Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK3274

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
06/532159-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurder van bedrijfsauto die door roekeloos rijden te Hattem een fietster heeft aangereden, die daarbij zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken boven- en onderbeen en een gebroken pols, heeft opgelopen, veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2010/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/532159-08

Uitspraak d.d.: 13 november 2009

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1980],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 oktober 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 november 2008 in de gemeente Hattem als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een

bedrijfsauto, daarmede rijdende over de weg, de Dorpsweg, althans enige weg,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden

immers heeft hij verdachte,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

gereden over de Dorpsweg in de richting van de Eierdijk en/of (daarbij) niet

voordurend zijn aandacht aan de weg en/of het verkeer besteed,

immers heeft hij, verdachte,

-terwijl hij aldaar reed, zijn mobiele telefoon gepakt, althans getracht te

pakken, terwijl deze in de asbak en/of op de grond van het voertuig lag, en/of

- (daarbij) naar rechts gestuurd richting de groenstrook -gelet op de

rijrichting van verdachte- gelegen aan de rechterzijde van de Dorpsweg en/of

-zich er niet van vergewist dat mevrouw [slachtoffer] op de Dorpsweg

(schuin) (rechts) voor hem, verdachte, in dezelfde richting fietste, en/of

-(daarbij) onvoldoende afstand gehouden van voornoemde mevrouw [slachtoffer],

en/of is hij, verdachte, niet in staat geweest zijn bedrijfsauto tot stilstand

te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien,

althans had moeten overzien, en waarover deze vrij was,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden

tussen de door hem, verdachte bestuurde, bedrijfsauto en/of de door mevrouw

[slachtoffer] bestuurde fiets

waardoor mevrouw [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten

-een gebroken bovenbeen en/of

-een gebroken onderbeen en/of

-een gebroken pols,

werd toegebracht,

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte

of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 17 november 2008 te Hattem als bestuurder van een voertuig

(bedrijfsauto), daarmee heeft gereden op de weg, De Dorpsweg, althans enige

weg,

waarbij hij, verdachte,

heeft gereden over de Dorpsweg in de richting van de Eierdijk en/of (daarbij)

niet voordurend zijn aandacht aan de weg en/of het verkeer besteed,

immers heeft hij, verdachte,

-terwijl hij aldaar reed, zijn mobiele telefoon gepakt, althans getracht te

pakken, terwijl deze in de asbak en/of op de grond van het voertuig lag, en/of

- (daarbij) naar rechts gestuurd richting de groenstrook -gelet op de

rijrichting van verdachte- gelegen aan de rechterzijde van de Dorpsweg en/of

-zich er niet van vergewist dat mevrouw [slachtoffer] op de Dorpsweg

(schuin) (rechts) voor hem, verdachte, in dezelfde richting fietste, en/of

-(daarbij) onvoldoende afstand gehouden van voornoemde mevrouw [slachtoffer],

en/of is hij, verdachte, niet in staat geweest zijn bedrijfsauto tot stilstand

te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien,

althans had moeten overzien, en waarover deze vrij was,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden

tussen de door hem, verdachte bestuurde, bedrijfsauto en/of de door mevrouw

[slachtoffer] bestuurde fiets,

waarbij mevrouw [slachtoffer] letsel heeft bekomen, te weten:

-een gebroken bovenbeen en/of

-een gebroken onderbeen en/of

-een gebroken pols,

en/of schade heeft geleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten

Op 17 november 2009 heeft een aanrijding plaatsgevonden op de Dorpsstraat te Hattem, waarbij een fietser door een motorrijtuig werd aangereden. Dit gebeuren is waargenomen een getuige.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van primair ten laste gelegde feit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat voor dit feit de volgende bewijsmiddelen voorhanden zijn:

De verklaring van getuige [getuige], de verklaring van verdachte, de aangifte en de medische informatie.

C. Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden gelet op de bekennende verklaring van verdachte2, de verklaring van getuige [getuige]3, de aangifte door mevrouw [slachtoffer]4 en de medische informatie5.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 17 november 2008 in de gemeente Hattem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een bedrijfsauto, daarmede rijdende over de weg, de Dorpsweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden, immers heeft hij verdachte, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend, gereden over de Dorpsweg in de richting van de Eierdijk en daarbij niet voordurend zijn aandacht aan de weg en het verkeer besteed, immers heeft hij, verdachte,

- terwijl hij aldaar reed, zijn mobiele telefoon gepakt, althans getracht te

pakken, terwijl deze op de grond van het voertuig lag, en

- daarbij naar rechts gestuurd richting de groenstrook -gelet op de rijrichting van verdachte- gelegen aan de rechterzijde van de Dorpsweg en

-zich er niet van vergewist dat mevrouw [slachtoffer] op de Dorpsweg (schuin) (rechts) voor hem, verdachte, in dezelfde richting fietste, en

-daarbij onvoldoende afstand gehouden van voornoemde mevrouw [slachtoffer],

en is hij, verdachte, niet in staat geweest zijn bedrijfsauto tot stilstand

te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien,

althans had moeten overzien, en waarover deze vrij was, waardoor een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de door hem, verdachte bestuurde, bedrijfsauto en de door mevrouw

[slachtoffer] bestuurde fiets, waardoor mevrouw [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten

-een gebroken bovenbeen en

-een gebroken onderbeen en

-een gebroken pols,

werd toegebracht.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Overtreding van artikel 6 WVW 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 maanden.

2. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het is aan verdachte te wijten dat een ongeval heeft plaatsgevonden, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft ondervonden. Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer nog altijd, een jaar na dato, de gevolgen hiervan ondervindt. Verdachte had veel beter moeten opletten en zich moeten realiseren wat de consequenties voor het slachtoffer zouden kunnen zijn. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen enkele moeite heeft genomen om contact op te nemen met het slachtoffer, teneinde zijn excuses aan te bieden en te informeren hoe het met haar gaat. Verdachte bagatelliseert het door hem gepleegde strafbare feit en lijkt meer in te zitten over de negatieve gevolgen voor hemzelf dan over de consequenties die het slachtoffer als gevolg van zijn handelen heeft ondervonden en nog altijd ondervindt.

3. De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met het rapport van de reclassering Zutphen d.d. 22 oktober 2009, waarin wordt geadviseerd de zaak strafrechtelijk af te doen zonder oplegging van reclasseringscontact.

4. Gelet op de ernst van het feit en de houding van verdachte zal de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, aan verdachte een werkstraf, alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op de artikelen 6 en 179 van de WVW 1994.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Overtreding van artikel 6 WVW 1994.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 50 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;

* Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.

Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 november 2009.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0618/08-209472, Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, District Noord-West Veluwe, gesloten en ondertekend op 28 november 2008.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 24

3 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige], p. 20

4 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer], p. 22-23

5 Medische informatie betreffende mevrouw [slachtoffer], p. 19