Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ4965

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-08-2009
Datum publicatie
11-08-2009
Zaaknummer
104880 BZRK 09-476
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijk ontslag; machtiging voortgezet verblijf.

Betrokkene is feitelijk met ontslag gegaan. Er is geen schriftelijke verklaring van de geneesheer-directeur terzake. Uit de omstandigheden moet worden afgeleid dat sprake is geweest van een voorwaardelijk ontslag. Nadat zij depotmedicatie heeft geweigerd, is het ontslag ingetrokken, zodat het huidige verblijf van betrokkene gebaseerd is op de rechterlijke machtiging van 11 februari 2009, zodat op goede gronden een machtiging tot voortgezet verblijf is verzocht. Artikelen: 2, 15, 45, 47 en 48 Wet Bopz

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Familie

Zaaknummer: 104880 BZRK 09-476

beschikking van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 10 augustus 2009

Gezien het verzoekschrift van de officier van justitie van 20 juli 2009, tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van:

naam: [gedaagde],

geboren op: [1948],

wonende te: [adres],

verblijvende in: het psychiatrisch centrum

“GGNet, locatie Deventerstraat” te Apeldoorn

in dat ziekenhuis.

Het verdere procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

- de tussenbeschikking van deze rechtbank van 24 juli 2009;

- de brief met bijlagen van de officier van justitie d.d. 5 augustus 2009;

- het faxbericht van mr. Leemans d.d. 6 augustus 2009;

- de telefonische berichtgeving van mr. Leemans d.d. 10 augustus 2009.

De verdere beoordeling

De rechtbank neemt over hetgeen in voormelde tussenbeschikking is overwogen en beslist en volhardt daarin.

Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank de stukken in handen gesteld van de officier van justitie in dit arrondissement teneinde deze in de gelegenheid te stellen om binnen twee weken na dagtekening daarvan alsnog de ontbrekende informatie alsmede aantekeningen te overleggen die aan de wettelijke vereisten voldoen. De rechtbank heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

Met eerdervermelde brief heeft de officier van justitie de rechtbank alsnog de ontbrekende informatie alsmede de aantekeningen betreffende het verblijf van betrokkene in het ziekenhuis doen toekomen, alsmede een mededeling van psychiater E.D. Meeter dat hij de verklaring van de P.L. de Vries, waarin deze op 11 mei 2009 het voorwaardelijke ontslag heeft verleend, niet kan leveren. Uit deze mededeling moet worden afgeleid dat het voorwaardelijke ontslag niet schriftelijk is verleend.

De raadsman van betrokkene is in de gelegenheid gesteld op de inhoud van voornoemde stukken van de officier van justitie te reageren. Hij heeft rechtbank schriftelijk meegedeeld dat hij op basis van de door de officier van justitie overgelegde stukken tot de conclusie komt dat betrokkene op dit moment onvrijwillig bij GGNet verblijft zonder dat daaraan een titel ten grondslag ligt. Het Openbaar Ministerie dient in het door haar ingediende verzoek machtiging tot voortgezet verblijf daarom niet-ontvankelijk verklaard te worden danwel dient de vordering afgewezen te worden.

Beoordeling

De raadsman heeft aangevoerd dat betrokkene met consent de inrichting heeft verlaten. Nu kennelijk geen ontslagbrief kan worden overgelegd en niet blijkt welke voorwaarden aan een eventueel voorwaardelijk ontslag zijn gesteld, moet, volgens de raadsman, ervan worden uitgegaan dat sprake is van een onvoorwaardelijk ontslag. Om die reden ligt aan het huidige verblijf geen geldige titel ten grondslag, zodat thans geen sprake kan zijn van een machtiging tot voortgezet verblijf.

De raadsman wordt in deze redenering niet gevolgd. Allereerst wordt opgemerkt dat het dossier niet erg inzichtelijk is en dat het een kwalijke zaak is dat stukken daarin ontbreken (of zelfs in het geheel niet bestaan). In eerste instantie was het dossier bovendien in nog veel grotere mate onvolledig. Hierdoor wordt de beoordeling van de zaak ernstig bemoeilijkt.

Op basis van de thans voorhanden informatie kan echter wel worden nagegaan hoe een en ander is verlopen. Feitelijk heeft inderdaad ontslag plaatsgevonden, nu betrokkene thuis heeft verbleven en gedurende enkele maanden ambulant is begeleid. De vraag is of dit als een voorwaardelijk dan wel als een onvoorwaardelijk ontslag heeft te gelden. Zowel voor een voorwaardelijk ontslag als voor een onvoorwaardelijk ontslag geldt dat de geneesheer-directeur aan de patiënt bij het ontslag een schriftelijke verklaring dient te verlenen, inhoudende dat ontslag is verleend. Deze verklaring is niet opgesteld, blijkens de berichtgeving van de psychiater. Nu dit voorschrift in beide situaties (voorwaardelijk en onvoorwaardelijk ontslag) geldt, kan daaruit niet de conclusie worden getrokken dat sprake is van een onvoorwaardelijk ontslag.

Ook de ontslagvoorwaarden zijn niet schriftelijk kenbaar gemaakt. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 47 en 45 lid 3 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) is dit echter ook niet vereist. Wel dienen de voorwaarden betrokkene voldoende duidelijk te zijn, omdat in het andere geval niet valt aan te nemen dat zij deze voorwaarden zal naleven.

In de wettelijke aantekeningen is in het verslag over april 2009 onder meer vermeld:

“Pte zal per 11 mei 2009 met ontslag gaan van het Transferium. Pte tolereert de huisbezoeken van het ACT en haalt tweewekelijks op dinsdag haar depot.”

In de aantekeningen over juni is, voor zover van belang, vermeld:

“Pte gedoogt de huisbezoeken van ACT: dwz ze laat ons wel binnen, maar van een werkelijk contact is geen sprake (…) Pt geeft aan bij Collega van As (…) dat ze bang is om weer opgenomen te worden (…) Pte haalt nog steeds tweewekelijks haar depot”.

In juli is hierover geschreven:

“Pte wordt geïnformeerd over de aanvraag tot verlenging van de RM. Pte reageert zeer boos. (…) Ze zegt dat ze helemaal geen RM heeft. Ik geef uitleg over voorwaarden RM. Pte is boos en zegt dat ze niets zal tekenen en niemand meer binnen laat.”

en verderop:

“Pte heeft depotmedicatie gisteren geweigerd. Omdat pte met voorwaarden thuis verblijft (…) is het ontslag met voorwaarden ingetrokken.”

Gelet op het vorenstaande en de overige informatie uit het dossier kan over de gestelde voorwaarden geen misverstand bestaan: het toelaten van huisbezoeken van het ACT en eenmaal per twee weken depotmedicatie ophalen. Deze voorwaarden waren betrokkene blijkens de gang van zaken voldoende duidelijk en zij heeft zich hieraan in eerste instantie ook gehouden. Op 14 juli 2009 heeft betrokkene haar depotmedicatie geweigerd, hetgeen de volgende dag heeft geleid tot het besluit van de geneesheer-directeur het ontslag in te trekken. Van dit besluit bevindt zich wel een afschrift in het dossier. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een voorwaardelijk ontslag en dat het huidige verblijf van betrokkene gebaseerd is op de rechterlijke machtiging van 11 februari 2009, zodat op goede gronden een machtiging tot voortgezet verblijf is verzocht.

De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de door haar gehouden verhoren en verkregen inlichtingen tot de overtuiging gekomen dat de stoornis van de geestvermogens van betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn. Deze stoornis zal haar ook dan gevaar doen veroorzaken. Dit gevaar kan niet door tussenkomst van personen en instellingen buiten het ziekenhuis worden afgewend.

Betrokkene kampt met schizofrenie, paranoïde type. Op dit moment is er sprake van een actueel psychotische toestand. Betrokkene weigert zich te laten behandelen. Zij heeft geen ziekte-inzicht en wil niets met hulpverlening te maken hebben. Zij is echter niet in staat om zelfstandig haar dagelijkse levensverrichtingen vorm en inhoud te geven. Zij kan niet goed voor zichzelf zorgen en zal zichzelf zonder hulpverlening verwaarlozen. Betrokkene is op 11 mei 2009 onder voorwaarden met ontslag gegaan, maar heeft zich - zoals hiervoor is overwogen - niet aan de voorwaarden gehouden. Ambulante begeleiding is onvoldoende op gang gekomen omdat betrokkene amper contact toestaat.

Indien de machtiging tot voortgezet verblijf niet wordt verleend, moet gevreesd worden dat betrokkene zich aan de behandeling zal onttrekken en de instelling zal verlaten. Alsdan bestaat het risico dat betrokkene zichzelf ernstig zal verwaarlozen dan wel maatschappelijk ten onder gaat. Daarnaast bestaat het gevaar dat zij, door haar hinderlijke gedrag, agressie van anderen tegen zichzelf zal oproepen.

Gelet op de toepasselijke wetsartikelen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.

Beslissing:

Verleent machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis

“GGNet, locatie Deventerstraat” te Apeldoorn, dan wel enig ander psychiatrisch ziekenhuis in Nederland, ingaande op 11 augustus 2009, eindigend op 10 augustus 2010.

Deze beschikking is gegeven op 10 augustus 2009 door mr. R.A. Eskes, in tegenwoordigheid van de griffier.