Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ5458

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-08-2009
Datum publicatie
18-08-2009
Zaaknummer
06/460539-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt veelpleger tot een gevangenisstraf van 172 dagen en legt de man, voorwaardelijk, de maatregel tot plaatsing van twee jaar in een inrichting voorstelselmatige daders op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460539-08

Uitspraak d.d. 18 augustus 2009

Tegenspraak / dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1978],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring De Marwei te Leeuwarden,

raadsvrouw: mr. M. van Meurs

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

6 februari 2009 en 4 augustus 2009.

De tenlastelegging

Nadat de dagvaarding ter terechtzitting is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 4 op 5 november 2008 te Harderwijk tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto(bus) (merk Opel Movano,

gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een agenda en/of een navigatiesysteem,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk)

[slachtoffer A en/of slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november

2007 tot en met 06 december 2007 in de gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening:

-in of omstreeks de periode van 01 november 2007 tot en met 05 december 2007

in/uit een recreatiewoning aan [adres] in de gemeente Ermelo

heeft weggenomen een televisieontvanger, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 1)

en/of

-in of omstreeks de periode van 11 november 2007 tot en met 01 december 2007

in/uit een recreatiewoning aan [adres] in de gemeente Ermelo

heeft weggenomen thee en/of koffie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),(incident 2)

en/of

-in of omstreeks de periode van 01 oktober 2007 tot en met 02 december 2007

in/uit een recreatiewoning aan [adres] in de gemeente Ermelo

heeft weggenomen een espressoapparaat en/of één of meer gasfles(sen) en/of een

cd-speler en/of een versterker en/of een digitenne-kastje, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),(incident 4)

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

(telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

in of omstreeks de periode van 5 en 6 december 2007

in de gemeente Harderwijk

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit garage heeft weggenomen

een fiets en/of gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer F], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;(incident 10)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij

op of omstreeks 23 oktober 2007

in de gemeente Harderwijk

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit woning heeft weggenomen

televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;(incident 11)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij

in of omstreeks 30 oktober 2007

in de gemeente Harderwijk

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen

dvd speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;(incident 12)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 17 tot en met 20 november 2007

in de gemeente Harderwijk

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit schuur heeft weggenomen

klokken en/of beelden en/of tekeningen en/of schilderijen en/of jassen en/of

pijpen en/of kandelaars en/of een bonbonschaaltje en/of een flessenhouder, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer H], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;(incident 14)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij

in of omstreeks 18 november 2007

in de gemeente Harderwijk

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuur heeft weggenomen

fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer I], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;(incident 16)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

althans, dat

hij in of omstreeks de periode van 18 november 2007 tot en met 21 november 2007 in de gemeente Harderwijk, in elk geval in Nederland, een fiets heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde fiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art. 417bis lid 1 ahf/onder a Wetboek van Strafrecht

art. 416 lid 1 ahf/onder a Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

A. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde. Dat verdachte het feit heeft gepleegd, volgt onder meer uit de verklaring van getuige [getuige A]. De getuige heeft gezien dat verdachte ingebroken heeft in de auto. Tevens heeft de getuige verdachte aangehouden en herkent als de man die hij in de auto heeft zien hangen. Gelet op deze getuigenverklaring acht de officier van justitie de verklaring van verdachte, dat een andere man in de auto heeft ingebroken, ongeloofwaardig.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het eerste en tweede gedachtestreepje van het onder 2 ten laste gelegde. Dat verdachte het feit heeft gepleegd, volgt onder meer uit de aangiftes en de verklaringen van medeverdachte [getuige D] en van verdachte zelf. Ten aanzien van het derde gedachtestreepje heeft de officier van justitie verzocht verdachte vrij te spreken, nu de verklaring van verdachte niet overeenkomt met de aangifte.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde. Dat verdachte het feit heeft gepleegd, volgt onder meer uit de verklaring van [getuige B].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 4 en 5 ten laste gelegde. Dat verdachte het feit heeft gepleegd, volgt onder meer uit de aangiftes van de vader van verdachte en de verklaringen van [getuige C] en [getuige D].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde. Dat verdachte het feit heeft gepleegd, volgt onder meer uit de aangiftes, de diverse belastende getuigenverklaringen en de deels bekennende verklaring van verdachte zelf.

De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 7 primair ten laste gelegde. De officier van justitie is van oordeel dat het rijden op de fiets daags na de aangifte onvoldoende is voor een veroordeling ter zake van diefstal. De officier van justitie heeft wel geconcludeerd tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde. Dat verdachte dit het subsidiair ten laste gelegde heeft gepleegd, volgt onder meer uit de verklaringen van [getuige E] en [getuige F]. Ook heeft verdachte een bekeuring gehad voor het rijden zonder licht, op de desbetreffende fiets.

B. Standpunt van de verdachte

Door en namens verdachte is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft gepleegd. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte heeft verklaard dat er een tweede persoon aanwezig was die waarschijnlijk heeft ingebroken in de auto. Tevens is aangevoerd dat in de aangifte ook gesproken wordt over de aanwezigheid van een tweede persoon.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder het derde gedachtestreepje ten laste gelegde heeft gepleegd. Verdachte dient daarvan dan ook te worden vrijgesproken.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft gepleegd. Hiertoe is aangevoerd dat de verklaring van [getuige B] niet betrouwbaar is. Nu verdachte tevens ontkent het feit te hebben gepleegd en de verklaring van [getuige B] geen steun vindt in andere bewijsmiddelen dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4 en 5 ten laste gelegde is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de diefstallen heeft gepleegd.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde is aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de jassen heeft gestolen, nu diefstal hiervan door verdachte is erkend. Verdachte ontkent de andere goederen te hebben gestolen en dient hiervan dan ook te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 7 primair ten laste gelegde is aangevoerd dat verdachte de gestolen fiets had geleend van [getuige E]. Verdachte ontkent de diefstal van de fiets. Ten aanzien van de verklaringen van [getuige E] en [getuige F] is aangevoerd dat die onvoldoende bewijs vormen voor diefstal van de fiets door verdachte, omdat beide getuigen er belang bij hebben om de schuld af te schuiven op verdachte. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde is aangevoerd dat de verklaringen van [getuige F] en [getuige E] tegenstrijdig zijn en derhalve geen basis kunnen vormen voor een bewezenverklaring. Daarnaast is het enkel fietsen op de fiets onvoldoende voor een bewezenverklaring. Verdachte dient derhalve ook van het subsidiaire te worden vrijgesproken.

C. Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak

Naar oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het onder drie ten laste gelegde heeft begaan. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Door verdachte is het onder 3 ten laste gelegde feit ontkent. De enige verklaring waarmee de betrokkenheid van verdachte bij het onder 3 ten laste gelegde feit kan worden bewezen, is de verklaring van [getuige B]. Genoemde [getuige B] is echter zelf op de gestolen fiets aangetroffen. Derhalve kan niet zonder meer uitgesloten worden dat [getuige B] er belang bij heeft gehad verdachte te beschuldigen van de diefstal. Daarom dient er een zekere mate van terughoudendheid te worden betracht bij het gebruik van [getuige B]s verklaring voor het bewijs. Voor het bewijs van de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde kan daarom niet worden volstaan met de enkele verklaring van [getuige B].

Nu de directe betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde feit geen ondersteuning vindt in de overige, in het dossier, aanwezige verklaringen is de rechtbank er niet van overtuigd dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank zal verdachte daarom dan ook vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde.

Feit 1 1

In de nacht van 4 op 5 november 2008 was getuige [getuige A] in zijn woning aan [adres te plaats]. Toen hij glasgerinkel hoorde zag hij aan de overzijde van de straat een persoon bij een bedrijfsauto door het raam hangen. De persoon hing ook in de auto. De getuige zag dat deur van de auto door deze persoon werd opgemaakt. Toen de getuige buiten kwam zag hij dat de persoon navigatieapparatuur met de adapter er nog aan in zijn hand had. De getuige heeft de persoon na een achtervolging aangehouden en overhandigd aan de politie.2 Ook heeft de getuige gezien dat de persoon een agenda in zijn handen had, deze liet de persoon tijdens de achtervolging vallen.3 De aangehouden persoon werd overgeleverd aan de politie. De persoon bleek verdachte [verdachte] te zijn.4

Door [slachtoffer A] is aangifte gedaan van inbraak in de bedrijfsauto. Deze bedrijfsauto, een Opel Movano met kenteken [kenteken], was door aangever gehuurd van [slachtoffer B]. Nadat aangever door zijn buurman [getuige A] was gewaarschuwd heeft hij de bedrijfsauto bekeken. Aangever heeft gezien dat het raam van het portier aan rechtervoorzijde kapot was. Er lagen glasscherven op de grond en in de bus. Er lag ook een baksteen op de bijrijderstoel. Het navigatiesysteem was uit de bus verdwenen. De agenda van aangever werd later teruggevonden.5

Feit 2 6

Op 5 december 2007 was aangever [slachtoffer C] aanwezig op het [bugalowpark aan adres te plaats]. In huisje [nummer] zag aangeefster licht branden, terwijl daar niemand aanwezig hoorde te zijn. In de woning was een vrouw aanwezig. Op een gegeven moment rende deze vrouw weg, maar zij werd aangehouden door de vriend van aangeefster, [naam]. Uit het huisje mist een ontvanger van de schotelantenne. Bij een buitendeur aan de linkerzijde van het huisje waren de glaslatten weggebroken en was de ruit uitgenomen.7 De vrouw die door [naam] is aangehouden is [getuige D].8

[verdachte] heeft verklaard dat hij in een huisje, samen met [getuige D], op de camping aan [adres in plaats] heeft verbleven. Verdachte heeft zich door middel van het verwijderen van een ruitje in de achterdeur toegang tot het vakantiehuisje verschaft. Zij hebben ongeveer 10 dagen in het huisje verbleven. Verdachte heeft na de aanhouding van [getuige D] niet meer in het huisje verbleven.9

In het huisje stond ook een zwartkleurige receiver. Verdachte heeft verklaard dat hij deze reciever voor twee tientjes heeft verkocht.10

Feit 4

Door [slachtoffer G], wonende aan [adres in plaats], de vader van verdachte, is aangifte en klacht11 gedaan van diefstal. Op 23 oktober 2007 heeft aangever zijn woning ’s ochtends verlaten. Hij heeft toen alle deuren afgesloten. Het slaapkamerraam heeft hij op de luchtstand laten staan. Toen aangever dezelfde dag terug kwam zag hij dat de achterdeur open stond. Deze deur was van binnenuit afgesloten geweest. Binnen zag aangever dat zijn LCD-televisie, een Sony Bravia met een 82 centimeter beeldbuis, was verdwenen.12

Op 13 november 2007 werd onder [getuige C] een Sony Bravia LCD-televisie in beslag genomen.13 Naar de televisie gevraagd heeft [getuige C] verklaard dat hij deze heeft gekocht van [verdachte], voor een bedrag van € 150,-.14 Door [getuige B] is ook verklaard dat [getuige C] de televisie van [verdachte] heeft.15 Deze in beslag genomen televisie wordt door [slachtoffer G] herkend als de televisie die bij hem is weggenomen.16

Door [getuige D] wordt verklaard dat verdachte de televisie, die zij bij [getuige C] heeft zien staan, bij zijn vader heeft weggenomen.17

Feit 5

Door [slachtoffer G] is aangifte en klacht18 gedaan van diefstal. Op 30 oktober 2007 zag aangever, toen hij ’s avonds thuis kwam, dat de ruit van de woonkamer vernield was. In de woonkamer ontdekte hij dat zijn DVD-speler (merk Sony, type HTP36SS, kleur grijs) en de vier boxjes van de bijbehorende home-cinema-surroundset waren weggenomen.19 Naast de aangifte heeft aangever ook een klacht met het verzoek tot vervolging van W. Kevelam ingediend.

Op 13 november 2007 werd onder [getuige C] een Sony home-cinemaset in beslag genomen.20 Naar deze home-cinemaset, bestaande uit onder andere een DVD-speler, gevraagd heeft [getuige C] verklaard dat hij deze heeft gekocht van [verdachte], voor een bedrag van € 100,-. Bij de home-cinemaset zaten ook vier geluidsboxjes.21 Deze in beslag genomen home-cinemaset, merk Sony onder andere type HTP36SS, wordt door [slachtoffer G] herkend als zijn eigendom.22

Feit 6

Door [slachtoffer H] is aangifte gedaan van diefstal. Op 20 november 2007 kwam aangever erachter dat er iemand in de schuur, achter zijn woning aan [adres in plaats], was geweest. Bovenaan de zoldertrap lag een matras en een slaapzak. De zolder van de schuur heeft een apart afgesloten gedeelte, waar antiek ligt in verband met het werk van aangever. De deur van deze ruimte was opengebroken. Aangever was op 17 november 2007 voor het laatst op de zolder geweest, toen was alles nog afgesloten en lag de slaapzak er nog niet.23 Blijkens de bij de aangifte horende goederenbijlage mist aangever onder meer diverse klokken, beelden, jassen en pijpen.24

Naar aanleiding van een melding gedaan op 21 november 2007, worden er op 22 november 2007 een zwarte en een grijze weekendtas gevonden in de bosjes aan de Graaf Ottolaan te Harderwijk.25 In deze tassen zit een vijftal jassen die door [vrouw slachtoffer H], vrouw van aangever [slachtoffer H], worden herkend als haar eigendommen.26

De grijsblauwe tas wordt door [getuige D] herkend als een van de tassen die zij samen met [verdachte] in de bosjes heeft verstopt. [getuige D] heeft tevens verklaard dat zij, samen met [verdachte], in het schuurtje aan [adres in plaats] heeft geslapen. Verdachte brak daarbij de deur open.27 De volgende ochtend, na de overnachting in het schuurtje, zijn verdachte en [getuige D] naar [getuige G] gegaan. [getuige D] zag hier dat verdachte met diverse goederen aankwamzetten. Deze goederen, twee pijpjes, twee Chinese beeldjes, een grote jas en twee klokken, waren volgens verdachte afkomstig uit het schuurtje waar zij geslapen hadden.28 [getuige G] heeft verklaard dat verdachte op een gegeven moment bij hem thuis kwam met diverse spullen, waaronder een klok, twee pijpen en twee vaasjes.29

Verdachte heeft verklaard dat hij, samen met [getuige D], in de schuur aan [adres] heeft geslapen. De tassen, aangetroffen in de bosjes, worden door verdachte herkend als de tassen die hij er samen met [getuige D] heeft verstopt.30 Verdachte heeft bekend dat hij een grijskleurige Brunotti jas, twee blauwe spijkerjasjes, een groene gewatteerde jas en een lichtbruin jack uit het schuurtje heeft meegenomen.31

Feit 7

Door [slachtoffer I] is aangifte gedaan van de diefstal van een zwarte moutainbike, merk Giant, type Boulder FS. De mountainbike is op 18 november 2007, tussen 3.00 uur ’s nachts en 11.00 uur ’s ochtends, uit de schuur bij de woning van aangever aan [adres te plaats] gestolen. De fiets stond ten tijde van de diefstal op slot.32

Op 19 november 2007 zag [[verbalisant] [verdachte] zonder licht fietsen. Verdachte fietste op een zwarte ATB fiets van het merk Giant. Op 22 november 2007 zag [verbalisant] een fiets staan op het politiebureau te Harderwijk, deze fiets kwam overeen met de fiets waarop hij verdachte had zien fietsen. Hij herkende de fiets aan het stuur, waarop de bevestiging voor de verlichting zat.33

Verdachte heeft bij de politie in eerste instantie een kennelijk leugenachtige verklaring afgelegd. Hij heeft aanvankelijk verklaard dat hij niet op de zwarte mountainbike heeft gefietst. Pas nadat verdachte werd geconfronteerd met het feit dat hij een bekeuring had gekregen voor het rijden zonder licht heeft verdachte bekend dat hij op de zwarte mountainbike heeft gefietst.34

Door [getuige F] is verklaard dat [verdachte] aan haar de zwarte mountainbike, welke bij [getuige E] in de schuur stond, wilde verkopen.35 [getuige E] heeft verklaard dat op 18 november 2007 [verdachte] tegen [getuige F] zei dat hij nog wel een fiets te koop had. [verdachte] liet vervolgens de fiets zien. Dit betrof een zwarte mountainbike van het merk Giant.36

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de nacht van 4 op 5 november 2008 te Harderwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een autobus (merk Opel Movano, gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een agenda en enig goed, toebehorende aan respectievelijk [slachtoffer A] en [slachtoffer B] waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

2.

hij in de periode van 01 november 2007 tot en met 06 december 2007 in de gemeente Ermelo

tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening:

- uit een recreatiewoning aan [adres] in de gemeente Ermelo heeft weggenomen een televisieontvanger,

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

4.

hij op 23 oktober 2007 in de gemeente Harderwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning heeft weggenomen een televisie, toebehorende aan [slachtoffer G], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

5.

hij op 30 oktober 2007 in de gemeente Harderwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning heeft weggenomen een dvd-speler, toebehorende aan [slachtoffer G], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

6.

hij in de periode van 17 tot en met 20 november 2007 in de gemeente Harderwijk, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur heeft weggenomen klokken en beelden en jassen en pijpen, toebehorende aan [slachtoffer H], waarbij verdachte ezich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van verbreking;

7.

hij op 18 november 2007in de gemeente Harderwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur heeft weggenomen een fiets toebehorende aan [slachtoffer I], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft door middel van verbreking.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1: diefstal, waarbij de schuldige de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

4: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

5: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

6: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van verbreking;

7 primair: diefstal, waarbij de schuldige de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd om verdachte de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) op te leggen voor de duur van twee jaar. Hiertoe heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd. Verdachte heeft een aanzienlijk strafblad en hij blijft telkens opnieuw strafbare feiten begaan. De ingezette behandeltrajecten, op vrijwillige basis, komen niet van de grond vanwege een gebrek aan daadkracht bij verdachte. Verdachte voldoet daarnaast aan alle vereisten om de ISD-maatregel op te leggen. Naar het oordeel van de officier van justitie dient de maatschappij beveiligd te worden tegen verdachte en dient de aan de orde zijnde problematiek bij verdachte te worden behandeld.

Door en namens verdachte is onder meer aangevoerd dat er rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met name de bezoekregeling tussen verdachte en diens zoontje. Bij de oplegging van de ISD-maatregel zal het contact tussen verdachte en zijn zoontje niet mogelijk zijn. Primair is derhalve verzocht tot het opleggen van een voorwaardelijke straf, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook indien dit inhoudt een klinische behandeling bij Heesteroord. Subsidiair is verzocht tot het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel. Tevens is verzocht bij het opleggen van een straf de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht in mindering te brengen.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zestel gekwalificeerde diefstallen. Ook nadat hij eind 2007 en begin 2008 geruime tijd in voorlopige hechtenis had doorgebracht, heeft verdachte opnieuw strafbare feiten gepleegd. Tevens blijkt uit het strafblad van verdachte dat hij reeds veelvuldig met politie en justitie in aanraking is gekomen voor soortgelijke strafbare feiten. Verdachte is meermalen tot gevangenisstraffen veroordeeld, laatstelijk door het Gerechtshof Arnhem op 29 januari 2008, hetgeen verdachte blijkbaar niet kan weerhouden van het opnieuw begaan van strafbare feiten. De rechtbank heeft tevens geconstateerd dat een voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, zoals opgelegd door de politierechter Zutphen op 13 juni 2007, verdachte er evenmin van kan weerhouden strafbare feiten te plegen. Derhalve acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de door verdachte reeds ondergane voorlopige hechtenis passend.

Uit de diverse omtrent verdachte uitgebrachte reclasseringsrapportages, waaronder het voorlichtingsrapport d.d. 3 februari 2009 en het adviesrapport d.d. 28 april 2009 beide van Tactus Verslavingszorg, blijkt het volgende. Verdachte is ernstig drugsverslaafd. Hij ziet onvoldoende de ernst van zijn verslavingsproblematiek in. Hoewel verdachte zich al vaker heeft aangemeld voor hulpverlening lijkt hij onvoldoende gemotiveerd voor behandeling. De prioriteit van verdachte ligt bij het samenzijn met zijn vriendin en kind, hierdoor zijn diverse behandeltrajecten niet voltooid. De mogelijkheden van ambulante begeleiding en klinische behandeling zijn door verdachte onbenut gelaten. Hoewel verdachte gemotiveerd lijkt, is de benodigde daadkracht van verdachte om een hulpverleningstraject door te zetten en af te ronden totnogtoe gering gebleken.

De reclassering is van oordeel dat verdachte onvoldoende in staat is om op vrijwillige basis een klinisch traject in te stappen en te doorstaan en acht het derhalve noodzakelijk dat betrokkene binnen het kader van een ISD-maatregel een klinische behandeling voor de verslavingsproblematiek ondergaat.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de problematiek van verdachte en de forse recidive, behandeling van verdachte noodzakelijk is, teneinde recidive in de toekomst te voorkomen. De rechtbank is, gezien de reclasseringsrapportages, van oordeel dat verdachte niet op vrijwillige basis zal deelnemen aan een hulpverleningstraject, althans dit vanwege ontbreken van daadkracht niet zal voltooien. Echter, zoals ook ter terechtzitting is gebleken, verzet verdachte zich zeer hevig tegen de oplegging van de ISD-maatregel. Gelet op dit gebleken verzet tegen de ISD-maatregel is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar verdachte zeer sterk zal motiveren om – wat de rechtbank betreft – deze laatste kans te benutten en daadwerkelijk zijn problemen aan te pakken, anderzijds dient verdachte zich ervan bewust te zijn dat het niet nakomen van de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden een tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel tot gevolg kan hebben.

Teneinde de behandeling van verdachte in goede banen te leiden zal aan deze voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht worden gekoppeld. Ook indien dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij een door de reclassering te bepalen instantie. Indien een (gedeeltelijke) klinische behandeling nodig wordt geoordeeld, wordt het aan de prudentie van verdachte zelf overgelaten deze te ondergaan. De proeftijd wordt door de rechtbank gesteld op twee jaren.

Beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie aangevoerd dat de schoenen kunnen worden teruggegeven aan verdachte. Ten aanzien van de fiets heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De overige goederen dienen naar het oordeel van de officier van justitie verbeurdverklaard te worden.

Door en namens verdachte is verzocht de in beslag genomen goederen terug te geven aan verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de schoenen, merk K-swiss, en de herenfiets, merk Sparta Amazon, aan verdachte dienen te worden teruggegeven, nu er geen verband bestaat tussen de bewezen verklaarde feiten en niet is komen vast te staan dat deze voorwerpen door middel van misdrijf zijn verkregen.

De overige, na te melden, in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten zijn aangetroffen, zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, nu het voorwerpen zijn die kunnen dienen tot het begaan en/of de voorbereiding van soortgelijke feiten als bewezen verklaard.

Vordering van de benadeelde partijen

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de benadeelde partij [slachtoffer H] zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 16.791,10 gevoegd in het strafproces. Daarnaast hebben [partij A], [partij B] en [partij C] zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie en de raadsvrouw hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer H] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de vordering niet van eenvoudige aard is. De benadeelde partijen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard nu de vorderingen niet zien op een van de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer H] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De benadeelde partijen [partij A], [partij B] en [partij C] zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu deze vorderingen geen van allen betrekking hebben op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partijen derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 36b, 36d, 57, 38m, 38n, 38p, 63, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4, 5, 6 en 7 primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1: diefstal, waarbij de schuldige de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

4: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

5: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

6: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van verbreking;

7 primair: diefstal, waarbij de schuldige de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 172 dagen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de tijd van 2 (twee) jaren;

* bepaalt, dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die aan veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door een door de reclassering nader te bepalen instelling;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- schoenen, merk K-swiss;

- herenfiets, merk Sparta Amazon;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- tang, merk Skandia;

- tang, merk Knipex;

- tang, merk Lux-tools;

- twee zaklampen, merk Sting;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer H] niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verklaart de benadeelde partij [partij A] niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verklaart de benadeelde partij [partij B] niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verklaart de benadeelde partij [partij C] niet-ontvankelijk in haar vordering;

Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mrs. Brouns en Morsink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 augustus 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0610/08-386365, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Recherche Harderwijk, gesloten en ondertekend op 2 december 2008.

2 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], pagina 29

3 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], pagina 30

4 Proces-verbaal van aanhouding, pagina 19

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], pagina 26-27

6 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0610/08-201383, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord-West Veluwe, gesloten en ondertekend op 20 februari 2008.

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], pagina 110-111

8 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pagina 116

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 128-129

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 130

11 Proces-verbaal klacht, pagina 221 en een schriftelijk bescheid, inhoudende verzoek tot vervolging, ondertekend door [slachtoffer G], pagina 222-223

12 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer G], pagina 216

13 (Stam)proces-verbaal, pagina 41

14 Proces-verbaal van verhoor [getuige C], pagina 225

15 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 224

16 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer G], pagina 220

17 Proces-verbaal van verhoor [getuige D], pagina 228

18 Proces-verbaal klacht, pagina 237 en een schriftelijk bescheid, inhoudende verzoek tot vervolging, ondertekend door [slachtoffer G], pagina 238-239

19 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer G], pagina 233

20 (Stam)proces-verbaal, pagina 42

21 Proces-verbaal van verhoor [getuige C], pagina 240-241

22 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer G], pagina 220

23 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer H], pagina 254-255

24 Goederenbijlage, behorende bij proces-verbaal van aangifte [slachtoffer H], pagina 256-257

25 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 270

26 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pagina 271

27 Proces-verbaal van verhoor [getuige D], pagina 325-326

28 Proces-verbaal van verhoor [getuige D], pagina 336-337

29 Proces-verbaal van verhoor [getuige G], pagina 304

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 343-345

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 353-354

32 Afschrift van aangifte [slachtoffer I], pagina 368-369

33 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pagina 374

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 375-376

35 Proces-verbaal van verhoor [getuige F], pagina 310

36 Proces-verbaal van verhoor [getuige E], pagina 275-276