Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK0711

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-10-2009
Datum publicatie
20-10-2009
Zaaknummer
06/460230-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 6 maanden voor het medeplegen van diefstallen. Verdachte en zijn mededaders pleegden deze diefstallen in georganiseerd verband bij drogisterijen en waren daarbij uit op scheermesjes en/of cosmetische artikelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460230-09

Uitspraak d.d.: 16 oktober 2009

Tegenspraak/dip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren op [1975] te [plaats] (Joegoslavië),

alias [naam 1], geboren op [1973] te [plaats] (Joegoslavië),

alias [naam 2], geboren op [1969] te [plaats] (Tsjechoslowakije),

alias [naam 3], geboren op [1969] te [plaats] (Tsjechoslowakije),

alias [naam 4], geboren op [1970] te [plaats] (Joegoslavië),

alias [naam 5], geboren op [1970] te [plaats] (Joegoslavië),

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

verblijvende in het huis van bewaring Ooyerhoekseweg te Zutphen.

Raadsvrouw: mr. A.M. Jongerman

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 oktober 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 maart 2009 in de gemeente Ermelo, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel (gelegen

aan de [adres 1] aldaar) heeft weggenomen elf pakjes scheermesjes

(merk Gilette), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [winkel A], althans aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s);

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 28 februari 2009 in de gemeente Ermelo, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel (gelegen

aan de [adres 1] aldaar) heeft weggenomen 29 pakjes scheermesjes

(merk Gilette) en/of een hoeveelheid make-up (merken L'Oreal en Max Factor),

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [winkel A]

Ermelo, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

(incident 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 28 juni 2008 in de gemeente Boxmeer, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel (gelegen

aan de [adres 3] aldaar) heeft weggenomen een hoeveeelheid cosmetica

(twee series foundation van het merk L'Oreal), in elk geval enig(e)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [winkel C], althans aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(incident 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 4 december 2008 in de gemeente Goes, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel (gelegen

aan de [adres 4] aldaar) heeft weggenomen een hoeveelheid

scheermesjes (te weten 3 doosjes Mach 3 Turbo, 3 doosjes Fushion Power en 2

doosjes Mach 3 Power), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [winkel F], althans aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s);

(incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 17 januari 2009 in de gemeente Papendrecht, in elk geval

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel

(gelegen aan de [adres 5] aldaar) heeft weggenomen 81 stuks make-up

(merk L'Oreal) en/of 23 stuks lipgloss glam shine (merk L'Oreal), in elk geval

enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [winkel G],

althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(incident 7)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 28 mei 2009 in de gemeente Hardinxveld-Giessendam, althans

in Nederland, in het bezit was van een of meerdere reisdocument(en), te weten

een nationaal paspoort van Slovenie en/of een nationale identiteitskaart van

Slovenie, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het

reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit

dat:

- de detaillering van dat paspoort en/of die identiteitskaart niet overeenkomt

met een origineel door de autoriteiten van Slovenie afgegeven document;

- het basismateriaal van dat paspoort en/of die identiteitskaart niet

overeenkomt met een origineel door de autoriteiten van Slovenie afgegeven

document;

- de gebruikte productie/druk- en beveiligingstechnieken van dat paspoort

en/of die identiteitskaart niet overeen komt/komen met een origineel door de

autoriteiten van Slovenie afgegeven document;

- in- en uitreisstempels in dat paspoort zijn geplaatst (pagina's 10, 11, 12

en 13) die qua detaillering niet overeenkomen met een originele stempel van

dat model;

(parketnummer 06/850193-09)

art 231 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De bewijsmotivering

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten. Het onder 3 ten laste gelegde feit acht hij niet bewezen. Hij heeft in dit verband opgemerkt dat in de aangifte geen specifieke omstandigheden zijn genoemd en dat de diefstal niet blijkt uit de camerabeelden.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2, 3, 4 en 5. Zij heeft hiertoe betoogd dat verdachte wel in de verschillende winkels aanwezig is geweest, maar dat hij niets heeft weggenomen. Ook is niet gebleken van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte medeverdachte [medeverdachte B]. Van medeplegen is daarom geen sprake.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Overwegingen van de rechtbank1

De rechtbank overweegt als volgt.

Feit 1

Aangeefster [naam A] heeft verklaard2 dat zij als filiaalleidster werkzaam is bij [winkel A] aan de [adres 1] te Ermelo. Op 21 maart 2009 vond zij omstreeks 16.00 uur een winkelmandje met wat grote artikelen tussen de schappen. Zij vermoedde dat er een diefstal was gepleegd. Korte tijd later bleek dat inderdaad sprake was van diefstal en dat een grote hoeveelheid scheermesjes was gestolen. Aangeefster heeft verder verklaard dat zij de videobeelden heeft bekeken, dat daarop te zien was dat omstreeks 14.36 uur twee mannen in de winkel kwamen en dat een van de mannen diverse producten in zijn bodywarmer deed. Uit de goederenbijlage bij de aangifte komt naar voren dat het gaat om elf pakjes scheermesjes van het merk Gilette3.

[Verbalisant A] heeft de videobeelden van het [winkel A] bekeken. Hij heeft gerelateerd4 dat op de afbeeldingen van de beveiligingscamera's is te zien dat verdachte de winkel inkomt en een winkelmandje pakt. Enkele seconden later komt medeverdachte [medeverdachte B], gekleed in een groene bodywarmer, de winkel binnen. Verdachte loopt naar de schappen met scheermesjes. Kort nadat hij bij het schap met scheermesjes is weggelopen, gaat [medeverdachte B] naar een gangpad tussen twee schappen met artikelen. Verdachte gaat naar hetzelfde gangpad en gaat naast [medeverdachte B] staan. Verdachte zet de winkelmand, waarin een aantal producten met een groot formaat zichtbaar zijn, op de grond. [medeverdachte B] hurkt en doet artikelen uit de mand in de binnenzak van zijn bodywarmer. Ondertussen observeert verdachte de omgeving. Vlak na elkaar verlaten verdachte en [medeverdachte B] de winkel.

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft bekend dat hij op 21 maart 2009 scheermesjes van het merk Gilette Fusion heeft gestolen uit de winkel in Ermelo5. Dat hij niet alleen was, blijkt uit de videobeelden en uit het feit dat verdachte heeft verklaard6 dat hij op 21 maart 2009 met medeverdachte [medeverdachte B] bij het [winkel A] in Ermelo is geweest.

Feit 2

Aangeefster [naam A] heeft verklaard7 dat zij als filiaalleidster werkzaam is bij [winkel A] aan de [adres 1] te Ermelo. Op 28 februari 2009 zag zij dat er grote hoeveelheden scheermesjes en cosmetische artikelen waren verdwenen. Op de beelden van de beveiligingscamera's zag zij dat sprake was van diefstal en dat twee mannen en een vrouw scheermesjes van het merk Gilette en cosmetische producten van het merk L'Oreal wegnamen.

Uit de goederenbijlage bij de aangifte komt naar voren dat het gaat om 29 pakjes scheermesjes van het merk Gilette en 32 cosmetische artikelen van de merken L'Oreal en Max factor8.

Verdachte heeft verklaard9 dat hij op 28 februari 2009 bij het [winkel A] in Ermelo is geweest. Hij was daar met medeverdachte [medeverdachte B] en een derde man. Volgens verdachte heeft [medeverdachte B] de diefstal gepleegd.

Dit wordt bevestigd door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte A]. Hij heeft verklaard10 dat hij op 28 februari 2009 in het [winkel A] te Ermelo is geweest. Hij is een paar keer met de mannen die bij de diefstal in Ermelo aanwezig waren mee geweest. Ze zeiden dat hij wat dingen moest pakken, deze moest neerzetten en dat hij dan moest weglopen. De man met de bodywarmer kon de spullen vervolgens stelen door deze in zijn bodywarmer te stoppen, aldus [medeverdachte A]11.

De verklaring van [medeverdachte A] vindt steun in de beelden van de beveiligingscamera. [Verbalisant A] heeft de beelden bekeken en gerelateerd12 dat op de afbeeldingen is te zien dat [medeverdachte A] de winkel inkomt, een winkelmandje pakt en richting de schappen met de scheermesjes loopt. Enkele minuten later komt hij in beeld bij de schappen met cosmetische producten. Zichtbaar is dat de winkelmand is gevuld met artikelen en dat daar grotere artikelen bovenop liggen. [medeverdachte A] pakt vier keer artikelen uit de schappen met cosmetica en legt die in de mand. Elke keer stapt hij een paar passen van het schap weg en kijkt hij om zich heen. Vervolgens loopt [medeverdachte A] naar het gangpad waar medeverdachte [medeverdachte B] staat. Hij zet de winkelmand op de grond voor [medeverdachte B] en loopt enkele meters door. Verdachte en [medeverdachte A] kijken voortdurend om zich heen en houden de controle over het looppad tussen de schappen. [medeverdachte B] gaat dan door zijn knieën. Zichtbaar is dat [medeverdachte B] met zijn armen bewegingen maakt vanaf de winkelmand naar de bodywarmer die hij draagt. [medeverdachte A] zorgt ervoor dat een klant die aan de overzijde van het gangpad loopt geen zicht krijgt op de handelingen van [medeverdachte B], door met de klant mee te lopen.

Feit 3

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat voor dit feit onvoldoende bewijs voorhanden is, nu de diefstal niet kan worden afgeleid uit de camerabeelden. Bovendien zijn in de aangifte geen specifieke omstandigheden opgenomen. Verdachte zal om die reden van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 4

Aangeefster [naam C] heeft verklaard13 dat zij als eerste verkoper werkzaam is bij het [winkel F], gevestigd aan de [adres 4 te plaats]. Toen zij in het gangpad waar de scheermesjes hangen liep, zag ze twee mannen daar weglopen. De ene man droeg een groene bodywarmer. Ze zag direct dat een aantal doosjes met scheermesjes weg was, terwijl ze die ochtend alles had bijgevuld. Weggenomen zijn 3 doosjes Mach 3 Turbo, 3 doosjes Fushion Power en 2 doosjes Mach Power.

[Verbalisant A] heeft de videobeelden van de beveiligingscamera's bekeken en gerelateerd14 dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte B] op de beelden staan. Op foto 5 staat verdachte bij de schappen met cosmetische artikelen.

Verdachte heeft verklaard15 dat hij zichzelf en medeverdachte [medeverdachte B] herkent op de foto's. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij niet heeft gezien dat [medeverdachte B] iets heeft gepakt, maar dat hij wel heeft gezien dat [medeverdachte B] spullen bij zich had toen ze de winkel hadden verlaten.

Feit 5

Aangeefster [naam D] heeft verklaard16 dat zij als assistent filiaal manager bij het [winkel G] gevestigd aan de [adres 5] te [plaats], werkzaam is. Op 17 januari 2009 heeft zij de schappen waar de producten van L'Oreal staan bijgevuld. Toen ze een uur later langs de schappen liep, zag ze dat het gedeelte waar de foundation stond helemaal leeg was. Ook zag ze dat diverse flesjes lipgloss van L'Oreal waren weggenomen. Volgens de goederenbijlage zijn 81 artikelen van het merk L'Oreal (diverse make-up artikelen) en 23 stuks lipgloss glam shine van het merk L'Oreal weggenomen17.

[Verbalisant A] heeft de videobeelden van de beveiligingscamera's bekeken en gerelateerd18 dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte B] te zien zijn op de fotoafbeeldingen. Op de foto's 5 en 6 zit [medeverdachte B] gehurkt bij een schap met cosmetische producten, waarbij tevens zichtbaar is dat [medeverdachte B] met zijn linkerhand een beweging maakt naar het schap dan wel zijn bodywarmer.

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft verklaard dat hij zichzelf herkent op een van de foto's die is gemaakt op 17 januari 2009 in het [winkel G] te [plaats]. Hij heeft bekend dat hij daar toen heeft gestolen19.

Verdachte heeft verklaard20 dat hij zichzelf en medeverdachte [medeverdachte B] op foto's herkent. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij in de winkel is geweest.

Overweging naar aanleiding van het verweer ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5 vrijspraak bepleit aangezien verdachte zelf niets heeft weggenomen. Verder heeft zij betoogd dat niet is gebleken van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte medeverdachte [medeverdachte B] en zodat geen sprake is van medeplegen van de diefstallen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt in dit verband dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij altijd een dag voordat de diefstal werd gepleegd in een café hoorde dat medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte A] afspraken maakten om op pad te gaan. Hij, verdachte, zei dan dat hij meeging. Ze reisden altijd samen en verplaatsen zich met de auto van [medeverdachte A]. Hij wist dat [medeverdachte B] de winkel in ging met de bedoeling om artikelen weg te nemen. Soms wist hij welke artikelen [medeverdachte B] zou wegnemen. Terug in de auto zag hij wat [medeverdachte B] had meegenomen. De rechtbank neemt hierbij ook de verklaring van medeverdachte [medeverdachte A] in aanmerking. Hij heeft verklaard dat hij een paar keer met de mannen die bij de diefstal in Ermelo aanwezig waren mee is geweest. Ze zeiden dat hij wat dingen moest pakken, deze moest neerzetten en dat hij dan moest weglopen. De man met de bodywarmer kon de spullen vervolgens stelen door deze in zijn bodywarmer te stoppen, aldus [medeverdachte A]21.

Gelet op verdachtes verklaring ter terechtzitting, in onderlinge samenhang bezien met de overige onder de feiten 1, 2, 4 en 5 genoemde bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. Dat verdachte de artikelen niet zelf heeft weggenomen, doet hier niet aan af.

De rechtbank op basis van voornoemde bewijsmiddelen en verdachtes verklaring ter terechtzitting de onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde feiten bewezen.

Feit 622

De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte23 en de processen-verbaal van de verbalisanten [verbalisant C] en [verbalisant D].

Verbalisant [verbalisant C] heeft gerelateerd24 dat op 28 mei 2009 op de snelweg A15 buiten de bebouwde kom van de gemeente Hardinxveld-Giessendam een verkeerscontrole is gehouden. Tijdens deze controle werd een auto van het merk Opel met kenteken [kenteken] naar de controleplaats gebracht. De bestuurder werd gevorderd een geldig op zijn naam staand rijbewijs ter inzage te geven. De bestuurder overhandigde een Sloveens rijbewijs op naam van [verdachte C] Ter controle op de echtheid werd dit document overhandigd aan Malcorps, bevoegd en deskundig documentonderzoeker bij de Koninklijke Marechaussee. Malcorps concludeerde dat enkele echtheidskenmerken op het rijbewijs ontbraken en dat het een vals rijbewijs betrof. Hierop werd verdachte gevorderd een geldig identiteitsbewijs ter inzage te geven. Verdachte overhandigde een op zijn naam staand Sloveens paspoort en een Sloveense identiteitskaart. Deze documenten zijn eveneens op echtheid onderzocht. Malcorps concludeerde dat deze eveneens vals waren.

[Verbalisant D] heeft gerelateerd25 dat hij het nationale paspoort op naam van verdachte heeft onderzocht. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het door verdachte overgelegde Sloveense paspoort qua detaillering, toegepast basismateriaal en gebruikte productie/druk- en beveiligingstechnieken niet overeenkomt met een origineel door de autoriteiten van Slovenië afgegeven document van dit model. Ook is uit het onderzoek naar voren gekomen dat de in- en uitreisstempels op de pagina's 10 tot en met 13 qua detaillering niet overeenkomen met een originele stempel van dat model. Verbalisant komt op grond hiervan tot de conclusie dat het paspoort vals is.

Verbalisant heeft verder gerelateerd dat hij de nationale identiteitskaart op naam van verdachte heeft onderzocht. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de door verdachte overgelegde Sloveense identiteitskaart qua detaillering, toegepast basismateriaal en gebruikte productie/druk- en beveiligingstechnieken niet overeenkomt met een origineel door de autoriteiten van Slovenië afgegeven document van dit model. Verbalisant komt op grond hiervan tot de conclusie dat de identiteitskaart vals is.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank dit feit bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 21 maart 2009 in de gemeente Ermelo tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel (gelegen aan de [adres 1] aldaar) heeft weggenomen elf pakjes scheermesjes (merk Gilette), toebehorende aan [winkel A];

2.

hij op 28 februari 2009 in de gemeente Ermelo tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel (gelegen aan de [adres 1] aldaar) heeft weggenomen 29 pakjes scheermesjes (merk Gilette) en een hoeveelheid make-up (merken L'Oreal en Max Factor), toebehorende aan [winkel A];

4.

hij op 4 december 2008 in de gemeente Goes tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel (gelegen aan de [adres 4] aldaar) heeft weggenomen een hoeveelheid scheermesjes (te weten 3 doosjes Mach 3 Turbo, 3 doosjes Fushion Power en 2 doosjes Mach 3 Power), toebehorende aan [winkel F];

5.

hij op 17 januari 2009 in de gemeente Papendrecht tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel (gelegen aan de [adres 5] aldaar) heeft weggenomen 81 stuks make-up (merk L'Oreal) en 23 stuks lipgloss glam shine (merk L'Oreal), toebehorende aan [winkel G];

6.

hij op 28 mei 2009 in de gemeente Hardinxveld-Giessendam, in het bezit was van reisdocumenten, te weten een nationaal paspoort van Slovenië en een nationale identiteitskaart van Slovenië, waarvan hij wist dat de reisdocumenten vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat:

- de detaillering van dat paspoort en die identiteitskaart niet overeenkomt met een origineel door de autoriteiten van Slovenië afgegeven document;

- het basismateriaal van dat paspoort en die identiteitskaart niet overeenkomt met een origineel door de autoriteiten van Slovenië afgegeven document;

- de gebruikte productie/druk- en beveiligingstechnieken van dat paspoort en die identiteitskaart niet overeen komen met een origineel door de autoriteiten van Slovenië afgegeven document;

- in- en uitreisstempels in dat paspoort zijn geplaatst (pagina's 10, 11, 12 en 13) die qua detaillering niet overeenkomen met een originele stempel van dat model.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feiten 1, 2, 4 en 5 telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen;

Feit 6: in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals of vervalst is.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafmaat geen verweer gevoerd.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van meerdere diefstallen, waarbij verdachte en zijn mededader(s) in georganiseerd verband hebben toegeslagen. Doelgericht bezochten zij drogisterijen, waarbij de buit bestond uit scheermesjes en/of cosmetische artikelen. De buit werd blijkens het proces-verbaal op markten verkocht. De handelwijze van verdachte en zijn mededaders hebben gezorgd voor overlast voor de benadeelde winkels. Verdachte en zijn mededaders waren enkel uit op financieel gewin.

De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat de veroordeling door de politierechter te Dordrecht van 24 september 2008 op naam van (verdachtes alias) [naam 2], ter zake diefstal door twee of meer verenigde personen, verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw soortgelijke delicten te plegen.

Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte een vervalst Sloveens paspoort en een vervalste Sloveense identiteitskaart in zijn bezit heeft gehad. Valse of vervalste identiteitsbewijzen maken een deugdelijke identiteitscontrole onmogelijk en kunnen daardoor het plegen van andere strafbare feiten vergemakkelijken. Door het gebruik van valse of vervalste reisdocumenten wordt het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in van overheidswege verstrekte identiteitsbewijzen geschonden. Dienaangaande zijn er oriëntatiepunten van het LOVS beschikbaar, die de rechtbank in ogenschouw neemt.

De rechtbank houdt verder rekening met de justitiële documentatie wat betreft de namen die verdachte in het verleden heeft gebruikt.

De rechtbank brengt bij het opleggen van na te melden maatregel op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in rekening de veroordeling op 24 september 2008 van de politierechter te Dordrecht.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft ten aanzien van de in beslag genomen valse documenten de onttrekking aan het verkeer gevorderd. De in beslag genomen telefoon en simkaart kunnen volgens hem aan verdachte worden teruggegeven.

De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot de documenten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft verzocht de telefoon en simkaart aan verdachte terug te geven.

De rechtbank overweegt dat verdachte afstand heeft gedaan van de vervalste documenten.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de telefoon en simkaart aan verdachte.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [naam] Retail B.V. heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.824,99 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1, 2 en 5 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.434,46, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

€ 167,15 ten aanzien van feit 1;

€ 557,89 ten aanzien van feit 2;

€ 709,42 ten aanzien van feit 5.

De vordering dient tot genoemd bedrag te worden toegewezen. De rechtbank is hierbij uitgegaan van de door de benadeelde partij overgelegde inkoopbedragen.

De benadeelde partij zal wat betreft het meer of anders gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op bewezen verklaarde feiten en aan de benadeelde partij derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 57, 63, 231, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

feiten 1, 2, 4 en 5 telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 6: in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals of vervalst is;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten: een telefoon en simkaart;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam] Retail B.V., Nijborg 17, 3927 DA Renswoude (bankrekeningnummer 67.57.40.916), van een bedrag van € 1.434,46, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam] Retail B.V., een bedrag te betalen van € 1.434,46, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 24 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mrs. Hödl en Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0611/09-205092, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-West Veluwe, Team Ermelo-Putten, gesloten en getekend op 13 augustus 2009.

2 Proces-verbaal van aangifte door [naam A], p.59

3 Goederenbijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p.61/62

4 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, p.101/102

5 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B], p.148

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte C], p.162

7 Proces-verbaal van aangifte door [naam A], p.170

8 Goederenbijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p.61/62

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte C], p.219/220

10 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.225

11 Proces-verbaal; van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.233

12 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, p.185-189

13 Proces-verbaal van aangifte door [naam C], p.369

14 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, p.373/374

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte C], p.381

16 Proces-verbaal van aangifte door [naam D], p.386/387

17 Goederenbijlage bij het proces-verbaal van aangifte, p.389

18 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, p.411/412

19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte B], p.152

20 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte C], p.420

21 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.233

22 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. 2009014369-10, Korps Landelijke Politiediensten Verkeerspolitie, Unit Waddinxveen, gesloten en getekend op 8 juni 2009.

23 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte C], p.54

24 Proces-verbaal, p.12/13

25 Proces-verbaal van bevindingen, p.70/71