Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK2782

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-11-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
06/580423-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte, die als tipgever en voorbereider op de gewelddadige overval in het huis van een 89-jarig slachtoffer in Ermelo optrad tot gevangenisstraf van 10 maanden. Twee medeverdachten zijn veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van zeven (LJN BK2775) en zes jaar (LJN BK2780).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580423-09

Uitspraak d.d.: 10 november 2009

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats op 1974],

wonende te [plaats],

verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen.

Raadsman: mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

27 oktober 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

A:

hij in of omstreeks de periode van 08 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan de [adres] weg te nemen, de inhoud van een kluis,

bestaande uit een hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van verdachte en/of

diens mededader(s) gading, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer] (geboren [1919]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededaders, althans

alleen,

- meerdere, althans (een) gat(en) heeft geboord in een (achter)deur van

voornoemde woning en/of

- (vervolgens) die woning is binnengegaan en/of

- (bijna) alle kamers van die woning heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en/of welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS DAT,

[medeverdachte A] in of omstreeks de periode van 08 mei 2009 tot en met 11 mei

2009 in de gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door die [medeverdachte A] voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan de [adres] weg te nemen, de inhoud van een kluis,

bestaande uit een hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van die [medeverdachte A]'s en/of diens mededader(s) gading, geheel of ten dele toebehorende aan de

heer [slachtoffer] (geboren [1919]), in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die [medeverdachte A] en/of zijn mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededaders, althans

alleen,

- meerdere, althans (een) gat(en) heeft geboord in een (achter)deur van

voornoemde woning en/of

- (vervolgens) die woning is binnengegaan en/of

- (bijna) alle kamers van die woning heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en/of welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die

[medeverdachte A] en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte A] en/of

diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing,

tot en/of bij welk feit hij, verdachte, in de periode van 22 februari 2009 tot

en met 11 mei 2009 te Ermelo, althans in Nederland, medeplichtig is geweest

- door opzettelijk gelegenheid, middelen (bivakmutsen en/of een

koevoet/breekijzer) of inlichtingen (dat bij het slachtoffer [slachtoffer], in zijn

woning aan [adres te plaats] een groot geldbedrag en/of

andere goederen, al dan niet uit de kluis, zijn te stelen en/of waar die

woning lag en/of dat in die woning een oude man woonde en/of waar in de woning

de kluis zou staan) te verschaffen tot het plegen van voornoemd strafbaar feit

en/of

- door opzettelijk behulpzaam te zijn bij het plegen van voornoemd strafbaar

feit;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

B:

hij in of omstreeks de periode van 08 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld de heer [slachtoffer] (geboren [1919]) te dwingen tot de afgifte van de inhoud van een kluis, bestaande uit een

hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van verdachte en/of diens

mededader(s) gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- meerdere, althans (een) gat(en) heeft geboord in een (achter)deur van

voornoemde woning en/of

- (vervolgens) die woning is binnengegaan en/of

- (bijna) alle kamers van die woning heeft doorzocht,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS DAT

[medeverdachte A] in of omstreeks de periode van 08 mei 2009 tot en met 11 mei

2009 in de gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door die [medeverdachte A] voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om die [medeverdachte A] en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld de heer [slachtoffer]

(geboren [1919]) te dwingen tot de afgifte van de inhoud van een kluis,

bestaande uit een hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van die [medeverdachte A]'s en/of diens mededader(s) gading, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan die [medeverdachte A] en/of zijn mededader(s),

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- meerdere, althans (een) gat(en) heeft geboord in een (achter)deur van

voornoemde woning en/of

- (vervolgens) die woning is binnengegaan en/of

- (bijna) alle kamers van die woning heeft doorzocht,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij welk feit hij, verdachte, in de periode van 22 februari 2009 tot

en met 11 mei 2009 te Ermelo, althans in Nederland, medeplichtig is geweest

- door opzettelijk gelegenheid, middelen (bivakmutsen en/of een

koevoet/breekijzer) of inlichtingen (dat bij het slachtoffer [slachtoffer], in zijn

woning aan [adres te plaats] een groot geldbedrag en/of

andere goederen, al dan niet uit de kluis, zijn te stelen en/of waar die

woning lag en/of dat in die woning een oude man woonde en/of waar in de woning

de kluis zou staan) te verschaffen tot het plegen van voornoemd strafbaar feit

en/of

- door opzettelijk behulpzaam te zijn bij het plegen van voornoemd strafbaar

feit;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

A:

hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan

de [adres] heeft weggenomen

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en/of

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en/of

- een mobiele telefoon en/of

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en/of

- meerdere, althans een horloge(s) en/of

- meerdere, althans een sleutel(s) en/of

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro) en/of

- meerdere, althans (een) Albert Heijn zegelboekje(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer] (geboren [1919]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die goederen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS DAT

[medeverdachte A] in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei

2009 in de gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan

de [adres] heeft weggenomen

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en/of

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en/of

- een mobiele telefoon en/of

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en/of

- meerdere, althans een horloge(s) en/of

- meerdere, althans een sleutel(s) en/of

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro) en/of

- meerdere, althans (een) Albert Heijn zegelboekje(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer] (geboren [1919]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

die [medeverdachte A] en/of zijn mededader(s),

waarbij die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die goederen onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan die [medeverdachte A] en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het

bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing,

tot en/of bij welk feit hij, verdachte, in de periode van 22 februari 2009 tot

en met 11 mei 2009 te Ermelo, althans in Nederland, medeplichtig is geweest

- door opzettelijk gelegenheid, middelen (bivakmutsen en/of een

koevoet/breekijzer) of inlichtingen (dat bij het slachtoffer [slachtoffer], in zijn

woning aan [adres te plaats] een groot geldbedrag en/of

andere goederen, al dan niet uit de kluis, zijn te stelen en/of waar die

woning lag en/of dat in die woning een oude man woonde en/of waar in de woning

de kluis zou staan) te verschaffen tot het plegen van voornoemd strafbaar feit

en/of

- door opzettelijk behulpzaam te zijn bij het plegen van voornoemd strafbaar

feit;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

B:

hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld de heer [slachtoffer] (geboren [1919]) heeft gedwongen tot de afgifte van

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en/of

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en/of

- een mobiele telefoon en/of

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en/of

- meerdere, althans een horloge(s) en/of

- meerdere, althans een sleutel(s) en/of

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro),

- meerdere, althans (een) Albert Heijn zegelboekje(s),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS DAT

[medeverdachte A] in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei

2009 in de gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om die [medeverdachte A] en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld de heer [slachtoffer]

(geboren [1919]) heeft gedwongen tot de afgifte van

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en/of

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en/of

- een mobiele telefoon en/of

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en/of

- meerdere, althans een horloge(s) en/of

- meerdere, althans een sleutel(s) en/of

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro),

- meerdere, althans (een) Albert Heijn zegelboekje(s),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte A] en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte A] en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing,

tot en/of bij welk feit hij, verdachte, in de periode van 22 februari 2009 tot

en met 11 mei 2009 te Ermelo, althans in Nederland, medeplichtig is geweest

- door opzettelijk gelegenheid, middelen (bivakmutsen en/of een

koevoet/breekijzer) of inlichtingen (dat bij het slachtoffer [slachtoffer], in zijn

woning aan [adres te plaats] een groot geldbedrag en/of

andere goederen, al dan niet uit de kluis, zijn te stelen en/of waar die

woning lag en/of dat in die woning een oude man woonde en/of waar in de woning

de kluis zou staan) te verschaffen tot het plegen van voornoemd strafbaar feit

en/of

- door opzettelijk behulpzaam te zijn bij het plegen van voornoemd strafbaar

feit;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 48 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 15 juli 2009 te Ermelo een of meer wapens van categorie II

en/of III, te weten een pistool (kaliber 9 mm, merk Atka), en/of

meerdere, althans (een) stuk(s) munitie van categorie II en/of III, voorhanden

heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten

In de nacht van 10 op 11 mei 2009 is de (toentertijd) 89-jarige [slachtoffer] in zijn woning aan de [adres te plaats] door twee mannen overvallen, te weten medeverdachten [medeverdachte A] en [medeverdachte B].

B. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 onder A (primair) en 2 onder A (primair) ten laste gelegde bewezen kan worden.

C. Standpunt verdachte

Door en namens verdachte is ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijspraak bepleit, nu verdachte niet als medepleger dan wel als medeplichtige aan de betreffende overval / inbraak kan worden aangemerkt. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

D. Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde:

De heer [slachtoffer] (geboren [1919]) heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld. In de nacht van 10 mei op 11 mei 2009 is hij in zijn woning aan de [adres te plaats] door onbekenden overvallen.2 Onderzoek heeft uitgewezen, dat die 'onbekenden' medeverdachten [medeverdachte A] en [medeverdachte B] zijn geweest. Aangever is bij die overval door [medeverdachte A] geslagen, waardoor hij bewusteloos is geraakt. [slachtoffer] heeft daardoor een schedelbasisfractuur en andere breuken aan zijn jukbeenderen en bovenkaak aan de overval overgehouden.3 De volgende goederen zijn in die bewuste nacht gestolen: een paspoort, een rijbewijs en een bankpas, alle op naam van [slachtoffer], een mobiele telefoon, meerdere horloges, een portemonnee met € 400,-- en twee sleutelbossen.4 [medeverdachte B] heeft verklaard dat hij in de woning een portemonnee met ongeveer € 400,-- en diverse bankpasjes heeft gestolen.5

De vraag die in deze zaak voorligt, is of verdachte als medepleger dan wel als medeplichtige aan de betreffende overval kan worden aangemerkt. Niet in geschil is, dat verdachte niet bij de betreffende overval zelf aanwezig is geweest. Hiertoe het volgende.

Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard, dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte B] bij de woning van [slachtoffer] heeft ingebroken. [medeverdachte A] heeft voorts verklaard dat hij voorafgaand aan die inbraak aan verdachte heeft gevraagd of die wist hoe hij ([medeverdachte A]) geld kon verdienen.6 Verdachte kwam vervolgens, aldus [medeverdachte A], met het idee om in de woning van [slachtoffer] in te breken. Volgens verdachte, aldus [medeverdachte A], zou er in de woning van [slachtoffer] namelijk veel geld liggen. Verdachte vertelde [medeverdachte A], aldus [medeverdachte A], dat er in februari 2009 door [medeverdachte D] ook al was ingebroken in de woning van [slachtoffer] en dat hij toen een bedrag van € 30.000,00 had gestolen.7 [Getuige A] heeft verklaard dat haar zoon [medeverdachte D] zijn mond had voorbij gepraat over diens inbraak in februari 2009 bij [slachtoffer] en dat hij informatie over de inbraak zou hebben doorgegeven aan verdachte.8

Verdachte had, aldus [medeverdachte A], ook papieren gezien waaruit bleek dat [slachtoffer] grote bedragen op zijn bankrekening(en) had staan.9 [medeverdachte B] had van [medeverdachte A] gehoord dat verdachte had gezegd dat er veel geld zou liggen.10 Verdachte en [medeverdachte A] hebben in totaal ongeveer 4 à 5 keer over de te plegen inbraak gesproken. Bij één van die gesprekken waren [naam A] (de toenmalige vriendin van [medeverdachte A]) en [medeverdachte B] ook aanwezig.11 [medeverdachte B] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte A] naar verdachte is gegaan om informatie te krijgen over de woning aan de [adres].12

Verdachte heeft verklaard dat de meeste mensen in Ermelo wisten dat in de woning van [slachtoffer] een zeer groot geldbedrag zou liggen en hij wist aldus niet meer dan wat anderen ook wisten.13 [medeverdachte A] heeft ter terechtzitting als getuige in de zaak tegen verdachte verklaard dat hij van niemand anders uit Ermelo heeft gehoord dat er geld bij [slachtoffer] lag.14

Het aanvankelijke plan was dat [medeverdachte A] de inbraak zou plegen met [medeverdachte D], maar dat ging niet door omdat verdachte en [medeverdachte D] ruzie hadden gekregen.15 [medeverdachte A] wilde daarop de overval met [medeverdachte B] plegen en besprak dat met verdachte. Verdachte vond het prima, maar maakte zich wel druk over het feit dat zijn naam genoemd zou worden.16

[medeverdachte A] heeft in aanvulling op het voorgaand nog een aantal verklaringen over 'de rol' van verdachte afgelegd. Zo zou:

- [medeverdachte A] instructies krijgen van verdachte;17

- verdachte informatie hebben gegeven over hoe het huis van [slachtoffer] eruit zag, de locatie, de weg ernaar toe;18

- verdachte hebben omschreven hoe de man altijd aan de tafel zat in de woonkamer en dat je dat door het raam kon zien;19

- verdachte [medeverdachte A] hebben geïnstrueerd waar de kluis zich in de woning bevond en dat er waarschijnlijk een sleutel nodig was om de kluis te openen.20

Verdachte was, aldus [medeverdachte A], op de hoogte dat [medeverdachte A] en [medeverdachte B] in de nacht van 10 op 11 mei 2009 bij de woning van [slachtoffer] zouden inbreken.21

Verdachte heeft bevestigd dat hij in de nacht van de overval telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte A], maar dat ging volgens hem over de handel in kleding die hij met [medeverdachte A] had en niet over de overval.22 [medeverdachte A] heeft verklaard dat het hem niet waarschijnlijk lijkt dat de gesprekken met verdachte op 10 en 11 mei 2009 over kleding gingen.23

De bivakmutsen die [medeverdachte A] en [medeverdachte B] bij de overval op hadden, waren van verdachte.24 Na de overval zijn de bivakmutsen naar verdachte teruggegaan.25 Verdachte heeft ook geld gegeven, zodat [medeverdachte A] daarvan een breekijzer kon kopen.26 Verdachte betaalde [medeverdachte A], omdat [medeverdachte A] geen geld had. De aanleiding daartoe was dat [medeverdachte A] tegen verdachte had gezegd dat hij met een schroevendraaier de woning niet inkwam en volgens verdachte zou dat met een koevoet of breekijzer makkelijker gaan.27

[medeverdachte A] heeft verklaard dat hij in de achterdeur van de woning meerdere gaten heeft geboord.28 Toen hij en [medeverdachte B] in de woning waren hebben ze alle kamers -van onder tot boven- doorzocht.29

Verdachtes voorstel was dat hij niet zélf de inbraak zou plegen, maar dat hij wel een deel van de buit zou krijgen.30 Als de overval gelukt was, zou verdachte 25 à 30% van het geld krijgen. [naam A] heeft bevestigd dat er afspraken zijn gemaakt over het aandeel dat verdachte zou krijgen.31 [medeverdachte B] had van verdachte gehoord dat verdachte een gedeelte zou krijgen omdat hij de tipgever was.32 Verdachte ging er vanuit dat er minimaal

€ 20.000,-- in de kluis zou liggen.33 Verdachte heeft ook gezegd dat ze als ze in andere kasten zouden kijken, waarschijnlijk wel € 100.000,-- zouden aantreffen. Er was niet afgesproken dat als de buit minder zou zijn verdachte ook minder zou krijgen.34

Verdachte had in een gesprek dat voor de overval plaatsvond, gezegd dat [medeverdachte A] en [medeverdachte B] [slachtoffer] niet moesten aanraken.35

Na de overval zijn [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [naam A] bij verdachte thuis geweest. [medeverdachte A] vertelde dat 'het uit de hand was gelopen'. Hierop werd verdachte boos en zei dat [medeverdachte A] een stomme sukkel was.36 Nadat [medeverdachte A] heeft gezegd dat er bijna geen geld lag, reageerde verdachte met de woorden: "Ben je dan wel bij het goede huis geweest, ben je bij het verkeerde huis geweest?"37 Verdachte zei dat [medeverdachte A] zich maar even gedeisd moest houden. Na de overval had verdachte gezegd dat [medeverdachte A] in een huisje in [plaats] kon verblijven. Verdachte had dat geregeld.38

Getuige [getuige B] heeft verklaard dat [naam B], de vriendin van verdachte, tegen haar heeft gezegd dat '[verdachte C] en die anderen al terug waren geweest bij dat huis in Ermelo en dat het uit de hand was gelopen'.39 [naam B] heeft [medeverdachte A] verteld dat verdachte met de overval te maken had. [getuige B] heeft verklaard dat verdachte niet zelf in de woning zal zijn geweest, omdat hij daar zijn mannetjes voor heeft.40 [medeverdachte D] is door [getuige B] op de hoogte gebracht van de inbraak door [medeverdachte A] en [medeverdachte B] en [medeverdachte D] sprak verdachte daarop aan. Verdachte reageerde heel nonchalant. [medeverdachte D] voelde zich schuldig dat hij tegen verdachte had verteld over de door hem gepleegde inbraak in februari 2009; als hij dat niet had gedaan was er waarschijnlijk geen inbraak door [medeverdachte A] en [medeverdachte B] gepleegd.41

E. Bespreking van de verweren

De raadsman heeft betoogd dat verdachte geen inlichtingen voorafgaand aan de inbraak aan [medeverdachte A] en [medeverdachte B] heeft verschaft . Het halve dorp was er immers al van op de hoogte dat in de woning van [slachtoffer] veel geld lag. De verklaring van [medeverdachte A] inhoudende dat verdachte aanwijzingen zou hebben gegeven en dat hij steeds een ander verhaal vertelde, leidt evenmin tot de conclusie dat verdachte inlichtingen heeft verschaft. Voorts heeft de raadsman bepleit dat ook geen sprake is van het verschaffen van middelen. [medeverdachte B], [medeverdachte A] en [naam A] hebben daarover immers wisselend verklaard en de verklaringen ondersteunen elkaar niet.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [medeverdachte A] en [medeverdachte B] betrouwbaar zijn en elkaar ondersteunen. De omstandigheid dat zij niet in detail hetzelfde verklaren doet daar niets aan af. Daaruit blijkt dat beiden hun verklaringen niet op elkaar hebben afgestemd om verdachte op een dergelijke manier te willen betrekken bij de overval.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [naam A] elkaar voldoende ondersteunen, zoals hiervoor onder D. reeds is uitgewerkt. De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat het feit dat enkele details niet overeenkomen niet tot de conclusie leidt dat de verklaringen niet betrouwbaar zijn. De rechtbank verwerpt het verweer.

Samenvattend komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte als medepleger van de betreffende inbraak in de nacht van 10 op 11 mei 2009 kan worden aangemerkt. Zo heeft hij bivakmutsen en geld voor een breekijzer gegeven aan zijn medeverdachten. Hij heeft hen verteld waar de woning was, hoe zijn medeverdachten daar moesten komen en waar in de woning de kluis zich bevond. Kort voor en na de overval heeft verdachte telefonisch contact gehad met medeverdachte [medeverdachte A]. Tevens zijn afspraken gemaakt dat verdachte na de overval een deel van de buit zou krijgen. Na de overval heeft verdachte aan medeverdachten gevraagd of zij wel bij het goede huis naar binnen zijn geweest, omdat ze geen groot geldbedrag hadden gestolen.

Het -subsidiair- gevoerde verweer, inhoudende dat verdachte wel informatie heeft gegegeven, maar niet met het doel dat een inbraak zou plaatsvinden, kan niet slagen. Dit mede gelet op de omstandigheden dat afspraken zijn gemaakt wie de woning zou betreden en hoe de buit verdeeld zou worden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte inlichtingen heeft verschaft met het doel dat de inbraak zou plaatsvinden. De rechtbank verwerpt het verweer.

De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is van een bewuste nauwe en volledige samenwerking en acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van medeplegen ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De rechtbank is van oordeel dat uit de hiervoor besproken diverse afgelegde verklaringen evenwel niet kan volgen, dat het opzet van verdachte ook gericht is geweest op het ten tijde van de inbraak toegepaste geweld door [medeverdachte A] en [medeverdachte B]. Dit volgt onder andere uit de verklaringen van [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [naam A], waaruit blijkt dat verdachte boos werd nadat medeverdachten vertelden dat 'het uit de hand was gelopen'. Voorts blijkt uit de verklaringen van medeverdachten dat verdachte hen voor de overval niet heeft geïnstrueerd dat geweld toegepast diende te worden; integendeel, ze mochten hem niet aanraken. Voorts kan uit de verklaringen van verdachtes medeverdachten worden afgeleid, dat zij eerst tijdens de inbraak, kort voordat zij de slaapkamer van de heer [slachtoffer] ingingen, besloten om geweld tegen hem toe te passen. De rechtbank zal verdachte derhalve van het onder 1 en 2 ten laste gelegde toegepaste geweld op [slachtoffer] vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een (poging tot) afpersing, nu medeverdachten zelf de goederen wilden pakken en aangever niet tot afgifte daarvan wilde dwingen. Derhalve zal de rechtbank verdachte van de onder 1 en 2 ten laste gelegde poging tot afpersing c.q. afpersing vrijspreken.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich hierbij op:

- het verslag van het aantreffen van een vuurwapen met bijbehorende munitie in de

woning van verdachte;42

- de vaststelling dat het wapen en de munitie strafbaar zijn gesteld bij de Wet wapens en munitie;43

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 onder A primair en 2 onder A primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1. (primair)

A:

hij in de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan de [adres] weg te nemen, de inhoud van een kluis,

bestaande uit een hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van verdachte en

diens mededaders gading, toebehorende aan de heer [slachtoffer] (geboren [1919]),

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak,

met een of meer van zijn mededaders,

- meerdere gaten heeft geboord in een achterdeur van voornoemde woning en

- vervolgens die woning is binnengegaan en

- bijna alle kamers van die woning heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. (primair)

A:

hij in de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan

de [adres] heeft weggenomen

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en

- een mobiele telefoon en

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en

- horloges en

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro) en

- Albert Heijn zegelboekjes,

toebehorende aan de heer [slachtoffer] (geboren [1919]),

waarbij verdachte en diens mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak,

3.

hij op 15 juli 2009 te Ermelo een wapen van categorie III, te weten een pistool (kaliber 9 mm, merk Atka), en meerdere stuks munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1 onder A (primair): poging tot diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2 onder A (primair): diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III (het pistool)

en

handelen in strijd met artikel 26, eerst lid, van de Wet wapens en munitie (de munitie).

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 2 (twee) jaar met aftrek van voorarrest. Hij heeft daarbij aangegeven, dat hij de geweldshandelingen, zoals die zijn weergegeven in de feiten 1 en 2 in kwalificatieve zin wel aan verdachte toerekent, doch dat hij in zijn strafeis de geweldshandelingen (die door zijn medeverdachten zijn gepleegd) niet mee heeft laten wegen.

2. Door en namens verdachte is vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde bepleit. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde acht de raadsman een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest passend. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat -indien het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen wordt verklaard- verdachte een geringe mate van opzet heeft gehad op de inbraak en derhalve een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist passend is.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte als tipgever betrokken is geweest bij een inbraak, die uitgemond is in een ernstige overval op de toentertijd 89-jarige heer [slachtoffer]. Die inbraak / overval vond in de nachtelijke uren, in de woning van het slachtoffer plaats, terwijl hij lag te slapen. Zoals hiervoor al is overwogen, kunnen de geweldshandelingen die zijn toegepast voor zijn medeverdachten niet aan verdachte worden toegerekend. Het feit dat de inbraak zo noodlottig is geëindigd, speelt derhalve in de zaak van verdachte dan ook geen rol in de strafoplegging.

Verdachte had wetenschap van het feit dat eerder in de woning van [slachtoffer] is ingebroken en een aanzienlijk geldbedrag buit was gemaakt. Verdachte was tipgever bij de onderhavige inbraak. Daarnaast heeft hij bivakmutsen en geld voor een breekijzer gegeven aan de twee medeverdachten. Verdachte heeft verteld waar de woning was, hoe medeverdachten daar moesten komen en waar in de woning zich de kluis bevond. Kort voor en na de inbraak / overval heeft verdachte telefonisch contact gehad met medeverdachte [medeverdachte A]. Tevens zijn afspraken gemaakt dat verdachte na de inbraak een deel van de buit zou krijgen. Verdachte is zelf niet bij de inbraak aanwezig geweest. De twee medeverdachten zijn naar aanleiding van de tip van verdachte naar de woning gegaan en hebben daar ingebroken. Als verdachte de tip niet had gegeven had naar alle waarschijnlijkheid deze inbraak niet plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte [medeverdachte A] en [medeverdachte B] er toe heeft aangezet de inbraak te plegen. Verdachte en medeverdachten hebben hun eigen financiële motieven voorop laten staan en hebben geen enkel oog gehad voor de ellende die zij bij het slachtoffer en zijn familie aanrichtten.

De rechtbank overweegt dat nu verdachte is vrijgesproken van het ten laste gelegde toegepaste geweld op [slachtoffer] een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist passend is.

4. De rechtbank houdt rekening met justitiële documentatie van verdachte d.d. 29 juli 2009, waaruit blijkt dat hij eerder voor geweld- en vermogensdelicten is veroordeeld en waaruit tevens blijkt dat hij meermalen terzake de Wet wapens en munitie is veroordeeld dan wel anderszins met justitie in aanraking is gekomen.

Als oriëntatiepunt voor een woninginbraak bij een alleen opererende dader (zonder recidive) geldt een gevangenisstraf voor de duur van tien weken.44 Gelet op de inhoud van verdachtes voornoemde justitiële documentatie en de omstandigheid dat hij tezamen en in vereniging met medeverdachten heeft geopereerd, komt de rechtbank tot een hogere straf dan het betreffende oriëntatiepunt voorstelt voor de bewezenverklaarde (poging tot) diefstal, te weten een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voor de feiten 1 en 2. Gelet op verdachtes hardnekkige recidive ter zake de Wet wapens en munitie acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voor het onder 3 bewezenverklaarde passend en geboden. Alles in samenhang bezien zal de rechtbank verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien maanden veroordelen.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de goederen onder 1 en 4 op de beslaglijst verbeurd verklaart dienen te worden. De goederen vermeld onder de nummers 2, 3, 5 tot en met 10, 12 en 19 onttrokken dienen te worden aan het verkeer. De goederen vermeldt onder de nummers 11, 13 tot en met 18, 20 en 21 kunnen terug naar verdachte.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en algemene orde:

2. Ponypacks, witte envelopjes;

3. Wapen, Zoraki, 9 mm + houder + munitie;

9. Boksbeugel;

10. Patroon 1x44REM MAG CBC 1x KSG 9mm;

Nu de na te melden in beslag genomen middelen middelen zijn als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, dienen deze op grond van artikel 13a van de Opiumwet te worden onttrokken aan het verkeer:

6. Drugs, plastic met wietachtige substantie;

7. Hash, brok;

8. Hash, bakje wit met restjes + brok;

12. Rode en witte pillen;

19. Drugs, zakje met wiet;

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde:

1. Telefoontoestel, Nokia 5000;

4. Papier, Vodafone kartonnetje;

5. Drank HMBOLIC;

11. Fototoestel, Exilim;

13. Schoeisel, merk Nike, kleur: wit/roze;

14. Schoeisel, merk Puma, kleur zwart/wit;

15. Schoeisel, merk Nike, kleur zwart/goud;

16. Schoeisel, merk Nike, kleur wit/blauw;

17. Schoeisel, merk Nike Air Max, kleur: bruin/zwart;

18. Kleding;

20. Trainingsjack, merk Umbro;

21. Spijkerbroek, merk Diesel.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde met een vordering tot schadevergoeding € 8.925,00 gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie en raadsman hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, nu geen causaal verband tussen het gevorderde en ten laste gelegde is gebleken.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard te worden. Verdachte is vrijgesproken van het toegepaste geweld op [slachtoffer]. Het is de rechtbank niet volledig duidelijk geworden of sprake is van een causaal verband tussen het onder 1 bewezenverklaarde en het ontstane letsel bij [slachtoffer]. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op artikelen 10, 24, 27, 36b, 36c, 45, 55, 57, 63, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en artikel 13a van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 onder A (primair) en 2 onder A (primair) ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1 onder A (primair): poging tot diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2 onder A (primair): diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III (het pistool)

en

handelen in strijd met artikel 26, eerst lid, van de Wet wapens en munitie (de munitie);

verklaart verdachte strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2. Ponypacks, witte envelopjes;

3. Wapen, Zoraki, 9 mm + houder + munitie;

6. Drugs, plastic met wietachtige substantie;

7. Hash, brok;

8. Hash, bakje wit met restjes + brok;

9. Boksbeugel;

10. Patroon 1x44REM MAG CBC 1x KSG 9mm;

12. Rode en witte pillen;

19. Drugs, zakje met wiet;

gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

1. Telefoontoestel, Nokia 5000;

4. Papier, Vodafone kartonnetje;

5. Drank HMBOLIC;

11. Fototoestel, Exilim;

13. Schoeisel, merk Nike, kleur: wit/roze;

14. Schoeisel, merk Puma, kleur zwart/wit;

15. Schoeisel, merk Nike, kleur zwart/goud;

16. Schoeisel, merk Nike, kleur wit/blauw;

17. Schoeisel, merk Nike Air Max, kleur: bruin/zwart;

18. Kleding;

20. Trainingsjack, merk Umbro;

21. Spijkerbroek, merk Diesel;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Feraaune en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 november 2009 te 13.30 uur.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. 09-275088, opgemaakt en ondertekend op 18 september 2009.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (pagina 217).

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (pagina 217).

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (pagina 218-219).

5 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] (pagina 853 en 861).

6 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 688), proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 981) en de door medeverdachte [medeverdachte A] als getuige ter terechtzitting afgelegde verklaring in onderhavige zaak.

7 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 653) en proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D] (pagina 1043).

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pagina 1216).

9 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 653).

10 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] (pagina 870).

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 777).

12 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] (pagina 870).

13 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 981).

14 De door medeverdachte [medeverdachte A] als getuige ter terechtzitting afgelegde verklaring in onderhavige zaak.

15 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 655).

16 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 655).

17 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 686).

18 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 708) en proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 777).

19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 709).

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 708).

21 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 754).

22 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 990) en proces-verbaal digitale communicatie sporen (pagina 580 en 583).

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 758).

24 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 660), proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 787), proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] (pagina 866) en de door medeverdachte [medeverdachte A] als getuige ter terechtzitting afgelegde verklaring in onderhavige zaak

25 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 660), proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 787) en de door medeverdachte [medeverdachte A] als getuige ter terechtzitting afgelegde verklaring in onderhavige zaak.

26 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 661) en de door medeverdachte [medeverdachte A] als getuige ter terechtzitting afgelegde verklaring in onderhavige zaak.

27 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 675).

28 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 638).

29 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 638).

30 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 674).

31 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 792).

32 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] (pagina 866) en de door medeverdachte [medeverdachte B] ter terechtzitting afgelegde verklaring in zijn eigen zaak, welke gevoegd is bij onderhavige zaak.

33 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 661).

34 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 708).

35 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A] (pagina 754).

36 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 780) en proces-verbaal van verhoor van getuige [naam B] (pagina 1038).

37 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 789).

38 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam A] (pagina 790).

39 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (pagina 1046).

40 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (pagina 1046).

41 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte D] (pagina 1043).

42 Proces-verbaal, ambtelijk verslag (pagina 948).

43 Proces-verbaal, technisch onderzoek (pagina 2123-2128).

44 Zie de Oriëntatiepunten straftoemeting en LOVS-afspraken van het Landelijk overleg van voorzitters van strafsectoren van de gerechtshoven en rechtbanken.