Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK0878

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
08/2087 WRO
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Herhaalde aanvraag bouwvergunning. Niet is gebleken van aanwezigheid van gewijzigde feiten en/of veranderde omstandigheden. Artikel 4:6 Awb. Bij besluit van 2 juli 2008 heeft verweerder een aanvraag van eiser om hem een lichte bouwvergunning voor het bouwen van een hobbyruimte afgewezen. De rechtbank is op grond van de vergelijking van de aanvraag om een bouwvergunning en een eerdere aanvraag voor een bouwvergunning voor hetzelfde perceel tot het oordeel gekomen dat de aan die aanvragen ten grondslag liggende bouwplannen in essentie zodanig gelijk zijn dat van een herhaalde aanvraag om bouwvergunning moet worden gesproken. Voor zover eiser daartegen heeft ingebracht dat de onderhavige aanvraag is ingediend door een ander persoon dan degene die de eerdere bouwaanvraag heeft ingediend en dat in de aanvragen het bouwplan (enigszins) anders wordt omschreven, leidt dat niet tot een ander oordeel.

Zie ook uitspraken BK0877 en BK0875.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: 08/2087 WRO

Uitspraak in het geding tussen:

[eiser]

te Lievelde,

eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre

verweerder.

[derde partij B] en [derde partij A]

te Lievelde,

derde-partijen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2008 heeft verweerder een aanvraag van eiser om hem een lichte bouwvergunning voor het bouwen van een hobbyruimte op het perceel [adres] te Lievelde te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 21 oktober 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is, gevoegd met de zaak, reg.nr. 08/1414, behandeld ter zitting van 1 oktober 2009, waar namens eiser zijn verschenen [eiser in zaak BK0877 en BK0875] en [naam A]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door M.H.J. Reintjes. De derde-partijen zijn in persoon verschenen.

Na de behandeling ter zitting zijn de gevoegde zaken gesplitst.

2. Overwegingen

Het betoog van eiser dat de gevraagde bouwvergunning van rechtswege is verleend, nu verweerder niet binnen de daarvoor geldende termijn van 6 weken op eisers aanvraag heeft beslist, volgt de rechtbank niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Alsdan leidt de omstandigheid dat verweerder niet binnen 6 weken heeft beslist op de aanvraag van eiser, gelet op de artikelen 46, eerste, derde en vierde lid, van de Woningwet, gelezen in hun onderlinge verband, niet tot vergunningverlening van rechtswege. Hetgeen eiser daartegen heeft aangevoerd, kan niet afdoen aan de wettelijke systematiek.

De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of sprake is van een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

Vast staat dat [eiser in zaak BK0877 en BK0875] op 22 augustus 2005 een aanvraag heeft ingediend om hem een bouwvergunning te verlenen voor een bouwwerk op hetzelfde perceel. Verweerder heeft bij besluit van 14 september 2005 geweigerd hem deze bouwvergunning te verlenen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 2 juli 2008 ongegrond verklaard. Het hiertegen ingestelde beroep, reg.nr. 08/1414, is bij uitspraak van heden ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft de bouwtekeningen en de situatietekeningen die onderdeel uitmaken van die aanvraag om bouwvergunning vergeleken met die van de onderhavige aanvraag. De rechtbank is op grond van die vergelijking tot het oordeel gekomen dat de aan die aanvragen ten grondslag liggende bouwplannen in essentie zodanig gelijk zijn dat van een herhaalde aanvraag om bouwvergunning moet worden gesproken.

Voor zover eiser daartegen heeft ingebracht dat de onderhavige aanvraag is ingediend door een ander persoon dan degene die de eerdere bouwaanvraag heeft ingediend en dat in de aanvragen het bouwplan (enigszins) anders wordt omschreven, leidt dat niet tot een ander oordeel. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 oktober 2002, zaak nr. 200105634/1 (www.raadvanstate.nl). Dat alleen in het onderhavige bouwplan sprake is van een onderkelderde ruimte, als gesteld door eiser, kan niet worden afgeleid uit de bouwtekening, die geheel identiek is aan die, gevoegd bij de aanvraag van 22 augustus 2005. Verder is de rechtbank niet gebleken dat het bouwwerk in de ene aanvraag enigszins is gedraaid ten opzichte van de andere aanvraag. Dat blijkens de situatietekeningen beoogd is het bijgebouw op een afstand van 9 m. van de daarbij gelegen woning te realiseren, waar deze afstand eerder 10 m. bedroeg, is onvoldoende voor het oordeel dat geen sprake is van een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Awb.

Uit de jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer haar uitspraak van 6 maart 2008 in zaak nr. 200706839/1) vloeit voort dat, indien na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking wordt genomen, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst als ware het een eerste afwijzing. Slechts indien en voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst.

Onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden moeten worden begrepen feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet vóór dat besluit konden en derhalve behoorden te worden aangevoerd, alsmede bewijsstukken van reeds eerder gestelde feiten of omstandigheden die niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden en derhalve behoorden te worden overgelegd. Is hieraan voldaan, dan is niettemin geen sprake van feiten of omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen, indien op voorhand is uitgesloten dat hetgeen alsnog is aangevoerd of overgelegd aan het eerdere besluit kan afdoen

Eiser heeft betoogd dat na het nemen van het besluit van 14 september 2005 het bestemmingsplan is gewijzigd. Gelet op de gedingstukken is dit op zichzelf juist. Ten tijde van het nemen van het besluit van 14 september 2005 gold voor het onderhavige perceel het bestemmingsplan “Lievelde Herziening II”. Bij besluit van 14 december 2006 is het thans voor het onderhavige perceel vigerende bestemmingsplan “Lievelde bebouwde kom, algehele herziening 2005” vastgesteld, dat ten tijde van het nemen van het besluit van 2 juli 2008 onherroepelijk was.

Echter, naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een relevante wijziging van het recht, reeds omdat het bouwplan in strijd is met zowel het vroegere als het huidige bestemmingsplan.

Nu voorts niet is gebleken van gewijzigde feiten of veranderde omstandigheden, is voor een rechterlijke toetsing van het bestreden besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen, geen plaats.

Het beroep is ongegrond.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2009.