Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK4219

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
24-11-2009
Zaaknummer
99741 / HA ZA 09-88
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gemeente aansprakelijk voor schade door gevaarlijke bussluis

De gemeente Zutphen in haar instructies aan (de chauffeurs van) Syntus BV niet heeft laten weten dat steeds in het presentatievak van de bussluis gestopt moest worden, alvorens door te rijden naar de bussluis. Dit betekent dat de chauffeur van de bus - al rijdende - op de verkeerslichten in de bussluis moest letten, terwijl hij in die periode ook een complexe verkeersituatie, inclusief een zebrapad, moest overzien, Daar komt nog bij dat op de door de gemeente Zutphen overgelegde foto duidelijk te zien is dat de chauffeur vanaf het presentatievak niet altijd zicht heeft op de verkeerslichten in de bussluis, doordat dit zicht vaak verhinderd wordt door fietsers of andere verkeersdeelnemers.Het systeem houdt kennelijk de mogelijkheid open dat hij heeft kunnen begrijpen dat het groenlicht uitstralende verkeerslicht in de bussluis voor zijn bus op groen is gesprongen.

Op grond van het voorgaande mocht de chauffeur van de bus ervan uit gaan dat het verkeerslicht in de bussluis niet op rood zou springen en de verzinkbare paal niet omhoog zou komen, voordat hij die paal was gepasseerd. Nu dat wel is gebeurd, wordt geconcludeerd dat de inrichting van de bussluis ten tijde van het ongeval een gevaar opleverde voor personen en/of zaken. Dat gevaar werd ook niet ondervangen door de veiligheidslussen. De gemeente Zutphen heeft immers erkend dat deze er niet voor zorgen dat de verzinkbare paal weer tijdig naar beneden gaat, indien de bus met een snelheid van 20 á 25 kilometer per uur over de veiligheidslussen rijdt. Nu gesteld nog gebleken is dat genoemde snelheid van de bus aldaar niet is toegestaan of in dit geval ongepast was, konden de veiligheidslussen het hiervoor bedoelde gevaar niet voorkomen. Ook het plaatsen van het waarschuwingsbord met de onderborden is niet voldoende om te waarschuwen voor het gevaar, zoals het zich in dit geval heeft voorgedaan.

De conclusie is dat de gemeente Zutphen onvoldoende deugdelijke beveiligingsmaatregelen heeft getroffen die ervoor zorgen dat de veiligheid van personen en zaken gewaarborgd blijft, alsmede dat de weguitrusting ter hoogte van de bussluis niet voldeed aan de eisen die men in gegeven omstandigheden daaraan mocht stellen, waardoor een gevaar voor personen of zaken is ontstaan. Nu het gevaar zich heeft verwezenlijkt, acht de rechtbank de gemeente Zutphen in beginsel aansprakelijk voor de schade aan de bus op basis van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek. Het beroep op eigen schuld van de chauffeur wordt verworpen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 101
Burgerlijk Wetboek Boek 6 174
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2010/23
RAV 2010, 10
NJF 2010, 108

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 99741 / HA ZA 09-88

Vonnis van 14 oktober 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SYNTUS B.V.,

gevestigd te Doetinchem,

eiseres,

advocaat mr. F.J. van Benthem te Etten-Leur,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ZUTPHEN,

zetelend te Zutphen,

gedaagde,

advocaat mr. K. Teuben te ‘s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Syntus BV en de gemeente Zutphen genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 januari 2009

- de conclusie van antwoord met bijlagen

- de akte depot van producties van 12 mei 2009 van de gemeente Zutphen, inhoudende een DVD met een video-opname van de toedracht van het ongeval

- het tussenvonnis van 3 juni 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 9 september 2009 met bijlagen

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 13 augustus 2007 is een passagiersbus van Syntus BV (hierna: de bus) zwaar beschadigd geraakt, doordat bij een bussluis aan de Overwelving in de gemeente Zutphen (hierna: de bussluis) een in het wegdek verzinkbare paal omhoog kwam toen de bus de paal al zeer dicht genaderd was. De paal boorde zich in de bodem van de bus, waardoor de schade aan de bus is ontstaan.

2.2. Ongeveer 20 meter voor en na de bussluis, waarvan de verzinkbare paal onderdeel uitmaakt, bevindt zich in of onder het wegdek een detectorlus. Iedere bus heeft een detector, die er voor zorgt dat de bus wordt gedetecteerd als deze over de detectorlus rijdt. Die detectie leidt ertoe dat het verkeerslicht in de bussluis op groen springt en dat de verzinkbare paal naar beneden gaat, zodat de bus kan doorrijden. Als de bus vervolgens de detectielus aan de andere zijde van de bussluis passeert, springt eerst het verkeerslicht op rood en gaat daarna de verzinkbare paal weer omhoog. Als bij het uitrijden van de bussluis geen (goede) detectie plaatsvindt, springt het verkeerslicht in de bussluis na een aantal seconden vanzelf via oranje op rood en gaat de verzinkbare paal daarna vanzelf weer omhoog.

2.3. Op verzoek van Syntus BV heeft op 19 maart 2009 een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden bij deze rechtbank, waarbij drie getuigen zijn gehoord.

3. De vordering

3.1. Syntus BV vordert – na wijziging van haar eis - dat de rechtbank

- de gemeente Zutphen zal veroordelen tot schadevergoeding van EUR 58.477,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de gemeente Zutphen zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van EUR 1.785,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

- de gemeente Zutphen zal veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2. Syntus BV heeft ter onderbouwing van haar vordering – tegen de achtergrond van de vaststaande feiten – het navolgende aangevoerd.

3.2.1. De situatie bij de bussluis is gevaarlijk en onveilig. Toen de bus de detectorlus vóór de bussluis was gepasseerd, was het verkeerslicht in de bussluis groen. Toen de bus al zó dicht bij de paal was gekomen dat de chauffeur de paal niet meer kon zien, kwam de paal omhoog en boorde zich in de bodem van de bus.

3.2.2. Als de bus de paal al dicht genaderd is en/of zich binnen het gebied van de detectorlus bevindt, moet de paal niet omhoog kunnen komen. Indien dat wel mogelijk is, voldoet de weguitrusting niet aan de eisen die men in gegeven omstandigheden daaraan mag stellen. Hierbij is niet van belang of het verkeerslicht in de bussluis op rood of op groen staat. Bij een dusdanig gevaarlijk systeem als een verzinkbare paal, mag niet worden uitgegaan van de perfecte verkeersdeelnemer, die nimmer een rood licht over het hoofd ziet.

3.2.3. Bij de installatie van de bussluis is door de gemeente geen uitdrukkelijke schriftelijke instructie aan Syntus BV verstrekt. Wel is op 23 juni 2005 een ‘uitleg werking verzinkbare paal op de Overwelving’ (productie 7 bij de conclusie van antwoord) aan Syntus gestuurd.

3.2.4. De gemeente Zutphen is verantwoordelijk voor de juiste werking van de bussluis en is aansprakelijk voor de schade aan de bus op basis van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) nu de weguitrusting niet voldoet aan de eisen die men in gegeven omstandigheden daaraan mag stellen, waardoor een gevaar voor personen of zaken is ontstaan.

3.2.5. Er is geen ruimte voor eigen schuld van de buschauffeur, omdat de chauffeur in een zeer beperkte tijdspanne een complexe verkeersituatie, inclusief een zebrapad, moet overzien. Op de foto die in het geding is gebracht is duidelijk te zien dat de chauffeur, als hij over de eerste detectorlus rijdt niet altijd zicht heeft op de paal met het groene, oranje of rode licht. Dit zicht wordt vaak verhinderd door fietsers of andere verkeersdeelnemers.

Hij hoefde daarom geen rekening te houden met een niet goed werkende bussluis-installatie.

3.2.6. De schade aan de bus bedraagt EUR 47.685,00. Daarnaast wordt een schadebedrag ter zake van 99 stilstanddagen van de bus gevorderd van EUR 10.791,00. De bus was WA verzekerd. Daarom heeft de verzekeringsmaatschappij de onderhavige schade niet vergoed.

4. Het verweer

4.1. De gemeente Zutphen concludeert tot afwijzing van de vordering van Syntus BV, met veroordeling van Syntus BV in de kosten van het geding (daaronder begrepen de kosten van het voorlopig getuigenverhoor), en met verklaring dat de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad zal zijn en dat over die proceskostenveroordeling de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het in deze procedure te wijzen vonnis.

4.2. De gemeente Zutphen heeft ter onderbouwing van haar verweer het navolgende aangevoerd.

4.2.1. Het gaat om de bussluis in de Overwelving te Zutphen, die in 2002 is aangelegd in het kader van het verkeerscirculatieplan. Door getuige [naam1] in het Voorlopig Getuigenverhoor is verklaard dat een bus, die de bussluis wil passeren, volgens de gedragsregels eerst dient te stoppen in het presentatievak. Dat is het weggedeelte waar de detectielus zich bevindt. Een andere gedragsregel is dat bij groen licht maar één voertuig de bussluis mag passeren. Dit betekent dat bij het passeren van de sluis geen gebruik mag worden gemaakt van groen licht dat voor een voorgaand voertuig bestemd is. Deze inmeldprocedure is bij e-mail van 23 juni 2005 door de gemeente Zutphen nogmaals onder de aandacht van Syntus BV gebracht. Wanneer een bus het presentatievak nadert en het verkeerslicht al groen licht uitstraalt, dient de chauffeur zich te realiseren dat dit groene licht klaarblijkelijk voor een voorgaande bus bestemd was. Pas nadat de bus zelf de inmeldprocedure heeft doorlopen, mag hij de bussluis passeren.

4.2.2. Het is mogelijk dat een bus, na het uitrijden van de bussluis niet (goed) wordt gedetecteerd door de detectielus en het verkeerslicht in de bussluis op groen blijft staan. In een dergelijk geval zal na verloop van 30 seconden, nadat het voertuig de verzinkbare paal is gepasseerd, het verkeerslicht via oranje op rood springen. De heer [naam1], monteur bij de gemeente Zutphen heeft kort na het ongeval aan een medewerker van Syntus BV verteld dat er twee kleine busjes waren die bij de bussluis in de Overwelving niet (steeds) goed uitmeldden. Uit onderzoek van de gemeente Zutphen is gebleken dat de oorzaak van dit niet (goed) uitmelden niet ligt aan de inrichting van de bussluis, maar klaarblijkelijk in die busjes zelf is gelegen. Dit valt niet aan de gemeente Zutphen toe te rekenen.

4.2.3. Zowel uit de overgelegde videobeelden als uit de loggegevens van de bussluis blijkt dat de laatste bus - een klein busje – die vóór het ongeval de bussluis is gepasseerd zich klaarblijkelijk niet goed heeft uitgemeld en dat het verkeerslicht, nadat het busje de bussluis passeerde, nog ongeveer 30 seconden op groen is blijven staan. De chauffeur van de (grote) bus, die daarna kwam, is bij het zien van het groene licht meteen doorgereden, in plaats van voor het presentatievak te wachten tot het licht weer rood was geworden en zich vervolgens zelf in te melden. Voorts blijkt uit de videobeelden en de loggegevens dat 5 seconden voordat de (grote) bus de bussluis passeerde, het verkeerslicht in de bussluis op oranje sprong en dat 3 seconden voordat de grote bus de bussluis passeerde het verkeerslicht op rood ging. De bus is dus, in strijd met de geldende verkeersregels, de bussluis gepasseerd terwijl het verkeerslicht niet langer groen licht gaf.

4.2.4. De gemeente Zutphen erkent dat de bussluis een opstal is in de zin van artikel 6:174 lid 1 jo. lid 6 BW en dat de gemeente Zutphen beheerder is van deze opstal. Van een gebrek in de bussluis als bedoeld in artikel 6:174 BW is geen sprake.

Zij heeft voldaan aan haar verplichting om te zorgen voor een deugdelijke beveiliging door in de eerste plaats aan beide zijden van de bussluis is een waarschuwingsbord te plaatsen met het woord “gevaar” erop, met twee onderborden, een met de tekst “beweegbaar obstakel” en een pictogram waarmee het gevaar wordt geïllustreerd en een andere met de tekst “Bij groen 1 voertuig”.

In de tweede plaats geldt voor het passeren van de bussluis de vaste gedragsregel dat bij groen licht maar één voertuig de bussluis mag passeren.

Tot slot zijn aan beide zijden van de bussluis – dicht bij de verzinkbare paal - twee veiligheidslussen in of onder het wegdek geplaatst. Als deze worden geactiveerd door een voertuig terwijl de verzinkbare paal omhoog komt, gaat de paal opnieuw naar beneden. Dit kan enkele seconden duren. Nu de betrokken bus met een snelheid van 20 á 25 kilometer per uur op de bussluis is afgereden kon de paal niet tijdig omlaag komen. De lussen werken goed en liggen op de juiste plaats in het wegdek.

Ook het niet (goed) uitmelden van een busje levert geen als een gebrek in de zin van artikel 6:174 BW op, omdat het inherent is aan een bussluis dat zich dat – door welke oorzaak dan ook – kan voordoen. Zeker de professionele gebruiker van de bussluis, waartoe de onderhavige chauffeur van Syntus BV behoorde, dient hier op bedacht te zijn. Gelet op de ‘resettijd’ van 30 seconden op groen, levert dit geen ontoelaatbaar gevaarlijke situatie op.

4.2.5. Subsidiair, voor het geval de gemeente Zutphen in beginsel op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk wordt geacht voor het ongeval, is de gemeente Zutphen van mening dat zij geen vergoedingsplicht heeft, althans dat haar vergoedingsplicht op grond van artikel 6:101 BW moet worden verminderd. De gemeente Zutphen wijst er daarbij op dat de chauffeur van de bus twee fouten heeft gemaakt. Hij heeft namelijk in strijd met de geldende inmeldprocedure gebruik gemaakt van het groene licht dat voor het voorgaande kleine busje bestemd was. Daarnaast is hij de bussluis ingereden terwijl het verkeerslicht bij de sluis rood licht uitstraalde. Gelet op de snelheid van de bus van 20 á 25 kilometer per uur was stoppen in de 5 seconden van het oranje en rode verkeerslicht licht ook mogelijk geweest. Deze twee verkeersfouten van de chauffeur hebben de (gehele) schade aan de bus veroorzaakt.

4.2.6. Uit het door Syntus BV overgelegde schaderapport van ITEB lijkt te moeten worden afgeleid dat Syntus BV voor de schade aan de bus casco verzekerd is bij Allianz Nederland. Indien de schade reeds door een verzekeraar van Syntus BV vergoed is, kan Syntus BV daarvan zelf geen vergoeding meer vorderen.

De aanvankelijk gevorderde kosten van 55 dagen stilstand worden betwist met de opmerking dat in het schaderapport van ITEB op bladzijde 1 een reparatieduur van ‘55’ (dagen) wordt vermeld, maar op de volgende bladzijde een reparatieduur van ‘30’ staat.

Bij de comparitie van partijen wordt betwist dat het reëel is dat er 99 stilstanddagen zijn geweest, omdat het rapport al op 6 december 2007 gereed was en de reparatie al op 20 november 2007.

De verschuldigdheid van de wettelijke rente vanaf de 13 augustus 2007, de datum van het ongeval, wordt betwist omdat die rente pas gaat lopen vanaf het moment dat Syntus BV deze kosten daadwerkelijk verschuldigd is geworden.

Tot slot wordt ook de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten betwist.

5. De beoordeling

5.1. In geschil is of de bussluis aan de Overwelving te Zutphen voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oproept in de zin van artikel 6:174 BW. In het algemeen rust op de gemeente, die moet zorgen dat een openbare weg in goede staat verkeert, de plicht ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen niet in gevaar brengt. Hieruit vloeit voort dat, wanneer de gemeente ter fysieke ondersteuning van verkeersmaatregelen een weg zodanig inricht dat deze zonder beveiligingsmaatregelen gevaar oplevert voor personen en zaken, zij door deugdelijke beveiligingsmaatregelen ervoor zorg dient te dragen dat de veiligheid van personen en zaken voldoende gewaarborgd blijft.

5.2. In het onderhavige geval stelt de gemeente Zutphen dat zij - ter beveiliging van de bussluis - een duidelijk waarschuwingsbord heeft geplaatst, dat aan beide zijden van de bussluis - dicht bij de verzinkbare paal - twee veiligheidslussen in of onder het wegdek zijn geplaatst en dat zij de gedragsregel, dat bij groen licht maar één voertuig de bussluis mag passeren, schriftelijk onder de aandacht van Syntus BV heeft gebracht.

5.3. Syntus BV heeft niet betwist dat de gemeente Zutphen de gedragsregel, dat bij groen licht maar één voertuig de bussluis mag passeren, onder haar aandacht heeft gebracht. De stelling van Syntus BV is dat het verkeerslicht groen was toen de bus de eerste detectorlus was gepasseerd. De gemeente Zutphen heeft dat niet betwist. De vraag is dan of de buschauffeur had kunnen weten dat het groene licht in dit geval niet voor hem bestemd was, maar nog groen was vanwege een eerder gepasseerde (kleine) bus. Gesteld noch gebleken is dat de buschauffeur de eerder gepasseerde bus heeft kunnen zien. Uit de door de gemeente Zutphen overgelegde videogegevens respectievelijk loggegevens blijkt dat het verkeerslicht 35 respectievelijk 33 seconden op groen heeft gestaan nadat de (kleine) bus de bussluis was gepasseerd. Dat maakt het ook niet aannemelijk dat de chauffeur van de (grote) bus de eerder gepasseerde (kleine) bus nog heeft kunnen zien, zodat de rechtbank daarvan uit gaat. Hieruit volgt dat de buschauffeur alleen had kunnen weten dat het groene licht in dit geval niet voor hem bestemd was, als hij was gestopt in het presentatievak en vervolgens gewacht had tot het verkeerslicht op rood stond en vervolgens op groen sprong, vóór dat hij was doorgereden. De stelling van de gemeente Zutphen dat een bus die de bussluis wil passeren - volgens een andere gedragsregel – altijd eerst dient te stoppen in het presentatievak, is echter bij de comparitie van partijen door haarzelf weersproken. [naam2] heeft immers bij die comparitie namens de gemeente Zutphen verklaard:“Het klopt dat bij die instructies niet is gesteld dat de bus in het presentatievak moest stoppen”. Het staat ook niet vermeld in de door de gemeente Zutphen overgelegde e-mail van 23 juni 2005. Daarom wordt aangenomen dat de gemeente Zutphen in haar instructies aan (de chauffeurs van) Syntus BV niet heeft laten weten dat steeds in het presentatievak gestopt moest worden, alvorens door te rijden naar de bussluis.

Dit betekent dat de chauffeur van de bus - al rijdende - op de verkeerslichten in de bussluis moest letten, terwijl hij in die periode ook een complexe verkeersituatie, inclusief een zebrapad, moest overzien, zoals door Syntus BV onbetwist is verklaard bij de comparitie van partijen. Daar komt nog bij dat op de door de gemeente Zutphen overgelegde foto (productie 6 bij conclusie van antwoord) duidelijk te zien is dat de chauffeur vanaf het presentatievak niet altijd zicht heeft op de verkeerslichten in de bussluis, doordat dit zicht vaak verhinderd wordt door fietsers of andere verkeersdeelnemers.

Daarom staat niet vast dat de chauffeur van de bus heeft kunnen weten dat het groene licht in dit geval niet voor hem bestemd was. Het systeem houdt kennelijk de mogelijkheid open dat hij bij het passeren van de eerste detectielus heeft kunnen begrijpen dat het dan groenlicht uitstralende verkeerslicht in de bussluis voor zijn bus op groen is gesprongen. Voorts is gesteld noch gebleken dat de gemeente Zutphen vóór het ongeval aan Syntus BV heeft laten weten dat (kleine) bussen na het uitrijden van de bussluis niet altijd (goed) wordt gedetecteerd door de detectielus. De gesprekken met Syntus BV daarover hebben, blijkens de overgelegde verslagen ervan, alle plaatsgevonden nà het ongeval. De chauffeur van de bus behoefde daar dus geen rekening mee te houden.

5.4. Op grond van het voorgaande mocht de chauffeur van de bus ervan uit gaan dat het verkeerslicht in de bussluis niet op rood zou springen en de verzinkbare paal niet omhoog zou komen, voordat hij die paal was gepasseerd. Nu dat wel is gebeurd, wordt geconcludeerd dat de inrichting van de bussluis ten tijde van het ongeval een gevaar opleverde voor personen en/of zaken. Dat gevaar werd ook niet ondervangen door de veiligheidslussen. De gemeente Zutphen heeft immers erkend dat deze er niet voor zorgen dat de verzinkbare paal weer tijdig naar beneden gaat, indien de bus met een snelheid van 20 á 25 kilometer per uur over de veiligheidslussen rijdt. Nu gesteld nog gebleken is dat genoemde snelheid van de bus aldaar niet is toegestaan of in dit geval ongepast was, konden de veiligheidslussen het hiervoor bedoelde gevaar niet voorkomen. Ook het plaatsen van het waarschuwingsbord met de onderborden is niet voldoende om te waarschuwen voor het gevaar, zoals het zich in dit geval heeft voorgedaan.

5.5. Aangezien de gemeente Zutphen verantwoordelijk is voor de inrichting van de bussluis, is de rechtbank op bovenstaande gronden van oordeel dat de gemeente Zutphen onvoldoende deugdelijke beveiligingsmaatregelen heeft getroffen die ervoor zorgen dat de veiligheid van personen en zaken gewaarborgd blijft, alsmede dat de weguitrusting ter hoogte van de bussluis niet voldeed aan de eisen die men in gegeven omstandigheden daaraan mocht stellen, waardoor een gevaar voor personen of zaken is ontstaan. Nu het gevaar zich heeft verwezenlijkt, acht de rechtbank de gemeente Zutphen in beginsel aansprakelijk voor de schade aan de bus op basis van artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek.

De stelling van de gemeente Zutphen, dat de oorzaak van het niet (goed) uitmelden door de (kleine) bussen niet ligt aan de inrichting van de bussluis maar in die busjes zelf is gelegen, maakt dat niet anders. Of die stelling juist is, wordt overigens betwijfeld gelet op de in productie 6 van Syntus BV overgelegde gesprekverslagen, waarin wordt gesproken over een keuze voor detectie op lengte. Daargelaten of de stelling juist is, blijft de gemeente Zutphen ook in dat geval verantwoordelijk voor de werking van de bussluis en had zij maatregelen moeten treffen om het in dit geval ontstane gevaar te voorkomen door bijvoorbeeld de (kleine) bussen de doorgang te verbieden of de gevolgen van het niet (goed) uitmelden zodanig te beïnvloeden dat er geen gevaar meer door zou kunnen ontstaan. De gemeente Zutphen was immers op de hoogte van het niet steeds (goed) uitmelden door de (kleine) bussen.

5.6. Voorts heeft de gemeente een beroep gedaan op de eigen schuld van de buschauffeur vanwege strijd met de geldende inmeldprocedure en het door een rood verkeerslicht rijden. Zoals hiervoor onder 5.3 is overwogen, is een strijdigheid met de inmeldprocedure - door niet te stoppen in het presentatievak - niet vast komen te staan. Ten aanzien van het rijden door rood licht wordt verwezen naar 5.4, waar overwogen wordt dat de chauffeur van de bus ervan uit mocht gaan dat het verkeerslicht in de bussluis niet op rood zou springen en de verzinkbare paal niet omhoog zou komen, voordat de bus die paal was gepasseerd. Ook hierbij acht de rechtbank van belang dat de chauffeur van de bus

- al rijdende - op de verkeerslichten in de bussluis moest letten, terwijl hij in die periode ook een complexe verkeerssituatie, inclusief een zebrapad, moest overzien, alsmede dat niet vast staat dat de chauffeur altijd zicht had op de verkeerslichten in de bussluis, doordat dit zicht vaak verhinderd wordt door fietsers of andere verkeersdeelnemers. Onder die omstandigheden kan aan de chauffeur niet worden verweten dat hij niet heeft opgemerkt dat het verkeerslicht zeer kort voor het passeren van de bussluis op oranje en rood is gesprongen. Het beroep op eigen schuld van de chauffeur wordt daarom verworpen.

5.7. Ter zake van de gevorderde schadevergoeding heeft de gemeente Zutphen erop gewezen dat uit het door Syntus BV overgelegde schaderapport van ITEB lijkt te moeten worden afgeleid dat Syntus BV voor de schade aan de bus Casco verzekerd is. Bij de comparitie van partijen is namens Syntus BV verklaard dat de bus WA was verzekerd en dat de verzekeringsmaatschappij daarom de onderhavige schade niet heeft vergoed. De rechtbank constateert dat in het overgelegde schaderapport van ITEB op bladzijde 1 onder meer staat vermeld: ”Dekking/Branche: Casco”. Nu dit niet te rijmen valt met voornoemde verklaring namens Syntus BV en de gemeente Zutphen de WA verzekering betwist, ligt het op de weg van Syntus BV om haar stelling op dit punt te bewijzen. Zij zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld.

5.8. De gevorderde schade wegens 55 stilstanddagen heeft de gemeente Zutphen aanvankelijk betwist door te wijzen op de verschillende vermeldingen van de reparatieduur in het schaderapport van ITEB. Nadat vervolgens Syntus BV ten behoeve van de comparitie van partijen een productie had overgelegd waarin wordt gesteld dat de bus op 20 november 2007 weer inzetbaar was, is namens de gemeente Zutphen bij die comparitie verklaard dat zij betwist dat het reëel is dat er 99 stilstanddagen zijn geweest, omdat het rapport al op 6 december 2007 gereed was en de reparatie al op 20 november 2007. De rechtbank leidt hieruit af dat de gemeente Zutphen, met haar erkenning dat de reparatie op 20 november 2007 gereed was, niet langer betwist dat er 99 stilstanddagen zijn geweest. Een berekening van het aantal dagen van 13 augustus 2007 tot en met 19 november 2007 levert immers 99 dagen op.

5.9. Ter zake van de wettelijke rente heeft de gemeente Zutphen betwist dat die verschuldigd is vanaf de 13 augustus 2007, de datum van het ongeval. Nu gesteld noch gebleken is dat Syntus BV op die datum die kosten al daadwerkelijk heeft moeten voldoen, is dit verweer terecht opgeworpen. Om die reden zal Syntus BV in de gelegenheid gesteld worden om bewijsstukken in het geding te brengen, waaruit blijkt op welk moment Syntus BV het gevorderde schadebedrag daadwerkelijk heeft voldaan.

5.10. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. draagt Syntus BV op te bewijzen dat de bus WA was verzekerd en dat de verzekeringsmaatschappij daarom de onderhavige schade niet heeft vergoed,

6.2. stelt Syntus BV in de gelegenheid om bewijs(stukken) in het geding te brengen, waaruit blijkt op welk moment Syntus BV het gevorderde schadebedrag daadwerkelijk heeft voldaan,

6.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 oktober 2009 voor uitlating door Syntus BV of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

6.4. bepaalt dat Syntus BV, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

6.5. bepaalt dat Syntus BV, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden december 2009 tot en met februari 2010 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

6.6. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. H.C.M. Boon in het gerechtsgebouw te Zutphen aan de Martinetsingel 2,

6.7. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

6.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.M. Boon en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2009.?