Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK3209

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
06/850226-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een verdachte overeenkomstig de eis van de officier van justitie veroordeeld tot één maand gevangenistraf voorwaardelijk voor het uit winstbejag behulpzaam zijn bij illegaal verblijf in Nederland. De raadsman van verdachte had als verweer gevoerd dat er geen sprake is geweest van winstbejag. De rechtbank is van oordeel dat daar wel sprake van is geweest. Vanuit strafrechtelijk oogpunt is al sprake van winstbejag als gestreefd wordt naar een voor betrokkene economisch gunstiger toestand dan waarin deze bij het achterwege laten van de gewraakte handeling zou verkeren. Dat voordeel behoeft niet te zijn verwezenlijkt. Evenmin is noodzakelijk dat degene die behulpzaam is dan wel gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft rechtstreeks voordeel geniet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daadwerkelijk fincieel voordeel genoten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850226-08

Uitspraak d.d.: 11 november 2009

Tegenspraak/dip

Na verwijzing: verschenen/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1978],

wonende te [adres, plaats].

Raadsman: mr. S.B. Kleerekooper te Hoenderloo

Onderzoek van de zaak

De politierechter heeft de zaak ter terechtzitting van 6 juli 2009 in verband met de aard en de complexiteit van de zaak verwezen naar de meervoudige kamer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 oktober 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij

in of omstreeks de periode van 08 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008,

te Hasselt en/of in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

een ander, te weten [slachtoffer] uit winstbejag, behulpzaam is

geweest bij het verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere

lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat

die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen

Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht,

tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag

tegen transnationale georganiseerde misdaad, dan wel die [slachtoffer] daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of krachtens

overeenkomst of aanstelling arbeid heeft/hebben doen verrichten, terwijl hij,

verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf

wederrechtelijk was,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachte's mededader -zakelijk

weergegeven-

- het ticket voor de reis van Brazilië naar Nederland voor die [slachtoffer]

betaald en/of

- die [slachtoffer] opgehaald van het vliegveld en/of

- die [slachtoffer] onderdak en/of huisvesting verschaft, althans opgenomen in

een woning (in Hasselt en/of Apeldoorn) en/of

- lingerie en/of werkkleding met en/of voor die [slachtoffer] uitgezocht en/of

betaald en/of

- een of meer foto's voor advertenties op internet van die [slachtoffer] heeft

gemaakt en/of

- een of meer advertenties geplaatst op internet en/of in kranten voor escort

met daarbij vermeld een telefoonnummer en/of

- als er klanten een meisje bestelden, (telefonisch) inlichtingen verschaft

en/of laten verschaffen aan (de) klant(en) en/of

- als de klant een meisje bestelde het adres van die klant genoteerd en/of

gecontroleerd en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] vervoerd van en naar de klant(en) en/of

- voor condooms en/of sponzen gezorgd en/of

- met het door [slachtoffer] verdiende geld de huur betaald en/of levensmiddelen

gekocht, althans gebruikt voor levensonderhoud en/of

-(telkens) geld voor die [slachtoffer], via Western Union, overgemaakt naar

Brazilië;

art 197a lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 197a lid 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 08 oktober 2007

tot en met 31 maart 2008, te Apeldoorn en/of te Hasselt, althans in Nederland,

een ander, te weten [slachtoffer], die zich wederrechtelijk toegang

tot of verblijf in Nederland had verschaft, krachtens overeenkomst of

aanstelling arbeid, in de prostitutie en/of escortbranche, heeft doen

verrichten, terwijl hij, verdachte wist, althans ernstige redenen had om te

vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was;

art 197b Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van de zaak

Op 31 maart 2008 is [slachtoffer] aangehouden en verhoord op verdenking van het plegen van een strafbaar feit. Uit die verhoren kwam naar voren dat zij mogelijk slachtoffer was van mensensmokkel. Zij heeft hiervan aangifte gedaan en de politie is een onderzoek gestart naar verdachte en twee andere personen, te weten [naam A] en [naam B], eigenaren van een escortbureau. Verdachte is naar aanleiding van dit onderzoek op 30 juni 2008 aangehouden.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Hij heeft dit gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer] en de verklaring van verdachte. Verdachte heeft het ticket voor [slachtoffer] betaald voor de reis naar Nederland, heeft haar onderdak geboden en heeft een sturende rol gehad bij het verrichten van de werkzaamheden door [slachtoffer]. Hij had belang bij de verdiensten van [slachtoffer] aangezien hij zelf schulden had. Verdachte heeft ook winstbejag gehad nu hij daadwerkelijk financieel voordeel heeft genoten.

Standpunt van de verdachte, de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het dossier op zich voldoende bestanddelen bevat om technisch tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te komen.

De raadsman is van mening dat verdachte wel bemoeienis heeft gehad met de komst van [slachtoffer] naar Nederland en vervolgens met haar werk in de prostitutie. Er is echter geen sprake geweest van een gezagsverhouding en van een sturende rol door verdachte. De drijfveer van verdachte was niet winstbejag, eigen financieel gewin, maar het kunnen overboeken van geld naar Brazilië ten behoeve van de kinderen van [slachtoffer]. Uit het dossier blijkt niet dat er sprake is geweest van veel verdiensten. Er zijn wel situaties geweest waarin verdachte geld van [slachtoffer] heeft aangenomen, maar dat heeft hij op een later moment telkens aan haar terugbetaald.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om personen als verdachte te straffen, die zuiver uit humanitaire overwegingen handelen. Dit is een rechtvaardigingsgrond om buiten het bereik van het strafrecht te blijven.

Beoordeling door de rechtbank

Aan de verdachte is, kort samengevat, ten laste gelegd dat hij [slachtoffer] uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het verschaffen van verblijf in Nederland dan wel die [slachtoffer] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij wist dat haar verblijf in Nederland wederrechtelijk was. De behulpzaamheid dan wel de gelegenheid, middelen of inlichtingen die hij daartoe heeft verschaft staan in twaalf gedachtestreepjes uitgeschreven en zijn gebaseerd op de aangifte en de verklaringen die [slachtoffer] heeft afgelegd.2

De rechtbank heeft aan de hand van de verklaring die de verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd vastgesteld dat verdachte erkent hetgeen in de tenlastelegging feitelijk staat omschreven, met uitzondering van het tiende en elfde gedachtestreepje.

Over hetgeen onder het tiende gedachtestreepje staat vermeld heeft verdachte een ontkennende verklaring afgelegd.

Ten aanzien van hetgeen onder het elfde gedachtestreepje staat vermeld, de feitelijke uitwerking van het winstbejag, heeft verdachte verklaard dat er van het door [slachtoffer] verdiende geld wel eens zijn huur, zijn rekeningen en levensmiddelen zijn betaald, maar dat hij dat weer aan haar terug heeft betaald. Verdachte ontkent dat er sprake is geweest van eigen financieel gewin.

Het is voor de strafbaarheid noodzakelijk dat de hulp voor het verblijf in Nederland is ingegeven uit winstbejag. Vanuit strafrechtelijk oogpunt is al sprake van winstbejag als gestreefd wordt naar een voor betrokkene economisch gunstiger toestand dan waarin deze bij het achterwege laten van de gewraakte handeling zou verkeren. Dat voordeel behoeft niet te zijn verwezenlijkt. Evenmin is noodzakelijk dat degene die behulpzaam is dan wel gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft rechtstreeks voordeel geniet.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daadwerkelijk voordeel genoten. Dat blijkt uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting. Hij heeft verklaard dat hij geld dat [slachtoffer] verdiende heeft overgemaakt naar Brazilië, maar dat haar verdiensten ook wel werden gebruikt in het geval hij financieel tekort kwam. [slachtoffer] heeft verklaard3 dat zij en verdachte samen beslisten over wat zij met het door haar verdiende geld gingen doen en dat haar verdiensten ook werden gebruikt voor het betalen van rekeningen van verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit, als hierna in de bewezenverklaring is omschreven, heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 8 oktober 2007 tot en met 31 maart 2008 in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer], uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het verschaffen van verblijf in Nederland, dan wel die [slachtoffer] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte wist dat het verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft verdachte - zakelijk weergegeven -

- het ticket voor de reis van Brazilië naar Nederland voor die [slachtoffer] betaald en

- die [slachtoffer] opgehaald van het vliegveld en

- die [slachtoffer] onderdak en/of huisvesting verschaft in Hasselt en/of Apeldoorn en

- lingerie en werkkleding met en voor die [slachtoffer] uitgezocht en betaald en

- foto's voor advertenties op internet van die [slachtoffer] heeft gemaakt en

- advertenties geplaatst op internet en in kranten voor escort met daarbij vermeld een

telefoonnummer en

- als er klanten een meisje bestelden, (telefonisch) inlichtingen verschaft aan de klanten en

- als de klant een meisje bestelde het adres van die klant genoteerd en gecontroleerd en

- vervolgens die [slachtoffer] vervoerd van en naar de klant(en) en

- met het door [slachtoffer] verdiende geld de huur betaald en levensmiddelen

gekocht en

- geld voor die [slachtoffer], via Western Union, overgemaakt naar Brazilië.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Primair: het een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat hij bij zijn eis rekening heeft gehouden dat verdachte niet alleen uit winstbejag heeft gehandeld, maar dat hij ook uit liefde voor [slachtoffer] heeft gehandeld. Ook heeft de officier van justitie er rekening mee gehouden dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De raadsman heeft aangevoerd dat, indien de rechtbank zou komen tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, de eis van de officier van justitie redelijk is en dat hij zich daar niet tegen verzetten zal.

Bij de bepaling van de op te leggen straf zijn door de rechtbank in aanmerking genomen de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft door zijn handelen bewust bijgedragen aan het in stand houden van illegaal verblijf in Nederland, waarmee hij het overheidsbeleid inzake bestrijding daarvan heeft doorkruist. Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet alleen uit winstbejag, maar ook uit liefde voor [slachtoffer] heeft gehandeld.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het uittreksel uit het justitieel documentatieregister, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van misdrijven.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of ander is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Primair: het een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van

verblijf in Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen,

terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Van der Hooft en Vos, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 november 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 08-207828, gesloten en ondertekend 17 oktober 2008.

2 Proces-verbaal van aangifte en processen-verbaal van verhoor van [slachtoffer], pag. 125-164

3 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer], pag. 146-147