Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK3939

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-11-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
06/460297-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heropent het onderzoek teneinde geïnformeerd te worden over de mogelijkheid van een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460297-09

Tussenvonnis d.d.: 20 november 2009

Tegenspraak / dip

TUSSENVONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1970],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het psychisch penitentiair centrum te Amsterdam.

Raadsman: mr. P.P. Verdoorn te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 6 november 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 juli 2009 in (de gemeente) Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer A], brigadier van politie (team binnenstad) van het leven te beroven, met dat opzet met een (houten) stok, althans met een hard voorwerp, een of meermalen in de richting van het hoofd van voornoemde [slachtoffer A] heeft geslagen/uitgehaald en/of voornoemde [slachtoffer A] (met de vuist) met kracht in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 30 juli 2009 in (de gemeente) Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A], brigadier van politie (team binnenstad), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een (houten) stok, althans met een hard voorwerp, een of meermalen in de richting van het hoofd van voornoemde [slachtoffer A] heeft geslagen/uitgehaald en/of voornoemde [slachtoffer A]

(met de vuist) met kracht in/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 juli 2009 in (de gemeente) Apeldoorn een persoon genaamd

[slachtoffer B], agente van politie (team binnenstad), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een of meermalen met een (houten) stok, althans met een hard voorwerp, in de richting van voornoemde [slachtoffer B] gezwaaid/gemaaid en/of geslagen/uitgehaald;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 29 juli 2009 te Apeldoorn [slachtoffer C], psychiater bij GG-net, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte:

- opzettelijk dreigend tegen voornoemde [slachtoffer C] gezegd dat hij geen medicatie wilde en dat hij zou gaan vechten als hij gedwongen zou worden en dat de politie er dan maar bij gehaald moest worden, maar dat hij dan ook zou gaan vechten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- voornoemde [slachtoffer C] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "ik kom ooit uit het ziekenhuis, dan kom ik terug en dan kunnen er doden vallen",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, waarbij verdachte voornoemde

[slachtoffer C] indringend aankeek;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 30 juli 2009 in (de gemeente) Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles (witte) wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (de winkel) [naam] BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Heropening onderzoek

1. Naar het voorlopige oordeel van de rechtbank kan terzake van het ten laste gelegde tot enige veroordeling worden gekomen. Onder de beraadslaging is de rechtbank echter gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. Zij acht het daarom noodzakelijk dat nader onderzoek plaatsvindt. Daartoe wordt het volgende in aanmerking genomen.

2. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft zij gevorderd de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege aan verdachte op te leggen.

3. De raadsman heeft ter terechtzitting – indien tot enige bewezenverklaring wordt gekomen – bepleit aan verdachte naast een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden op te leggen, waarbij de rechtbank de voorwaarden kan opstellen die zij noodzakelijk acht. De rechtbank begrijpt dit verweer als: de terbeschikkingstelling met voorwaarden, als bedoeld in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht.

4. De rechtbank neemt bij haar beslissing om het onderzoek te heropenen onder meer het naar de persoon van verdachte verrichte multidisciplinaire onderzoek in aanmerking. Het resultaat van dit onderzoek is neergelegd in een psychologisch rapport, opgemaakt op

13 oktober 2009 door D. Breuker, GZ-psycholoog en een psychiatrisch rapport, opgemaakt op 30 september 2009 door drs. E.L.G. Heinsman-Carlier, psychiater. Zowel de psychiater als de psycholoog hebben geconcludeerd dat verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten verminderd tot sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De psychiater heeft in het kader van een eventuele strafoplegging opgemerkt dat, hoewel hij grote twijfels heeft bij de haalbaarheid van een mogelijke terbeschikking¬stelling met voorwaarden, niet uitgesloten kan worden dat verdachte na (herhaalde) toe¬diening van dwangmedicatie alsnog meer bereidheid toont tot het maken van afspraken. Afhankelijk van de mate van verdachtes respons op de medicatie zou mogelijk het beveiligingsniveau kunnen afzakken tot een niveau waarbinnen een terbeschikkingstelling met voorwaarden mogelijk zou zijn.

Voorts heeft de psychiater aangegeven, dat het echter waarschijnlijker is dat het vereiste beveiligingsniveau zodanig is dat uiteindelijk een terbeschikkingstelling met dwangver¬pleging de enige uitvoerbare optie zal zijn. Vanuit zorg en beveiliging heeft de psychiater de voorkeur voor een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Gezien de ernst van de stoornis met een neiging tot overschatting en gewelddadig uitageren en de grote kans op recidive indien verdachte niet wordt behandeld met antipsychotische medicatie, wordt geadviseerd om hem een behandeling op te leggen in het kader van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

5. De rechtbank overweegt dat uit het multidisciplinaire onderzoek naar voren komt dat de uitvoerbaarheid van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden niet uitgesloten kan worden en dat de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege mogelijk niet de enige uitvoerbare optie is. Gelet op het voorgaande, en rekening houdend met de ernst van het feitencomplex dat heeft geleid tot de verdenkingen, alsmede met de mededeling van de raadsman dat verdachte zich niet aan een behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden zal onttrekken, althans meer over medicatie zal nadenken, is de rechtbank van oordeel dat het voor een behoorlijke oordeelsvorming noodzakelijk is, dat het strafdossier wordt uitgebreid met een aanvullend (maatregel)rapport van de reclassering, waarin de rechtbank wordt geïnformeerd over de haalbaarheid van een terbeschikkingstelling met voorwaarden en indien dit haalbaar is, onder welke voorwaarden dit kan geschieden.

6. De rechtbank zal daartoe het onderzoek heropenen, vervolgens voor onbepaalde tijd schorsen – doch niet langer dan drie maanden – en de stukken in handen stellen van de officier van justitie ter fine als voormeld. In de omstandigheid dat het enige tijd zal vergen alvorens aan het doel waarvoor de huidige schorsing van het onderzoek is bevolen, beantwoord zal kunnen zijn en in het volle zittingsrooster van de rechtbank, ziet de rechtbank klemmende redenen om deze zaak langer dan één maand aan te houden.

Beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;

- stelt de uiterste termijn waarbinnen het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat op drie maanden;

- stelt de stukken in handen van de officier van justitie ter fine als voormeld;

- beveelt de oproeping van verdachte tegen de nader te bepalen terechtzitting en kennisgeving van die datum en het tijdstip aan de raadsman;

- beveelt de oproeping van de bij het op te maken rapport betrokken reclasseringsfunctionaris tegen de nader te bepalen terechtzitting.

Dit tussenvonnis is aldus gewezen door mr. Hödl, voorzitter, mrs. Gilhuis en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 november 2009.