Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK2775

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-11-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
06/580359-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven jaar voor de gewelddadige overval in het huis van een 89-jarig slachtoffer in Ermelo. Medeverdachte is veroodeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar (LJN BK2780). Een derde verdachte, die als tipgever en voorbereider optrad, is veroordeeld tot 10 maanden (LJN BK2782).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580359-09

Uitspraak d.d.: 10 november 2009

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats op 1980],

verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem.

Raadsman: mr. D.J.P.M. Vermunt te Arnhem

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

27 oktober 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 08 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan [adres] weg te nemen, de inhoud van een kluis,

bestaande uit een hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van verdachte en/of

diens mededader(s) gading, geheel of ten dele toebehorende aan de heer [slachtoffer] (geboren [1919]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of

die goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededaders, althans

alleen,

- meerdere, althans (een) gat(en) heeft geboord in een (achter)deur van

voornoemde woning en/of

- (vervolgens) die woning is binnengegaan en/of

- (bijna) alle kamers van die woning heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en/of welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 08 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] (geboren [1919]) te dwingen tot de afgifte van de inhoud van een kluis, bestaande uit een

hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van verdachte en/of diens

mededader(s) gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- meerdere, althans (een) gat(en) heeft geboord in een (achter)deur van

voornoemde woning en/of

- (vervolgens) die woning is binnengegaan en/of

- (bijna) alle kamers van die woning heeft doorzocht,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan

[adres] heeft weggenomen

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en/of

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en/of

- een mobiele telefoon en/of

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en/of

- meerdere, althans een horloge(s) en/of

- meerdere, althans een sleutel(s) en/of

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro) en/of

- meerdere, althans (een) Albert Heijn zegelboekje(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de heer [slachtoffer] (geboren [1919]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die goederen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de

gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] (geboren [1919]) heeft gedwongen tot de afgifte van

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en/of

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en/of

- een mobiele telefoon en/of

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en/of

- meerdere, althans een horloge(s) en/of

- meerdere, althans een sleutel(s) en/of

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro),

- meerdere, althans (een) Albert Heijn zegelboekje(s),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of diens mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd

en/of elders op het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of op andere

wijze (fors) geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en/of tape over het hoofd

en/of de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en/of

- die [slachtoffer] (langdurig) in een (hulpeloze) toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten een schedelbasisfractuur en/of breuken in de jukbeenderen

en/of de bovenkaak en/of de oogkassen en/of de neus en/of elders in het hoofd

en/of een hersenkneuzing;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten

In de nacht van 10 op 11 mei 2009 is de (toentertijd) 89-jarige [slachtoffer] in zijn woning aan [adres te plaats] door twee mannen overvallen. Ten tijde van de overval zijn de benen van [slachtoffer] -terwijl hij sliep- vastgetaped en is tape over zijn mond aangebracht. Nadat aangever is ontwaakt, is hij meermalen door verdachte in het gezicht geslagen en gestompt. Als gevolg hiervan heeft aangever onder andere breuken in zijn jukbeenderen, bovenkaak, oogkassen en neus opgelopen alsmede een hersenkneuzing.

B. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde bewezen kan worden.

C. Standpunt verdachte

Namens verdachte is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat sprake is van een putatief delict, omdat verdachte en medeverdachte de kluis niet hebben gevonden. Met betrekking tot de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Voorts is vrijspraak bepleit van het onder 2 ten laste gelegde, nu geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking om de in deze tenlastelegging genoemde goederen te verkrijgen. Tevens is het toegepaste geweld niet gericht op het verkrijgen van de in de tenlastelegging genoemde goederen, maar enkel op het verkrijgen van de kluis (zoals onder 1 ten laste is gelegd).

De raadsman heeft aangevoerd dat ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde evenmin sprake is van afpersing en dat verdachte daarvan vrijgesproken dient te worden.

D. Beoordeling door de rechtbank en bespreking van de verweren

De rechtbank is van oordeel dat verdachte beide ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich hierbij op:

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

- de aangifte van [slachtoffer], alsmede zijn verdere verklaringen;2

- de bevindingen betreffende het letsel van [slachtoffer];3

- de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte B];4

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Voor zover de raadsman heeft aangevoerd dat sprake is van een putatief delict, merkt de rechtbank op dat daar geen sprake van is, nu zich in de woning wél degelijk een kluis met inhoud bevond.5 De enkele omstandigheid dat verdachte en medeverdachte de kluis niet hebben gevonden, kan niet tot de conclusie leiden dat sprake is van een putatief delict.

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

De rechtbank is van oordeel, dat geen sprake is van een poging tot afpersing, nu verdachte en medeverdachte zelf de goederen wilden pakken en aangever niet tot afgifte daarvan wilden dwingen en van dwang ook niet is gebleken. Derhalve zal de rechtbank verdachte van de onder 1 ten laste gelegde poging tot afpersing vrijspreken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

- de aangifte van [slachtoffer], alsmede zijn verdere verklaringen;6

- de bevindingen betreffende het letsel van [slachtoffer];7

- de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte B];8

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Het verweer van de raadsman dat verdachte geen weet had van het feit dat medeverdachte een portemonnee en andere goederen had gestolen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. Verdachte en medeverdachte zijn samen de woning binnengegaan om geld en/of goederen te stelen en daartoe hebben zij beiden vrijwel de gehele woning doorzocht. De enkele omstandigheid dat verdachte pas na de inbraak zag dat medeverdachte de goederen had gestolen, doet daar niet aan af. Daarbij komt dat verdachte na de diefstal heeft meegedeeld in de buit. Naar het oordeel van de rechtbank is aldus sprake van een bewuste nauwe en volledige samenwerking. De rechtbank verwerpt het verweer.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat het toegepaste geweld niet ziet op de diefstal van de portemonnee en goederen, maar enkel op de kluis.

Dit verweer kan naar het oordeel van de rechtbank evenmin slagen. Verdachte heeft verklaard dat hij aangever heeft geslagen om te ontkomen, ze wilden ervoor zorgen niet gepakt te worden.9 Tevens heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij met medeverdachte [medeverdachte B] overleg heeft gevoerd over het toe te passen geweld.

Zowel verdachte als medeverdachte hebben geweld uitgeoefend op aangever en ze hebben samen de woning doorzocht. Verdachte had er vanuit kunnen en moeten gaan dat medeverdachte geld en/of goederen van waarde zou meenemen. De rechtbank verwerpt het verweer.

Op grond van de genoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van afpersing, nu verdachte en medeverdachte zelf de goederen wilden pakken en aangever niet tot afgifte daarvan wilde dwingen en van dwang ook niet is gebleken. Derhalve zal de rechtbank verdachte van de onder 2 ten laste gelegde afpersing vrijspreken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1 (primair).

hij in de periode van 08 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de gemeente Ermelo

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan [adres] weg te nemen, de inhoud van een kluis,

bestaande uit een hoeveelheid geld en/of (andere) goederen van verdachte en

diens mededaders gading, toebehorende aan [slachtoffer] (geboren [1919]),

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met een van zijn mededaders,

- meerdere gaten heeft geboord in een achterdeur van voornoemde woning en

- vervolgens die woning is binnengegaan en

- bijna alle kamers van die woning heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en welke poging tot diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een andere deelnemer hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij en/of een van diens mededaders

- voornoemde [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd en elders op het lichaam heeft geslagen en gestompt en op andere wijze fors geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en

- daarbij die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en tape over de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en

- die [slachtoffer] langdurig in een hulpeloze toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die [slachtoffer], te weten breuken in de jukbeenderen en de bovenkaak en de oogkassen en de neus en elders in het hoofd en een hersenkneuzing;

2 (primair).

hij in de periode van 10 mei 2009 tot en met 11 mei 2009 in de gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen

- een paspoort op naam van [slachtoffer] en

- een rijbewijs op naam van [slachtoffer] en

- een mobiele telefoon en

- een bankpas op naam van [slachtoffer] en

- horloges en

- sleutels en

- een portemonnee met inhoud (ongeveer 400 euro) en

- Albert Heijn zegelboekjes,

toebehorende aan [slachtoffer] (geboren [1919]),

waarbij verdachte en een van zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf hebben verschaft door middel van braak, en

welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een andere deelnemer aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij en/of een van diens mededaders

- voornoemde [slachtoffer] meermalen met kracht tegen het hoofd en elders op het lichaam heeft geslagen en gestompt en op andere wijze fors geweld op die [slachtoffer] heeft toegepast en

- daarbij die [slachtoffer] heeft vastgebonden met tape en tape over de mond van [slachtoffer] heeft geplakt en

- die [slachtoffer] langdurig in een hulpeloze toestand heeft achtergelaten,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft gehad voor die

[slachtoffer], te weten breuken in de jukbeenderen en de bovenkaak en de oogkassen en de neus en elders in het hoofd en een hersenkneuzing.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1 (primair): poging tot diefstal vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Feit 2 (primair): diefstal gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 8 (acht) jaar met aftrek van voorarrest.

2. Door en namens verdachte is bepleit een kortere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist op te leggen. Dit gelet op het vrijwel blanco strafblad van verdachte en het advies van de reclassering.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte betrokken is geweest bij een ernstige overval op de toentertijd 89-jarige heer [slachtoffer]. De overval vond plaats in de nachtelijke uren, in de woning van het slachtoffer, terwijl hij lag te slapen. Bij deze overval is het slachtoffer meermalen in zijn gezicht geslagen en gestompt. Tevens zijn diens benen vastgetaped en is tape over zijn mond aangebracht. Als gevolg van dit alles heeft [slachtoffer] onder andere breuken in zijn jukbeenderen, bovenkaak, oogkassen en neus opgelopen, alsmede een hersenkneuzing. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard zich niet bewust te zijn geweest van (de ernst van) het letsel wat hij heeft veroorzaakt bij [slachtoffer]. De rechtbank is van oordeel dat, als de vrouw van [slachtoffer] de avond na de overval geen alarm had geslagen omdat haar man haar niet kwam bezoeken in het verpleeghuis, het nog maar de vraag is of [slachtoffer] deze gewelddadige overval zou hebben overleefd. De rechtbank neemt het verdachte -en diens medeverdachte- zeer kwalijk dat zij na de overval de man in hulpeloze toestand in zijn woning hebben achtergelaten. Verdachte en medeverdachte hebben zelfs de vaste telefoon onklaar gemaakt en de mobiele telefoon meegenomen. Zij wisten aldus dat de man niet om hulp kon roepen, te meer nu hij in een vrijstaande woning verbleef, waar de buren niet snel gealarmeerd konden worden.

Verdachte is er niet voor teruggedeinsd om deze man op leeftijd in zijn eigen woning met grof geweld te overvallen. Verdachte en medeverdachte hebben hun eigen financiële motieven voorop gesteld en hebben geen enkel oog gehad voor de ellende die zij bij het slachtoffer en zijn familie aanrichtten. Voor het slachtoffer is de overval een beangstigende ervaring geweest. [slachtoffer] is vandaag de dag - ruim vijf maanden na de overval- nog steeds aan het revalideren en hij kan niet terugkeren naar zijn eigen woning, wat hij zo graag wil. Daarnaast kan hij niet op de door hem gewenste wijze zijn vrouw verzorgen, die reeds in een verzorgingshuis verblijft. [slachtoffer] heeft langdurig (blijvend) letsel aan het door verdachte en medeverdachte toegepaste geweld overgehouden. Daarnaast is het bekend dat slachtoffers van dergelijke overvallen veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden en ook in de onderhavige zaak is daarvan gebleken. Deze traumatische ervaring en het gevoel nergens (ook niet in het eigen huis) meer veilig te zijn zal, naar de ervaring leert, het leven van het slachtoffer langdurig beïnvloeden. De gepleegde overval heeft daarnaast ook maatschappelijk voor grote gevoelens van onveiligheid en onrust gezorgd, mede door het excessieve geweld waarmee de overval gepaard ging en de aandacht die het televisieprogramma Opsporing Verzocht aan de overval heeft besteed.

Verdachte is de persoon geweest die medeverdachte [medeverdachte B] heeft benaderd om samen in te breken. Verdachte heeft daartoe bivakmutsen en een breekijzer geregeld. Daarnaast is het verdachte geweest die [slachtoffer] ernstig letsel heeft toegebracht door hem onder andere meermalen te slaan/stompen. Deze omstandigheden maken dat de rechtbank aan verdachte een hogere straf dan aan medeverdachte [medeverdachte B] oplegt.

4. De rechtbank houdt rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor geweld- en vermogensdelicten is veroordeeld.

5. De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met het rapport van de reclassering van 16 september 2009, waaruit blijkt dat verdachte zich enkel door het geldmotief heeft laten leiden. De kans op recidive is aanwezig als verdachte zijn leven niet op orde krijgt. Verdachte vertoont op verschillende leefgebieden forse problemen die allen invloed op elkaar hebben en kunnen resulteren in delictgedrag. Indien hij zijn leven op orde krijgt, zal de kans op recidive afnemen. Om dit te bereiken zal vooral ook ingezet moeten worden op gedragsbeïnvloeding. Verdachte zal moeten inzien dat zijn denkwijze invloed heeft op zijn handelswijze en niet omgekeerd, hetgeen nu het geval lijkt te zijn. Er is sprake van een neerwaartse spiraal van negatief gedrag. Als een voorwaardelijke straf opgelegd wordt, adviseert de reclassering verplicht reclasseringstoezicht. Indien een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, is de reclassering van oordeel dat de door hen gestelde voorwaarden in het kader van Terugdringen Recidive of Voorwaardelijke Invrijheidsstelling aangewend kunnen worden.

6. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het rapport van psychiater L.H.M. Berg van 17 augustus 2009, waaruit blijkt dat sprake lijkt te zijn van pedagogische verwaarlozing in verdachtes jeugd, zeer waarschijnlijk samenhangend met een zwak sociaal milieu dat weinig ondersteuning kon bieden toen verdachte op het verkeerde pad ging. Er is sprake van psychosociale problematiek die geleid lijkt te hebben tot het huidige ten laste gelegde, waar niet gesproken kan worden van psychiatrie in engere zin. Een vervolg binnen de reguliere strafrechtpleging wordt geadviseerd.

7. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu (mede) met betrekking tot dit voorwerp het feit is begaan:

- personenauto, merk Peugeot, type 106 kenteken [kenteken], kleur zwart.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde met een vordering tot schadevergoeding € 8.925,00 gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot algehele toewijzing van de vordering vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het schadeveroorzakend moment, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts is hij van oordeel dat verdachte hoofdelijk aansprakelijk is.

De raadsman heeft bepleit dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, nu hij van oordeel is dat de vordering onvoldoende is onderbouwd ten aanzien van het ontstane letsel bij [slachtoffer].

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. De rechtbank acht het gevorderde bedrag van € 8.925,00 toewijsbaar. Het bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2009. Verdachte is hoofdelijk aansprakelijk voor de schade ontstaan als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 33c, 36f, 45, 55, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als

Feit 1 (primair): poging tot diefstal vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

Feit 2 (primair): diefstal gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaar;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- personenauto, merk Peugeot, type 106 kenteken [kenteken], kleur zwart;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres en plaats] (rekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 8.925,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2009 en vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], voornoemd, een bedrag te betalen van € 8.925,00, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 79 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Feraaune en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 november 2009 te 13.30 uur.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het (stam)proces-verbaal nr. 09-275088, gesloten en getekend op 18 september 2009.

2 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer] (pagina 172A, 172B. 184-213, 215-241).

3 Forensisch dossier: letselverklaring met aanvulling (pagina 1847-1875 en 1894-1916) en deskundigenrapport Nederlands Forensisch Instituut (1875-1892).

4 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] (pagina 837-920).

5 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer] (pagina 188) en proces-verbaal van sporenonderzoek (pagina 1928).

6 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer] (pagina 172A, 172B. 184-213, 215-241).

7 Forensisch dossier: letselverklaring met aanvulling (pagina 1847-1875 en 1894-1916) en deskundigenrapport Nederlands Forensisch Instituut (1875-1892).

8 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B] (pagina 837-920).

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 640).