Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK0877

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
08/1447 WRO
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Herhaald verzoek om handhavend optreden. Niet is gebleken van aanwezigheid van gewijzigde feiten en/of veranderde omstandigheden. Artikel 4:6 Awb. Bij besluit van 13 juni 2006 heeft verweerder het verzoek van eiser om handhavend op te treden tegen – kort gezegd – door eiser gestelde illegale bouwactiviteiten op en met het bestemmingsplan strijdig gebruik van het perceel te Lievelde, afgewezen. Van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden is de rechtbank niet gebleken. Ook eiser heeft desgevraagd ter zitting niet kunnen aangeven dat daarvan sprake is.

Zie ook uitspraken BK0875 en BK0878

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: 08/1447 WRO

Uitspraak in het geding tussen:

[eiser]

te Lievelde,

eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre

verweerder.

[derde partij A]

te Lievelde,

derde-partij.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 juni 2006 heeft verweerder het verzoek van eiser om handhavend op te treden tegen – kort gezegd – door eiser gestelde illegale bouwactiviteiten op en met het bestemmingsplan strijdig gebruik van het perceel [adres] te Lievelde, afgewezen.

Bij besluit van 25 juni 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 1 oktober 2009, waar eiser is verschenen, bijgestaan door [naam A]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door M.H.J. Reintjes. De derde-partij is in persoon verschenen.

2. Overwegingen

Blijkens de gedingstukken heeft eiser bij brief van 15 november 2005 verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen illegale bouwactiviteiten in een ligboxstal en tegen het gebruik van die stal ten behoeve van recreatie op het perceel [adres] te Lievelde. Bij besluit van 23 december 2005 heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend, zodat dit in rechte is vast komen te staan.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat eiser bij brief van 28 maart 2006 (opnieuw) heeft verzocht om handhavend op te treden tegen illegale bouwactiviteiten in die ligboxstal en het gebruik daarvan in strijd met het bestemmingsplan, welk verzoek verweerder bij zijn besluit van 13 juni 2006 (opnieuw) heeft afgewezen.

De rechtbank is van oordeel dat de besluiten van 23 december 2005 en van 13 juni 2006 besluiten van gelijke strekking zijn. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat die besluiten zien op verzoeken om handhavend op te treden tegen dezelfde illegale activiteiten op hetzelfde perceel.

Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie onder meer haar uitspraak van 6 maart 2008 in zaak nr. 200706839/1, www.raadvanstate.nl) vloeit voort dat, indien na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking wordt genomen, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst, als ware het een eerste afwijzing. Slechts indien en voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst.

Onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden moeten worden begrepen feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet vóór dat besluit konden en derhalve behoorden te worden aangevoerd, alsmede bewijsstukken van reeds eerder gestelde feiten of omstandigheden die niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden en derhalve behoorden te worden overgelegd. Is hieraan voldaan, dan is niettemin geen sprake van feiten of omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen, indien op voorhand is uitgesloten dat hetgeen alsnog is aangevoerd of overgelegd aan het eerdere besluit kan afdoen.

Van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden is de rechtbank niet gebleken. Ook eiser heeft desgevraagd ter zitting niet kunnen aangeven dat daarvan sprake is. Gelet hierop is voor een rechterlijke toetsing van het bestreden besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen, geen plaats.

Het beroep is ongegrond.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2009.