Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7108

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-09-2009
Datum publicatie
08-09-2009
Zaaknummer
06/460154-09 en 06/801326-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Bij de straftoemeting is het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal verduisteringsfeiten waarmee hij betrokkenen heeft benadeeld. In het bijzonder leert de ervaring dat door dergelijke strafbare feiten het vertrouwen in de medemens is geschaad. Bovendien is verdachte eerder wegens een soortgelijk feit en overigens voor diverse vermogensdelicten veroordeeld. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden thans opnieuw in de fout te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/460154-09 en 06/801326-07

Uitspraak d.d. 8 september 2009

Tegenspraak / dip / oip

VONNIS

in de zaken tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats] op [1969],

wonende te [adres, plaats].

Raadsman mr. C.A. Spekschoor, advocaat te Lochem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2009.

Na sluiting van het onderzoek is – bij afzonderlijke beslissing – de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven, met toepassing van artikel 67a, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 25 augustus 2009 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 januari 2008 te

Velp, gemeente Rheden, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer A] en/of diens echtgenote

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van 500 euro, althans een geldbedrag,

en/of een (antieke) tafel, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer A] en/of diens echtgenote aangediend/voorgedaan als

meubelmaker/klusjesman die tegen betaling de (antieke) tafel van voornoemde

[slachtoffer A] en/of diens echtgenote zou restaureren/repareren, en/of

- die [slachtoffer A] en/of diens echtgenote een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]' verstrekt, en/of

- de (antieke) tafel van voornoemde [slachtoffer A] en/of zijn echtgenote meegenomen,

en/of

- die [slachtoffer A] en/of diens echtgenote gevraagd om een voorschot op de

aangekondigde werkzaamheden, en/of

- die [slachtoffer A] en/of diens echtgenote vergezeld/gevolgd naar een

pinautomaat/postkantoor,

waardoor voornoemde [slachtoffer A] en/of zijn echtgenote werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

(incident 1)

art 326 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks 1 juli 2007 tot en met 18 januari 2008 te Velp, gemeente

Rheden, opzettelijk een (antieke) tafel, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of diens echtgenote, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan

door misdrijf, te weten als houder (ter reparatie), onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(incident 1)

art 321 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks de periode van 17 juli 2007 tot en met 1 augustus 2007 te

Nunspeet, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer B] heeft bewogen tot de afgifte van

700 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer B] aangediend/voorgedaan als klusjesman die tegen

betaling de schoorsteen van de woning van die [slachtoffer B] zou repareren, en/of

- die [slachtoffer B] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- tegen die [slachtoffer B] gezegd dat de reparatie zou worden verricht op vrijdag

27 juli 2007, en/of

- die [slachtoffer B] gevraagd om een voorschot op de aangekondigde werkzaamheden,

en/of

- die [slachtoffer B] vergezeld/gevold naar een pinautomaat/bank,

waardoor voornoemde [slachtoffer B] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(incident 2)

art 326 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 19 september 2008

te Wageningen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer C] heeft bewogen tot de afgifte

van (in totaal) 6.700 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven-

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer C] aangediend/voorgedaan als klusjesman/schilder die

tegen betaling (een) kozijn(en) van de woning van die [slachtoffer C] zou vernieuwen

en/of (kozijnen van) de woning van die [slachtoffer C] zou schilderen, en/of

- die [slachtoffer C] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- die [slachtoffer C] gevraagd om een voorschot op de aangekondigde werkzaamheden,

waardoor voornoemde [slachtoffer C] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(incident 6)

art 326 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 28 juli 2008 te Harderwijk met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse

naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer D] heeft

bewogen tot de afgifte van 500 euro, althans een geldbedrag, en/of drie

(antieke) stoelen en een haardbankje, in elk geval van enig(e) goed(eren),

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer D] aangediend/voorgedaan als klusjesman/stoffeerder die

tegen betaling de (antieke) stoelen en het haardbankje van voornoemde [slachtoffer D] zou restaureren/stofferen, en/of

- die [slachtoffer D] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- die [slachtoffer D] verschillende stalen stof getoond, en/of

- tegen die [slachtoffer D] gezegd dat hij ook meubels had gestoffeerd bij een

ander, en/of

- die [slachtoffer D] gevraagd om een voorschot op de aangekondigde werkzaamheden,

en/of

- die [slachtoffer D] vergezeld/gevolgd naar een pinautomaat/bank;

waardoor die [slachtoffer D] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(incident 7)

art 326 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 28 juli 2008 te Harderwijk opzettelijk drie antieke

stoelen en/of een haardbankje, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te

weten als houder (ter reparatie) onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

(incident 7)

art 321 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2009 tot en met 20 januari 2009

te Bilthoven met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer E] heeft bewogen tot de

afgifte van 1.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer E] aangediend/voorgedaan als klusjesman die tegen

betaling de schoorsteen van de woning van die [slachtoffer E] zou repareren, en/of

- die [slachtoffer E] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- die [slachtoffer E] gevraagd of zij wist dat haar schoorsteen lekte, en/of

- in het zicht van die [slachtoffer E] op het dak van die woning geklommen, en/of

- die [slachtoffer E] gevraagd om een voorschot op de aangekondigde

werkzaamheden, en/of

- die [slachtoffer E] gezegd dat hij op 6 januari 2009 de werkzaamheden zou

verrichten, en/of

- die [slachtoffer E] vergezeld/gevolgd naar een pinautomaat/bank,

waardoor voornoemde [slachtoffer E] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(incident 9)

art 326 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2009 tot en met 23 maart 2009 te

Nunspeet met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of door een of meer

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer F] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) 3.200 euro, althans een

geldbedrag, in elk geval enig goed,hebbende verdachte met vorenomschreven

oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer F] aangediend/voorgedaan als klusjesman die tegen

betaling het dak/de dakpannen/schoorsteen/panlatten van de woning van die

[slachtoffer F] zou repareren, en/of

- die [slachtoffer F] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- tegen die [slachtoffer F] gezegd dat hij de aangekondigde werkzaamheden op zaterdag

21 maart 2009 zou verrichten, en/of

- die [slachtoffer F] gevraagd om (een) voorschot(ten) op de aangekondigde

werkzaamheden,

waardoor voornoemde [slachtoffer F] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(incident 10)

art 326 Wetboek van Strafrecht

ten aanzien van parketnummer 06/801326-07

1.

hij in of omstreeks de periode van 23 september 2006 tot en met 25 september

2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer G] heeft bewogen tot de

afgifte van 250 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer G] aangediend/voorgedaan als klusjesman die tegen

betaling (een onderdeel van) het dak van de woning van die [slachtoffer G] zou

repareren, en/of

- die [slachtoffer G] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- in het zicht van die [slachtoffer G] het dak van die woning geinspecteerd,

en/of

- tegen die [slachtoffer G] gezegd dat de reparatie zou worden verricht op 25

september 2006, en/of

- die [slachtoffer G] gevraagd om een voorschot op de aangekondigde

werkzaamheden,

waardoor voornoemde [slachtoffer G] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(incident 3)

art 326 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 23 september 2006 tot en met 25 september

2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer H] heeft bewogen tot de afgifte van

500 euro, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer H] aangediend/voorgedaan als klusjesman die tegen betaling

het dak van de woning van die [slachtoffer H] zou repararen, en/of

- die [slachtoffer H] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- tegen die [slachtoffer H] gezegd dat de reparatie zou worden verricht op 25 september

2006, en/of

- die [slachtoffer H] gevraagd om een voorschot op de aangekondigde werkzaamheden, en/of

- die [slachtoffer H] een door hem, verdachte, onder de naam 'Tom van Dijk' ondertekende

kwitantie verstrekt;

waardoor voornoemde [slachtoffer H] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

(incident 4)

art 326 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 22 januari 2007 tot en met 30 januari 2007

te Amersfoort (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer I] heeft bewogen tot de afgifte

van (een) geldbedrag(en) (in totaal 10.000 euro), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer I] aangediend/voorgedaan als klusjesman die tegen

betaling de dakkapel van de woning van die [slachtoffer I] zou repareren, en/of de

schoorsteen van de woning van die [slachtoffer I] zou voegen en/of lood, althans

delen van het dak, zou vervangen/herstellen, en/of

- die [slachtoffer I] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- in het zicht van die [slachtoffer I] de dakkapel van die woning geinspecteerd,

en/of

- tegen die [slachtoffer I] gezegd dat de reparatie zou worden verricht/voltooid op

27 januari 2007, en/of

- die [slachtoffer I](telkens) gevraagd om een voorschot op de aangekondigde

werkzaamheden,

- die [slachtoffer I] (telkens) vergezeld/gevolgd naar een pinautomaat/bank;

waardoor voornoemde [slachtoffer I] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n);

(incident 6)

art 326 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 15 oktober 2006 tot en met 14 december 2007

te Soest met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer J] heeft bewogen tot de afgifte van

1.500 euro, althans een geldbedrag, en/of twee stoelen, in elk geval van

enig(e) goed(eren), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid:

- zich bij die [slachtoffer J] aangediend/voorgedaan als

klusjesman/meubelmaker/stoffeerder die tegen betaling de stoelen van

voornoemde [slachtoffer J] zou restaureren/repareren en/of de dakgoot en/of dakpannen

en/of zinken vloer van de woning van die [slachtoffer J] zou repareren, en/of

- die [slachtoffer J] een folder van 'Klussenbedrijf [verdachte]'

verstrekt, en/of

- die [slachtoffer J] gevraagd om een voorschot op de aangekondigde werkzaamheden,

waardoor voornoemde [slachtoffer J] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(parketnummer 06/800593-08)

art 326 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder de feiten 1 primair, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde oplichting.

Daarbij baseert hij zich op de aangiftes, waaruit tevens de handelwijze van verdachte is te destilleren, de verklaringen van verdachte en (ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde) een kwitantie die door verdachte is herkend als een stuk door hem ondertekend. De officier van justitie heeft nog gewezen op een arrest van de Hoge Raad d.d. 4 april 2006 (LJN AU5719) met betrekking tot de oplichting van eenvoudig te overtuigen oudere mensen, die soms de consequenties van hun handelen niet overzagen.

ten aanzien van parketnummer 06/801326-07

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder de feiten 1 2, 3 en 4 tenlastegelegde oplichting.

Daarbij baseert hij zich op de aangiftes, waaruit tevens de handelwijze van verdachte is te destilleren, alsmede de verklaringen van verdachte.

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte is betoogd dat niet relevant is of verdachte al dan niet een slechte ondernemer is. De raadsman wijst op een recent arrest van het gerechtshof te Arnhem d.d. 6 augustus 2009 (LJN BJ4706). Waar vaak gesproken wordt over strafrechtelijke oplichting is feitelijk sprake van (civielrechtelijke) wanprestatie.

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09

Door en namens verdachte is het standpunt ingenomen dat de onder feit 1 primair tenlastegelegde oplichting niet bewezen kan worden. Er is sprake van verdichtsels noch van een kunstgreep. Hij heeft als klusjesman geen valse naam of hoedanigheid opgegeven. Aangever heeft vrijwillig geld afgestaan, na een aanbod van verdachte.

Wel te bewijzen is het subsidiair tenlastegelegde, als gevolg van verdachtes voorwaardelijk opzet op de verduistering. Verdachte kan er niet mee weg komen dat hij het adres van benadeelde [slachtoffer A] niet meer wist. Verdachte heeft de tafel die hij zou repareren gehouden en de tafel is pas geretourneerd na tussenkomst van de politie.

Door en namens verdachte is het standpunt ingenomen dat de onder feit 2 tenlastegelegde oplichting niet bewezen kan worden. Er is sprake van verdichtsels noch van een kunstgreep. Hij heeft als klusjesman geen valse naam of hoedanigheid opgegeven. Aangever [slachtoffer B] heeft vrijwillig geld afgestaan. Verdachte heeft aangegeven dat er lekkages bij aangever waren, wat door aangever is beaamd.

Door en namens verdachte is het standpunt ingenomen dat de onder feit 3 tenlastegelegde oplichting niet bewezen kan worden. Er is sprake van verdichtsels noch van een kunstgreep. Hij heeft als klusjesman geen valse naam of hoedanigheid opgegeven. Verdachte kwam bij aangever [slachtoffer C] aan de deur voor klussen. Vervolgens zijn er werkzaamheden naar tevredenheid verricht. De opdracht om het huis te schilderen is niet uitgevoerd, maar dat is naar de mening van de raadsman een wanprestatie. Aangever [slachtoffer C] heeft de civiele weg van ontbinding van de overeenkomst op grond van wanprestatie niet bewandeld.

Door en namens verdachte is het standpunt ingenomen dat de onder feit 4 primair tenlastegelegde oplichting niet bewezen kan worden. Er is sprake van verdichtsels noch van een kunstgreep. Hij heeft als klusjesman geen valse naam of hoedanigheid opgegeven. Aangever heeft vrijwillig geld afgestaan, na een aanbod van verdachte om stoelen te repareren. Verdachte heeft die stoelen ook daadwerkelijk naar een stoffeerder ([stoffeerder]) gebracht. Derhalve is geen sprake van listiglijk stoelen wegnemen, dan wel een voorschot vragen.

Door interventie van de politie zijn de stoelen teruggegeven. Wel te bewijzen is de subsidiair tenlastegelegde verduistering.

Door en namens verdachte is het standpunt ingenomen dat de onder feiten 5 en 6 tenlastegelegde oplichting niet bewezen kan worden. Er is sprake van verdichtsels noch van een kunstgreep. Hij heeft als klusjesman geen valse naam of hoedanigheid opgegeven. Aangever [slachtoffer F] heeft € 3.200,00 afgegeven. Zij heeft recht op teruggave van dat geld door verdachte, nu verdachte - in verband met detentie - niets heeft gepresteerd.

Aangever [slachtoffer E] verklaart over met verdachte gemaakte afspraken in januari 2009. Aangezien verdachte in april 2009 is aangehouden en in voorarrest is genomen, heeft hij de afspraken niet kunnen nakomen. Er is naar de mening van de raadsman sindsdien niet veel tijd verstreken.

ten aanzien van parketnummer 06/801326-07

Door en namens verdachte is het standpunt ingenomen dat de onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde oplichting niet bewezen kan worden. Verdachte heeft verklaard dat hij wel degelijk werkzaamheden heeft uitgevoerd. Aangevers [slachtoffer G] en [slachtoffer H] zeggen van niet. Maar dat valt verdachte niet strafrechtelijk te verwijten, naar de mening van de raadsman. Ook getuige [getuige A] zegt dat verdachte bij hem wel werkzaamheden heeft uitgevoerd. De raadsman stelt dat verdachte dan nog geen malafide klusjesman is.

Door en namens verdachte is het standpunt ingenomen dat de onder feiten 3 en 4 tenlastegelegde oplichting niet bewezen kan worden. Er is sprake van verdichtsels noch van een kunstgreep. Hij heeft als klusjesman geen valse naam of hoedanigheid opgegeven. Er kan niet gezegd worden dat er niets is gepresteerd. Verdachte heeft bij aangever [slachtoffer I] gedurende drie dagen klussen gedaan en is daarvoor betaald (€ 5 à 6.000,00). Ook bij aangever [slachtoffer J] is verdachte gestart met de werkzaamheden. Vervolgens vroeg verdachte € 1.500 voor de vervolgklus aan een dakgoot; dat is toen niet goed gegaan. Naar de mening van de raadsman levert dat een civielrechtelijk geschil op.

Beoordeling door de rechtbank: vrijspraak van oplichting

ten aanzien van beide parketnummers

Voor bewezenverklaring van oplichting is noodzakelijk dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld, in die zin dat hij het oogmerk had op bevoordeling van zichzelf of een ander, door misleiding van derden. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Verdachte was ondernemer, gelet op de reclamefolder die menig aangever heeft ontvangen en getuige de inschrijving van verdachtes eenmanszaak in het handelsregister (sinds 19 september 2005). Verdachtes werkwijze om mensen te benaderen voor klussen aan en rondom huis (zoals het stofferen en repareren van meubels, het verhelpen van lekkages van dakgoten en repareren van daken), door middel van de genoemde folder dan wel rechtstreeks aan de voordeur van de woning, kan volgens de rechtbank op zichzelf genomen niet gelden als een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachtes betrouwbaarheid als klusjesman roept wellicht vragen op, maar dat wil niet zeggen dat het aannemen van een valse hoedanigheid in deze zaak bewezen kan worden verklaard.

Van het gebruik van een valse naam is niet gebleken.

Voor zover de steller van de tenlastelegging bedoeld heeft listige kunstgrepen en/of samenweefsel van verdichtsels nader te omschrijven met de stelling, dat verdachte zich (kort gezegd in strijd met de waarheid) heeft aangediend als klusjesman, een folder heeft verstrekt, ter reparatie een tafel of stoelen heeft meegenomen, heeft gevraagd om een voorschot, mensen heeft vergezeld naar pinautomaten en heeft beloofd snel te kunnen ‘leveren’, kan dat op zichzelf genomen evenmin leiden tot een veroordeling wegens oplichting, omdat geen van deze feitelijkheden het karakter van list of bedrog in zich draagt.

Een en ander zou anders zijn wanneer was komen vast te staan, dat verdachte zijn klussenbedrijf heeft opgericht en/of uitgeoefend met het vooropgezette doel om onder de dekmantel daarvan mensen op te lichten. Dit laatste door voor uit te voeren werkzaamheden geld (in de vorm van voorschotten) te vragen en zich die te laten uitbetalen en/of te bewerken goederen mee te nemen, terwijl hij niet de bedoeling had de afgesproken werkzaamheden aan meubilair en huizen uit te voeren. Dit is echter naar het oordeel van de rechtbank niet het geval, gelet op het volgende.

Weliswaar zijn in een groot aantal gevallen lange(re) perioden verstreken, waarin verdachte richting zijn klanten niets meer van zich heeft laten horen, laat staan de afgesproken werkzaamheden (geheel) heeft uitgevoerd, maar dat betekent nog niet dat daarmee zonder meer vaststaat dat verdachte de bedoeling had de zaak te “bedonderen”. Er kunnen, zoals reeds eerder aangestipt, vraagtekens gezet worden bij de wijze waarop verdachte zijn klusjesbedrijf heeft uitgeoefend – zo hij heeft ter terechtzitting verklaard teveel opdrachten tegelijkertijd te hebben aangenomen, adressen van klanten kwijt te zijn en telefonisch onbereikbaar te zijn –, daar staat tegenover dat hij in een aantal gevallen wel is teruggekeerd, werkzaamheden heeft verricht en soms gereedschap bij de klant heeft laten staan.

ten aanzien van parketnummer 06/460154-091

Van het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde – de oplichting – zal de rechtbank verdachte vrijspreken, aangezien niet wettig en overtuigend is komen vast te staan dat verdachte het oogmerk had om zich te bevoordelen, zoals hiervoor bedoeld.

ten aanzien van parketnummer 06/801326-07 (onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde2 feiten respectievelijk onder 4 ten laste gelegde3 feit)

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 overweegt de rechtbank dat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is, nu verdachtes verklaringen over de gemaakte afspraken op essentiële punten afwijkt van de aangiftes en die aangiftes niet worden ondersteund door ander bewijs. Zij zal verdachte reeds daarom daarvan vrijspreken. Van het onder 3 en 4 tenlastegelegde – oplichting – zal de rechtbank verdachte gelet op het voorgaande eveneens vrijspreken.

overweging ten overvloede ten aanzien van beide parketnummers

Tegen de achtergrond van hetgeen de raadsman ter terechtzitting over strafrechtelijke oplichting versus civielrechtelijke wanprestatie heeft betoogd, overweegt de rechtbank – onder verwijzing naar het door de raadsman gememoreerde arrest van het gerechtshof te Arnhem d.d. 6 augustus 2009 – ten overvloede dat er in zaken als de onderhavige verschil is tussen het strafrecht en het civiele recht. Daar waar door het publiek al gauw over “oplichting” wordt gesproken op een moment dat iemand, na ontvangst van een voorschot, zijn afspraken niet nakomt, ligt dat strafrechtelijk gezien een stuk genuanceerder en ingewikkelder. Gevallen die men geregeld als oplichting betitelt, lijken veeleer te beschouwen als gevallen van civielrechtelijke wanprestatie (als bedoeld in artikel 6:74 e.v. van het Burgerlijk Wetboek).

Beoordeling door de rechtbank: bewezenverklaring

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09, onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde

Het is een feit van algemene bekendheid dat Velp in de gemeente Rheden ligt.

[dochter slachtoffer A] doet namens haar hoogbejaarde ouders aangifte van oplichting door verdachte.4 In de periode vanaf juli 2007 zijn de ouders, woonachtig te [plaats], bezocht door een man die blijkens een folder een klussenbedrijf had. De man heeft een bijzondere antieke tafel meegenomen. Afgesproken was dat de man de lade van de tafel (die klemde) zou repareren. Tot op het moment van aangifte, 18 januari 2008, is de tafel niet teruggebracht. Aangeefsters ouders hebben aan verdachte bij wijze van voorschot € 500,00 betaald.

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard5 dat hij de desbetreffende tafel heeft meegenomen naar huis, waar de tafel nog steeds staat zodat er niets mee kan gebeuren. Verdachte heeft verklaard dat hij het adres van het echtpaar [slachtoffer A] is kwijtgeraakt. Hij heeft terzake geen actie ondernomen.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij geen aantekeningen heeft bijgehouden van deze klus en van het adres van [slachtoffer A].

De genoemde gedupeerden hebben geld aan verdachte betaald en daarvoor niets gekregen. Gelet op verdachtes gebrek aan bedrijfsadministratie, het feit dat hij nimmer actie heeft ondernomen om het adres te achterhalen, terwijl hij de antieke tafel wel thuis heeft neergezet, om deze kennelijk te bewaren voor zichzelf, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich de antieke tafel wederrechtelijk heeft toegeëigend. Aldus zal het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde bewezen worden verklaard.

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09, onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde

[slachtoffer D] doet aangifte van oplichting, gepleegd te Harderwijk op 28 juli 2008.6 Verdachte kwam aan de deur. Blijkens een folder had hij een klussenbedrijf. Hij vroeg aan aangeefster of zij meubels had die gestoffeerd moesten worden. Na het maken van enkele afspraken nam verdachte drie antieke stoelen en een haardbankje mee. Hij vroeg en kreeg van aangeefster een voorschot van € 500,00 voor het stofferen.

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard7 dat hij zich de vrouw en het adres niet meer herinnert. Wel weet hij dat hij drie stoelen heeft meegenomen, en naar stoffeerderij [stoffeerder] (tussen Harderwijk en [plaats]) heeft gebracht. Verdachte heeft verklaard dat hij zou worden gebeld als de stoelen klaar waren. De klus is hem ook ontschoten.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij wachtte op een telefoontje van [stoffeerder]. Verdachte heeft gesteld dat hij de klus niet goed heeft gedaan, maar een en ander wil oplossen.

[Stoffeerder] heeft verklaard8 dat hij – na zijn vakantie in 2008 – drie stoelen en een voetenbankje aantrof, die bekleed moesten worden. Hij voerde telefonisch overleg met degene die volgens de werkbon de goederen had achtergelaten. De man had aangegeven geen prijsopgaaf te willen hebben. Toch heeft [stoffeerder] gebeld om een prijs door te geven. De man vertelde aan [stoffeerder] dat hij het te duur vond, en dat hij de stoelen en het bankje zou komen ophalen. De goederen zijn nooit opgehaald, ondanks pogingen van [stoffeerder] om nogmaals telefonisch contact te krijgen. Dat speelde zich allemaal af rond augustus 2008.

Aangeefster heeft geld aan verdachte betaald en daarvoor niets gekregen. Uit de aangifte, de verklaring van [stoffeerder], de verklaring van verdachte dat hij de stoelen en het bankje onder zich heeft gehad en het feit dat verdachte nimmer actie heeft ondernomen om de goederen daadwerkelijk te (laten) stofferen dan wel de spullen terug te brengen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich de drie stoelen en het haardbankje wederrechtelijk heeft toegeëigend. Aldus zal het onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/460154-09, onder 1 subsidiair, en het onder 4 subsidiair, ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 januari 2008 te Velp, gemeente Rheden,

opzettelijk een antieke tafel, toebehorende aan [slachtoffer A] en diens echtgenote, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als houder (ter reparatie), onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij omstreeks 28 juli 2008 te Harderwijk, opzettelijk drie antieke stoelen en een haardbankje, toebehorende aan [slachtoffer D], welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten als houder (ter reparatie) onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09

feit 1, subsidiair. Verduistering.

feit 4, subsidiair. Verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De officier van justitie acht voor de strafmaat van belang de ernst en veelheid van de feiten, alsmede de handelwijze van verdachte. Slachtoffers op hoge leeftijd zijn in goed vertrouwen ingegaan op voorstellen van de verdachte. Dat vertrouwen (in het normale handelsverkeer) is door verdachte geschaad.

Standpunt van de verdediging

De raadsman stelt dat verdachte volgens informatie van het openbaar ministerie zou worden gedagvaard in mei 2008. Het proces-verbaal (parketnummer 06/801326-07) is gesloten in december 2007. Het openbaar ministerie heeft lang gewacht met dagvaarden, tot 11 juni 2009.

De raadsman heeft voornamelijk vrijspraak van de tenlastegelegde feiten bepleit. Ingeval de rechtbank oplichting dan wel verduistering bewezen verklaart, dan is wat de raadsman betreft daarmee de redelijke termijn overschreden. Dat moet naar zijn mening vertaald worden in de strafmaat. De raadsman wijst op het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2008 (LJN BB 0191), waarin een staffel is aangegeven voor een strafkorting. Dat zou in dit geval moeten opleveren een korting van 5 maanden en anders 10 %.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moeite heeft met het verlies van zijn moeder. Deze zaak moet worden afgerond, in ieder geval ook civielrechtelijk. In een andere kwestie heeft verdachte zijn goede wil getoond door € 275,00 over te maken aan een gedupeerde. De eis is te hoog en onbegrijpelijk, omdat het hier een ondernemer betreft die de zaakjes niet goed op orde had. Een voorwaardelijke gevangenisstraf is beter op zijn plaats.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard, de ernst en de duur van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook is gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Van overschrijding van de redelijke termijn is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, nu verdachte voor de hier relevante (twee) feiten eerst op 11 april 2009 is aangehouden. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bij de straftoemeting is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal verduisteringsfeiten waarmee hij betrokkenen heeft benadeeld. In het bijzonder leert de ervaring dat door dergelijke strafbare feiten het vertrouwen in de medemens is geschaad.

Bovendien is verdachte blijkens zijn strafblad9 eerder wegens een soortgelijk feit (door de politierechter Haarlem) en overigens voor diverse (min of meer oudere) vermogensdelicten veroordeeld. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden thans opnieuw in de fout te gaan.

Uit dat strafblad blijkt dat verdachte bij voormeld vonnis van de politierechter te Haarlem d.d. 29 september 2008 (parketnummer 661832-08) is veroordeeld tot werkstraf. Nu de bewezenverklaarde feiten in de onderhavige zaak vooraf aan deze strafoplegging zijn gepleegd, houdt de rechtbank bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht met die eerdere veroordeling rekening.

Alhoewel het procesdossier de sfeer ademt van discutabel ondernemerschap en voorts de betrouwbaarheid van verdachte als klusjesman vragen op kan roepen, zal de rechtbank - zoals reeds eerder overwogen - verdachte vrijspreken van de hem verweten oplichtingsfeiten.

Dát, en het voorgaande overwegend zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen die fors lager is dan de door de officier van justitie gevorderde straf.

Gelet op verdachtes documentatie ziet de rechtbank geen aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft niet in aanmerking genomen de drie ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 460154-09. Verdachte heeft immers niet bekend die feiten te hebben begaan.

Vorderingen tot schadevergoeding

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09

feit 2.

De benadeelde partij [slachtoffer B] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

feit 3.

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 6.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde.

feit 4.

De benadeelde partij [slachtoffer D] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage € 875,00 (€ 500,00 aan aanbetaling en € 375,00 aan aanschaf nieuwe stoelen), te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde.

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat, ingeval de rechtbank komt tot enige veroordeling, de vordering tot een bedrag van € 500,00 kan worden toegewezen. Voor wat betreft de resterende vordering van € 375,00 dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, omdat de stoelen aan haar zijn teruggegeven.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Hierbij is ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 500,00 aan aanbetaling van belang dat verdachte is vrijgesproken van het onder 4 primair ten laste gelegde. Voorts is de resterende vordering tot schadevergoeding van € 375,00 niet eenvoudig van aard.

feit 5.

De benadeelde partij [slachtoffer E] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.020,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde.

feit 6.

De benadeelde partij [slachtoffer F] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.050,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 6 tenlastegelegde.

ten aanzien van parketnummer 06/801326-07

feit 1.

De benadeelde partij [slachtoffer G] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 250,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

feit 2.

De benadeelde partij [slachtoffer H] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 500,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

feit 3.

De benadeelde partij [slachtoffer I] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 10.000,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde.

Toepasselijk wettelijke artikelen

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 57, 63, 321 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1, primair, 2, 3, 4, primair, 5 en 6 met parketnummer 06/460154-09 tenlastegelegde en het onder 1, 2, 3 en 4 met parketnummer 06/801326-07 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/460154-09, feit 1 subsidiair, en feit 4 subsidiair, tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

ten aanzien van parketnummer 06/460154-09

feit 1, subsidiair. Verduistering;

feit 4, subsidiair. Verduistering.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden;

* Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer B], [slachtoffer C], [slachtoffer D], [slachtoffer E], [slachtoffer F], [naam], [slachtoffer H] en [slachtoffer I] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Hödl, voorzitter, Van der Hooft en Van den Dungen-Dijkstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wever, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 september 2009.

Voetnoten:

1 In de hierna vermelde voetnoten wordt telkens verwezen naar processen-verbaal, met bijbehorende dossierpagina’s, die deel uitmaken van het in de wettelijke vorm opgemaakte (Stam)proces-verbaal nr. PL0613/09-203423, gedateerd 18 mei 2009, opgemaakt door [naam], hoofdagent/rechercheur van politieteam Ermelo-Putten, District Noord-West Veluwe, Regio Noord-Oost Gelderland.

2 In de hierna vermelde voetnoten wordt telkens verwezen naar processen-verbaal, met bijbehorende dossierpagina’s, die deel uitmaken van het in de wettelijke vorm opgemaakte (Stam)proces-verbaal nr. PL0617/07-203410, gedateerd 10 mei 2007, opgemaakt door [naam], hoofdagent van politie Team Ermelo-Putten, District Noord-West Veluwe, Regio Noord-Oost Gelderland.

3 In de hierna vermelde voetnoten wordt telkens verwezen naar processen-verbaal, met bijbehorende dossierpagina’s, die deel uitmaken van het in de wettelijke vorm opgemaakte (Stam)proces-verbaal nr. PL0930/08-002547, gedateerd 20 februari 2008, opgemaakt door [naam], agent van politie, District Eemland-Noord, Politie Utrecht.

4 Proces-verbaal van aangifte, met goederenbijlage, dossierpagina 62-66.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 38-40.

6 Proces-verbaal van aangifte, met goederenbijlage, dossierpagina 146-149.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 52-53.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [stoffeerder], dossierpagina 156.

9 Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 16 april 2009.