Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ8170

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-09-2009
Datum publicatie
22-09-2009
Zaaknummer
06/460229-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en verplicht reclasseringstoezicht, voor een gewapende overval op een pompstation en een winkeldiefstal. Bij de overval heeft verdachte niet geschuwd een medewerker van het pompstation met een mes te bedreigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/460229-09

Uitspraak d.d. 22 september 2009

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1982],

wonende te [plaats, adres],

thans verblijvende in huis van bewaring Ooyerhoekseweg te Zutphen.

Raadsman mr. J.L. Souman, advocaat te Epe.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 september 2009.

De tenlastelegging

Nadat de ten tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd, is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 09 juni 2009 in (de gemeente) Apeldoorn met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer] (medewerker van het pompstation) heeft

gedwongen tot de afgifte van geld (ongeveer 200 euro), in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam A], althans aan [exploitant] (de exploitant), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte:

- (meermalen) tegen [slachtoffer] voornoemd heeft geschreeuwd "overval" en/of

- (opzettelijk dreigend) een mes heeft getrokken/getoond en/of

- (een) stekende beweging(en) heeft gemaakt met dat/een mes in de richting van

die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "opschieten" en/of "ik wil nu geld" en/of

"geef me het briefgeld" en/of "geef me ook het muntgeld" en/of

- vervolgens geld uit de handen van die [slachtoffer] heeft gepakt;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 09 juni 2009 in (de gemeente) Apeldoorn met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (ongeveer 200 euro) in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam A], althans

aan [exploitant] (de exploitant), in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] (medewerker van het

pompstation), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

- (meermalen) tegen [slachtoffer] voornoemd heeft geschreeuwd "overval" en/of

- (opzettelijk dreigend) een mes heeft getrokken/getoond en/of

- (een) stekende beweging(en) heeft gemaakt met dat/een mes in de richting van

die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "opschieten" en/of "ik wil nu geld" en/of

"geef me het briefgeld" en/of "geef me ook het muntgeld" en/of

- vervolgens geld uit de handen van die [slachtoffer] heeft gepakt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 16 april 2009 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee viltstiften, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [boekhandel] (lokatie

[winkelcentrum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen viltstiften onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 16 april 2009 in de gemeente Apeldoorn, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen twee viltstiften, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [boekhandel] (lokatie

[winkelcentrum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen viltstiften en/of die weg te nemen goederen onder

zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, hebbende

verdachte de viltstiften uit de verpakking gehaald en/of achter zijn rug

gehouden en/of achter in zijn broek gestopt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Inleiding

Op 9 juni 2009 is bij de politie een melding binnengekomen dat een overval op pompstation TINQ te Apeldoorn heeft plaatsgevonden. De politie heeft korte tijd daarna in de nabijheid van het pompstation een man aangetroffen die voldeed aan het signalement van de dader. De man, ambtshalve bekend bij de politie als [verdachte], is vervolgens aangehouden.

Op 9 juni 2009 is door [slachtoffer], medewerker van het pompstation, namens [naam A] aangifte gedaan van afpersing.

Op 16 april 2009 is bij de politie een melding binnengekomen dat in [boekhandel] in [winkelcentrum] te Apeldoorn een diefstal heeft plaatsgevonden. Ter plaatse heeft de politie in de ophoudkamer van de beveiliging van het winkelcentrum de verdachte, [verdachte], aangetroffen.

Op 16 april 2009 is door [naam B] aangifte gedaan van diefstal dan wel verduistering.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair ten laste gelegde afpersing heeft begaan. Daarbij baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer] en de bekennende verklaring van verdachte.

Op basis van de aangifte van [naam B] en de bekennende verklaring van verdachte acht de officier van justitie de onder 2 subsidiair ten laste gelegde poging tot diefstal eveneens wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft verdachte ter terechtzitting ontkend dat hij met het mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van [slachtoffer]. Voor het overige is door en namens verdachte gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman van verdachte zich op het standpunt gesteld dat slechts de poging tot diefstal bewezen kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Gelet op de aangifte van [slachtoffer]2, de bevindingen van de politie met betrekking tot camerabeelden van een bewakingscamera van het pompstation3 en op de bij de politie afgelegde bekennende verklaringen van verdachte4, die door hem ter terechtzitting zijn gehandhaafd, in samenhang en in onderling verband beschouwd, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de onder 1 primair ten laste gelegde afpersing heeft gepleegd.

Hierbij acht de rechtbank bewezen dat verdachte stekende bewegingen met het mes in de richting van [slachtoffer] heeft gemaakt, nu de aangifte van [slachtoffer] op dit punt, blijkens voormelde bevindingen van de politie, wordt bevestigd door de camerabeelden van een bewakingscamera van het pompstation. De rechtbank vindt de aangifte van [slachtoffer] daarom aannemelijk en voormelde ontkennende verklaring van verdachte niet aannemelijk.

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Op grond van de aangifte van [naam B]5 en de bij de politie afgelegde bekennende verklaring van verdachte6, die door hem ter terechtzitting is gehandhaafd, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de onder 2 primair ten laste gelegde diefstal van twee viltstiften door middel van verbreking heeft gepleegd.

Hierbij is van belang dat verdachte blijkens de aangifte van [naam B], de viltstiften uit de verpakking heeft gehaald na de verpakking te hebben verbroken, en de viltstiften in zijn achterbroekzak heeft gestopt en deze pas na herhaaldelijk vragen van [naam B] en na een vergeefse poging van verdachte om met zijn pinpas voor de viltstiften te betalen, heeft teruggegeven. Gelet hierop heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank een zodanige heerschappij over die viltstiften verschaft, dat de wegneming daarvan was voltooid.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 9 juni 2009 in (de gemeente) Apeldoorn met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] (medewerker van het pompstation) heeft gedwongen tot de afgifte van geld (ongeveer 200 euro) toebehorende aan [naam A], althans aan [exploitant] (de exploitant), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte:

- meermalen tegen [slachtoffer] voornoemd heeft geschreeuwd "overval" en

- opzettelijk dreigend een mes heeft getrokken/getoond en

- stekende bewegingen heeft gemaakt met dat mes in de richting van die [slachtoffer] en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "opschieten" en "ik wil nu geld" en "geef me het briefgeld" en "geef me ook het muntgeld" en

- vervolgens geld uit de handen van die [slachtoffer] heeft gepakt;

2.

hij op 16 april 2009 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee viltstiften toebehorende aan [boekhandel] (lokatie [winkelcentrum]), waarbij verdachte die weg te nemen viltstiften onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, is niet bewezen en de rechtbank zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1: Afpersing;

feit 2: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

Over de persoon van verdachte is een psychiatrisch onderzoeksrapport uitgebracht, gedateerd 5 augustus 2009, opgemaakt door drs. L.P. Heinsman, psychiater.

Met de conclusie van dit rapport, te weten dat verdachte - gelet op de wijze waarop de schizofrenie zowel aan zijn staken van medicatie is gerelateerd, als in belangrijke mate zijn middelengebruik in de hand werkt en vervolgens onderhoudt - verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

De op te leggen straf

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, waarbij verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

De officier van justitie acht voor de strafmaat van belang de ernst van de feiten. Afpersing kan bij slachtoffers leiden tot wantrouwen jegens de medemens en onveilige gevoelens. Verdachte heeft verder geen respect getoond voor andermans eigendommen. De officier van justitie heeft in haar eis betrokken dat verdachte een strafblad heeft, maar ook dat hij als verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd. Verdachte heeft een forse psychotische stoornis en is cocaïne- en cannabisafhankelijk. Verdachte dient hiervoor behandeld te worden, maar hij is niet gemotiveerd voor klinische behandeling. Hij zal daarom zijn contact met het ACT-team te Apeldoorn moeten voortzetten en aan hulpverlening door Tactus en aan controles op alcohol- en middelengebruik moeten meewerken, zoals in voormeld psychiatrisch onderzoeksrapport en in het Voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 19 augustus 2009 is geadviseerd.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat, ingeval de rechtbank komt tot enige veroordeling, rekening dient te worden gehouden met de volgende omstandigheden.

Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Sinds acht jaar lijdt verdachte aan psychoses. Dat verdachte middelen gebruikt, geen ziekte-inzicht heeft en ook geen klinische behandeling wil, past in zijn ziektebeeld van schizofrenie. Verdachte is reeds eerder klinisch behandeld. Hij wil nu alleen nog ambulant behandeld worden, zoals door Tactus in voormeld Voorlichtingsrapport is uiteengezet. De ambulante behandeling vormt een kader voor verdachte om zijn leven weer op te pakken. Een lange vrijheidsstraf voegt niets toe aan de behandeling en resocialisatie van verdachte.

De raadsman heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepleit die gelijk is aan de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een voorwaardelijke gevangenisstraf als juridisch kader voor de ambulante behandeling van verdachte, zoals in voormelde rapporten is geadviseerd.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank vindt na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook is gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens de behandeling ter terechtzitting is gebleken.

Bij het opleggen van de maatregel is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een pompstation en aan een winkeldiefstal. Verdachte wilde het pompstation overvallen omdat hij behoefte had aan drugs en daar geld voor nodig had. In deze omstandigheid ligt het recidivegevaar besloten. Bij de afpersing heeft hij niet geschuwd een mes te gebruiken. De ervaring leert dat slachtoffers van een afpersing, zoals hier gepleegd, langdurig angstgevoelens daaraan kunnen overhouden.

In het nadeel van verdachte weegt verder dat hij blijkens zijn strafblad7 reeds meerdere keren met justitie in aanraking is geweest en een keer is veroordeeld tot een geldboete wegens twee diefstallen. Dat heeft hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Uit de over verdachte uitgebrachte rapporten8 komt naar voren dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis in de zin van schizofrenie van het paranoïde type met negatieve symptomatologie en een nagenoeg afwezig ziekte-inzicht. Verdachte is verslaafd aan cocaïne en gebruikt daarnaast wiet en alcohol. De combinatie van middelengebruik en staking van medicatie leidt tot een patroon van terugval bij verdachte. Volgens de RISc-uitkomst is het recidiverisico hoog. Om de kans op recidive te verkleinen is behandeling van de schizofrenie nodig en zijn interventies op meerdere leefgebieden, zoals drugs- en alcoholgebruik, gewenst. Als plan van aanpak wordt noodzakelijk geacht dat het huidige contact van verdachte met het ACT-team van GGNet te Apeldoorn wordt voortgezet. Voorts zal verdachte moeten meewerken aan hulpverlening vanuit Tactus en aan controles op zijn alcohol- en middelengebruik en zal hij zijn depot(medicatie) moeten blijven gebruiken.

Geadviseerd wordt daarom een voorwaardelijke straf op te leggen, met de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact.

Het voorgaande afwegend, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient verdachte ervan te doordringen dat hij in de toekomst geen strafbare feiten meer pleegt. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact opleggen, ook als dat inhoudt dat verdachte het contact met het ACT-team van GGNet te Apeldoorn dient voort te zetten en aan hulpverlening door Tactus en aan controles op alcohol- en middelengebruik dient mee te werken.

Toepasselijk wettelijke artikelen

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 310, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, primair, en het onder 2, primair, ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

feit 1: Afpersing;

feit 2: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als die inhouden het voortzetten van het contact met het ACT-team van GGNet te Apeldoorn en het meewerken aan hulpverlening door Tactus en aan controles op alcohol- en middelengebruik;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Van den Dungen-Dijkstra en Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wever, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 september 2009.

Voetnoten:

1 Voor zover niet anders is vermeld, wordt hierna in de voetnoten telkens verwezen naar in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, met bijbehorende dossierpagina's, die deel uitmaken van het (Stam)proces-verbaal met nr. PL0620/2009023549, gedateerd 23 juli 2009, opgemaakt door W.P.E. Kuijf, hoofdagent van politie, Team Recherche Apeldoorn, District Apeldoorn, Regio Noord- en Oost-Gelderland.

2 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 88

3 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 127

4 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 104-105 en 109-110

5 Proces-verbaal van aangifte, als onderdeel van het (Stam)proces-verbaal met nr. PL0621/09-203577, gedateerd 28 april 2009, opgemaakt door [naam], hoofdagent van politie Team Apeldoorn Binnenstad, District Apeldoorn, Regio Noord-Oost Gelderland.

6 Proces-verbaal van verhoor, als onderdeel van voornoemd (Stam)proces-verbaal nr. PL0621/09-203577.

7 Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 11 juni 2009.

8 Het Psychiatrisch onderzoeksrapport, gedateerd 5 augustus 2009, opgesteld door drs. L.P. Heinsman, psychiater, en het Voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 19 augustus 2009, opgesteld door S.L. Krijnsen, Reclasseringswerker, en E. Schleedoorn, Hoofd Bedrijfsvoering.