Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK2785

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-11-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
106579 - KG ZA 09-318
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbestedingszaak. RAZ vordert dat de gemeenten wordt verboden uitvoering te geven aan het voornemen om de opdracht niet aan RAZ te gunnen en dat de gemeenten wordt geboden alsnog haar inschrijving te beoordelen.

RAZ heeft bij haar inschrijving een voorbeeld-zorgovereenkomst gevoegd, die bepalingen bevat die afwijken van het in het bestek voorgeschreven model. Het gaat om voorwaarden waaronder de zorg zal worden verleend en dus om de kern van de dienstverlening. Op het toevoegen van of verwijzen naar algemene voorwaarden van de inschrijver staat de sanctie van ongeldigheid van de inschrijving, aangezien dan aangenomen mag worden dat de inschrijver niet akkoord is met de voorwaarden en bepalingen van de concept raamovereenkomst. Voor de gemeenten bestond geen verplichting om RAZ de gelegenheid te bieden het verzuim te herstellen.

RAZ heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gemeenten haar ten onrechte hebben uitgesloten van (verdere) deelname aan de aanbestedingsprocedure. De vorderingen van RAZ worden afgewezen.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2009/143

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 106579 / KG ZA 09-318

Vonnis in kort geding van 10 november 2009

in de zaak van

de stichting STICHTING RESIDENTIËLE EN AMBULANTE ZORG,

gevestigd te Schalkwijk, gemeente Houten,

eiseres,

advocaat mr. B. Braat te Utrecht,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE APELDOORN,

zetelend te Apeldoorn,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE EPE,

zetelend te Epe,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HEERDE,

zetelend te Heerde,

en

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon DE GEMEENTE OLST-WIJHE,

zetelend te Olst,

gedaagden,

advocaat mr. drs. H. van der Perk te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna RAZ en de gemeenten genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van RAZ,

- de pleitnota van de gemeenten.

2. De feiten

2.1. Op 4 juni 2009 zijn de gemeenten, samen met de gemeenten Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen een openbare Europese aanbestedingsprocedure gestart voor het aangaan van raamovereenkomsten voor huishoudelijke verzorging in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De opdracht is verdeeld in acht percelen, één voor elke gemeente. De aanbesteding moet leiden tot het sluiten van vier of vijf raamovereenkomsten, afhankelijk van de betreffende gemeente.

2.2. Op de aanbesteding is onder meer van toepassing het “Bestek verwerving van Huishoudelijke verzorging in het kader van de Wmo” (hierna: het bestek). In het bestek is onder meer het volgende bepaald:

“HOOFDSTUK 2. AANBESTEDINGSKADER

2.1. Aanbestedingsprocedure

(…)

Op deze aanbestedingsprocedure is van toepassing het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten van 16 juli 2005, hierna te noemen ‘het Bao’.

(…)

2.4 Algemene randvoorwaarden inschrijvingen

2.4.1. Uw inschrijving dient volledig te zijn. (…)

2.4.7. Door het indienen van een inschrijving bevestigt de inschrijver akkoord te gaan met de gehanteerde aanbestedingsprocedure, de uitgangspunten en bepalingen in dit bestek.

(…)

2.4.8. De gemeenten behouden zich het recht voor te allen tijde de verstrekte gegevens en verklaringen aan een nader onderzoek te onderwerpen en op juistheid te controleren, alsmede de opgegeven referenties te benaderen. Zijn één of meerdere gegevens of verklaringen onjuist dan leidt dit tot uitsluiting van verdere deelname.

(…)

HOOFDSTUK 3. BEOORDELING INSCHRIJVINGEN

(…)

3.3. Gunning

(…)

Gunning vindt per perceel plaats op basis van economisch meest voordelige inschrijving gelet op het volledig akkoord zijn met de concept Raamovereenkomst inclusief bijbehorende bijlagen A t/m G, conform de akkoordverklaring van Bijlage 4 van dit bestek. Indien uit de verklaring betreffende akkoord concept raamovereenkomst en uit zijn inschrijving blijkt dat inschrijver niet volledig akkoord is met de concept Raamovereenkomst, is inschrijver uitgesloten van verdere deelname en daarmee van gunning.

(…)

HOOFDSTUK 4. INHOUD INSCHRIJVING

Let op:

De inschrijving is gebaseerd op en moet voldoen aan de eisen van het bestek en daarvan deeluitmakende bijlagen, de concept raamovereenkomst en daarvan deeluitmakende bijlagen A t/m G en De Nota(’s) van inlichtingen.

Let op: Conform artikel 21.2. van de concept raamovereenkomst zijn de algemene leverings- en verkoopvoorwaarden en overige voorwaarden van inschrijver niet van toepassing. Toevoeging of verwijzing naar zulke voorwaarden vatten de gemeenten op als niet zonder voorbehoud akkoord zijn met de raamovereenkomst. In voorkomend geval kan inschrijver niet voor gunning in aanmerking komen en wordt de beoordeling van de inschrijver terstond afgebroken.

(…)”

2.3. In hoofdstuk 4 van het bestek is verder bepaald dat de inschrijving is samengesteld uit een aantal tabbladen, waarbij onder tabblad 3 een schriftelijke akkoordverklaring met de concept raamovereenkomst conform bijlage 4 van het bestek dient te worden gevoegd.

De onder tabblad 4 aan te bieden informatie is als volgt omschreven:

“Een toelichting hoe en op welke wijze bij het eerste contact op de woon-verblijfslocatie:

1. In overleg met de cliënt afspraken worden gemaakt m.b.t. de dag(en) en het tijdstip van uitvoeren van de werkzaamheden (Maximaal 1 pagina A-4 formaat).

2. In overleg met de cliënt de uit te voeren werkzaamheden worden afgestemd en vastgelegd in het plan van aanpak huishoudelijke verzorging (Maximaal 1 pagina A-4 formaat).

3. Ter beoordeling voegt de inschrijver een voorbeeld bij conform opzet en indeling van het daadwerkelijk in de praktijk te hanteren plan huishoudelijke verzorging (Zie Pve punt 2.2 t/m 2.4).

(…)”

2.4. Voorts houdt hoofdstuk 5 van het bestek onder meer het volgende in:

“(…)

5.5 Bij de inschrijving mogen geen andere van inschrijver afkomstige stukken zijn ingesloten.

(…)”

2.5. De concept raamovereenkomst is als bijlage 1 bij het bestek gevoegd. In artikel 21 van deze concept raamovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“21.1. Op elke Individuele Dienstverleningsopdracht en/of Uitvoeringsovereenkomst opdracht voortvloeiende uit deze Raamovereenkomst zijn de voorwaarden van toepassing zoals vastgelegd in deze Raamovereenkomst en de daarbij behorende Bijlagen.

21.2. De Algemene Leverings- en Verkoopvoorwaarden en overige voorwaarden van [NAAM OPDRACHTNEMER] zijn op deze Raamovereenkomst niet van toepassing en worden uitdrukkelijk van de hand gewezen.

(…)”

2.6. Het Programma van eisen (hierna: Pve) is als bijlage A bij de concept raamovereenkomst gevoegd. In het Pve is onder meer het volgende bepaald:

“(…)

1.1.1. Klantgerichtheid; werkplan huishoudelijke verzorging;

(…)

De aanbieder maakt met Clïënten duidelijke werkafspraken over de levering van de hulp, neergelegd in een werkplan huishoudelijke verzorging.

(…) Deze indicator omvat de volgende subthema’s:

- het werkplan huishoudelijke verzorging vertaalt de beschikking in concrete werkafspraken: welke hulp de Cliënt ontvangt , op welke dagen en tijdstippen, passend in zijn dag-/weekprogramma;

- het werkplan bevat tevens praktische afspraken, zoals over het omgaan met sleutels van Cliënten;

- het werkplan wordt in overleg met de Cliënt opgesteld;

- het werkplan wordt aan de Cliënt verstrekt en conform uitgevoerd;

- het werkplan beschrijft hoe en wanneer het in overleg met de Cliënt wordt geëvalueerd en bijgesteld.

(…)

2. Realiseren van Individuele Dienstverleningsopdrachten.

(…)

2.2. Opdrachtnemer draagt er zorg voor dat in het eerste contact op de woon- of verblijfslocatie van Cliënt binnen de kaders van de Individuele Dienstverleningsopdracht, afstemming plaatsvindt van de aard en uitvoer van de werkzaamheden, rekening houdend met behoeften en wensen van de Cliënt en zijn/haar eventuele partner c.q. mantelzorger.

2.3. De werkafspraken worden vastgelegd in een werkplan huishoudelijke verzorging (zie punt 1.1.1. van dit Pve).

2.4. Het werkplan huishoudelijke verzorging maakt als bijlage deel uit van de uitvoeringsovereenkomst (zie punt 3 van dit Pve). (…)”

2.7. RAZ heeft haar inschrijving tijdig ingediend. Haar inschrijving heeft betrekking op vier van de acht percelen. Onderdeel van de inschrijving is bijlage 3, “Akkoordverklaring concept raamovereenkomst”, waarin RAZ heeft verklaard:

“Hierbij verklaart ondergetekende zonder voorbehoud volledig akkoord te gaan met de bij opdracht toe te passen voorwaarden en bepalingen van de concept raamovereenkomst en bijbehorende bijlagen, conform Bijlage 1 van het bestek (…).”

2.8. Op grond van de in hoofdstuk 4 van het bestek onder tabblad 4 gevraagde informatie heeft RAZ de volgende informatie verstrekt:

“Vraag 4: Op welke wijze bij het eerste contact op de woon- verblijfslocatie in overleg met de cliënt:

1. afspraken worden gemaakt m.b.t. dag en tijdstip van uitvoeren van de werkzaamheden

2. dit wordt afgestemd en vastgelegd in het plan van aanpak huishoudelijke verzorging.

3. Ter beoordeling voegt inschrijver een voorbeeld bij van zijn in de praktijk te hanteren plan huishoudelijke verzorging.

Antwoord 4: De Service- en Zorgadviseur maakt telefonisch een afspraak met de cliënt voor een huisbezoek. De werkafspraken met de cliënt voor huishoudelijke verzorging worden tijdens dit huisbezoek besproken door de Service- en Zorgadviseur; zij vult ook het zorgdossier in. Daarin zijn onder andere opgenomen de persoonlijke gegevens van de ambulante cliënt. Tijdens het huisbezoek worden ook de voorkeursdagen en –tijdstippen besproken. Het zorgdossier ligt bij de cliënt thuis. De inhoudsopgave en enkel relevante pagina’s van het zorgdossier, plus het intakeformulier en enkele planningsschema’s en onze zorgovereenkomst treft u hierbij aan.”

RAZ heeft laatstgemelde stukken als bijlagen toegevoegd.

2.9. De door RAZ als bijlage toegevoegde zorgovereenkomst houdt onder het volgende in:

“OVEREENKOMST AMBULANTE SERVICE EN ZORG STICHTING RAZ

(…)

1) Zorgvrager = opdrachtnemer

(…)

13) Declaratie

De opdrachtnemer zal de door de opdrachtgever verschuldigde vergoeding vierwekelijks declareren door toezending van een gespecificeerde factuur. (…)

19) Tussentijdse opzegging

De opdrachtgever mag de overeenkomst te allen tijde tussentijds schriftelijk opzeggen. Er geldt dan een opzegtermijn van 1 maand. (…)”

2.10. Op 10 september 2009 hebben de gemeenten een brief gestuurd naar RAZ, waarin zij mededelen dat zij voornemens zijn de opdracht niet aan RAZ te gunnen. In de brief geven de gemeenten de volgende toelichting:

“(…) In het bestek “Hoofdstuk 4 Inhoud inschrijvingen”bij de 2e “Let op” dat “Conform artikel 21.2 van de concept raamovereenkomst zijn de algemene leverings- en verkoopvoorwaarden en overige voorwaarden van inschrijver niet van toepassing. Toevoeging of verwijzing naar zulke voorwaarden vatten de gemeenten op als niet zonder voorbehoud akkoord zijn met de raamovereenkomst. In voorkomend geval kan de inschrijver niet voor gunning in aanmerking komen en wordt de beoordeling van de inschrijver terstond afgebroken.”

Bij de controle van de inschrijving van Stichting Residentiële en Ambulante Zorg is bij Bijlage 4 van de inschrijving geconstateerd dat de Stichting voorwaarden toevoegt die niet in overeenstemming zijn met de raamovereenkomst en de daarvan deeluitmakende bijlagen.

• Wat moet zijn het voorbeeld van het daadwerkelijk in de praktijk te hanteren plan huishoudelijke verzorging is een zorgovereenkomst. Daarin is als voorwaarde gesteld dat de cliënt de opdrachtgever is, gelet op de tekst bij punt 1 van deze overeenkomst “zorgvrager = opdrachtgever”.

• Bij punt 13 is de voorwaarde gesteld dat de opdrachtgever 4 wekelijks een factuur ontvangt en vergoeding is verschuldigd. Gelet op punt 1 van de zorgovereenkomst is de cliënt de opdrachtgever.

• In punt 19 stelt de stichting als eigen voorwaarde een opzegtermijn van één maand.

Daarmee is Stichting Residentiële en Ambulante Zorg reeds hierom uitgesloten van verdere deelname aam de aanbestedingsprocedure en komt niet in aanmerking voor gunning van de opdracht.

(…)”

3. Het geschil

3.1. RAZ vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. de gemeenten zal verbieden gevolg te geven aan het door hun kenbaar gemaakte voornemen de opdracht niet aan RAZ te gunnen; en

2. de gemeenten zal gebieden de aanmelding van RAZ opnieuw, althans alsnog te beoordelen;

alles op straffe van een aan de gemeenten te verbeuren dwangsom van EUR 100.000,00 dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag voor iedere dag dat de gemeenten hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven;

alsmede de gemeenten zal veroordelen in de kosten van dit geding, daaronder begrepen de nakosten, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis zullen zijn voldaan, de gemeenten daarover zonder nadere sommatie wettelijke rente zullen zijn verschuldigd.

3.2. RAZ heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij ten onrechte is uitgesloten van de gunningsprocedure. RAZ heeft primair aangevoerd dat zij overeenkomstig alle voorgeschreven eisen en criteria heeft ingeschreven, zodat van ongeldigheid geen sprake kan zijn. RAZ heeft daartoe aangevoerd dat zij ongeclausuleerd heeft ingestemd met de bij het bestek gevoegde door de gemeenten voorgeschreven overeenkomst. Volgens RAZ heeft zij geen aanvullende voorwaarden gesteld door het overleggen van een voorbeeldovereenkomst. RAZ stelt dat zij deze overeenkomst enkel heeft bijgevoegd om te laten zien dat zij ervaring heeft met een werkplan huishoudelijke verzorging geïntegreerd in de uitvoeringsovereenkomst.

Subsidiair heeft RAZ aangevoerd dat als de gemeenten door het onverplicht meesturen van de overeenkomst zouden hebben geaarzeld of RAZ wellicht beoogde terug te komen op de instemming met de verplicht voorgeschreven uitvoeringsovereenkomst, zij daarover opheldering hadden moeten vragen bij RAZ. Dan was volgens RAZ duidelijk geworden dat zij overeenkomstig de inschrijvingsdocumenten had ingeschreven.

3.3. De gemeenten voeren verweer. Zij hebben aangevoerd dat de inschrijving van RAZ een viertal formele gebreken vertoont, op grond waarvan reeds geconcludeerd moet worden dat geen geldige inschrijving is gedaan.

De gemeenten hebben verder gesteld dat RAZ in strijd met de besteksvoorwaarden heeft gehandeld. RAZ heeft zich akkoord verklaard met alle regels en voorschriften en over het bestek en de voorwaarden heeft zij geen vragen gesteld. De gemeenten stellen verder dat hun verzoek was om stukken mee te sturen die daadwerkelijk voor de gevraagde diensten zouden worden gebruikt. Indien RAZ de bedoeling had iets ter toelichting mee te sturen, had het volgens de gemeenten op de weg van RAZ gelegen om de gemeenten erop te attenderen dat de door haar meegezonden zorgvoorwaarden niet zouden gelden voor deze inschrijving. Door voorwaarden toe te voegen wordt RAZ geacht niet zonder voorbehoud akkoord te zijn met de raamovereenkomst, als gevolg waarvan de gemeenten het recht hebben haar niet voor gunning in aanmerking te laten komen, aldus de gemeenten.

De gemeenten hebben verder aangevoerd dat indien RAZ stelt dat haar zorgovereenkomst niet tot de inschrijving behoort, zij in elk geval in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in paragraaf 5.5 van het bestek.

Voorts hebben de gemeenten gesteld dat zij geen opheldering bij RAZ behoefden te vragen, aangezien voorop staat dat al hetgeen is ingediend tot de inschrijving behoort en over het vragen van inlichtingen over en/of aanvullingen van de inschrijving niets in het bestek is opgenomen.

Tevens hebben de gemeenten aangevoerd dat, zelfs als zij hadden moeten informeren, dat niet tot een andersluidend oordeel zou leiden. RAZ zou in dat geval de inschrijving hebben willen wijzigen en dat is niet toegestaan.

Volgens de gemeenten is ook geen sprake van een klein gebrek dat zich eenvoudig laat corrigeren, nu het om zorgvoorwaarden gaat die de kern van de dienstverlening raken en de gemeenten zeer expliciet hebben gesteld dat verwijzing naar of toevoeging van eigen (zorg)voorwaarden leidt tot uitsluiting.

Als er al sprake zou zijn geweest van een herstelbare fout, dan bestaat er volgens de gemeenten nog geen verplichting om een herstelmogelijkheid te bieden, nu het gebrek de kern van de prestatie raakt en de concurrentie benadeeld wordt als RAZ in staat zou worden gesteld haar inschrijving aan te passen. De andere inschrijvers hebben zich immers wel ingespannen om te voldoen aan de voorwaarden, aldus de gemeenten.

Tot slot hebben de gemeenten gesteld dat een belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen.

4. De beoordeling

4.1. De aan het Europese aanbestedingsrecht ten grondslag liggende rechtsbeginselen staan in artikel 2 BAO beschreven. Dit artikel luidt:

“Een aanbestedende dienst behandelt ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelt transparant.”

4.2. Volgens vaste jurisprudentie beoogt het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en geldt het vereiste dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen. Voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantiebeginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om daadwerkelijk na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft, zoals de selectiecriteria.

Tegen deze achtergrond dient het geschil tussen partijen te worden beoordeeld.

4.3. Het in hoofdstuk 4, tabblad 4, punt 3 van het bestek opgenomen vereiste vermeldt dat een “daadwerkelijk in de praktijk te hanteren plan huishoudelijke verzorging” dient te worden bijgevoegd. RAZ heeft aangevoerd dat zij onverplicht en louter ter toelichting de voorbeeldovereenkomst heeft toegevoegd die door RAZ in het verleden is gehanteerd. Uit de inschrijving blijkt deze bedoeling van RAZ echter niet. Op grond van de bewoordingen van voormeld vereiste had het voor RAZ duidelijk moeten zijn geweest dat het de bedoeling was dat zij een plan huishoudelijke verzorging zou aanleveren op grond waarvan zij daadwerkelijk te werk zou gaan in het geval de opdracht aan haar zou worden gegund.

De gemeenten mochten ervan uitgaan dat de door RAZ overgelegde zorgovereenkomst door haar in de praktijk daadwerkelijk zou worden gebruikt.

4.4. In hoofdstuk 4 van het bestek is bepaald dat de gemeenten toevoeging van of verwijzing naar voorwaarden van de inschrijver zullen opvatten als niet zonder voorbehoud akkoord zijn met de raamovereenkomst. Op deze bepaling is nog eens extra de aandacht gevestigd door de vet gedrukte woorden “Let op”. Indien een inschrijver niet akkoord is met de concept raamovereenkomst, heeft dit ingevolge het bepaalde in 3.3 van het bestek tot gevolg dat deze inschrijver van verdere deelname en daarmee van gunning is uitgesloten. Vast staat dat de door RAZ bij haar inschrijving overgelegde zorgovereenkomst bepalingen bevat die afwijken van het in het bestek voorgeschreven model. Die afwijkingen betreffen de aanduiding van de cliënt als opdrachtgever, de factuurverzending en de opzegtermijn. Het gaat om voorwaarden waaronder de zorg zal worden verleend en dus om de kern van de dienstverlening. Dat RAZ bij haar inschrijving de op grond van hoofdstuk 4, tabblad 3 vereiste akkoordverklaring met de voorwaarden en bepalingen uit de concept raamovereenkomst heeft gevoegd, kan hierin geen verandering brengen. De tekst van het bestek is duidelijk over de consequentie die verbonden is aan het toevoegen van of verwijzen naar voorwaarden van de inschrijver.

4.5. RAZ kan niet worden gevolgd in haar betoog dat de gemeenten haar om opheldering hadden moeten vragen. In het bestek is geen bepaling opgenomen op grond waarvan de gemeenten de bevoegdheid – laat staan de verplichting – hebben om opheldering te vragen. Weliswaar staat in paragraaf 2.4.8 van het bestek dat de gemeenten zich het recht voorbehouden om de verstrekte gegevens en verklaringen aan een nader onderzoek te onderwerpen en op juistheid te beoordelen, maar uit deze bepaling kan niet worden afgeleid dat de gemeenten RAZ om nadere informatie hadden moeten vragen.

Daar komt bij dat het vragen om opheldering er toe geleid zou hebben dat RAZ – om in de procedure te blijven – haar inschrijving had moeten wijzigen. Voor het aanvullen of wijzigen van een inschrijving is – mede gelet op het beginsel van gelijke behandeling dat de aanbesteder jegens alle inschrijvers in acht moet nemen – slechts ruimte indien er sprake is van een kennelijke omissie of geringe fout in die inschrijving. Het verzuim van RAZ kan niet worden aangemerkt als kennelijke omissie of geringe fout, nu het gaat om de voorwaarden waaronder zorg zal worden verleend en dit de kern van de dienstverlening betreft. Op het toevoegen van of verwijzen naar voorwaarden van de inschrijver staat de sanctie van ongeldigheid van de inschrijving, aangezien dan aangenomen mag worden dat de inschrijver niet akkoord is met de voorwaarden en bepalingen van de concept raamovereenkomst. Gezien het voorgaande bestond voor de gemeenten geen verplichting om RAZ de gelegenheid te bieden het verzuim te herstellen.

4.6. Op grond van al het vorenstaande luidt de conclusie dat RAZ onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gemeenten haar ten onrechte haar hebben uitgesloten van (verdere) deelname aan de aanbestedingsprocedure. Te minder, nu de gemeenten tevens

- onweersproken - hebben aangevoerd dat RAZ bij haar inschrijving niet de jaarcijfers van alleen zichzelf heeft overgelegd, maar die van drie stichtingen gezamenlijk. Ook op dit (formele) punt heeft RAZ niet aan de in het bestek gestelde eisen voldaan, aangezien alleen de jaarcijfers van RAZ dienden te worden verstrekt. Nu echter het verzuim betreffende de zorgvoorwaarden voldoende is voor afwijzing van de vorderingen van RAZ, behoeven de door de gemeenten gestelde formele gebreken geen (nadere) bespreking meer.

4.7. Gelet op het vorenstaande zullen de vorderingen van RAZ worden afgewezen.

4.8. RAZ zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeenten worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

4.9. Nu RAZ in het ongelijk is gesteld en ten voordele van de gemeenten een kostenveroordeling is uitgesproken, zal de – onweersproken - vordering tot veroordeling van RAZ in de nakosten worden toegewezen als na te melden.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt RAZ in de proceskosten, aan de zijde van de gemeenten tot op heden begroot op EUR 1.078,00;

5.3. veroordeelt RAZ in de nakosten, aan de zijde van de gemeenten begroot op een bedrag van EUR 131,00, dan wel, indien betekening van dit vonnis plaatsvindt, een bedrag van EUR 199,00;

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling en de veroordeling in de nakosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2009.