Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4437

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
06/460413-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte die gedurende een lange periode zijn echtgenote heeft bedreigd en mishandeld en ook zijn drie kinderen heeft mishandeld is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenissstraf van tien maanden en een werkstraf van 200 uur. Aan de de voorwaardelijke gevangenisstraf is een bijzondere voorwaarde verbonden. De verdachte mag gedurende de proeftijd van 2 jaar geen contact met hen opnemen. Deze straf is overeenkomstig de eis die door de officier van justitie is gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460413-08

Uitspraak d.d.: 25 november 2009

Tegenspraak/ oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1970],

wonende te [adres].

Raadsman: E. Tas te Deventer

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 juni 2009 en 11 november 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk

mishandelend zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [slachtoffer A],

bij haar haren heeft gepakt en/of (vervolgens) aan haar haren heeft getrokken

en/of bij haar keel heeft gepakt en/of (vervolgens) haar keel heeft

dichtgedrukt/geknepen en/of met een klomp/schoen tegen de benen, althans het

lichaam van die [slachtoffer A] heeft getrapt/geschopt en/of een klomp/schoen met kracht

tegen die [slachtoffer A] heeft (aan)gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1

januari 2004 tot en met 19 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, althans

in Nederland (telkens) opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, althans een

persoon, te weten [slachtoffer A],

- meermalen, althans eenmaal bij haar haren heeft vastgepakt en/of

(vervolgens) aan haar haren heeft getrokken en/of

- meermalen, althans eenmaal bij haar keel heeft gepakt en/of (vervolgens)

haar keel heeft dichtgedrukt/geknepen en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam van die [slachtoffer A] heeft

getrapt/geschopt en/of geslagen/gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal een brandende sigaret in het gezicht van die

[slachtoffer A] heeft geschoten/ gegooid en/of

- meermalen, althans eenmaal harde voorwerpen tegen die [slachtoffer A] heeft gegooid

en/of

- meermalen, althans eenmaal met harde voorwerpen, (onder meer een deegroller)

tegen het lichaam van die [slachtoffer A] heeft geslagen en/of

- een pan met hete soep, althans warme vloeistof, over die [slachtoffer A] heeft gegooid

en/of gegoten,

waardoor deze [slachtoffer A] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1

januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen althans

in Nederland,(telkens) [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling, met verkrachting of met

feitelijke aanranding van de eerbaarheid immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde [slachtoffer A] (telkens) dreigend de woorden toegevoegd :"ik neuk je vader.

Ik neuk je moeder, je zusje, je broer, je ooms. Ga maar naar de politie, daar

verkrachten ze jou. Ik maak jou dood. Het zal je bezuren. Kijk maar of je

straks nog in leven bent. Ik ga jou samen met jouw familie doodmaken. Als je

naar de politie gaat dan maak ik eerst de kinderen en daarna jou dood.",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op meerdere althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1

januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, althans

in Nederland opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon, te weten

[slachtoffer B] (geboren 26 september 1992),

- meermalen, althans eenmaal met zijn, verdachtes, handen/vuisten heeft

geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal met een deegroller en/of een houten lepel,

althans een hard/stevig voorwerp heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of

- meermalen, althans eenmaal krachtig aan haar haren heeft getrokken en/of

- meermalen, althans eenmaal met kracht in de arm(en) heeft gebeten,

waardoor deze [slachtoffer B] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op meerdere althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1

januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, althans

in Nederland opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon, te weten

[slachtoffer C] (geboren 2 juli 1994),

- meermalen, althans eenmaal met zijn, verdachtes, handen/vuisten heeft

geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal met een deegroller en/of een houten lepel,

althans een hard/stevig voorwerp op zijn lichaam heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of

- meermalen, althans eenmaal aan zijn haren getrokken

waardoor deze [slachtoffer C] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op meerdere althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1

januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, althans

in Nederland opzettelijk mishandelend zijn kind, althans een persoon, te weten

[slachtoffer D] (geboren 30 juni 1996),

- meermalen, althans eenmaal met zijn, verdachtes, handen/vuisten heeft

geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen, althans eenmaal met een deegroller en/of een houten lepel,

althans een hard/stevig voorwerp op zijn lichaam heeft geslagen en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of

- meermalen, althans eenmaal aan zijn haren getrokken

waardoor deze [slachtoffer D] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding

Op 20 augustus 2008 heeft de politie een melding gekregen om naar [adres] te Eerbeek te gaan omdat daar een vrouw zou zijn mishandeld en bedreigd door haar man. Toen de politieambtenaren daar aankwamen werden zij aangesproken door [slachtoffer A], die aangifte wilde doen tegen haar man. De kinderen zijn dezelfde dag als getuige gehoord en verklaarden onafhankelijk van elkaar dat zij ook door hun vader werden mishandeld.

Verdachte is op 20 augustus 2008 aangehouden en in verzekering gesteld.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

Zij heeft aangevoerd dat deze bewezen kunnen worden verklaard op grond van de volgende bewijsmiddelen:

Feit 1:

- de aangifte van [slachtoffer A], waaruit onder meer blijkt dat verdachte haar aan de haren heeft getrokken, haar keel heeft dichtgeknepen en dat hij haar geschopt heeft;

- de verklaringen van de kinderen die de aangifte van [slachtoffer A] bevestigen;

- de brief van de huisarts die het toegebrachte letsel bevestigt.

Feit 2:

- de verklaring van [slachtoffer A] dat verdachte haar meerdere malen heeft mishandeld door haar onder andere aan de haren te trekken, haar keel dicht te knijpen, te schoppen en te slaan;

- de brief van de huisarts waaruit blijkt dat hij diverse keren blauwe plekken heeft geconstateerd en dat aangeefster heeft verklaard door haar man te zijn mishandeld;

- de mutaties die zijn opgemaakt door de politie;

- de verklaringen die de kinderen bij de politie en bij de rechter-commissaris hebben afgelegd.

De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte een pan met soep over aangeefster heeft gegooid of gegoten. Zij heeft gevorderd verdachte van dit onderdeel vrij te spreken.

Feit 3:

- de aangifte door [slachtoffer A];

- de verklaring van [slachtoffer C], die de aangifte bevestigt.

Feit 4:

- de aangifte van [slachtoffer B] en de verklaring die zij bij de rechter-commissaris heeft afgelegd, waaruit blijkt dat zij vanaf haar tiende ongeveer één keer per veertien dagen door haar vader werd mishandeld;

- de verklaring van [slachtoffer C] die dit bevestigt;

Feit 5:

- de verklaring van [slachtoffer C]. Hij heeft verklaard dat hij vaak door zijn vader is geslagen en dat deze daarbij ook gebruik heeft gemaakt van een deegrol;

- de verklaringen van [slachtoffer B] en [slachtoffer D] die ook over de door hun vader gepleegde mishandelingen hebben verklaard.

Feit 6:

- de verklaring van [slachtoffer D] dat hij vanaf zijn achtste jaar door zijn vader werd geschopt en geslagen en aan zijn haren werd getrokken;

- de verklaringen van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] die ook over de door hun vader gepleegde mishandelingen hebben verklaard.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat zij geen waarde hecht aan de verklaring van verdachte dat [slachtoffer A] haar kinderen zou hebben opgehitst om aangifte tegen hun vader te doen. De kinderen hebben bij de rechter-commissaris volhard dat er sprake is geweest van mishandeling. Zij hadden hun vader toen al ruim een jaar niet meer gezien. Indien er sprake

zou zijn geweest van een gelijkwaardige situatie in het gezin, dan zou er - ook na het ophitsen door hun moeder - nog sprake moeten zijn van loyaliteit in de richting van hun vader. Dat zij hun vader na een jaar afwezigheid hebben gemist, is niet gebleken.

Standpunt van de verdachte, de verdediging

De verdachte heeft ontkend dat hij de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van alle feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van de kinderen niet eenduidig zijn. Bij de rechter-commissaris wisten de kinderen op gestelde open vragen niet wat zij moesten antwoorden, kennelijk omdat zij geen hulp van de politie of hun moeder hadden. Uit de verklaringen blijkt dat deze niet consistent zijn, dat de kinderen geïnstrueerd zijn door hun moeder en dat zij loyaal aan haar zijn. Er is geen ondersteunend bewijs.

Ook ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat het ernaar uit ziet dat de kinderen kennelijk zijn geïnstrueerd en beïnvloed door hun moeder en uit loyaliteit jegens haar belastende verklaringen hebben afgelegd. Er is geen ondersteunend bewijs. Verder zijn de verklaringen onvoldoende concreet, onvoldoende feitelijk en te algemeen. Bovendien zijn er een aantal tegenstrijdigheden in de verklaringen.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat er voor dit feit wederom geen eensluidende verklaringen zijn. Aangeefster en de kinderen geven verschillende verklaringen over wat er precies gezegd is. Bovendien kan er uit de bedreiging geen redelijke vrees ontstaan. De woorden zijn uit boosheid en frustratie gezegd.

Ten aanzien van de feiten 4, 5 en 6 heeft de raadsman aangevoerd dat het niet aannemelijk is dat de kinderen door verdachte zijn mishandeld. Dit blijkt niet alleen uit de onbetrouwbare verklaringen van de kinderen zelf, maar ook uit de brief van de Advies Meldpunt Kinderbescherming van 26 september 2007, waarin staat vermeld dat de kinderen niet werden mishandeld en dat er geen zorgsignalen waren. De verklaringen van de kinderen zijn inconsistent, niet eenduidig, tegenstrijdig en daarmee onbetrouwbaar.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer A] heeft verklaard2 dat haar echtgenoot haar gedurende ongeveer vijftien jaar meerdere keren heeft mishandeld. Hij werd gaandeweg steeds agressiever. De afgelopen jaren heeft dit mishandelen bestaan uit het aan de haren vastpakken en aan de haren trekken, het bij de keel pakken en dichtknijpen zodat zij geen adem meer kon krijgen, het tegen het lichaam schoppen en trappen en het gooien met harde voorwerpen en het slaan met harde voorwerpen, waaronder een deegroller, een afstandsbediening en een gsm. Dit alles heeft pijn bij haar veroorzaakt. Haar man probeerde altijd om geen blauwe plekken achter te laten. Zij heeft vaak gelogen over hoe zij aan bepaald letsel kwam. Ook heeft verdachte een brandende sigaret in haar gezicht geschoten. Daar heeft zij een litteken aan over gehouden. Op 20 augustus is zij ook mishandeld. Haar echtgenoot heeft haar bij de haren gepakt en daaraan getrokken. Hij heeft haar bij de keel gepakt en deze dicht geknepen. Hij heeft met een klomp tegen haar been geschopt en vervolgens de klomp met kracht tegen haar been aan geschopt. Zij was bang dat zij het niet zou overleven als de kinderen niet tussen beide waren gekomen. Ook werden de kinderen mishandeld. Zij werden aan de haren getrokken en met de hand op de ruggen geslagen. Dit gebeurde vaak na de gym om geen sporen achter te laten. Zij heeft gezien dat haar man [slachtoffer B] in de bovenarm heeft gebeten. [slachtoffer B] schreeuwde van de pijn. [slachtoffer C] is meerdere keren geslagen met een houten lepel.

Ook heeft [slachtoffer A] verklaard dat zij meerdere malen is bedreigd. Verdachte heeft onder andere gezegd: Kijk maar of je straks nog in leven bent. Hij heeft ook gezegd dat hij haar familie in Turkije dood zou maken en haar daarna te pakken zou nemen. Zij heeft die bedreigingen ernstig genomen omdat verdachte al eens had gezegd dat hij de kinderen zou doden en daarna haar.

Uit de verklaring van de huisarts3 van 21 augustus 2008 blijkt dat aangeefster [slachtoffer A] in de voorafgaande acht jaren regelmatig bij de huisarts is geweest. De huisarts heeft een aantal malen blauwe plekken op de armen en benen, bloedneuzen en wondjes geconstateerd.

[slachtoffer B], geboren op 26 september 1992, heeft tegenover de politie verklaard4 dat zij weet dat haar vader en moeder haar hele leven lang al ruzie hebben. Haar vader is haar gaan slaan en schoppen toen zij in groep 6 van de basisschool zat. De ene keer sloeg hij met de platte hand, de andere keer met de vuist en weer een andere keer met een deegroller of een houten lepel. Hij sloeg op verschillende plekken op het lichaam. Als hij sloeg deed hij dat hard. Als hij door het dolle heen was begon hij te slaan en te schoppen. Zij voelde pijn en hield daar blauwe plekken aan over. De blauwe plekken bleven soms wel een week zitten. Ze heeft gezien dat haar vader haar moeder en broertjes ook met enige regelmaat heeft geslagen en geschopt. Hij sloeg soms met de vlakke had, soms met een houten lepel of een deegroller. Haar vader heeft haar ook één keer hard gebeten. Dat deed pijn. Zij had een blauwe plek en een rondje, wat de afdruk van zijn gebit was. Zij kan zich herinneren dat haar vader een sigaret gooide in de richting van haar moeder. Deze kwam in haar moeders gezicht. Daardoor ontstond een brandwondje. [slachtoffer B] heeft op 20 augustus 2008 gezien dat haar vader met een klomp tegen haar moeder trapt en dat hij de klomp lanceerde tegen haar moeders linker been. Haar vader vloekte en schreeuwde in het Turks: Hoer, ik neuk je vader, ik neuk je moeder, je zusje, je broers, je ooms. Ook zei hij: Ga maar naar de politie laat je zelf maar de politie verkrachten. Haar vader greep hierop haar moeder bij de keel. Zij heeft gezien dat haar moeder pijn had omdat haar gezicht samentrok.

[slachtoffer B] is op 8 september 2009 door de rechter-commissaris gehoord. Zij heeft verklaard5 dat zij bij de politie telkens naar waarheid heeft verklaard.

[slachtoffer C], geboren op 2 juli 1994, heeft verklaard6 dat hijzelf, zijn moeder, broertje en zusje door zijn vader werden bedreigd en geslagen. Hij is voor het eerst door zijn vader geslagen toen hij in groep één of twee van de lagere school zat. Hij is een paar keer per maand met de deegroller geslagen, meestal op de rug, de armen en benen. Ook is hij vaak met een grote houten kooklepel geslagen. Het deed pijn en hij had daar vaak blauwe plekken van. Hij heeft ook gezien dat zijn broertje vaak met de deegroller en de lepel werd geslagen. Hun moeder probeerde hen te beschermen. De deegroller veroorzaakte blauwe plekken. Hij is ook een aantal keren geschopt door zijn vader. Dat gebeurde zonder schoenen. Zijn vader heeft hem bij elke ruzie aan de haren getrokken omdat hij probeerde weg te kruipen onder de tafel. Zijn vader trok hem dan aan de haren onder de tafel vandaan. Eén keer heeft zijn vader hem hard in de rug geduwd waardoor hij met de knie op de drempel terecht is gekomen. De knie werd dik en blauw. Dat deed verschrikkelijk pijn.

[slachtoffer C] is op 8 september 2009 bij de rechter-commissaris gehoord. Hij heeft verklaard7dat hij bij de politie telkens naar waarheid heeft verklaard.

[slachtoffer D], geboren op 30 juni 1996, heeft verklaard8 dat iedereen thuis bang is voor zijn vader. Hij denkt dat hij al vanaf zijn achtste door zijn vader geslagen werd. Zijn vader heeft hem geschopt. Hij is door zijn vader aan de haren getrokken en met de hand geslagen op de armen, rug, benen en het gezicht. Ook is hij met de deegroller geslagen, vanaf dat hij elf jaar was. Ook is hij vaak geslagen met de houten lepel, twee keer op de rug en verder op de armen. Het is gebeurd dat zijn vader hem met de houten lepel sloeg en deze kapot sloeg. Zijn moeder, broer en zus zijn getuige geweest van het slaan. Zijn moeder probeerde hem te helpen door voor hem te staan. Ook heeft zijn vader dingen naar zijn hoofd gegooid. Hij heeft vaak blauwe plekken op zijn been gehad. Toen zijn vader en moeder ruzie hadden heeft zijn vader gezegd: Jullie moeder zal door de politie verkracht worden. Zijn broer en zus zijn ook met de deegroller geslagen. Zijn vader heeft gezegd dat hij hen en de familie in Turkije een lesje gaat leren. Op 20 augustus 2008 was er ruzie tussen zijn vader en moeder. Hij schreeuwde vieze woorden als: laat je maar verkrachten. Zijn vader schopte zijn moeder terwijl hij klompschoenen aan had naar de benen. Ook gooide zijn vader een werkschoen naar zijn moeder. Hij raakte haar bij de schouder of bovenarm. Hij heeft ook eens gezien dat zijn vader een keer een brandende sigaret in het gezicht van zijn moeder schoot. Zij heeft daardoor een litteken.

[slachtoffer D] is op 8 september 2009 bij de rechter-commissaris gehoord. Hij heeft verklaard9dat hij bij de politie telkens naar waarheid heeft verklaard.

[getuige A] heeft verklaard10 dat zij uit hoofde van haar functie als maatschappelijk werker in mei 2008 een gesprek met [slachtoffer A] heeft gevoerd. [slachtoffer A] heeft haar verteld over het huiselijk geweld waarvan al enige jaren sprake was. Dit werd uitgeoefend door de man van [slachtoffer A]. Zij heeft tijdens het gesprek gezien dat [slachtoffer A] blauwe plekken had op haar lichaam, voornamelijk op de bovenarm, onderarm en ter hoogte van de elleboog. Ook had mevrouw een kapotte onderlip.

De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer A] en haar, en dus ook verdachtes, kinderen niet consistent zijn, dat de kinderen geïnstrueerd zijn door hun moeder en dat zij loyaal aan haar zijn.

De rechtbank hecht echter meer waarde aan de verklaringen van de aangevers dan aan de ontkennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. Verdachte heeft gesteld dat hij wel verbaal ruzie heeft gehad met zijn echtgenote, maar dat er geen sprake is geweest van mishandeling en bedreiging van zijn echtgenote en van mishandeling van de kinderen.

In de verklaringen die de kinderen van verdachte bij de rechter-commissaris hebben afgelegd zijn wel details afgezwakt ten opzichte van de verklaringen die zij destijds tegenover de politie hebben afgelegd. Zij hebben echter ook verklaard dat de eerder afgelegde verklaringen juist waren. Dat er details zijn afgezwakt zal zijn oorzaak hebben in het tijdsverloop. Dit maakt de verklaringen echter niet onbetrouwbaar. Indien de kinderen daadwerkelijk waren geïnstrueerd door hun moeder, zouden zij ook bij de rechter-commissaris op details nog exact hetzelfde hebben verklaard.

De verklaring van aangeefster [slachtoffer A] wordt ook nog ondersteund door de verklaring van de huisarts11 en de verklaring van [getuige A]12, die beide sporen van geweld bij aangeefster [slachtoffer A] hebben geconstateerd.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de kinderen enkel loyaal zijn in de richting van hun moeder. Zij hebben zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verklaard dat er ook sprake is geweest van een goede tijd, samen met hun vader. Ook hebben zij verklaard dat zij liever niet willen dat hun vader in de gevangenis komt.

Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat de politie vaker assistentie heeft verleend in verband met huiselijk geweld. Dit blijkt uit het overzicht van meldingen dat in het stamproces-verbaal13 is opgenomen. Ook dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat de verklaringen van aangevers betrouwbaar zijn.

Ten aanzien van de onder feit 3 vermelde en door verdachte gebezigde woorden "ik neuk je vader. Ik neuk je moeder, je zusje, je broer, je ooms" is de rechtbank van oordeel dat deze ook een bedreigende lading hebben. De verdachte heeft verklaard dat een Turk dit soort bewoording niet gebruikt, aangezien door het gebruik van dit soort woorden een familie wordt onteerd.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, te weten [slachtoffer A], bij haar haren heeft gepakt en/of vervolgens aan haar haren heeft getrokken en/of bij haar keel heeft gepakt en/of vervolgens haar keel heeft dichtgedrukt/geknepen en/of met een klomp/schoen tegen de benen, althans het lichaam van die [slachtoffer A] heeft getrapt/geschopt en/of een klomp/schoen met kracht tegen die [slachtoffer A] heeft (aan)gegooid, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 19 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, althans in Nederland telkens opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, te weten [slachtoffer A],

- meermalen, althans eenmaal bij haar haren heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan haar haren heeft getrokken en/of

- meermalen bij haar keel heeft gepakt en/of vervolgens haar keel heeft dichtgedrukt/geknepen en/of

- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer A] heeft getrapt/geschopt en/of geslagen/gestompt en/of

- een brandende sigaret in het gezicht van die [slachtoffer A] heeft geschoten/ gegooid en/of

- meermalen harde voorwerpen tegen die [slachtoffer A] heeft gegooid en/of

- meermalen met harde voorwerpen, (onder meer een deegroller) tegen het lichaam van die [slachtoffer A] heeft geslagen,

waardoor deze [slachtoffer A] telkens letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, telkens [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met verkrachting of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] (telkens) dreigend de woorden toegevoegd :"ik neuk je vader. Ik neuk je moeder, je zusje, je broer, je ooms. Ik

maak jou dood. Kijk maar of je straks nog in leven bent. Ik ga jou samen met jouw familie doodmaken. Als je naar de politie gaat dan maak ik eerst de kinderen en daarna jou dood.",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk mishandelend zijn kind, te weten [slachtoffer B] (geboren 26 september 1992),

- meermalen met zijn, verdachtes, handen/vuisten heeft geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen met een deegroller en/of een houten lepel heeft geslagen en/of

- meermalen tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of

- meermalen krachtig aan haar haren heeft getrokken en/of

- eenmaal met kracht in de arm heeft gebeten,

waardoor deze [slachtoffer B] telkens letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk mishandelend zijn kind, te weten [slachtoffer C] (geboren 2 juli 1994),

- meermalen met zijn, verdachtes, handen/vuisten heeft geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen met een deegroller en/of een houten lepel op zijn lichaam heeft geslagen en/of

- meermalen tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of

- meermalen aan zijn haren getrokken

waardoor deze [slachtoffer C] telkens letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

6.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 20 augustus 2008 te Eerbeek, gemeente Brummen, opzettelijk mishandelend zijn kind, te weten [slachtoffer D] (geboren 30 juni 1996),

- meermalen met zijn, verdachtes, handen/vuisten heeft geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen met een deegroller en/of een houten lepel op zijn lichaam heeft geslagen en/of

- meermalen tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt en/of

- meermalen aan zijn haren getrokken

waardoor deze [slachtoffer D] telkens letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. mishandeling begaan tegen zijn echtgenoot;

2. mishandeling begaan tegen zijn echtgenoot, meermalen gepleegd;

3. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

bedreiging met verkrachting, meermalen gepleegd en

bedreiging met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

4, 5 en 6 telkens:

mishandeling begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot:

- een gevangenis voor de duur van 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

- de bijzondere voorwaarde dat verdachte niet tegen de wil van aangeefster en hun kinderen op welke wijze dan ook contact zal opnemen;

- een werkstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis.

Ter toelichting heeft de officier van justitie nog aangevoerd dat zij er bij haar eis rekening mee heeft gehouden dat de zaak al wat ouder is, dat verdachte werk heeft en dat verdachte zich heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden, waaronder een contactverbod met zijn ex-vrouw en de kinderen.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft hij verzocht rekening te houden met de gevolgen die deze zaak voor de verdachte hebben gehad, het feit dat verdachte twee dagen in voorarrest heeft gezeten en dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Hij heeft verzocht een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging van zijn echtgenote en mishandeling van hun kinderen. Verdachte heeft door zijn handelwijze zijn slachtoffers in huiselijke omgeving, waar zij zich juist veilig zouden moeten voelen, letsel toegebracht, pijn bezorgd en ook angst aangejaagd.

De ervaring leert dat dit voor slachtoffers, met name voor de kinderen, ingrijpende gebeurtenissen moet zijn geweest en dat zij daar nog geruime tijd klachten van kunnen ondervinden.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het uittreksel uit het justitieel documentatieregister, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens het plegen van misdrijven.

In beginsel rechtvaardigen feiten als hier bewezenverklaard oplegging van een gevangenisstraf. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend is.

Beslag

De inbeslaggenomen deegroller, aan verdachte toebehorend en waarmee het bewezenverklaarde mede is begaan, zal worden verbeurdverklaard.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering van de benadeelde partij

Ten aanzien van het tenlastegelegde heeft de benadeelde partij [slachtoffer A] zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 1.050,60 gevoegd in het onderhavige strafgeding. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd vanaf het moment van het schadeveroorzakende feit. Tevens is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering wegens de door hem bepleite vrijspraak afgewezen dient te worden.

Subsidiair heeft hij aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard aangezien er geen onderbouwing is van zowel de lichamelijke als psychische klachten.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. Het is bovendien een ervaringsgegeven dat slachtoffers daar op dat moment schade van ondervinden. Uit de aangiftes is gebleken dat daar sprake van is. De rechtbank zal de geleden schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 1.000,--. De verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade. De rechtbank zal de wettelijke rente laten ingaan op de datum van aangifte/eerste verhoren, 20 augustus 2008.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaren, nu de rechtbank van oordeel is dat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve dit deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van [slachtoffer A].

Voorlopige hechtenis

De officier van justitie heeft verzocht het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis bij eindvonnis niet op te heffen. In haar visie wordt hiermee voorkomen dat verdachte, voor het geval hij hoger beroep zou instellen tegen een veroordelend eindvonnis, zich niet aan de bijzondere voorwaarde van contactverbod zou dienen te houden.

De rechtbank dient op grond van artikel 72, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering bij einduitspraak het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen indien aan verdachte noch een vrijheidsstraf van langere duur dan de reeds door hem in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd noch een maatregel welke vrijheidsbeneming meebrengt of kan meebrengen, onvoorwaardelijk is opgelegd. Daarvan is in deze zaak geen sprake, zodat de rechtbank het - geschorste - bevel bij eindvonnis dient op te heffen.

Dit betekent niet dat verdachte zich na instelling van hoger beroep niet meer zou dienen te houden aan het contactverbod. Door instelling van hoger beroep tegen een eindvonnis wordt dit niet onherroepelijk en daarmee ook niet de beslissing tot opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. In dat geval dient de verdachte zich op grond van het geschorste bevel voorlopige hechtenis aan de daaraan verbonden voorwaarde van contactverbod te houden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 57, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of ander is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. mishandeling begaan tegen zijn echtgenoot;

2. mishandeling begaan tegen zijn echtgenoot, meermalen gepleegd;

3. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

bedreiging met verkrachting, meermalen gepleegd en

bedreiging met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;

4, 5 en 6 telkens:

mishandeling begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

* bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze, direct of via derden, contact zal opnemen of zoeken met de in de bewezenverklaring genoemde [slachtoffer A], [slachtoffer B], [slachtoffer C] en [slachtoffer D], behoudens noodzakelijk contact met [slachtoffer A] vanwege een mogelijk in gang gezette echtscheiding. Dit eventuele contact dient wat de veroordeelde betreft te geschieden door een daartoe gemachtigde.

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de

taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in

mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht

2 uur in mindering wordt gebracht;

* verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een deegroller;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], per adres: [adres] tot een bedrag van € 1.000,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2008.

* verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A], een bedrag te betalen van € 1.000,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* heft het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis op.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Knoop en Weusten, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 november 2009.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0634/08-206979, gesloten en ondertekend 22 augustus 2008.

2 Processen-verbaal van aangifte en van verhoor van [slachtoffer A], pag. 15-18, 21-23 en 71-73

3 Verklaring van de huisarts [getuige B] van 21 augustus 2008 betreffende zijn patiënt [slachtoffer A]

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], pag. 56-60, en processen-verbaal van verhoor van [slachtoffer B], pag. 30-34 en 36

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] op 8 september 2009 door de rechter-commissaris

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C], pag. 62-66, en proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer C], pag. 24-29

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer C] op 8 september 2009 door de rechter-commissaris

8Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer D], pag. 50-54, en proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer D], pag. 37-38

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer D] op 8 september 2009 door de rechter-commissaris

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], pag. 77

11 Verklaring van de huisarts [getuige B] van 21 augustus 2008 betreffende zijn patiënt [slachtoffer A]

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], pag. 77

13 Stamproces-verbaal, pag. 5