Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ5577

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-08-2009
Datum publicatie
19-08-2009
Zaaknummer
97749 - HA ZA 08-1282
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepasselijkheid van algemene voorwaarden bij elektronisch tot stand gekomen overeenkomst. Op orderbevestiging/offerte alleen verwijzing naar website waarop algemene voorwaarden te vinden zijn. AV niet van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 463
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 97749 / HA ZA 08-1282

Vonnis van 19 augustus 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SABAKI-GROEP B.V. handelende onder de naam SEARCHFACTORY,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv),

advocaat mr. C.B. Gaaf te Zutphen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEAT-IT B.V.,

gevestigd te Epe,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident ex artikel 843a Rv,

advocaat mr. M.W. Verhoeven te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna Searchfactory en Beat-It genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 mei 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 14 juli 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Searchfactory is aanbieder van gespecialiseerde diensten op het gebied van zoekmachinemarketing. Dit houdt in dat door middel van het begeleiden en uitvoeren van campagnes op internet in zoekmachines zoals Google of Yahoo, de website van klanten van Searchfactory onder de aandacht wordt gebracht van internetgebruikers. Door op de in de betreffende zoekmachine verschijnende advertentie te klikken worden geïnteresseerde internetgebruikers doorgeleid naar de website van de betreffende klant.

2.2. Beat-It richt zich op het leveren van ICT producten en diensten, waaronder het leveren van computerhardware en IT-Beheersdiensten, door middel van e-commerce.

2.3. Op 17 oktober 2006 hebben partijen een overeenkomst voor de duur van de zes maanden gesloten, waarbij zij zijn overeengekomen dat Searchfactory aan Beat-It diensten ten behoeve van de promotie van haar website zal leveren. Het door Beat-It voor akkoord ondertekende opdrachtformulier (productie 2 van Searchfactory) vermeldt een dagbudget van maximaal € 100,-- en een richtprijs van € 0,12 per klik. Partijen zijn daarbij overeengekomen dat een tussentijdse aanpassing van het dagbudget op basis van tussentijdse evaluatie altijd mogelijk is.

2.4. Onderaan het door Beat-It ondertekende opdrachtformulier staat vermeld:

"Op deze offerte zijn de algemene voorwaarden van Searchfactory van toepassing welke gedeponeerd zijn bij de kamer van Koophandel te Amsterdam. De voorwaarden zijn in PDF formaat te downloaden op www.searchfactory.nl."

2.5. Ingevolge deze overeenkomst bedroeg de door Beat-It aan Searchfactory te betalen vergoeding voor haar diensten een maandelijks vast bedrag van € 475,-- voor vijf uren campagnebeheer en een variabele vergoeding bestaande uit het bedrag dat aan de zoekmachines is uitgegeven voor de inkoop van bezoekers (het aantal kliks op de advertenties van Beat-It), ook wel het mediabudget genoemd, vermeerderd met een opslag van 10 % als variabele vergoeding voor het beheer van de campagne, biedmanagement en CPA (Cost per Acquisition). Het mediabudget wordt door de betreffende zoekmachine aan Searchfactory in rekening gebracht, waarna Searchfactory dit een op een, dus zonder extra marge, doorbelast aan Beat-It.

2.6. Op 21 mei 2007 heeft Searchfactory Beat-It per e-mail het volgende geschreven (productie 5 van Beat-It):

"(...) Bijgaand de nieuwe overeenkomst voor de campagne. Het tegoed wat je hebt staan wordt verrekend met het nieuwe depot, voor de rest zijn de afspraken ongewijzigd. Graag je bankrekening invullen zodat we per maand kunnen incasseren. (...)"

Het door Beat-It voor akkoord ondertekende formulier (productie 3 van Searchfactory) vermeldt een vergoeding voor campagnebeheer van vijfmaal € 95,--, totaal € 570,--. Als vergoeding voor het biedmanagement en CPA/ROi module Meten en rapportage vermeldt het formulier 10 % van het klikbudget. Ook blijkt uit het formulier dat een depot van € 1.500,-- verschuldigd is. Door ondertekening van het formulier heeft Beat-It Searchfactory gemachtigd om het budgetbedrag voor aanvang van de budgetperiode van haar bankrekening af te schrijven. Ook op dit formulier staat vermeld dat op deze offerte de algemene voorwaarden van Searchfactory van toepassing zijn welke zijn gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Amsterdam en te downloaden zijn op www. searchfactory.nl.

2.7. Searchfactory heeft eind januari 2008 de campagne ten behoeve van Beat-It onderbroken in verband met achterstallige betalingen (productie 6.1 van Searchfactory). Bij e-mail van 15 februari 2008 heeft Beat-It Searchfactory meegedeeld (productie 6.4 van Searchfactory):

"(...) Zoals aangegeven hoeft de campagne niet meer voortgezet te worden, want er moet dik geld bij iedere maand. (...) Daarbij vind ik de dienstverlening van Searchfactory belabberd. Ik bedoel dit niet offensief of vervelend, maar had er gewoon hoge verwachtingen van. (...)"

2.8. Bij brief van 28 mei 2008 heeft (de raadsman van) Searchfactory Beat-It gesommeerd tot betaling van het saldo van de openstaande facturen ad € 16.441,50, vermeerderd met de contractuele vertragingsrente en met buitengerechtelijke invorderingskosten (productie 7 van Searchfactory). Beat-It heeft hierop gereageerd met een fax van dezelfde datum (productie 8 van Searchfactory). In die fax verwijst zij naar een brief van 29 april 2008 waarin zij het voorstel van Searchfactory heeft afgewezen. De raadsman van Searchfactory heeft bij brief van 29 mei 2008 Beat-It meegedeeld dat Searchfactory de brief van 29 april 2008 niet heeft ontvangen, maar dat zij uit de fax van Beat-It opmaakt dat haar voorstel in die brief is afgewezen en nu weer door Beat-It wordt afgewezen (productie 9 van Searchfactory). In deze brief wijst Searchfactory Beat-It erop dat het overgrote deel van de hoofdsom door haar reeds geruime tijd geleden is afgedragen aan Google onder de noemer van media inkoop en heeft zij Beat-It nog een laatste voorstel gedaan om de zaak in der minne af te doen. Searchfactory heeft Beat-It in gebreke gesteld en haar aansprakelijk gesteld voor alle schade die zij door de wanprestatie van Beat-It lijdt in het geval Beat-It niet binnen 48 uur na dagtekening van de brief schriftelijk met haar voorstel akkoord gaat. Ook deelt zij mee dan de overeenkomst door deze brief als buitengerechtelijk ontbonden te beschouwen.

Bij e-mail van 30 mei 2008 heeft Searchfactory Beat-It meegedeeld dat zij de termijn om akkoord te gaan met haar voorstel heeft verlengd tot 2 juni 2008 te 18.00 uur. Bij e-mail van 2 juni 2008 te 22.04 uur heeft Beat-It Searchfactory meegedeeld dat zij het voorstel van Searchfactory afwijst (productie 10 van Searchfactory).

3. De vordering

3.1. Searchfactory vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Beat-It zal veroordelen om aan Searchfactory tegen deugdelijk bewijs van kwijting te voldoen:

1. € 16.441,50 inclusief BTW totaal openstaand saldo aan hoofdsom

2. € 1.555,26 de contractuele vertragingsrente tot aan de dag der sommatie

3. P.M. de contractuele vertragingsrente tot aan de dag der voldoening

4. € 2.466,23 15 % buitengerechtelijke invorderingskosten over de hoofdsom

5. € 8.232,-- schadevergoeding op basis van gederfde omzet

6. € 1.248,45 15 % buitengerechtelijke invorderingskosten over gederfde omzet

7. € 1.737,-- zijnde het liquidatietarief drie punten á € 579,--

8. P.M. wettelijke rente tot aan de dag der voldoening over gederfde omzet

9. € 150,-- kosten van verhaalsonderzoek en bemiddelingsbezoek

en Beat-It zal veroordelen in de kosten van het geding.

3.2. Zij baseert deze vorderingen op de vaststaande feiten en op het volgende.

Voor de overeengekomen en geleverde diensten zijn door Searchfactory aan Beat-It in de periode tussen 16 juli 2007 en 7 februari 2008 facturen gestuurd. Beat-It heeft deze facturen niet voldaan, hoewel zij daar wel toe gehouden is. Beat-It is op grond van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden over het openstaande saldo contractuele vertragingsrente en 15 % buitengerechtelijke invorderingskosten verschuldigd.

Voorts dient Beat-It aan Searchfactory een schadevergoeding te betalen voor de door haar gederfde winst en omzet, eveneens te vermeerderen met de buitengerechtelijke invorderingskosten en de wettelijke rente.

4. Het verweer

4.1. Beat-It heeft geconcludeerd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Searchfactory in haar vordering niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar vorderingen aan haar zal ontzeggen als onterecht en onbewezen, met veroordeling van Searchfactory in de kosten.

4.2. Beat-It heeft de volgende weren gevoerd.

Zij heeft met Searchfactory een overeenkomst gesloten op basis waarvan zij veronderstelde en mocht veronderstellen dat dit tot verhoging van haar omzet zou leiden. Daarvan is (nagenoeg) geen sprake geweest.

Ze ging ervan uit en mocht er ook van uitgaan dat de op of omstreeks 22 mei 2007 gesloten overeenkomst in feite een voortzetting was van de overeenkomst die zij op 17 oktober 2006 met Searchfactory gesloten heeft. Voor beide overeenkomsten geldt dat zij ervoor kon kiezen het dagbudget terug te brengen tot nul indien zou blijken dat de resultaten onvoldoende waren en dat de overeenkomst slechts voor de duur van zes maanden was gesloten. De overeenkomst is daarom beëindigd per 22 november 2007.

Searchfactory heeft haar algemene voorwaarden niet aan Beat-It ter hand gesteld, terwijl dat eenvoudig gekund had. Nu Searchfactory Beat-It niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van haar algemene voorwaarden kennis te nemen, beroept Beat-It zich op vernietiging van die algemene voorwaarden.

Searchfactory heeft nagenoeg geen prestaties geleverd. Wel heeft zij mogelijk de kosten bij Google hoog laten oplopen, door zulke algemene zoekwoorden te promoten dat veel kliks werden gegenereerd.

Op de vordering van Searchfactory dient het depotbedrag van € 1.500,--, vermeerderd met BTW, dus een bedrag van € 1.785, -- in mindering te worden gebracht. Ook dient de vordering van Searchfactory met een bedrag van € 475,-- exclusief BTW en dus € 565,25 inclusief BTW te worden verminderd, aangezien dit bedrag ten onrechte in rekening is gebracht over de maand april 2007. De campagne is toen in overleg met partijen tijdelijk stopgezet.

Subsidiair heeft Beat-It aangevoerd dat als aangenomen moet worden dat een overeenkomst tot stand is gekomen met de langere duur, dit een overeenkomst voor onbepaalde tijd betreft die in beginsel kan worden opgezegd. Beat-It heeft Searchfactory per e-mail van 15 februari 2008 meegedeeld dat de campagne niet meer voortgezet hoefde te worden. Primair heeft zij daarmee het dagbudget teruggebracht tot nihil, subsidiair geldt dat zij de overeenkomst voor onbepaalde tijd niet langer wilde voortzetten. Meer subsidiair geldt dat deze opzegging Searchfactory tijdig heeft bereikt, zodat zij geen beroep kan doen op het voorschrift in haar algemene voorwaarden dat schriftelijk, althans per aangetekende brief moet worden opgezegd. Searchfactory kan daarom slechts aanspraak maken op betaling van de facturen tot en met 15 november 2007. Beat-It beroept zich op opschorting van haar betalingsverplichting omdat zij nimmer op enigerlei wijze inzage heeft gekregen in de door Searchfactory aan haar in de rekening gebrachte kosten, die volgens Searchfactory door Google aan Searchfactory in rekening zouden zijn gebracht.

De schadevergoeding voor gederfde omzet is niet voor toewijzing vatbaar. Beat-It heeft op 15 februari 2008 de overeenkomst opgezegd en de overeenkomst is met ingang van 22 mei 2008 geëindigd. Searchfactory kan daarom geen aanspraak maken op enigerlei vergoeding ter zake van gederfde omzet. Zij heeft ook niet gesteld dat zij omzet is misgelopen.

Aan de vordering met betrekking tot contractuele vertragingsrente ligt geen afspraak ten grondslag. Betaling van buitengerechtelijke invorderingskosten is evenmin overeengekomen. Voorts is deze vordering onredelijk bezwarend nu zijdens Searchfactory geen werkzaamheden zijn verricht die een dergelijk bedrag rechtvaardigen. Ook de kosten voor verhaalsonderzoek en bemiddelingsbezoek dienen te worden afgewezen nu niet vast is komen te staan dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

5. De beoordeling

5.1. De stelling van Beat-It dat het door Searchfactory als productie 3 overgelegde formulier slechts betrekking had op een incassomachtiging en dat er geen sprake is van een nieuwe overeenkomst maar van voortzetting van de oude overeenkomst treft geen doel. Zowel uit het formulier als uit de begeleidende e-mail blijkt dat er sprake is geweest van een (offerte voor) een nieuwe overeenkomst. Wel kan Beat-It gevolgd worden in haar stelling dat de inhoud van deze nieuwe overeenkomst voor wat betreft de duur van de overeenkomst en de mogelijkheid om het dagbudget tussentijds aan te passen gelijk is gebleven. Uit het feit dat Searchfactory Beat-It ook gedurende de looptijd van de nieuwe overeenkomst steeds het eerder overeengekomen bedrag van € 475,-- per maand in rekening heeft gebracht, terwijl de nieuwe overeenkomst een maandelijks vaste vergoeding van € 570,-- vermeldt, leidt de rechtbank af dat ook Searchfactory de mening is toegedaan dat de op 22 mei 2007 gesloten overeenkomst dezelfde inhoud heeft als de overeenkomst van 17 oktober 2006.

5.2. Uit de door Beat-It als productie 5 in het geding gebrachte e-mail van Searchfactory aan haar blijkt dat de offerte voor de nieuwe overeenkomst per e-mail aan Beat-It is toegezonden. Beat-It heeft eveneens per e-mail de offerte geaccepteerd, zodat de overeenkomst langs elektronische weg tot stand is gekomen. Artikel 6:233 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Artikel 6:233 aanhef onder 1b BW bepaalt dat de gebruiker aan de wederpartij de hiervoor bedoelde mogelijkheid heeft geboden indien hij in het geval de overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt, de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door hem kunnen worden opgeslagen en voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij bekend heeft gemaakt waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen, alsmede dat zij op verzoek langs elektronische weg of op andere wijze zullen worden toegezonden.

Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat met de eerste mogelijkheid wordt bedoeld het achter een duidelijk herkenbare hyperlink opnemen van de algemene voorwaarden. Dat is in de onderhavige situatie niet gebeurd. Nu gesteld noch gebleken is dat het voor Searchfactory redelijkerwijs niet mogelijk is haar algemene voorwaarden op de hiervoor bedoelde wijze aan Beat-It ter beschikking te stellen, kon Searchfactory niet volstaan met het aan Beat-It bekendmaken waar zij van de voorwaarden langs elektronische weg kan kennisnemen. Ook is niet voldaan aan de aan deze tweede wijze van bekendmaken verbonden voorwaarde dat de wederpartij wordt meegedeeld dat op verzoek de algemene voorwaarden langs elektronische weg of op een andere wijze aan de wederpartij zal worden toegezonden.

Voor de stelling van Searchfactory dat uit de producties 2 en 3 blijkt dat Beat-It de algemene voorwaarden van Searchfactory heeft geaccepteerd is in de betreffende producties geen steun te vinden.

Dit leidt tot de conclusie dat het beroep van Beat-It op de vernietigbaarheid van de door Searchfactory gehanteerde algemene voorwaarden doel treft. Deze algemene voorwaarden zijn derhalve niet op de tussen partijen gesloten overeenkomst van toepassing.

5.3. Het verweer dat de overeenkomst met Searchfactory (nagenoeg) niet heeft geleid tot verhoging van haar omzet treft geen doel. Uit de overeenkomst, voor zover door Searchfactory in het geding gebracht, en uit de stellingen van partijen volgt dat er sprake is geweest van een inspanningsverbintenis en niet van een resultaatsverbintenis. Het enkele feit dat de omzet van Beat-It nagenoeg niet verhoogd is brengt daarom nog niet met zich dat de Beat-It niet gehouden is de facturen van Searchfactory te betalen.

Beat-It heeft aangevoerd dat het voor haar in het onderhavige geval niet goed mogelijk is om te beoordelen of een opdrachtnemer voldoet aan haar verplichtingen uit overeenkomst.

Overwogen wordt dat ingevolge artikel 7:403 BW de opdrachtnemer de opdrachtgever op de hoogte moet houden van zijn werkzaamheden ter uitvoering van de opdracht.

Uit de door Searchfactory als productie 14 in het geding gebrachte overzichten blijkt dat Searchfactory iedere maand aan Beat-It heeft meegedeeld wat de verkopen in die maand zijn geweest, hoe vaak de advertenties van Beat-It zijn vertoond en hoe vaak op die vertoningen is geklikt. Beat-It stelt wel dat de door Searchfactory gerapporteerde omzetten vaak onjuist waren en dat zij daarover veelvuldig contact met Searchfactory heeft gehad, maar niet gebleken is dat Beat-It daarover heeft geklaagd bij Searchfactory of Searchfactory voor wat betreft deze rapportage in gebreke heeft gesteld.

Searchfactory heeft, nadat Beat-It naar aanleiding van haar betalingssommatie daar eind februari 2008 om gevraagd had, bij e-mail van 26 februari 2008 haar werkzaamheden nader gespecificeerd. Uit de door partijen in het geding gebrachte correspondentie blijkt niet dat Beat-It Searchfactory heeft meegedeeld dat deze specificatie onvoldoende of onjuist is dan wel Searchfactory heeft verzocht om een verdergaande specificatie van haar werkzaamheden. Het moet er daarom voor gehouden worden dat Searchfactory Beat-It voldoende heeft geïnformeerd over haar werkzaamheden.

Beat-It beklaagt zich er voorts over dat de zogenaamde datasheets waarmede advertentiecampagnes zouden kunnen c.q. zouden moeten worden aangepast, niet werden bijgehouden althans niet werden ververst. Ook ten aanzien van deze klacht geldt dat niet gebleken is dat Beat-It Searchfactory daar gedurende de looptijd van de overeenkomst op heeft aangesproken of in gebreke heeft gesteld.

Zou al, zoals Beat-It stelt, Searchfactory tekort zijn geschoten in de inspanning die op grond van de overeenkomst van haar kon worden verlangd, dan geldt dat Beat-It daar geen consequenties aan heeft verbonden in de zin van ingebrekestelling en eventueel ontbinding van de overeenkomst met Searchfactory. Het feit dat Beat-It niet tevreden is over de door Searchfactory geleverde diensten ontslaat haar dan ook niet van haar betalingsverplichting.

5.4. Ten aanzien van het verwijt van Beat-It dat Searchfactory mogelijk de kosten bij Google hoog heeft laten oplopen, door zulke algemene zoekwoorden te promoten dat veel kliks werden gegenereerd, geldt dat uit de door Beat-It als productie 4 in het geding gebrachte e-mails blijkt dat over die toevoegingen met Beat-It is overlegd en dat zij met die toevoegingen heeft ingestemd. Nu Beat-It heeft ingestemd met de toevoeging van algemene zoektermen, kan zij zich er nadien niet over beklagen dat daardoor de kosten bij Google zijn opgelopen.

De stelling van Beat-It dat Searchfactory de “deskundige” partij was en dat zij zich (aanvankelijk) door Searchfactory heeft laten leiden, leidt niet tot een ander oordeel. Beat-It was, zo blijkt uit haar stellingen, er van meet af aan mee bekend dat algemene zoekwoorden wel leiden tot veel klikken, maar niet tot meer transacties. Uit de mededeling dat Beat-It zich (aanvankelijk) door Searchfactory heeft laten leiden, leidt de rechtbank af dat Beat-It zich bij aanvang van de relatie met Searchfactory in oktober 2006 wel als leek op het gebied van zoekmachines beschouwde, maar dat zij in de loop van de tijd daar zelf voldoende kennis over heeft verworven. Nu de betreffende zoekwoorden eerst in augustus 2007 zijn toegevoegd, gaat de rechtbank ervan uit dat Beat-It toen al over voldoende kennis over het adverteren op zoekmachines beschikte. Het verweer van Beat-It dat hij als leek is afgegaan op de mededelingen van de deskundige Searchfactory, waardoor de kosten bij Google zijn opgelopen, moet daarom verworpen worden.

5.5. Zoals hiervoor onder 5.1. is overwogen, is de op 22 mei 2007 gesloten overeenkomst aangegaan voor de duur van zes maanden. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden - waarin is bepaald dat de overeenkomst na afloop van de periode steeds automatisch met dezelfde periode wordt verlengd als de overeenkomst niet tijdig is opgezegd - niet van toepassing. Dit brengt met zich dat partijen geen afspraken hebben gemaakt over de periode na verloop van die zes maanden.

De stelling van Beat-It dat de overeenkomst per 22 november 2007 is geëindigd, moet verworpen worden. Searchfactory heeft ook na 22 november 2007 Beat-It facturen, overzichten van de verkopen per maand en van de resultaten per maand toegezonden. Zou de overeenkomst tussen partijen na ommekomst van zes maanden zijn geëindigd, dan had het op de weg van Beat-It gelegen Searchfactory mee te delen dat zij de overeenkomst als beëindigd beschouwt en daarom dus geen betaling over de periode na 22 november 2007 verschuldigd is. Nu Beat-It dat niet heeft gedaan, gaat de rechtbank ervan uit dat de overeenkomst voor onbepaalde duur is voortgezet.

Ingevolge het eerste lid van artikel 7:408 BW kan de opdrachtgever te allen tijde de overeenkomst opzeggen. Nu Beat-It per e-mail van 15 februari 2008 Searchfactory heeft meegedeeld dat de campagne niet meer voortgezet hoeft te worden, houdt de rechtbank het er voor dat de overeenkomst per 15 februari 2008 is beëindigd. Searchfactory stelt wel met een beroep op haar algemene voorwaarden dat de overeenkomst stilzwijgend is verlengd tot 22 mei 2008, maar uit het feit dat zij na 7 februari 2008 Beat-It geen facturen meer heeft gezonden leidt de rechtbank af dat ook Searchfactory ervan uitgaat dat de overeenkomst op 15 februari 2008 is geëindigd.

5.6. Uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat Beat-It gehouden is de door Searchfactory in als productie 5.1. in het geding gebrachte facturen te voldoen. Ter terechtzitting heeft Searchfactory verklaard dat bij de eerste overeenkomst geen depot in rekening is gebracht en erop gewezen dat op de facturen het depotbedrag steeds als positieve en als negatieve post geboekt, zoals blijkt uit de door haar in het geding gebrachte facturen.

Beat-It heeft dit onvoldoende weersproken, zodat op de vordering van Searchfactory het depotbedrag niet in mindering zal worden gebracht.

Nu uit de door Searchfactory overgelegde facturen blijkt dat het door Searchfactory gevorderde bedrag niet ziet op betaling voor de maand april 2007, treft het verweer van Beat-It dat op de vordering van Searchfactory een bedrag van € 475,-- in mindering gebracht moet worden, geen doel. De door Beat-It aan verschuldigde hoofdsom terzake van onbetaald gebleven facturen zal daarom gesteld worden op een bedrag van € 16.441,50 --.

5.7. Beat-It heeft eerst in deze procedure van Searchfactory gevorderd dat zij de facturen van Google met betrekking tot aan Beat-It doorbelaste kosten aan haar verstrekt. Dit en het feit dat Searchfactory onmiddellijk na het instellen van het incident ex artikel 843a Rv Beat-It afschriften van die facturen heeft verstrekt, brengt met zich dat Beat-Its beroep op haar opschortingsrecht moet worden verworpen.

5.8. Nu de overeenkomst tussen partijen op 15 februari 2008 rechtsgeldig is geëindigd, kan Searchfactory geen aanspraak maken op schadevergoeding wegens misgelopen inkomsten. Dit onderdeel van haar vordering zal daarom worden afgewezen.

5.9. Omdat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen, bestaat er geen grondslag voor de vordering tot betaling van de contractuele rente. De rechtbank zal in plaats daarvan de wettelijke rente toewijzen, steeds vanaf de vervaldag van de verschillende facturen.

5.10. Searchfactory heeft haar stelling dat de zijdens haar verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden meer omvatten dan slechts ter voorbereiding van de gedingstukken en ter adstructie van de zaak voldoende onderbouwd. Zo staat vast dat de incassogemachtigde van Searchfactory onder meer een bezoek aan Beat-It heeft gebracht in een poging haar in der minne tot betaling te bewegen. De door Searchfactory gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom - zij het gematigd tot twee punten van het toepasselijke liquidatietarief - worden toegewezen. De door Searchfactory gevorderde kosten van verhaalsonderzoek en bemiddelingsbezoek worden geacht in het toe te wijzen bedrag te zijn begrepen en de daarop ziende vordering zal daarom worden afgewezen. Searchfactory heeft haar vordering tot betaling van 3 punten van het liquidatietarief naast de proceskostenveroordeling in het geheel niet onderbouwd. Dit onderdeel van haar vordering zal daarom ook worden afgewezen.

5.11. Beat-It zal als de in deze procedure in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten aan de zijde van Searchfactory worden begroot als volgt:

- dagvaarding € 74,30

- vast recht 700,--

- salaris advocaat 1.158,-- (2 punten × factor 1,0 × tarief € 579,--)

Totaal €1.932,30

6. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt Beat-It om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan Searchfactory te betalen een bedrag van € 16.441,50 --, te vermeerderd met de wettelijke rente, steeds vanaf de respectievelijke vervaldagen van de facturen en tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Beat-It om tegen deugdelijk bewijs van betaling aan Searchfactory te betalen een bedrag van € 1.158,-- voor buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt Beat-It in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Searchfactory gevallen en begroot op een bedrag van € 1.932,30;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2009.