geeft.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 14 april 2008 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van Euro 10,--, toebehorende aan die [slachtoffer A], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer A] op dreigende en/of intimiderende toon heeft toegevoegd: "Ik wil geld. Dat is nog voor de werkstraf die ik dankzij jou heb moeten doen" en "Je geeft het gewoon, anders pak ik je", althans telkens soortgelijke woorden, en

- die [slachtoffer A] daarbij meermalen tegen het bovenbeen heeft geschopt,

2.

hij op 19 maart 2008 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, [slachtoffer B] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer B] op korte afstand van het lichaam een mes getoond en daarbij deze [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd : "Doe eens rustig, anders steek ik je" en/of "Als je tegen de leiding zegt dat ik je heb bedreigd, dan sla ik je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 20 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre, [slachtoffer C] telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk voornoemde [slachtoffer C] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je kapot", althans telkens woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij in de periode van 1 september 2007 tot en met 20 april 2008 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, opzettelijk mishandelend [slachtoffer C] meermalen tegen een scheenbeen heeft geschopt en/of tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor deze [slachtoffer C] pijn heeft ondervonden;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 20 juli 2007 tot en met 9 april 2008

te Harreveld, gemeente Oost Gelre, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer D] te dwingen tot de afgifte van medicijnen en/of keelsnoepjes, toebehorende aan die [slachtoffer D], immers heeft verdachte,

- die [slachtoffer D] toegevoegd: "Je moet medicijnen voor mij halen", en

- nadat die [slachtoffer D] had geweigerd die [slachtoffer D] toegevoegd: "De gevolgen zijn

voor jezelf", en

- die [slachtoffer D] toegevoegd: "Je hebt nog een half uur om die medicijnen te

regelen",

althans telkens woorden van gelijkende dreigende aard of strekking, en

- daarbij gebruik gemaakt van zijn, verdachtes, fysieke en/of verbale en/of

dominante overwicht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij in de periode van 20 juli 2007 tot en met 9 april 2008 te Harreveld, gemeente Oost Gelre,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer D], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een metalen deksel van een prullenbak, in de richting van (het hoofd van) die [slachtoffer D] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op tijdstippen in de periode van 20 juli 2007 tot en met 9 april 2008 te Harreveld, gemeente Oost Gelre, telkens opzettelijk mishandelend [slachtoffer D] meermalen, althans eenmaal met kracht in de maagstreek, althans tegen het lichaam heeft gestompt of

geslagen en tegen een scheenbeen heeft geschopt, waardoor deze [slachtoffer D] pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1 primair: Afpersing;

2: Bedreiging met zware mishandeling;

3: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

4: Mishandeling meermalen gepleegd

5: Poging tot afpersing;

6 primair: Poging tot zware mishandeling;

7: Mishandeling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 148 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met aftrek met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde toezicht jeugdreclassering en houden aan aanwijzingen van de gezinsvoogd en de jeugdreclassering, ook als dat inhoudt het volgen van trainingen traject De Sprint.

2. De raadsman heeft gewezen op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de diverse brieven die zijn opgemaakt en waaruit blijkt dat verdachte kampt met een forse hechtingsproblematiek. Ook heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte al bijna drie maanden in voorlopige hechtenis heeft gezeten en per 12 augustus 2008 gesloten is geplaatst op de Glen Mills School waar hij deelneemt aan een programma en reeds is gestart met een intensieve behandeling. Ook heeft de raadman naar voren gebracht dat er positieve ontwikkelingen zijn. Gelet op dit alles heeft de raadsman bepleit verdachte geen voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

3. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal zeer vervelende feiten die alle plaatsvonden in Jongerenhuis Harreveld. Uit de vele verklaringen blijkt dat verdachte de sfeer op de groep op een zeer negatieve wijze beïnvloedde. Zijn groepsgenoten waren door zijn gedrag en houding erg bang voor hem. Verdachte gedroeg zich intimiderend en agressief ten opzichte van zijn medepupillen. Hij bagatelliseert echter zijn eigen gedrag.

5. Gelet op de ernst van de strafbare feiten zal een deel van de jeugddetentie onvoorwaardelijk worden opgelegd.

6. Uit het strafblad van verdachte10 blijkt dat hij reeds eerder voor een geweldsmisdrijf is veroordeeld.

7. De rechtbank houdt er ten voordele van verdachte rekening mee dat uit rapportage blijkt dat bij verdachte sprake is van hechtingsproblematiek. Verdachte heeft een intensieve behandeling nodig. Sinds 12 augustus 2008 is verdachte uit de voorlopige hechtenis geschorst en geplaatst op de Glen Mills School, later genoemd De Sprint. Het intensieve behandeltraject aldaar heeft hij nog niet geheel afgerond. Blijkens informatie van De Sprint verblijft verdachte hier sinds 1 augustus 2009 niet meer op strafrechtelijke titel, aangezien sinds die datum jongeren niet meer op strafrechtelijke titel in De Sprint kunnen verblijven. Verdere verlenging van de strafrechtelijke titel (namelijk bijzondere voorwaarde bij schorsing van de voorlopige hechtenis) kan niet (langer) de basis vormen voor plaatsing in De Sprint. De civiele titel, waarop verdachte momenteel in de Sprint verblijft, loopt af op 1 december 2009. De civiele machtiging zal (en kan) dan niet meer worden verlengd. De rechtbank gaat er vanuit dat de behandeling op 1 december 2009 afgerond zal zijn.

8. De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met rapportage van Bureau Jeugdzorg Amsterdam, d.d. 15 juli 2009. Het strafadvies houdt in: een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde de maatregel hulp en steun en deelname aan traject Sprint.

9. De rechtbank zal van de op te leggen jeugddetentie 60 dagen voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te doordringen dat hij in de toekomst geen strafbare feiten meer pleegt. Aan deze voorwaardelijke straf zullen als bijzondere voorwaarden worden gekoppeld dat verdachte zich tot 1 december 2009 zal laten behandelen bij De Sprint en zich aan de voorwaarden van De Sprint zal houden en daarnaast toezicht door de jeugdreclassering en houden aan aanwijzingen van jeugdreclassering. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren.

Vordering tenuitvoerlegging

Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, kan van de bij vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 13 december 2007 (parketnummer 06/460365-07) voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van één week de tenuitvoerlegging worden gelast.

In de persoon en de omstandigheden van de veroordeelde ziet de rechtbank aanleiding de tenuitvoerlegging af te wijzen. Bovendien heeft verdachte reeds geruime tijd bij Glen Mills (De Sprint) doorgebracht, waar hij een intensief behandeltraject volgt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 45, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285, 300, 302 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6 primair en 7 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1 primair: afpersing;

2: bedreiging met zware mishandeling;

3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

4: mishandeling, meermalen gepleegd

5: poging tot afpersing;

6 primair: poging tot zware mishandeling;

7: mishandeling, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 148 dagen;

* bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 60 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat verdachte zich tot 1 december 2009 zal laten behandelen bij Glen Mills (de Sprint) en zich zal houden aan de aanwijzingen die daar aan hem gegeven worden;

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

* wijst af de vordering van de officier van justitie van 5 juni 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 13 december 2007 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 1 week;

* heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, tevens kinderrechter, Davids en Steenhuisen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 oktober 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0640/08-203532, Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 23 april 2008.

2 Proces-verbaal van aangifte door A.R. [slachtoffer B], p. 51

3 Proces-verbaal van verhoor J.P.E. Kopmels, p. 53-54

4 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 56-58

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C] p. 61

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 64-65

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer D], p. 21-24

8 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 31-32

9 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 33-34

10 Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 april 2008