Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BK0673

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-10-2009
Datum publicatie
20-10-2009
Zaaknummer
06/580339-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is vrijgesproken van - kort gezegd - ontuchtige handelingen met minderjarige A en minderjarige B, nu onvoldoende wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan.

Verdachte is wel veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht voor het in bezit hebben van 23 kinderpornografische afbeeldingen. Het verweer van de raadsman dat de afgebeelde personen ouder zijn dan zestien jaren en het bezit van deze afbeeldingen tot de wetswijziging in 2002 - waarin de leeftijd is verhoogd van zestien naar achttien jaar - niet strafbaar was, wordt door de rechtbank verworpen, omdat uit de bewijsmiddelen volgt dat de afgebeelde personen tussen de veertien en achttien jaar zijn en het in bezit hebben van de afbeeldingen met jeugdigen van veertien en vijftien jaar ook in 2002 strafbaar was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580339-09

Uitspraak d.d.: 20 oktober 2009

Tegenspraak (art. 279 Sv) / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1955],

wonende te [gemeente],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen.

Raadsman mr. Willemse te Ulft.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 oktober 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 augustus 2004 tot en met 23 juni 2009 te 's-Heerenberg, gemeente Monferland, in elk geval in Nederland, een (groot) aantal (in ieder geval 23 of daaromtrent) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldinge(n) (een) seksuele

gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer)

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden, onder meer: tijdschrift "Seventeen" [nummer] en/of tijdschrift "Lovely, [jaargang, nummer] en/of tijdschrift "Chick", [nummer] en/of tijdschrift "Chick", [nummer] en/of tijdschrift "16 plus", [nummer]

en/of

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of de vinger(s)) door zichzelf en/of door een volwassen man en/of door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar (eveneens) nog niet heeft/hebben bereikt, onder meer: tijdschrift "Lovely", [jaargang, nummer];

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 augustus 2004 tot en met 1 maart 2009 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer A] (geboren [2000]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) te plegen, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A],

hebbende verdachte immers

- die [slachtoffer A] meermalen, althans eenmaal met zijn (beide) hand(en) bij haar hoofd gepakt en/of (vervolgens) haar hoofd in de richting van zijn penis geduwd en/of die [slachtoffer A] (tegelijkertijd) gevraagd zijn penis te likken, terwijl de uitvoering van dat voorgneomen misdrijf niet is voltooid;

art 244 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 augustus 2004 tot en met 1 maart 2009 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer A] (geboren [2000]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) te plegen, immers heeft verdachte die [slachtoffer A] meermalen, althans eenmaal gevraagd zijn

penis te likken en/of heeft verdachte (daarbij) haar hoofd vastgepakt en/of (vervolgens) in de richting van zijn penis bewogen, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

art 247 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 augustus 2004 tot en met 1 maart 2009 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, met [slachtoffer A] (geboren [2000]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal vastpakken van de hand van die [slachtoffer A] en/of (vervolgens) de hand van die [slachtoffer A] naar zijn, verdachtes, penis te leiden en/of (vervolgens) die [slachtoffer A] zijn, verdachtes, penis laten vastpakken;

art 247 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 augustus 2004 tot en met 1 maart 2009 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer A] (geboren [2000]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) te plegen, immers heeft verdachte

- meermalen, althans eenmaal de hand van die [slachtoffer A] gepakt en/of (vervolgens) de hand van die [slachtoffer A] naar zijn penis geleid en/of die [slachtoffer A] (vervolgens) zijn penis laten vastpakken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1999 tot en met 1 januari 2001 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, met [slachtoffer B], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het meermalen, althans eenmaal de hand van die [slachtoffer B] vastpakken en/of (vervolgens) met haar hand (over de kleren) over de penis van verdachte wrijven en/of

- het meermalen, althans eenmaal (over de kleren) betasten van de borsten van die [slachtoffer B] en/of

- het meermalen, althans eenmaal (over de kleren) betasten van de vagina van die [slachtoffer B];

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Aanleiding

1. Op 3 maart 2009 heeft [gezinsvoogd], gezinsvoogd in het gezin [naam], melding2 gemaakt van mogelijk seksueel misbruik van [slachtoffer A], roepnaam [slachtoffer A], geboren 31 mei 2000. Naar aanleiding van deze melding heeft de moeder van [slachtoffer A], [moeder slachtoffer A], op 11 maart 2009 aangifte3 gedaan bij de politie van seksueel misbruik van haar dochter [slachtoffer A] door verdachte.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde.

3. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft zij vrijspraak gevorderd, nu naar haar mening voor dat feit onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is.

4. Ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit heeft de officier van justitie aangevoerd dat de afbeeldingen bij verdachte zijn aangetroffen, er in het proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van de lectuur een aantal afbeeldingen zijn omschreven en de deskundige in dit proces-verbaal heeft geconcludeerd dat het daadwerkelijk om kinderpornografisch materiaal gaat.

5. De bewezenverklaring van de feiten 2 primair en 3 primair heeft de officier van justitie gebaseerd op de bij de politie afgelegde verklaringen van [getuige A], [gezinsvoogd], [slachtoffer B] en [getuige B] en de eigen verklaring van [slachtoffer A]. Daar tegenover staat de verklaring van verdachte. Het gaat in onderhavige zaak om een 8-jarig meisje. De officier van justitie heeft vaak motieven gehoord voor het afleggen van een valse verklaring, maar een 8-jarig meisje, dat zo gedetailleerd vertelt over seksueel misbruik, en bijvoorbeeld het kleurverschil van de penis beschrijft, overdrijft dat naar de mening van de officier van justitie niet. Dat verzint een kind van 8 jaar niet, alleen maar om te verhullen dat zij van haar moeder niet bij verdachte mocht komen en dat toch heeft gedaan. Zo gedetailleerd verklaringen afleggen over misbruik, kan alleen maar als het echt zo gebeurd is. Ze heeft niet alleen helder verklaard, maar ook aantoonbaar juist over de rode string van verdachte, kaarten met seksplaatjes en seksfilms. Ze heeft verklaard over goederen die immers later bij de zoeking in het huis van verdachte zijn aangetroffen. Is een kind van 8 jaar zo berekenend dat ze het kan verzinnen? De officier van justitie gelooft dat niet. [slachtoffer A] heeft het zelf meegemaakt en daarom kan ze vertellen hoe de woning eruit ziet, dat er een rode string was, hoe een penis eruit ziet en kan ze aan getuigen vertellen wat haar is overkomen.

Bij de zoeking zijn kinderzwembroekjes en notities over [slachtoffer A] in het dagboek van verdachte aangetroffen. Eerst heeft hij verklaard dat [slachtoffer A] nooit bij hem is geweest. Bij de rechter-commissaris komt hij daarop terug, maar de officier van justitie acht zijn verklaringen niet geloofwaardig. Hij heeft zijn verklaring steeds bijgesteld, naarmate hij meer met de feiten werd geconfronteerd. Naar de mening van de officier van justitie is de verklaring van verdachte kennelijk leugenachtig en in strijd met de bewijsmiddelen, zoals die er liggen.

C. Standpunt van de verdediging

6. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de raadsman naar voren gebracht dat verdachte mogelijk een vijftal tijdschriften in bezit heeft gehad, als genoemd op de pagina's 108, 109 en 110 van het dossier. De afgebeelde personen zijn allen 16 jaar of ouder. Toen verdachte de tijdschriften kocht c.q. verwierf, heel veel jaren geleden, was het niet strafbaar deze te bezitten. Door een wetswijziging in 2002 is de leeftijdsgrens van de afgebeelde jeugdigen verhoogd van zestien naar achttien jaar. Door die wetswijziging werd het plots strafbaar om afbeeldingen in bezit te hebben van jeugdigen jonger dan achttien jaar. Verdachte was niet op de hoogte van deze wetswijziging en hij wist (dus) ook helemaal niet dat hij strafbaar was om deze tijdschriften in bezit te hebben. De raadsman heeft de rechtbank derhalve verzocht, verdachte geen straf op te leggen voor dit feit.

7. Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd, dat verdachte van beide feiten dient te worden vrijgesproken. Verdachte bestrijdt ten stelligste dat hij deze feiten heeft gepleegd. Het bewijs zou moeten volgen uit de studioverhoren van de minderjarigen [slachtoffer A] en [naam]. Aan het studioverhoor van [slachtoffer A] kan geen enkele waarde worden toegekend, want zij fantaseert er op los.

In het dossier worden zaken genoemd, die een beeld geven van [slachtoffer A] en haar omgeving. Deze zaken maken wellicht begrijpelijk dat en waarom [slachtoffer A] verklaart, zoals zij heeft verklaard in het studioverhoor. Bij [slachtoffer A] thuis is er een digitenne met sekskanaal 22 (p. 21). [slachtoffer A] liegt af en toe tegen de huidige vriend van haar moeder (p. 27 onderaan en p. 28 bovenaan). De moeder van [slachtoffer A] heeft in ieder geval met vier verschillende partners kinderen gekregen, elk kind heeft een andere vader. Er is dus nogal wat verloop in het huis geweest en mogelijk heeft [slachtoffer A] daar het een en ander mee beleefd en van opgevangen (p. 29 onderaan en p. 30 bovenaan). De moeder van [slachtoffer A] heeft lichamelijke klachten en is sociaal-emotioneel zodanig beschadigd, dat zij moeite heeft om zich staande te houden (p. 31 bovenaan). [slachtoffer A] is open en aandachtvragend en heeft een bijna symbiotische verhouding met haar moeder. [slachtoffer A] weet niet goed wat ze wel en niet aan anderen kan vertellen. Zij kan een fantasie ontwikkelen om toch aandacht te krijgen. Zo had zij aan haar vorige voogd verteld dat zij een weeskind was, wat niet waar bleek te zijn (p. 38 onderaan en p. 39 bovenaan). [slachtoffer B] is van een sociaal laag niveau. Contact tussen [slachtoffer A] en [slachtoffer B] is volgens de directrice van school niet goed voor [slachtoffer A] (p. 42). Als [slachtoffer A] bij [slachtoffer B] is, wordt er geblowd.

Een en ander dient betrokken te worden bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van hetgeen [slachtoffer A] heeft verklaard in het studioverhoor. [slachtoffer A] heeft inconsistent verklaard over haar aanwezigheid bij verdachte. Eerst heeft ze verklaard dat ze nog nooit bij hem is geweest (p. 50), later zegt ze dat ze er maar één of twee keer is geweest (p. 53) en weer later heeft ze verklaard dat ze vier keer bij hem is geweest (p. 55). Het hele verhaal dat [slachtoffer A] heeft verteld over piemeltje likken en dat zij zijn piemel moest vastpakken, is volgens verdachte volstrekt onwaar en is geheel een product van de fantasie van een meisje dat om aandacht vraagt. Een verhaal van een meisje dat thuis al veel heeft meegemaakt en gezien.

Op pagina 63 heeft [slachtoffer A] verklaard over wat zij op de tv heeft gezien. Zij heeft verklaard dat zij heeft gezien dat ie aan de piemel likt en dat de piemel in de kont gaat. Het is duidelijk dat dit meisje thuis al veel heeft meegemaakt en gezien, al dan niet op het sekskanaal 22 van digitenne. Zij fantaseert en belast verdachte met zaken die verdachte ten stelligste ontkent te hebben gepleegd. Opmerkelijk is het volgens de raadsman ook dat [slachtoffer A] pas tijdens het studioverhoor met het verhaal over het piemeltjes likken en het vastpakken van de piemel komt. In alles wat anderen hebben verklaard over hetgeen [slachtoffer A] eerder had verteld over het gebeuren bij verdachte, heeft zij daar met geen woord over gesproken. Op pagina 77 laat [slachtoffer A] helemaal haar fantasie de vrije loop, als zij verklaart over een ketting met een diamant. Als zij op de diamant drukt, kan zij gedachten lezen.

Ten aanzien van [slachtoffer A]'s wetenschap van de rode string van verdachte, die later bij verdachte is aangetroffen, stelt verdachte dat het mogelijk is dat [slachtoffer A] hem op het balkon in een rode string heeft gezien of dat zij deze in de flat heeft zien liggen.

De raadsman is van oordeel dat de studioverhoren van [slachtoffer A] niet tot het bewijs behoren te worden gebruikt van de feiten onder 2 en 3 ten laste gelegd. Concluderend heeft de raadsman bepleit dat verdachte van het onder 2 en 3 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Er is geen bewijs, althans geen overtuigend en geen betrouwbaar bewijs. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat ten aanzien van feit 2 primair het likken van de penis niet te beschouwen is als het seksueel binnendringen van het lichaam, zodat ook voor dit feit vrijspraak wordt gevraagd. Tot slot heeft de raadsman opgemerkt dat ook feit 3 primair niet bewezen kan worden. [slachtoffer A] heeft op pagina 62 verklaard dat zij met haar hand aan zijn piemel moest zitten, maar dat ze dat niet doet. Subsidiair wordt ook voor dit feit vrijspraak bepleit.

8. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd, dat verdachte de aangifte van [slachtoffer B] bestrijdt. Verdachte blijft bij zijn zakelijke verklaringen zoals deze zijn opgenomen in het dossier. Ook overigens zit er naar de mening van de raadsman geen bewijs in het dossier, zodat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

D. Beoordeling door de rechtbank

9. De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, nu de in de tenlastelegging opgenomen feitelijkheden, te weten het bij het hoofd pakken van [slachtoffer A] en vervolgens haar hoofd in de richting van de penis duwen en die [slachtoffer A] vragen zijn penis te likken, niet als (poging tot) binnendringen van het lichaam kan worden gekwalificeerd. Het (enkel) ten laste gelegde likken aan een penis brengt immers niet noodzakelijkerwijs binnendringen van het lichaam van [slachtoffer A] met zich mee. Verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

10. Ten aanzien van de feiten 2 subsidiair en 3 overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht van belang dat tegenover de voor verdachte belastende verklaring van [slachtoffer A], die ten tijde van de politieverhoren acht jaar oud was, de stellig ontkennende verklaring van verdachte staat. Voorts liggen er verschillende getuigenverklaringen in het dossier. Geen van de getuigen heeft zelf waargenomen dat verdachte ontuchtige handelingen bij of met [slachtoffer A] heeft verricht. Zij hebben hun verklaringen gebaseerd louter op hetgeen [slachtoffer A] aan hen heeft verteld.

11. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer A] consistent en betrouwbaar is, nu deze op punten achteraf controleerbaar is gebleken. [slachtoffer A] heeft immers verklaard over de rode string en de speelkaarten met seksplaatjes. Enige tijd later zijn deze goederen bij een zoeking in het huis van verdachte aangetroffen. De raadsman heeft daartegenover aangevoerd dat [slachtoffer A] in haar verklaringen heeft gefantaseerd en dat zij graag aandacht wilde. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de moeder van [slachtoffer A] en haar omgeving, verdachte zagen als een kinderlokker. De raadsman is van mening dat [slachtoffer A] deze conclusie heeft overgenomen en verdachte op dat moment de schijn al tegen had.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer A] op onderdelen imponeert, nu de goederen waarover zij heeft verklaard bij een zoeking in het huis van verdachte zijn aangetroffen, maar dat daar tegenover staat dat haar verklaring niet geheel klopt. Zo heeft [getuige B]4 verklaard dat [slachtoffer A] aan haar vorige voogd heeft verteld dat zij een weeskind was, terwijl dat niet het geval is.

12. De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat verdachte niet consistent heeft verklaard en naarmate hij met andere feiten en aantoonbare onjuistheden in zijn verklaring werd geconfronteerd, zijn verklaring heeft bijgesteld. De raadsman is van mening dat verdachte wel consistent heeft verklaard en dit ook ter zitting heeft volgehouden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet vanaf begin consistent heeft verklaard en dat dat tegen hem kan werken.

13. De raadsman heeft naar voren gebracht dat [slachtoffer A] in een ingewikkelde gezinssituatie is opgegroeid. Moeder heeft vier kinderen, allen van een verschillende vader. [slachtoffer A] had een duidelijk verbod gekregen van haar moeder om bij verdachte te komen en op 1 maart 2009 heeft [slachtoffer B] haar in opdracht van [getuige A] direct bij verdachte op moeten halen. [slachtoffer A] wist bovendien dat ze niet bij verdachte mocht komen en dat haar moeder haar dat duidelijk had verboden. Verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zag dat [slachtoffer B] boos was en dat [slachtoffer A] een klap van haar kreeg, toen zij haar ophaalde. Naar de mening van de raadsman was [slachtoffer A] wellicht bang om straf te krijgen en heeft zij daarom over het seksueel misbruik door verdachte gefantaseerd. Hierop aansluitend is de rechtbank van oordeel dat zich in het dossier een medische verklaring5 bevindt, waarin staat dat [slachtoffer A] medische klachten heeft die veroorzaakt zouden kunnen zijn door seksueel misbruik. Bij de politie heeft [slachtoffer A] echter niets verklaard over het binnendringen van haar (onder)lichaam door verdachte en ook overigens in het dossier is daarvoor geen bewijs aanwezig. De rechtbank concludeert daaruit dat het vermoeden van de arts van seksueel binnendringen niet gebaseerd kan zijn op handelen van verdachte. De rechtbank overweegt voorts dat het in dat licht wel opmerkelijk is dat - indien [slachtoffer A] verdachte voor de ontuchtige handelen wilde laten opdraaien - zij de wetenschap van haar medische klachten, mogelijk veroorzaakt door seksueel binnendringen, niet tegen verdachte heeft gebruikt.

14. Alles overwegende kan naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

15. Ten aanzien van het vierde tenlastegelegde feit heeft de rechtbank overwogen dat [slachtoffer B] aangifte6 heeft gedaan van het plegen van ontuchtige handelingen door verdachte. Verdachte heeft bij de politie7 ontkend deze ontuchtige handelingen met haar te hebben gepleegd. Nu zich in het dossier geen steunbewijs bevindt ten aanzien van de aangifte van [slachtoffer B], kan naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte dient derhalve van dit feit te worden vrijgesproken.

16. Naar het oordeel van de rechtbank kan wel bewezen worden verklaard, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank heeft de bewezenverklaring gebaseerd op onderstaande bewijsmiddelen.

17. Uit het proces-verbaal van bevindingen8 betreffende de lectuur is gebleken dat bij verdachte vijf tijdschriften werden aangetroffen die kinderpornografisch materiaal bevatten. In totaal zijn 23 kinderpornografische afbeeldingen in deze tijdschriften aangetroffen. De volgende afbeeldingen zijn aangetroffen:

- In een tijdschrift staat een blank meisje, kennelijk leeftijd 14-16 jaren oud. Het betreft een afbeelding, full color foto, van een blank meisje, geheel naakt op een sokje na, dat op een armleuning van de bank zit, iets schuin maar met haar linkerzijde naar de camera toe. Het meisje heeft een haarborstel in de linkerhand. Haar rechterbeen is opgetrokken en haar linkerbeen heeft zij gestrekt. Er is hierdoor zich op haar vagina. Dit tijdschrift, Seventeen 119, werd uitgebracht in [jaargang];

- In een tijdschrift staan blanke jongens, kennelijke leeftijd 15-18 jaren oud. Op deze afbeelding, full color foto, staan 5 naakte jongens achter elkaar in een ruimte. De ruimte maakt een indruk van een schuur, er staat onder meer een bank op afgebeeld en er ligt een kleed op de vloer. de voorste jongen staat voorover gebukt en de andere jongens staan achter de gebukte jongen. De jongens houden elkaar vast bij de heupen. Op een andere afbeelding op de bladzijde naast deze omschreven afbeelding staan 2 van deze 5 jongens afgebeeld. Hierbij ligt één van deze jongens, voor zover waarneembaar, geheel naakt op zijn rug en een andere jonge staat, eveneens naakt, voor hem. De staande jongen heeft een erectie en penetreert anaal de voor hem liggende jongen. De staande jongen kijkt daarbij in de camera. Dit staat afgebeeld in het tijdschrift Lovely [jaargang, nummer];

- In een tijdschrift staat een blank meisje, kennelijke leeftijd 15-17 jaar oud. Op deze zwart-wit afbeelding staat een geheel naakt meisje afgebeeld. Het meisje wordt onder haar armen opgetild door een man. Het meisje staat met de voorzijde van haar lichaam naar de camera en zij kijkt daarbij recht in de camera. Er is volledig zich op haar vagina. Dit alles staat in het tijdschrift Chick, [nummer];

- In een tijdschrift staat een blank meisje, kennelijke leeftijd 13-16 jaar. Op deze zwart wit afbeelding staat een meisje, geheel naakt. Het meisje poseert voor deze foto, zij kijkt daarbij recht in de camera. Zij staat met de oorzijde van haar lichaam naar de camera toe en er is volledig zicht op haar vagina. Deze afbeelding staat in het tijdschrift Chick, [nummer];

- In een tijdschrift staat een blank meisje, kennelijke leeftijd 14-16 jaar. Op deze full color afbeelding staat een meisje, geheel naakt. Het meisje staat in een ruimte met op de achtergrond een raamkozijn en witte vitrage. Verder staan er wat klimop en wat bloemen afgebeeld. Het meisje heeft in haar handen een rood - wit kleurig touw dat zij achter haar rug heeft. Het meisje staat met de voorzijde van haar lichaam naar de camera toe en zij kijkt daarbij recht in de camera. Er is volledig zich op haar vagina. Deze afbeelding staat in het tijdschrift "16 plus", [jaargang, nummer].

18. Verdachte heeft bij de politie9 verklaard dat hij de pornolectuur ongeveer twintig jaar geleden heeft gekocht.

19. De raadsman heeft aangevoerd dat de afgebeelde personen ouder zijn dan zestien jaren. Op het moment dat verdachte de boekjes kocht, was het niet strafbaar deze in bezit te hebben. Na de wetswijziging in 2002, waarbij de leeftijdsgrens is verhoogd van zestien naar achttien jaar, is het bezitten van deze afbeeldingen strafbaar geworden.

20. De rechtbank is van oordeel dat in de aanwijzing kinderpornografie10 verschillende elementen zijn opgenomen, aan de hand waarvan de leeftijdsbepaling van de afgebeelde personen op (kinder)pornografische afbeelden dient te geschieden. Op basis van deze elementen zijn de bij verdachte aangetroffen afbeeldingen beoordeeld. In het proces-verbaal is op basis van deze elementen geconcludeerd dat de leeftijd van de afgebeelde personen tussen de veertien en achttien jaren is. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van deze conclusies, gelet op de verschillende aanknopingspunten voor het vaststellen van de leeftijd in de aanwijzing kinderpornografie. De rechtbank verwerpt het verweer dat de afgebeelde personen allen zestien jaar of ouder zijn. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat het bezitten van deze afbeeldingen door verdachte vóór 2002 niet strafbaar was. Nu de leeftijd van de afgebeelde personen tussen de veertien en achttien jaren is, en het in bezit hebben van de afbeeldingen met jeugdigen van veertien en vijftien jaar ook in 2002 strafbaar was, verwerpt de rechtbank ook dit verweer.

21. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezenverklaard dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstip in de periode van 31 augustus 2004 tot en met 23 juni 2009 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, een (groot) aantal (in ieder geval 23 of daaromtrent) afbeelding(en) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldinge(n) seksuele

gedraging(en) zichtbaar zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer)

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet /hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van die personen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden, onder meer: tijdschrift "Seventeen" [nummer] en tijdschrift "Lovely, [jaargang, nummer] en tijdschrift "Chick", [nummer] en tijdschrift "Chick", [nummer] en tijdschrift "16 plus", [nummer]

en/of

- het anaal penetreren (met de penis en/of de vinger(s)) door een volwassen man en/of door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, van het lichaam van persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar (eveneens) nog niet heeft bereikt, onder meer: tijdschrift "Lovely", [jaargang, nummer];

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

22. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

23. De raadsman heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is ziekelijk. Hij heeft astma, longklachten, hartklachten, allergie en rugklachten. Hij gebruikt medicatie in verband met deze klachten en staat onder controle van een vaatchirurg. Verdachte leeft van een uitkering en heeft financiële problemen. Hij zit in het schuldsaneringtraject en krijgt € 40,- leefgeld per week. Nu naar de mening van de raadsman slechts een veroordeling voor het eerste tenlastegelegde feit kan volgen, en mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, heeft de raadsman verzocht verdachte voor dat feit geen straf op te leggen.

24. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

25. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - het in bezit hebben van 23 kinderpornografische afbeeldingen. Het is verdachte, door het verzamelen van kinderporno, zij het indirect, mede toe te rekenen dat uiterst verwerpelijke praktijken, die plaatsvinden met kinderen van veelal zeer jonge leeftijd, in stand worden gehouden en bevorderd. Algemeen bekend is dat kinderen door betrokkenheid bij de op de afbeeldingen voorkomende seksuele gedragingen psychische schade kunnen oplopen, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. De rechtbank houdt er ten nadele van verdachte rekening mee dat hij eerder is veroordeeld wegens pedoseksuele delicten.

26. Het voorgaande in aanmerking nemend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Roessingh-Bakels, voorzitter, Vos en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Hoesstee-Ter Haar, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0640/09-203378, Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, district Achterhoek, Doetinchem, gesloten en ondertekend op 6 juli 2009.

2 Stamproces-verbaal (p. 5).

3 Proces-verbaal van aangifte van [moeder slachtoffer A] (p. 18-22).

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (p. 39).

5 Medische gegevens betreffende [slachtoffer A], opgesteld door A. Zwart d.d. 24 maart 2009 (p. 23).

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (p. 150-153).

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p. 117-146).

8 Proces-verbaal bevindingen lectuur (p. 107-116).

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte (p. 147).

10 Proces-verbaal van bevindingen lectuur (p. 111-116).