Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ4186

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-07-2009
Datum publicatie
29-07-2009
Zaaknummer
06/460134-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte A (zie uitspraak LJN BJ4181) en verdachte B zijn veroordeeld tot ieder twee jaar gevangenisstraf voor de overval op een ABN-Amrofiliaal in Nunspeet, mede gelet op de ernst van het feit, het toegepaste (bedreiging met) geweld, het strafblad van verdachte en zijn weigering mee te werken aan het opmaken van een rapport door de reclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460134-09

Uitspraak d.d.: 29 juli 2009

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats, 1988],

wonende te Amsterdam,

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen.

Raadsman: mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 juli 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Nunspeet, gemeente Nunspeet,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

1695 Euro, althans een geldbedrag geheel of ten dele toebehorende aan de

[bank] bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B]

en/of [slachtoffer C] en/ of meer andere personeelsleden van deze [bank] bank,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het

bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- met een moker, althans met een (zwaar) voorwerp een ruit van die bank

hebben/heeft ingeslagen en/of ingegooid en/of (vervolgens)

- met muts(en) en/of capuchon(s) en/of andere (gezichts) bedekkende kleding

(via die ruit) is/zijn binnengekomen, althans die bank hebben/heeft betreden

en/of

- (een) moker(s), althans een daarop gelijkend voorwerp(en) heeft/ hebben

vastgehouden en/of

- heeft/hebben geroepen/gezegd: "dit is een overval" en/of "Ik wil geld"

althans soortgelijke woorden en/of

- die [slachtoffer B] aan haar arm(en) en/of schouder(s) heeft/hebben

beetgepakt en/of omhoog gesleurd en/of

- die [slachtoffer B] aan haar hals en/of keel heeft/hebben vastgegrepen en/of

meegeduwd/meegesleurd naar de ruimte waar de kluis stond en/of

- tegen die [slachtoffer B] gezegd/bevolen om de kluis te openen en/of

- die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer C],terwijl deze op de grond lag(en), aan de benen

heeft/hebben meegesleept;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Standpunt openbaar ministerie

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde geconcludeerd op grond van de aangifte van [indiener aangifte] en de getuigenverklaringen van onder anderen [slachtoffer B], [slachtoffer A], [getuige A] en [slachtoffer C].

B. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit, nu het gedrag zoals in de tenlastelegging is omschreven niet te kwalificeren is als geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen.

C. Beoordeling door de rechtbank

1. [indiener aangifte] is adviseur operational risk management van de [bank] bank en is vanuit zijn functie gemachtigd tot het doen van aangifte.2 Op vrijdag 3 april 2009 omstreeks 9.15 uur is hij in kennis gesteld van een overval, gepleegd op de [bank]bank, vestiging Nunspeet, aan [adres]. Voorts heeft [indiener aangifte] verklaard dat volgens de informatie uit de meldkamer, de melding van de overval op 8.53 uur is gedaan. De overvallers hebben een bedrag van € 1.695,-- buitgemaakt, te weten 19 biljetten van 50 euro, 20 biljetten van 20 euro, 3 biljetten van 10 euro en 63 biljetten van 5 euro. De schade aan het bankgebouw betreft de ruit aan de achterzijde.

2. De in de bank aanwezige medewerkers hebben als volgt verklaard.

[slachtoffer B] hoorde om 8.50 uur glasgerinkel. Het ging in een flits. Zij zag dat haar collega's gingen liggen en zag twee mannen uit spreekkamer 1 komen. De mannen die binnenkwamen hadden allebei een moker in de handen.3 Ook getuige [slachtoffer C] heeft gezien dat de mannen met een of andere hamer naar binnen kwamen. Dat was een lange stok met een knots eraan.4

De mannen hadden ook hun gezicht met een zwarte boxershort bedekt.5 [slachtoffer B] heeft voorts verklaard dat één van de overvallers een behoorlijke neus had: sterk en een scherpe hoek.6 De rechtbank heeft ter terechtzitting geconstateerd dat verdachte een grote neus met een hoek heeft.

Op het moment dat ze binnenkwamen zeiden ze hard: "Dit is een overval".7 [slachtoffer B] ging onder haar balie zitten en zag dat beide mannen naar haar toe kwamen. Ze werd overeind getrokken aan haar rechterarm/schouder. Ze riepen en wezen naar de cash adapter. Vervolgens werd er geroepen dat [slachtoffer B] de deur moest opendoen en dat ze geld wilden hebben.8 Toen de deur open was, sleurde één van de overvallers [slachtoffer B] mee aan haar nek/hals naar de ruimte waar de kluis stond en beval haar de kluis te openen.

Omdat de overvaller geld wilde, wees [slachtoffer B] naar de geldlade. De overvaller deed de bovenste la open en deed het geld in de tas die hij bij zich had.

[slachtoffer C] heeft verklaard dat zij bij haar enkels is gepakt en naar achteren is getrokken, zodat ze achter haar bureau kwam te liggen.9 Ze schrok ervan dat de overvaller aan haar zat. Vervolgens leunde de overvaller over haar heen om [slachtoffer A] aan zijn voeten te pakken om hem ook achter haar bureau te slepen.10 Die persoon bleef bij hen zitten.

3. De getuigen die bij de bank waren ten tijde van de overval hebben als volgt verklaard.

[getuige B] heeft verklaard dat hij met twee vrouwen in het halletje van de bank stond te wachten. Hij hoorde van één van de vrouwen dat er een overval gaande was. [getuige B] keek de bank in en zag twee mannen staan, waarvan één met een tas. Deze man was ongeveer 1.75 meter lang en droeg een zwart petje, donkere kleding en witte strepen langs de zijkant van zijn broek, zoals een broek van het merk Adidas.11 Op het moment dat [getuige B] voor de bank liep, zag hij een scooter wegrijden met daarop twee mannen. De jongen met de Adidas-broek zat achterop de scooter en had een tas met daarop een stok onder zijn arm.12 De bestuurder droeg donkere kleding en had een capuchon op.13

Getuige [getuige C] heeft verklaard dat één van de twee mannen een grote hamer in zijn hand had.14 Voorts heeft zij het volgende signalement gegeven: persoon 1: ongeveer 1.75-1.80 meter lang, normaal postuur, knal blauwkleurige muts, donkerkleurige kleding en persoon 2: normaal postuur, donkere kleding en ongeveer dezelfde lengte als persoon 1.15

Getuige [getuige D] heeft verklaard dat persoon 1 ongeveer 1.75 meter lang was, een grijze jas tot heuphoogte droeg, een blauwe capuchon op zijn hoofd had en een donkere tas van ongeveer 80 centimeter lang bij zich droeg.16 Tevens heeft zij verklaard dat persoon 2 iets in zijn hand had. In eerste instantie dacht zij aan een honkbalknuppel.17

Getuige [getuige E] heeft verklaard dat zij twee mannen in de bank zag. Persoon 1: ongeveer 1.75 meter lang, grijze jas op heuplengte, daaronder een trui of vest met een blauwe capuchon, donkere broek en donkere sporttas van ongeveer 90 centimeter lang.

Persoon 2 had een grote sloophamer bij zich en droeg een zwart petje, zwarte jas en zwarte broek en is iets groter dan persoon 1.18

4. Op 3 april 2009 te 9.50 uur is een bus van het merk Mercedes (kenteken [kenteken]) aangetroffen aan het [adres] te Nunspeet, te weten hemelsbreed 500 meter van de plaats delict af.19 De achterdeur die toegang gaf tot de laadruimte stond op een kier. Door de kier zagen verbalisanten een persoon in de laadruimte van de bus. Deze persoon stapte uit. Tevens lag er nog een persoon in de bus onder dekens.20 De eerste persoon die de bus uitstapte was een manspersoon van ongeveer 25 jaar oud en was gekleed in een donkerkleurige joggingbroek, welke was voorzien van witte strepen aan de zijkant, gelijkend op een broek van het merk Adidas. De tweede persoon droeg een blauwe spijkerbroek en was ongeveer 1.75 meter lang.21 De eerste persoon die uit de bus stapte legitimeerde zich als verdachte [verdachte A] en de tweede persoon als verdachte [verdachte B].22

5. Uit de getuigenverklaringen van [getuige F] en [getuige H], alsmede een sms-bericht met de tekst "Maak jullie klaar, ik ben er zo" kan afgeleid worden dat mogelijk een derde persoon bij de overval betrokken is geweest.23

6. Diverse goederen die in de bus zijn aangetroffen zijn onderzocht.24 Onder andere is een huurcontract van de bus gevonden op naam van verdachte [verdachte A].25 De verhuurder van de bus heeft verklaard dat verdachte bij de verhuur van een bus altijd vroeg om een bus zonder reclame erop.26 Voorts werden in de bus meerdere kledingstukken aangetroffen, waaronder een blauwe trui met capuchon, een zwarte jas, een grijs sweatshirt en twee zwarte boxershorts.27 Tevens is een grote tas een bedrag van € 60,-- aangetroffen. In een broek is een bedrag van € 1.635,50 aangetroffen.28 De aangetroffen € 60,-- bestond uit één biljet van 50 euro en twee biljetten van 5 euro. Het andere bedrag bestond uit 61 briefjes van 5 euro, 3 briefjes van 10 euro, 20 briefjes van 20 euro, 18 briefjes van 50 euro en een muntstuk van 50 eurocent.29 Eveneens werden een moker met glasresten en een bijl in de bus aangetroffen.30

7. Nadat drie in de bus aangetroffen biljetten van 5 euro aan bankmedewerkster [slachtoffer B] waren getoond, heeft zij verklaard dat zij één van deze biljetten herkende zij als het gekleurde biljet dat zij eerder in haar geldlade had zitten. Dat weet zij 100% zeker. Voorts is haar een gescheurd biljet van 5 euro getoond, dat zij voor 200% heeft herkend.31

De rechtbank is van oordeel dat uit voormelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, volgt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan -kort gezegd- de overval op het [bank] kantoor te Nunspeet. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Meerdere getuigen hebben de kleding van de overvallers beschreven. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de genoemde kledingstukken als soortgelijke kleding worden beschouwd als de kleding die is aangetroffen in de Mercedesbus waarin verdachte en medeverdachte zijn aangetroffen. Tevens is hetzelfde geldbedrag als bij de overval is buitgemaakt in de bus aangetroffen, in dezelfde coupures. Bankmedewerker [slachtoffer B] heeft enkele biljetten van het aangetroffen geld herkend als zijnde geld dat bij de overval is buitgemaakt. Voorts zijn er in de bus een moker en bijl aangetroffen en uit de verklaringen van de bankmedewerkers -voornoemd- en onder anderen de getuigen [getuige B] en [getuige E] blijkt dat bij de overval gebruik is gemaakt van ten minste één moker, althans een zwaar voorwerp, waarmee de ruit van de bank is ingeslagen.

Zowel verdachte als medeverdachte heeft zich bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen. Verdachte heeft zich ook ter terechtzitting beroepen op zijn zwijgrecht. De raadsman heeft betoogd dat verdachtes zwijgen niet tegen verdachte mag worden gebruikt. Gelet op de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen is hier naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk sprake van "a formidable case". De rechtbank acht het een daad van gezond verstand (common sense; vgl. het Murray-arrest) om conclusies te trekken uit verdachtes weigering om een verklaring te geven ten aanzien van de overeenkomsten tussen de onder verdachte aangetroffen goederen, het bij de bankoverval weggenomen geld in dezelfde coupures en zijn aanwezigheid in de Mercedesbus op 3 april 2009 te Nunspeet.

Om met de Hoge Raad te spreken (NJ 2004, 464):

"Weliswaar kan de omstandigheid dat een verdachte weigert een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet tot het bewijs bijdragen, maar dat brengt niet mee dat een rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken."

De rechtbank acht verdachtes aanwezigheid in de voormelde bus, in de nabijheid van het overvallen [bank]filiaal, het aantreffen van het geld en de overeenkomsten in het signalement van de overvaller een omstandigheid als door de Hoge Raad bedoeld en zal verdachtes voormelde weigering dan ook in de bewijsoverwegingen betrekken.

D. Bespreking van het verweer

De raadsman heeft bepleit dat geen sprake is van '(bedreiging met) geweld tegen personen'. Het geweld is naar het oordeel van de raadsman enkel gericht op goederen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat fysieke kracht is toegepast op meerdere personen, onder wie [slachtoffer A], [slachtoffer C] en [slachtoffer A]. Het toegepaste geweld tast de lichamelijke integriteit aan. Naast dit geweld is eveneens sprake van bedreiging met geweld, omdat de overvaller(s) een moker, danwel een soortgelijk voorwerp, omhooghield(en).

De rechtbank is van oordeel dat -onder andere- het beetpakken van [slachtoffer A], [slachtoffer C] en [slachtoffer B] te kwalificeren is als het toepassen van geweld. Het geweld is zowel tegen goederen (de ruit) als tegen voornoemde personen gericht geweest. Voorts is sprake van

bedreiging met geweld, nu de overvallers onder andere een moker omhooghielden en hun gezicht (gedeeltelijk) bedekt hadden. Het verweer kan derhalve niet slagen en wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 3 april 2009 te Nunspeet, gemeente Nunspeet, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 1695 Euro toebehorende aan de [bank] bank,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of meer andere personeelsleden van deze [bank] bank, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededader(s)

- met een moker, althans met een (zwaar) voorwerp een ruit van die bank hebben ingeslagen en vervolgens

- met gezichtsbedekkende kleding via die ruit zijn binnengekomen en

- (een) moker(s), althans een daarop gelijkend voorwerp(en) hebben vastgehouden en

- hebben geroepen/gezegd: "Dit is een overval" en "Ik wil geld" althans soortgelijke woorden en

- die [slachtoffer B] aan haar arm(en) en/of schouder(s)hebben beetgepakt en omhoog gesleurd en

- die [slachtoffer B] aan haar hals en/of keel hebben meegesleurd naar de ruimte waar de kluis stond en

- tegen die [slachtoffer B] bevolen om de kluis te openen en

- die [slachtoffer A] en [slachtoffer C], terwijl deze op de grond lagen, aan de benen hebben meegesleept.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 3 jaar met aftrek van voorarrest.

2. Door en namens verdachte is -subsidiair- een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk bepleit.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte betrokken is geweest bij een overval op een bank. Een bank is een openbare gelegenheid, waar mensen zich veilig dienen te voelen. De omstandigheid dat de overvallers, met hun gezichten bedekt en gewapend met een moker c.q. mokers de bank binnen zijn gekomen, is een omstandigheid die voor de betrokkenen zeer beangstigend is geweest. Tevens heeft één van de overvallers twee bankmedewerkers versleept. Daarnaast is een andere bankmedewerker aan de nek omhooggetrokken. Sommigen hebben angsten uitgestaan en/of hebben langdurig psychisch letsel aan het door verdachte en zijn medeverdachte(n) toegepaste geweld overgehouden. Deze traumatische ervaring en het gevoel nergens meer veilig te zijn zullen, naar de ervaring leert, het leven van de slachtoffers langdurig beïnvloeden. De overval heeft daarnaast ook maatschappelijk voor grote gevoelens van onveiligheid en onrust gezorgd.

4. De rechtbank houdt rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor gewelds- en vermogensdelicten, tot onder andere een gevangenisstraf van twaalf maanden voor vergelijkbare feiten.

5. Voorts heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met het feit dat verdachte niet bereid was mee te werken aan het opmaken van een rapport door de reclassering.

6. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden, waarbij de rechtbank aansluiting heeft gezocht bij eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken. Gezien verdachtes strafrechtelijke verleden en zijn opstelling ten opzichte van de reclasseringsrapportage vindt de rechtbank oplegging van een voorwaardelijk strafgedeelte niet op zijn plaats.

In beslag genomen voorwerpen

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde:

1. Trui, kleur: wit

2. Spijkerbroek, kleur: blauw, merk Japan RAGS

3. Riem, kleur: zwart

4. Sleutelbos met vier sleutels

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [naam] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft primair afwijzing van de vordering bepleit, nu hij vrijspraak van het ten laste gelegde heeft bepleit. Subsidiair heeft hij zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de door het slachtoffer als gevolg van het bewezen verklaarde handelen naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat het slachtoffer schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. De rechtbank zal deze vordering toewijzen tot een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2009 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- hoofdelijk aansprakelijk.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

verklaart verdachte strafbaar.

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

1. Trui, kleur: wit

2. Spijkerbroek, kleur: blauw, merk Japan RAGS

3. Riem, kleur: zwart

4. Sleutelbos met vier sleutels.

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[naam], [adres] (rekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2009, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

verstaat dat indien en voor zover door de mededader(s) het schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], een bedrag te betalen van € 250,00, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Van Beuge en Morsink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 juli 2009.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0610/09-203656, gedateerd 13 mei 2009.

2 Proces-verbaal van aangifte van [indiener aangifte] (pag. 98-102).

3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] (pag. 105).

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer C] (pag. 129).

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer A] (pag. 116), proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A] (pag. 123) en proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] (pag.108 en 109).

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] (pag. 108 en 109).

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] (pag. 108) en proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer A] (pag. 114).

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] (pag. 106).

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer C] (pag. 128).

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer C] (pag. 128) en proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer A] (pag. 116).

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (pag. 132).

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (pag. 135).

13 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B] (pag. 135).

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (pag. 137).

15 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C] (pag. 136 en 137).

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (pag. 143).

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D] (pag. 144).

18 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E] (pag. 138 en 139).

19 Proces-verbaal van aanhouding (pag. 36 en 49).

20 Proces-verbaal van aanhouding (pag. 37 en 50).

21 Proces-verbaal van aanhouding (pag. 37 en 50).

22 Proces-verbaal van bevindingen (pag. 62-63).

23 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige F] (pag. 172), proces-verbaal van verhoor van [getuige H] (pag. 176) en proces-verbaal van bevindingen (pag.225).

24 Proces-verbaal van aanhouding (pag. 35 en 46).

25 Proces-verbaal, ambtelijk verslag (pag. 88) en schriftelijk bescheid (pag. 229).

26 Proces-verbaal van verhoor van [getuige G] (pag. 243).

27 Proces-verbaal, ambtelijk verslag (pag. 208-209).

28 Proces-verbaal van sporenonderzoek (pag. 66-67).

29 Proces-verbaal van sporenonderzoek (pag. 68).

30 Proces-verbaal van sporenonderzoek (pag. 68).

31 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B] (pag. 203).