Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7713

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-09-2009
Datum publicatie
18-09-2009
Zaaknummer
06/460135-09 en 06/470384-09, Vordering na voorw. veroord. 06/460184-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Apeldoornse veelpleger krijgt ISDmaatregel opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummers 06/460135-09 en 06/470384-09

Vordering na voorw. veroord. 06/460184-08

Uitspraak d.d. 16 september 2009

Tegenspraak / dip (2x) - oip / oip (vord. TUL)

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Turkije) op [1972],

wonende te [adres en plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring “De Kruisberg” te Doetinchem.

Raadsman mr. Bakhuis, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 september 2009.

Voeging meerdere dagvaardingen

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/460135-09 en 06/470384-09 tegen verdachte aangebrachte zaken gevoegd behandeld.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

(ten aanzien van parketnummer 06/460135-09)

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2009 tot en met 27 januari 2009 te

Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (op een parkeerplaats aan/nabij [straat] staande) auto (merk Kia, type Rio, gekentekend [kenteken 1]) weg te

nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder hun/zijn bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, als volgt heeft

gehandeld, verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben

- een ruit (aan de passagierszijde) ingeslagen en/of ingegooid, althans kapot

gemaakt, en/of

- (vervolgens) gereikt naar een zonnebril en/of een ijskrabber en/of een of

meer andere goed(eren) in die auto,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2009 tot en met 15 februari 2009

te Apeldoorn

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan [adres]) heeft weggenomen een laptop (merk Compac) en/of

een (bijbehorende) oplader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2009 tot en met 16 februari

2009 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, een laptop (merk Compac) heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten

tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 29 maart 2009 tot en met 30 maart 2009

te Apeldoorn

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (op/aan/nabij [straat] staande) auto (Opel Corsa, gekentekend [kenteken 2]) heeft

weggenomen een brillenkoker (inhoudende een zonnebril) en/of een

filmrolkokertje(inhoudende muntstukken van 50 Eurocent), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder hun/zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht4.

hij in of omstreeks de periode van 29 maart 2009 tot en met 30 maart 2009

te Apeldoorn

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (op/aan/nabij [straat] staande) auto (Mitsubishi Carisma, gekentekend [kenteken 3]) heeft

weggenomen een TOM TOM navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 29 maart 2009 tot en met 30 maart 2009

te Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (op/aan/nabij [straat] staande)

auto (Opel Astra, gekentekend [kenteken 4]) weg te nemen geld en/of enig(e)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E] en/of [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich

daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld

en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming,

een ruit (aan de passagierszijde) van die auto heeft ingegooid/ingeslagen,

althans kapotgemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 04 april 2009 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf T-shirts,

althans kleding, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [warenhuis] Apeldoorn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 04 april 2009 te Apeldoorn opzettelijk vijf T-shirts,

althans kleding, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[warenhuis] Apeldoorn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader, welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader uit de

winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende(n) had(den) genomen onder

gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd(e) goed(eren) te

betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat/die goed(eren)

anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich

heeft/hebben toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in of omstreeks de periode van 29 januari 2009 tot en met 30 januari 2009

te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

(bedrijfs)bus (Ford Transit, gekentekend [kenteken 5]) heeft weggenomen

een navigatiesysteem en/of een mp3-speler en/of een laserafstandsmeter, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming;

(parketnummer 800688/09)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

(ten aanzien van parketnummer 06/470384-09)

1.

hij op of omstreeks 07 februari 2009 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Sparta), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 07 februari 2009, althans in de periode van 07 februari

2009 tot en met 16 maart 2009 in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in

Nederland, een fiets (merk Sparta) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die fiets wist, althans redelijkerwijs had moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 20 februari 2009 in de gemeente Apeldoorn

wederrechtelijk heeft vertoefd in een besloten lokaal (Omnizorg

verslavingscentrum) gelegen aan de Stationsstraat en in gebruik bij Omnizorg

verslavingscentrum, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, welke

wederrechtelijkheid hieruit bestond dat hem, verdachte, op 15 februari 2009

(schriftelijk) de toegang tot voornoemd lokaal voor een periode van drie (3)

maanden is ontzegd;

art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten / aanleiding onderzoek.

Aanleiding voor het onderzoek2 was de aanhouding van verdachte op heterdaad op 4 april 2009 terzake van winkeldiefstal bij [warenhuis] aan [straat] in Apeldoorn. Verdachte werd toen al gezocht in verband met in Apeldoorn gepleegde autoinbraken op 26/27 januari 2009 en 29/30 maart 2009.

Met betrekking tot de zaak onder parketnummer 06/470384-09) Op 17 februari 20093 werd verdachte al fietsend door een politieambtenaar gesignaleerd op de Europaweg in Apeldoorn. Omdat verdachte geen plausibel verhaal had over de herkomst van de fiets, werd onderzoek gedaan naar de herkomst van de fiets.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2 subsidiair, 3 t/m 5, 6 primair en 7 inzake parketnummer 06/460135-09 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard op basis van de verschillende aangiften, de DNA-onderzoeken terzake feit 1 en 7, de verklaringen van de verschillende getuigen, het relaas van verbalisanten (feit 3 t/m 5), de verklaring van een mededader (feit 6) en de verklaringen die verdachte daarover zelf heeft afgelegd.

Ten aanzien van de feiten 3 t/m 5 heeft de officier nog aangevoerd dat de combinatie van de door de getuige [getuige A] en de bevindingen van de ter plaatse gaande politiemensen, in samenhang met het wegvluchten en de aanvankelijke ontkennende verklaring van verdachte maken dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte heeft geprobeerd in meerdere auto’s in te breken.

Ten aanzien van de onder parketnummer 06/470384-09 tenlastegelegde feiten heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat inzake feit 1 de opzetheling wettig en overtuigend bewezen kan worden en wel op basis van de aangifte van de diefstal op 7 februari 2009, het aantreffen door de politie op 17 februari 2009, de verklaring van verdachte dat hij de fiets in januari zou hebben gekocht. De onder 2 tenlasetegelegde huisvredelokaalvredebreuk acht zij eveneens bewezen, op basis van de aangifte, de schriftelijke ontzegging, de tot twee keer toe gedane vordering om het Omnizorg centrum te verlaten en de verklaring die verdachte daarover heeft afgelegd.

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van een mogelijke bewezenverklaring geconformeerd aan het door de officier van justitie ingenomen standpunt, behoudens met betrekking tot de onder parketnummer 06/460135-09 3 tot en met 5 tenlastegelegde feiten.

De raadsman heef daarover aangevoerd dat verdachte in afwijking van zijn eerdere verklaring bij de politie ter zitting heeft verklaard dat hij die nacht inderdaad daar is geweest en een plausibele verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij voor de politie op de loop is gegaan.

De ene getuigenverklaring en het daarin gegeven signalement, onder meer inhoudende een opvallende jas, acht de raadsman onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van deze autoinbraken.

D. Beoordeling door de rechtbank

(ten aanzien van parketnummer 06/460135-09)

Verdachte heeft zowel bij de politie (op 6 april 2009) als de rechter-commissaris ontkend de feiten 3 t/m 5 te hebben gepleegd, omdat hij die nacht bij zijn vriendin in Apeldoorn zou zijn geweest.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij die nacht wel bij zijn vriendin is geweest, maar dat hij daarvoor op weg naar haar, komend vanuit de stad en onder invloed van middelen,

ter plekke (kruising Talingweg/Hopweg) een tweetal vrouwelijke agenten in een politieauto is tegengekomen. Zij hadden hem toen gesommeerd te blijven staan, maar hij is er toen vandoor gegaan, omdat hij nog een strafzaak had openstaan en bang was om aangehouden te worden en bovendien zijn vriendin op hem zat te wachten.

Uit het dossier blijkt dat in de nacht van 29 op 30 maart 2009 door de politie4 naar aanleiding van een melding van een auto-inbraak in de omgeving van de Spreeuwenweg omstreeks 00.45 uur een onderzoek is ingesteld. Wanneer een surveillanceteam - bestaande uit twee vrouwelijk politiemensen - op weg is naar de aangegeven locatie, zien zij ter hoogte van de kruising Talingweg/Hopweg een man lopen die aan het bij de melding opgegeven signalement van de dader voldoet. Eén van de politiemensen herkende deze man als de haar ambtshalve bekende [verdachte]. Nog voordat de politiemensen de man kunnen aanspreken, gaat deze er op een fiets vandoor. Een achtervolging leverde niets meer op. Wanneer de politiemensen vervolgens terugkomen op de plaats waar zij de man voor het eerst hebben gesignaleerd (kruising Talingweg/ Hopweg te Apeldoorn), zien zij dat de passagiersruit van een Opel Corsa met het kenteken [kenteken 4] (feit 5) is ingeslagen. Bij deze auto was verdachte in eerste instantie op korte afstand door hen gesignaleerd. Wanneer het surveillanceteam vervolgens naar de locatie gaat van de aanvankelijke melding hoek Spreeuwenweg/Adelaarslaan, treffen ze daar twee auto’s aan waarvan een ruit is ingeslagen, te weten een Opel Corsa met het kenteken [kenteken 2] (feit 3) en een Mitsubishi met het kenteken [kenteken 3] (feit 4). De verbalisanten stelden vervolgens de benadeelden op de hoogte.

De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting, niet zonder meer uitgesloten kan worden geacht dat iemand anders dan verdachte deze autoinbraken of poging daartoe heeft gepleegd. De verklaring die verdachte heeft afgelegd komt de rechtbank niet onaannemelijk voor. De rechtbank zal dan ook, deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen achtend, verdachte daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van feit 1 (incident 2)

Aangever [slachtoffer A] heeft verklaard5 dat hij op 26 januari 2009 zijn personenauto (Kia, type Rio, kenteken [kenteken 1]) heeft geparkeerd op de parkeerplaats bij het appartementcomplex aan [straat] te Apeldoorn. Toen hij de volgende ochtend bij zijn auto kwam, zag hij dat de ruit aan de passagierszijde was ingeslagen en dat er diverse bloedsporen in de auto aanwezig waren. Op de passagiersstoel lag allemaal glas en diverse spullen, te weten een zonnebril en een (bebloede) ijskrabber.

Bij een in de auto gehouden sporenonderzoek6 door de technische recherche werden bloeddruppels bemonsterd van de ijskrabber en veiliggesteld ten behoeve van een vergelijkend DNA-onderzoek.

Uit het DNA-onderzoek7 met betrekking tot de ijskrabber bleek dat de bloedsporen waren terug te voeren op(matchte met) verdachte.

Verdachte heeft verklaard8 zich hiervan niets te kunnen herinneren. Omdat zijn bloed in de auto is aangetroffen, zal hij wel in de auto hebben ingebroken.

Ter zitting heeft verdachte verklaard te volharden bij die verklaring.

Ten aanzien van feit 2 (incident 6)

Aangever [slachtoffer B] - beheerder van [café] - heeft verklaard9 dat er tussen 14 februari 2009 omstreeks 23.00 uur en 15 februari 2009 te 04.00 uur is ingebroken in zijn woning aan [adres in plaats]. Bij thuiskomst zag hij dat de kierstandhouder van het keukenraam was verbroken en het raam ontzet en dat zijn laptop (Compact) met oplader was weggenomen.

Op 16 februari 2009 had aangever van [naam 1] gehoord dat zijn laptop te koop was aangeboden aan een vriend van hem door een Turkse jongen genaamd [verdachte]. Bij het opstarten van de laptop kwam een foto van aangever in beeld. Aangever heeft verklaard dat hij zijn laptop inderdaad zo had geprogrammeerd.

Verdachte heeft ter zitting verklaard de tas met laptop bij Omnizorg (het slaaphuis in Apeldoorn) te hebben gekocht van ene “[naam 2]“ voor twee bolletjes drugs en € 20,--, omdat hij met die handel wel wat dacht te kunnen verdienen.

[naam 1] heeft verklaard10 dat hij op 15 februari tijdens een telefoongesprek met een vriend hoorde dat die vriend diezelfde zondagmiddag een laptop te koop aangeboden had gekregen. Bij het opstarten van die laptop had hij gezien dat een foto van de eigenaar van [café] in beeld kwam. De laptop werd te koop aangeboden door een Turkse jongen uit Apeldoorn Zuid genaamd [verdachte].

De getuige [getuige B] heeft verklaard11 dat hij medio februari 2009 een laptop te koop aangeboden kreeg door [verdachte]. Op zijn vraag of het eerlijke handel was zei [verdachte] dat het natuurlijk geen eerlijke handel was. Op het moment dat getuige de laptop opstartte kreeg hij een foto van een vriend, [slachtoffer B], in beeld.

Toen hij aan [verdachte] vroeg of de laptop van Arthuro was en hoe hij het in zijn kop haalde om de laptop van Arthuro te stelen, gaf [verdachte] aan dat niet hij de laptop had gestolen maar iemand anders.

Ten aanzien van feit 6 (incident 1)

Een floormanager12 van [warenhuis] filiaal Apeldoorn zag op 4 april 2009 omstreeks 13.10 uur dat twee personen, op hun uiterlijk af te gaan slaaphuisklanten, zich op verdachte wijze ophielden op de herenafdeling van het warenhuis. Hij zag van een verscholen positie dat beide personen prijskaartjes van T-shirts aan het trekken waren. Toen zij hem kennelijk in de gaten kregen, veranderde hun gedrag in dat van normale klanten. Betrokkene heeft daarop collega’s ingelicht. Toen de langste van het stel wegliep, is hij deze persoon gevolgd. Hij zag dat de kleinste van het stel met diverse T-shirts in zijn hand in de richting van de paskamers liep. Deze werd door een collega in de gaten gehouden. Hij zag dat de langste verdachte de winkel uit liep. Kort daarop zag hij een collega hard rennend de winkel uit gaan achter de kleinste verdachte aan.

Een verkoopster13 van [warenhuis] heeft verklaard dat zij die dag omstreeks 13.00 uur twee mannen, een kleine en een lange man, tussen de truien zag graaien. De kleine man wikkelde enkele t-shirts om zijn arm en liep daarop in de richting van de paskamers. Hij ging evenwel niet de paskamers in, maar ging met de roltrap naar de eerste verdiepen. Zij had inmiddels de hoofdverkoopster [hoofdverkoopster] gewaarschuwd en beiden hielden de man in de gaten. De lange man was op de begane grond achtergebleven. De kleine man ging kort daarop weer naar de begane grond, liep zonder te betalen de winkel uit en rende weg. [hoofdverkoopster] is de man achterna gegaan. Kort daarop zag zij dat de man door de hoofdverkoopster en enkele mannen tegen de grond was gewerkt. Zij zag toen de kleding die de man uit de winkel had meegenomen op de grond liggen, te weten vijf t-shirts.

De hoofdverkoopster14 van [warenhuis] Apeldoorn heeft verklaard dat zij op 4 april 2009 werkzaam was op de eerste etage van [warenhuis] Apeldoorn en zij werd gewaarschuwd door [getuige C], dat zij achter een man aan zat die kleding had meegenomen. [getuige C] vermoedde dat de man de kleding wilde stelen. Zij hebben de man gevolgd. De man ging snel weer met de roltrap naar beneden en op de begane grond is hij langs de kassa’s gelopen en snel naar buiten gegaan, waarna hij het op een rennen zette. Zij is de man gevolgd. Zij heeft uiteindelijk de man met twee mannen tegen de grond weten te werken, waarbij de man de kleding die hij in zijn armen had op de grond liet vallen, te weten vijf T-shirts van het merk Soho. Zij heeft zelf niet gezien hoe de man de kleding heeft weggenomen, maar volgens een verkoper van de herenafdeling had de man samen met een andere man in de kleding zitten rommelen en er prijskaartjes van af gehaald.

[getuige D] heeft verklaard15 dat hij samen met iemand uit het slaaphuis, [verdachte], in [warenhuis] is geweest en dat hij [verdachte] een paar t-shirts heeft aangewezen. Hij had zelf een kaartje van een shirt getrokken.

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat het zijn bedoeling was om de vijf t-shirts te stelen.

Ten aanzien van feit 7

Aangever [slachtoffer F] heeft verklaard dat hij zijn bedrijfsbus (Ford Transit met het kenteken [kenteken 5]) op 29 januari 2009 had geparkeerd aan de Spadelaan te Apeldoorn. De volgende dag zag hij dat de ruit aan de passagierszijde kapot was en dat uit de bus was weggenomen een navigatiesysteem, een mp3 speler en een laserafstandsmeter. Op 1 februari 2009 trof hij bij het schoonmaken van de bus naast het stuur op het dashboard een bloedspoor aan.

Bij een in de auto gehouden sporenonderzoek16 door de technische recherche werd een bloedspoor bemonsterd op het dashboard links van het stuur ten behoeve van een vergelijkend DNA-onderzoek.

Uit het DNA-onderzoek17 bleek dat dit bloedspoor was terug te voeren op (matchte met) verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat wanneer zijn bloed in de bedrijfsauto is aangetroffen, hij wel in die bus moet hebben ingebroken. Hij kan het zich niet herinneren omdat hij in die tijd veel verdovende middelen gebruikte.

Ter terechtzitting heeft verdachte die verklaring gehandhaafd.

De rechtbank is op grond van vorenstaande bewijsmiddelen van oordeel dat tot een bewezenverklaring van na te melden feiten kan worden gekomen.

(ten aanzien van parketnummer 06/470384-09)

Ten aanzien van feit 1

Bij onderzoek18 naar de herkomst van een bij verdachte aangetroffen fiets werd contact opgenomen met de rijwielzaak Fietsplus in Apeldoorn, in verband met de op de fiets aanwezige sticker van die zaak. Daarbij bleek dat deze fiets door Fietsplus twee jaar geleden was verkocht, waarna door de politie contact werd opgenomen met na te noemen aangeefster.

Aangeefster [slachtoffer G] heeft verklaard19 dat haar fiets (merk Sparta) op 7 februari 2009 is weggenomen nabij haar woning te Apeldoorn. Bij confrontatie met de bij verdachte aangetroffen fiets herkent aangeefster haar fiets.

Verdachte heeft verklaard20 dat hij de fiets in 2009 voor 15 euro heeft gekocht van een Antilliaanse jongen bij Omnizorg, het slaaphuis. Toen de fiets in beslag werd genomen (17 februari 2009) had hij de fiets al een aantal weken in zijn bezit.

Door een medewerker van de rijwielhandel21 waarvan de fiets afkomstig was werd aangegeven dat de dagwaarde van de door de politie getoonde damesfiets, merk Sparta, lag tussen de honderd en tweehonderd euro.

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat tenminste sprake is van voorwaardelijk opzet, gelet op de omstandigheden waaronder verdachte de fiets heeft gekocht. Verdachte heeft dusdoende bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De rechtbank acht dan ook de opzetheling bewezen.

Ten aanzien van feit 2

Aangever [groepsleidster]22 heeft verklaard dat zij op 20 februari 2009 als groepsleidster werkzaam bij het Omnizorgcentrum aan de Stationsstraat te Apeldoorn, van verdachte heeft gevorderd het terrein van het zorgcentrum te verlaten. Op 15 februari 2009 was verdachte de toegang tot de gebouwen en het terrein van het zorgcentrum ontzegd voor de duur van drie maanden.

Uit een ontzeggingsformulier23 blijkt dat verdachte de toegang is ontzegd tot Omnizorg aan de Stationsstraat 30 te Apeldoorn door de directie van genoemd centrum met ingang van 15 februari 2009 tot 15 mei 2009.

Verdachte heeft verklaard24 dat hij op 20 februari 2009 naar Omnizorg is gegaan en dat hij van een beveiliger kreeg te horen dat hij daar niet mocht komen omdat hij een ontzegging voor Omnizorg had. Toen hij tegen de beveiliger zei dat hij ziek was, mocht hij daar van de beveiliger ter plaatse enige tijd – vijf minuten – blijven. Hij is echter langer gebleven.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij naar de methadonpost bij Omnizorg ging om zijn dagelijks portie methadon te halen. Hij is echter langer gebleven dan hem door de beveiligster was toegestaan en hij had simpelweg weg moeten gaan toen de groepsleidster tegen hem zei dat hij weg moest gaan.

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Door de officier is tenlastegelegd artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht, kortgezegd lokaalvredebreuk. Op basis van de wettekst kan het in de delictsomschrijving gaan om een wederrechtelijk binnendringen in het besloten lokaal bij een ander in gebruik (zoals in dit geval bij Omnizorg), maar ook om het wederrechtelijk daar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen.

In de tenlastelegging zijn deze twee verschillende situatie kennelijk door elkaar gehaald.

Dit leidt tot de slotsom dat het tenlastegelegde als zodanig wel bewezen kan worden, maar niet tot een te kwalificeren strafbaar feit kan leiden. Verdachte behoort terzake dit feit dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het inzake parketnummer 06/460135-09 onder 1, 2 subsidiair, 6 primair en 7 en het inzake parketnummer 06/470384-09 onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

(ten aanzien van parketnummer 06/460135-09)

1.

hij in de periode van 26 januari 2009 tot en met 27 januari 2009 te Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een (op een parkeerplaats aan [straat] staande) auto (merk Kia, type Rio, gekentekend [kenteken 1]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen

door middel van braak, als volgt heeft gehandeld, verdachte heeft

- een ruit (aan de passagierszijde) ingeslagen of ingegooid, althans kapot gemaakt, en

- (vervolgens) gereikt naar een zonnebril en een ijskrabber en een of meer andere goederen in die auto

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 (subsidiair).

hij in de periode van 14 februari 2009 tot en met 16 februari 2009 te Apeldoorn, een laptop (merk Compac) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die laptop wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

hij op 4 april 2009 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf T-shirts,

toebehorende aan [warenhuis] Apeldoorn;

7.

hij in de periode van 29 januari 2009 tot en met 30 januari 2009 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (bedrijfs)bus (Ford Transit, gekentekend [kenteken 5]) heeft weggenomen een navigatiesysteem en een mp3-speler en een laserafstandsmeter, toebehorende aan [slachtoffer F], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

ten aanzien van parketnummer 06/470384-09)

1 (subsidiair)

hij in de periode van 7 februari 2009 tot en met 16 maart 2009 in de gemeente Apeldoorn een fiets (merk Sparta) heeft verworven, voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het verwerven van die fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op 20 februari 2009 in de gemeente Apeldoorn wederrechtelijk heeft vertoefd in een besloten lokaal (Omnizorg) gelegen aan de Stationsstraat en in gebruik bij Omnizorg, welke wederrechtelijkheid hieruit bestond dat hem, verdachte, op 15 februari 2009 (schriftelijk) de toegang tot voornoemd lokaal voor een periode van drie (3) maanden is ontzegd.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

(ten aanzien van parketnummer 06/460135-09)

1. poging tot diefstal, waarbij de schuldige weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2 subsidiair: opzetheling;

6 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen;

7. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

(ten aanzien van parketnummer 06/470384-09)

1 subsidiair: opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders - de ISD-maatregel - voor de duur van twee jaren.

De officier heeft daarvoor onder meer aangevoerd dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor allerlei strafbare feiten, hij bovendien nog in een proeftijd liep, hij niet de bij eerdere gelegenheid gegeven mogelijkheid om naar de Wending te gaan heeft benut. Voorts heeft de officier in haar afweging betrokken de bevindingen zoals opgenomen in het door de reclassering uitgebrachte rapport en het daaraan verbonden advies.

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte zich kan vinden in het opleggen van een dergelijke maatregel en de noodzaak daarvan inziet.

Verdachte heeft beklemtoond dat zonder een gedwongen kader als de ISD-maatregel, hij niet in staat is om tot een gedragsverandering te komen. Daarom is hij gemotiveerd om dit traject in te gaan

De raadsman heeft verzocht om de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in enige mate in mindering te brengen.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek van tien weken schuldig gemaakt aan diverse strafbare feiten, te weten een autoinbraak en een poging daartoe, een gekwalificeerde winkeldiefstal en twee helingen.

Het gaat daarbij om feiten die binnen de samenleving als erg hinderlijk en belastend worden ervaren, nog afgezien van het directe gevolg waarmee de slachtoffers van doen hebben.

Verdachte beschikt over een strafblad25 van 16 pagina’s.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijken onder meer de volgende veroordelingen:

- een vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 24 september 2008, waarbij verdachte, kort gezegd, werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden;

- een vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 24 oktober 2005, waarbij verdachte onder meer werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

- een vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 24 maart 2006, waarbij verdachte werd veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van een maand;

- een vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 12 januari 2005, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week.

Verdachte is derhalve in de laatste vijf jaren tenminste driemaal tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld, terwijl die straffen ook zijn ten uitvoer gelegd.

Ook voordien is verdachte herhaalde malen met justitie in aanraking gekomen terzake van een breed scala aan strafbare feiten.

Over verdachte is een voorlichtingsrapport26 uitgebracht.

Het gaat bij verdachte om een man met een langdurige en forse verslavingsgeschiedenis en die, teneinde dit te kunnen bekostigen, steeds terugvalt op het plegen van allerlei delicten, met name winkeldiefstallen en diefstallen uit auto’s/woningen.

Eerder aangeboden klinische trajecten zijn door verdachte niet benut.

Uit het advies blijkt dat er geen contra-indicaties of nadelige effecten te verwachten zijn van een ISD-maatregel. Het is gezien de problematiek van verdachte noodzakelijk een strak en dichtgetimmerd kader mee te geven teneinde vrij te blijven van middelen en recidive.

Als plan van aanpak wordt voorgesteld verdachte een ISD-maatregel op te leggen. Alle betrokken partijen, inclusief verdachte zelf, zijn van mening dat men niet meer om de noodzakelijkheid en wenselijkheid van een dergelijk kader heen kan om een klinisch traject te willen realiseren.

Dit is tevens te onderbouwen door middel van de uitkomsten van de Risc, waarbij is gescoord op alle leefgebieden, met uitzondering van 'houding'. Zelfs bij dit leefgebied zou gescoord worden wanneer verdachte niet gedetineerd zou hebben gezeten. Een integraal, intensief en langdurig traject binnen een gedwongen kader is onoverkomelijk teneinde recidive te voorkomen.

Voor dit plan van aanpak is verdachte zeer gemotiveerd.

De rechtbank is van oordeel dat het door verdachte plegen van strafbare feiten sterk samenhangt met zijn (verslavings)problematiek. Er moet dan ook ernstig rekening mee gehouden worden dat verdachte wederom misdrijven zal plegen, zodat de veiligheid van goederen het opleggen van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders eist.

Verdachte heeft de onderhavige feiten gepleegd terwijl hij nog in een proeftijd liep. Deze feiten zijn gepleegd na een lange reeks van delicten, bestaande uit voornamelijk vermogensdelicten, waarvoor verdachte in de afgelopen jaren is veroordeeld. De rechtbank overweegt dat verdachte als veelpleger de samenleving bij voortduring veel schade en overlast toebrengt. Willekeurige derden zoals burgers, winkels en instellingen zijn daarvan de dupe.

Tevens neemt de rechtbank hierbij het voornoemde voorlichtingsrapport, waaruit blijkt dat de kans op recidive bij verdachte hoog is, in aanmerking. De ISD-maatregel is een methode om de negatieve spiraal te doorbreken, waardoor de kans op recidive verminderd kan worden. Tevens wordt door oplegging van de ISD-maatregel de samenleving gedurende een lange tijd gevrijwaard van verdachtes strafbare gedrag. Daarnaast kan de maatregel een bijdrage leveren aan de oplossing van de (verslavings)problematiek bij verdachte.

Naar oordeel van de rechtbank rechtvaardigt het vorenstaande de oplegging van de ISD-maatregel, zoals geëist door de officier van justitie. Aan alle voorwaarden voor het opleggen van een dergelijke maatregel is voldaan

De rechtbank ziet geen aanleiding om de tijd doorgebracht in voorarrest in mindering te brengen , omdat met het oog op de hardnekkige problematiek van verdachte een behandelingstraject binnen een kortere termijn dan de maximumduur van de maatregel op dit moment niet realistisch voorkomt.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 75,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het inzake parketnummer 06/460135-09 onder 1 tenlastegelegde. De schade ziet op het eigen risico van de benadeelde; de overige schade is geheel door de verzekeraar vergoed.

De benadeelde partij [slachtoffer D] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 324,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het inzake parketnummer 06/460135-09 onder 4 tenlastegelegde. De schade ziet op het eigen risico van de benadeelde terzake een vernielde ruit en de weggenomen Tom Tom.

[naam bedrijf] Nederland B.V. heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 177,36 (exclusief BTW en te vermeerderen met de wettelijke rente) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het inzake parketnummer 06/460135-09 onder 5 tenlastegelegde. De schade ziet op de vervanging van een ruit.

Verder heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd [slachtoffer F] en wel met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.000,-- ten aanzien van het inzake parketnummer 06/460135-09 onder 7 tenlastegelegde.

De benadeelde partij heeft aangegeven de vordering mondeling ter terechtzitting nader te willen toelichten, maar deze benadeelde partij is ter terechtzitting niet verschenen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer A] en [naam bedrijf] tot het gevorderde bedrag, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde [slachtoffer D] en [slachtoffer F] heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat deze vorderingen niet deugdelijk zijn onderbouwd en de benadeelden om die reden niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen.

De raadsman heeft aangevoerd geen bezwaar te hebben tegen een toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer A]. Voor wat de overige vorderingen betreft heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze moeten worden afgewezen althans betrokkenen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

De rechtbank zal de benadeelde partijen [slachtoffer D] en [naam bedrijf] – ieder voor zich –

niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 4 en 5 inzake parketnummer 06/460135-09 tenlastegelegde. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer A] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Deze - niet betwiste - vordering zal dan ook worden toegewezen.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer F] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De vordering is niet onderbouwd en niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden geldbedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer [slachtoffer A].

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Door de officier is aanvankelijk de tenuitvoerlegging gevorderd van vier maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van deze rechtbank van 24 september 2008 in de zaak onder parketnummer 06/460184-08.

Ter zitting heeft zij gevorderd dat de proeftijd zal worden verlengd met één jaar.

De raadsman heeft daarmee ingestemd.

De rechtbank ziet in de persoon en omstandigheden van de veroordeelde, met name gelet op het ISD-traject dat hij in het kader van de onderliggende strafzaak zal gaan doorlopen, aanleiding de bij vonnis van deze rechtbank van 24 september 2008 (parketnummer 06/460184-08) vastgestelde proeftijd met één jaar te verlengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 45, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen dat verdachte het inzake parketnummer 06/460135-09 onder 2 primair 3, 4 en 5 tenlastegelegde en het inzake parketnummer 06/470384-09 onder 1 primair heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het inzake parketnummer 06/460135-09 onder 1, 2 subsidiair, 6 primair en 7 en het inzake parketnummer 06/470384-09 onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het inzake parketnummer 06/470384-09 onder 2 bewezenverklaarde feit niet strafbaar en ontslaat verdachte voor dit feit van alle rechtsvervolging;

• verklaart het overige bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

(ten aanzien van parketnummer 06/460135-09)

1. poging tot diefstal, waarbij de schuldige weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2 subsidiair: opzetheling;

6 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen;

7. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

(ten aanzien van parketnummer 06/470384-09)

1 subsidiair: opzetheling;

• verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

• legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

• verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van deze rechtbank van 24 september 2008 met een termijn van 1 jaar;

• veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], van een bedrag van € 75,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2009 en met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

• legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A] voornoemd, een bedrag te betalen van € 75,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 1 dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

• bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

• verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer D], [naam bedrijf] en [slachtoffer F] - ieder voor zich - niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat de benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Aldus gewezen door mrs. Van den Dungen-Dijkstra, voorzitter, Kleinrensink en Aufderhaar, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september 2009.

Mr. Aufderhaar is buiten staat mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij stamproces-verbaal nr. PL0624/09-202931 of stamproces-verbaal nr. PL0624/09-202336 (voor zover niet anders is vermeld)

2 Stamproces-verbaal PL0624/09-202931, doorgenummerde dossierpag. 6

3 Stamproces-verbaal PL0624/09-202336, doorgenummerde dossierpag. 3 in samenhang met het aanvullend proces-verbaal nr. PL0624-226174

4 Ambtelijk verslag verbalisanten [namen], doorgenummerde dossierpag. 63/64 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

5 Verklaring aangever [slachtoffer A], doorgenummerde dossierpag. 41 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

6 Relaas [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 43/44 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931) voorzien van het identiteitszegel AABF0609NL

7 Overzicht van matchende DNA-profielen (DNA-profielcluster 9849), doorgenummerde dossierpag. 45 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

8 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 48 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

9 Verklaring aangever [slachtoffer B], doorgenummerde dossierpag. 70/72 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

10 Verklaring [naam 1], doorgenummerde dossierpag. 73 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

11 Verklaring [getuige B]], doorgenummerde dossierpag. 751 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

12 Verklaring [naam 3], doorgenummerde dossierpag. 24/25 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

13 Verklaring [getuige C], doorgenummerde dossierpag. 27 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

14 Verklaring aangeefster [hoofdverkoopster], doorgenummerde dossierpag. 21 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

15 Verklaring [getuige D], doorgenummerde dossierpag. 32 (Stamproces-verbaal PL0624/09-202931)

16 Relaas verbalisant [naam], proces-verbaal sporenonderzoek genummerd PL0600/09-218442, voorzien van het identiteitszegel nr. AABF0602NL

17 Bijbehorend overzicht van matchende DNA-profielen (DNA-profielcluster 9849), pagina 1

18 Relaas en bevindingen [namen], doorgenummerde dossierpag. 3 (Stamproces-verbaal nr. PL0624/09-202336

19 Verklaring [slachtoffer G], doorgenummerde dossierpag. 16, 17 en 21 (Stamproces-verbaal nr. PL0624/09-202336

20 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 23/24 (Stamproces-verbaal nr. PL0624/09-202336

21 Relaas verbalisanten [namene], doorgenummerde dossierpag. 15 (Stamproces-verbaal nr. PL0624/09-202336

22 Verklaring [groepsleidster], proces-verbaal van aangifte nr. PL0621/09-227699

23 Bijlage proces-verbaal nr. PL0621/09-202344

24 Verklaring verdachte, proces-verbaal van verhoor nr. PL0621/09-227699

25 Justitiële documentatie gedateerd 17 augustus 2009

26 Voorlichtingsrapport d.d. 18 juni 2009, opgemaakt door de reclasseringswerker Borninkhof