Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ3738

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-07-2009
Datum publicatie
24-07-2009
Zaaknummer
06/460077-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordelende vonnissen tegen daders aantal inbraken/diefstallen gepleegd in de gemeente Doetinchem in de periode van 1 november 2008 tot 25 februari 2009. Zie ook uitspraken LJN BJ3727 en BJ3713.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer 06/460077-09

Uitspraak d.d. 24 juli 2009

Tegenspraak / dip

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats, 1984],

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring 'De Karelskamp' te Almelo.

Raadsman mr. Maessen, advocaat te Maastricht.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 juli 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 28 januari 2009 tot en met 1 februari 2009

te Doetinchem

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een (LCD)televisie (merk JVC) en/of

een (bijbehorende) afstandsbediening, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer S], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 10 november 2008 te Doetinchem

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een (flatscreen)televisie en/of een

portemonnee (met ongeveer 50 Euro en/of andere inhoud), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer T], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2009 tot en met 18 februari

2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een (flatscreen)televisie

(merk Samsung) en/of een home cinemaset (merk Samsung) en/of een

(bijbehorende) afstandsbediening (merk Samsung), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer U], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 21 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een televisie (merk Panasonic)

en/of een afstandbediening, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer V], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 24)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 19 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen een laptop (merk Compaq) en/of een fotocamera en/of twee/een

fiets(en) (merk Gazelle) en/of een videocamera en/of een of meer andere

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer W], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,(een)

valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 33)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 21 februari 2009 tot en met 23 februari

2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een (LCD)televisie en/of

een Playstation (met spel) en/of een controller, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer X], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 36)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 03 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen een (LCD) televisie (merk Philips) en/of een bak met zakken chips

en/of snoepgoed, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer Y], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 37)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten / aanleiding onderzoek.

Aanleiding voor het onderzoek van de politie was een golf van aangiften van (woning)inbraken gepleegd in de gemeente Doetinchem in de periode van 1 november 2008 tot 25 februari 20092. Het overgrote deel van deze inbraken bleken te zijn gepleegd in een bepaald deel van Doetinchem, namelijk de wijk Doetinchem Noord. Bij onderzoek bleek dat deze inbraken vooral gedurende de dag en in de vroege avonduren plaatsvonden.

Op 25 februari 2009 heeft verdachte tegenover de politie aangegeven een verklaring te willen afleggen over woninginbraken in Doetinchem. Hij gaf aan betrokken te zijn geweest bij een aantal woninginbraken. Vervolgens is hij op 26 februari 2009 als verdachte aangehouden3.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard op grond van de bekennende verklaringen van verdachte en de verschillende aangiften. Daarnaast is er nog technisch bewijs en de verklaring van de medeverdachte ([medeverdachte D]) inzake feit 7 voor het bewijs voorhanden.

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van een bewezenverklaring van de feiten 1, 3, 4, 6 en 7 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot feit 4 heeft de raadsman opgemerkt dat het de vraag is of het forceren van een bovenlicht kan worden beschouwd als braak.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat dit feit eveneens bewezen kan worden verklaard, met uitzondering van de tenlastegelegde portemonnee met inhoud, nu verdachte die portemonnee niet zelf heeft weggenomen. Verdachte heeft later gezien dat [medeverdachte D] deze portemonnee in zijn bezit had.

Ook met betrekking tot feit 5 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat van de in de tenlastelegging vermelde videocamera moet worden vrijgesproken, aangezien deze camera niet is genoemd in de aangifte.

Van het onderdeel "braak en inklimming" dient verdachte in de visie van de raadsman eveneens te worden vrijgesproken, aangezien niets was afgesloten en de daders de woning eenvoudig konden binnenlopen.

Door de raadsman is met betrekking tot feit 5 een beroep gedaan op partiele nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van de tenlastegelegde "een of meer andere goed(eren)", omdat deze aanduiding onduidelijk is.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ten aanzien van de feiten 1 (diefstal uit een woning aan de [adres] te Doetinchem), 2 (diefstal uit een woning aan de [adres] te Doetinchem), 3 (diefstal uit een woning aan de [adres] te Doetinchem), 4 (diefstal uit een woning aan de [adres] te Doetinchem), 5 (diefstal uit een woning aan [adres] te Doetinchem), 6 (diefstal uit een woning aan de [adres] te Doetinchem), 7

(diefstal uit een woning aan de [adres] te Doetinchem) zowel bij de politie als ter terechtzitting een bekennende verklaring4 afgelegd.

Verdachte heeft verklaard al deze feiten samen met medeverdachte [medeverdachte D] te hebben gepleegd.

Daarnaast zijn voor het bewijs voorhanden de aangifte van [slachtoffer S]5, de aangifte van [slachtoffer T]6, de aangifte van [slachtoffer U]7, de aangifte van [slachtoffer V]8, de aangifte van [slachtoffer W]9, de aangifte van [slachtoffer X]10 en de aangifte van [slachtoffer Y]11

Alsmede de verklaring van medeverdachte [medeverdachte D]12 inzake zijn betrokkenheid bij het onder 7 tenlastegelegde feit.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de navolgende feiten bewezen kunnen worden verklaard.

Het ten aanzien van feit 2 opgeworpen verweer wordt verworpen.

Verdachte is samen met zijn mededader de woning ingegaan ingevolge daartoe beraamd plan en de afspraak - ongeacht of daar ook daadwerkelijk uitvoering aan werd gegeven - dat de opbrengst van de gestolen goederen fifty/fifty zou worden verdeeld13. In zo'n situatie doet het er niet meer toe wie van de daders wat heeft meegenomen. De rechtbank deelt dan ook met de officier het oordeel dat hier sprake is van medeplegen.

De rechtbank is ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde feit van oordeel dat er sprake is van braak, nu verdachte en zijn mededader het keukenraam hebben geopend door middel van een haaktruc. Met een krom gebogen stang heeft verdachte een bovenlicht weten te openen, waarna vervolgens een groter raam kon worden geopend en naar binnen kon worden geklommen. Met deze haaktruc heeft verdachte de afsluiting op een niet gebruikelijke wijze geopend, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank als braak kan worden gekwalificeerd.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het wegnemen de in feit 5 genoemde videocamera wel bewezen kan worden verklaard. Uit de aangifte blijkt dat er zowel een videocamera als een fototoestel(camera) is weggenomen14. Weliswaar staat de videocamera niet vermeld op de bij de aangifte gevoegde goederen-bijlage, maar de aangifte strookt wel met de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte D]15 dat verdachte twee camera's bij zich had.

Het beroep op partiele nietigheid ten aanzien van "een of meer andere goed(eren)" wordt door de rechtbank verworpen. In samenhang met de vermelding van het incident nummer 33 moet voor de verdachte zonder meer duidelijk zijn dat het hier gaat om verschillende goederen die zich op of aan de weggenomen fietsen bevonden, zoals fietstassen, kinderzitjes, regenkleding en een windscherm. Deze goederen staan ook vermeld op de bij de aangifte behorende goederenbijlage16.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat er sprake is geweest van inklimming. In de visie van de officier kan het enkel openen van de achterdeur worden gekwalificeerd als "inklimming" met verwijzing naar de arresten van de HR in NJ1998/335 en NJ1999/385.

Bedoelde arresten zien op een geheel andere situatie, namelijk op het (gemakkelijk) naar binnen klimmen door de via het gebroken ruitje ontstane opening en door een transportgat . Verdachte heeft verklaard dat hij en zijn mededader simpelweg door de niet afgesloten achterdeur de woning binnen zijn gegaan. Dat valt bezwaarlijk als inklimmen te kwalificeren.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 t/m 7 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 28 januari 2009 tot en met 1 februari 2009 te Doetinchem

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een (LCD)televisie (merk JVC) en een bijbehorende afstandsbediening, toebehorende aan [slachtoffer S],

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op 10 november 2008 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een (flatscreen)televisie en een portemonnee (met ongeveer 50 Euro en andere inhoud), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer T], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader,

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij in de periode van 13 februari 2009 tot en met 18 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een (flatscreen)televisie (merk Samsung) en een afstandsbediening (merk Samsung), toebehorende aan [slachtoffer U], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

hij op 21 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een televisie (merk Panasonic) en een afstandbediening, toebehorende aan [slachtoffer V], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

5.

hij op 19 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop (merk Compaq) en een fotocamera en twee fietsen (merk Gazelle) en een videocamera en andere goederen, toebehorende aan [slachtoffer W];

6.

hij in de periode van 21 februari 2009 tot en met 23 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een (LCD)televisie en een Playstation (met spel) en een controller, toebehorende aan [slachtoffer X], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

7.

hij op 3 februari 2009 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een (LCD) televisie (merk Philips) en een bak met zakken chips

en/of snoepgoed, toebehorende aan [slachtoffer Y], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

De rechtbank acht het onder feit 3 tenlastegelegde wegnemen van een home cinemaset niet bewezen, aangezien van een home cinemaset onder meer deel uitmaken de daartoe behorende boxen. In het onderhavige geval zijn die boxen echter niet gestolen. Vandaar dat de rechtbank van dit onderdeel vrijspreekt.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak;

2.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak;

3.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

4.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

5.

diefstal door twee of meer verenigde personen;

6.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak;

7.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming onder de volgnummers 1 t/m 11 op de dagvaarding ad informandum vermelde zaken.

Het gaat daarbij om de navolgende zaken:

Feitgegevens (pleegperiode, -lokatie, -plaats, -gemeente, omschrijving feit)

1. 20 december 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal laptop uit woning ([adres])

(incident 1)

2. 14 november 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal voedsel, drank, gereedschap en fietsen uit sportcomplex

3. 24 februari 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,I

Diefstal kratten bier en cola in/uit bedrijf ([slachtoffer I])

(incident 9)

4. 15 november 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem

Diefstal drank en geld ([slachtoffer E])

(incident 15)

5. 9 maart 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Winkeldiefstal (alcoholische drank)( [slachtoffer J])

(incident 17)

6. 15 november 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Poging inbraak in/uit sportcomplex/vernieling

(incident 23)

7. 4 februari 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal pc en scherm, gereedschap, PDA en fotocamera i/u bedrijf

(incident 39)

8. 6 februari 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Poging diefstal in/uit bedrijf (bowlingbaan)

(incident 40)

9. 6 februari 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal laptop uit auto (incident 41)

10. 30 maart 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal geldbedrag ten nadele van [slachtoffer Z]

(incident 42)

11. 17 februari 2003, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal (dames)fiets (blauw/groene Gazelle) uit schuur

(incident 46).

Aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, waarvan een gedeelte van vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

In zijn eis heeft de officier rekening gehouden met de reeks van strafbare feiten, waaronder acht woninginbraken en vier bedrijfsinbraken, de proceshouding van verdachte en het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport, waarin het recidiverisico als hoog door de rapporteur wordt ingeschat.

Daarnaast heeft de officier acht geslagen op de oriëntatiepunten van het LOVS en de straffen die in het algemeen voor dit soort vermogensdelicten plegen te worden opgelegd.

In het feit dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en daardoor heeft bijgedragen aan het oplossen van een aantal in Doetinchem spelende strafzaken, heeft de officier aanleiding gezien om een groter voorwaardelijk strafdeel te vorderen dan hij zich aanvankelijk had voorgenomen.

De officier is van mening dat verdachte eerst zijn straf moet uitzitten en daarna een traject kan worden ingezet voor de behandeling van zijn persoonlijke problemen. Binnen detentie bestaat de mogelijkheid om via het traject Terugdringen Recidive (TR) een weg te vinden voor mogelijke plaatsing bij de Stichting de Ontmoeting in Epe.

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte door zijn coöperatieve opstelling de politie handvatten heeft gegeven om een aantal in Doetinchem gepleegde inbraken tot een oplossing te brengen.

Verdachte is door [medeverdachte D], doordat deze hem heeft voorzien en afhankelijk heeft gemaakt van harddrugs, onder druk gezet om de tenlastegelegde woninginbraken te plegen. Dit is van invloed geweest op zijn handelen, temeer daar uit de rapportage van de reclassering blijkt hoe gemakkelijk beïnvloedbaar verdachte is. Verdachte kan volgens door de raadsman verkregen informatie op elk geweest moment voor behandeling worden opgenomen bij de Stichting de Ontmoeting in Epe voor een traject van zestien maanden. Verdachte is daarvoor gemotiveerd. De vraag is of een onvoorwaardelijk strafdeel zoals door de officier beoogd, in dit geval nog een zinnig doel dient.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft in een tijdsbestek van vijf maanden een reeks strafbare feiten gepleegd, waaronder negen woninginbraken, verschillende inbraken bij scholen, verenigingen of bedrijven. Bij de woninginbraken werd niet geschroomd om op klaarlichte dag in te breken, hetgeen getuigt van de onverschrokken mentaliteit van de daders.

Voor gedupeerden veroorzaken woninginbraken, naast materiële schade, ook een gevoel van onveiligheid en veel ergernis. Met name woninginbraken vormen een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Daarnaast wordt het algemeen gevoel van onveiligheid aangewakkerd.

De rechtbank heeft gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS. Als uitgangspunt voor een woninginbraak met relatief weinig schade door middel van braak/verbreking - bij een alleen opererende dader, uitgaande van een first-offender - wordt daar een gevangenisstraf van tien weken gehanteerd.

Daarnaast heeft verdachte verschillende inbraken gepleegd bij bedrijven en verenigingen, hetgeen een soortgelijke impact heeft op de benadeelden en het algeheel gevoel van veiligheid.

Ten voordele van verdachte weegt dat hij nauwelijks eerder met justitie in aanraking is geweest voor het plegen van vermogensdelicten17 en dat hij volledig opening van zaken heeft gegeven.

Verdachte heeft weliswaar aangevoerd dat hij onder druk van zijn mededader tot het plegen van de bewezenverklaarde feiten is gekomen, maar dat laat naar het oordeel van de rechtbank onverlet dat verdachte iedere keer weer opnieuw heeft besloten om mee te doen. Hij heeft daarin ook een eigen verantwoordelijkheid. Bovendien geldt dat hij zich ook heeft schuldig gemaakt aan vermogensdelicten waarbij die bewuste mededader niet was betrokken. Voorts merkt de rechtbank op dat verdachte zelf heeft aangegeven al vanaf zijn 22e afhankelijk te zijn van cocaïne.

Uit het rapport van de reclassering18 komt naar voren dat verdachte vanaf zijn 15e canabis en alcohol is gaan gebruiken en - na het overlijden van zijn moeder - op 22e jarige leeftijd is overgegaan tot excessief alcohol-, speed- en cocaïnegebruik. Hij heeft zijn jeugd doorgebracht bij verschillende pleeggezinnen en woonvoorzieningen. Hij lijkt een beperkte en beïnvloedbare jongen, die zich moeilijk staande kan houden in de maatschappij. Hij heeft een aanzienlijke schuldenlast. De kans op recidive wordt als hoog ingeschat.

Terugkeer naar Doetinchem wordt door de rapporteur niet wenselijk geacht. Geadviseerd wordt om verdachte vanuit detentie op te nemen bij de Stichting de Ontmoeting in Epe, opdat vanuit een veilige en gestructureerde leefomgeving kan worden gezocht naar een geschikte dagbesteding en hij van daar uit kan doorstromen naar een begeleide woonvorm. Daarnaast wordt geadviseerd hem in het licht van zijn verslavingsprobleem een verplicht reclasseringscontact op te leggen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een strafoplegging zoals door de officier van justitie gevorderd, passend en geboden is.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer T]19 heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.040,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van deze benadeelde partij integraal zal worden toegewezen.

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering ten aanzien van de TV en de portemonnee onvoldoende is onderbouwd en niet is gestaafd met nota's. Omdat die posten derhalve niet eenvoudig zijn te beoordelen, dient betrokkene volgens de raadsman voor die posten niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering

Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot deze vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De rechtbank acht in redelijkheid een vergoeding van € 500,-- voor de LCD televisie en

€ 25,-- voor de portemonnee op zijn plaats, met integrale toewijzing voor het overige. Dit betekent dat de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 615,-- en dat de benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

In het dossier bevinden zich verder een "voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces" van [slachtoffer J] Supermarkt, ziende op incident 17, welk feit ad informandum aan de dagvaarding is toegevoegd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze benadeelde niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in haar vordering, omdat deze ziet op een ad informandum gevoegd feit. De raadsman van verdachte heeft zich geconformeerd aan het door de officier ingenomen standpunt.

De rechtbank is van oordeel dat deze benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid, aanhef en sub b, van het Wetboek van Strafvordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 t/m/ 7 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

5. diefstal door twee of meer verenigde personen;

6. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak;

7. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer T], [adres], [adres] (bankrekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 615,--, vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verstaat dat indien de mededader het betreffende schadebedrag of een deel daarvan betaalt, verdachte in zoverre daarvan zal zijn bevrijd;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer T] voornoemd, een bedrag te betalen van € 615,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 12 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer J] Supermarkt niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Roessingh-Bakels, voorzitter, Hödl en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2009.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam)proces-verbaal nr. PL0640/09-203492 (voor zover niet anders is vermeld)

2 Stamproces-verbaal PL0640/09-203492, doorgenummerde dossierpag. 49, 50 en 51

3 Proces-verbaal van aanhouding, doorgenummerde dossierpag. 133

4 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 416, 434, 450, 451, 453, 867, 987, 988, 1100, 1101, 1103, 1155 en 1156 en zijn verklaring ter terechtzitting

5 Aangifte [slachtoffer S], doorgenummerde dossierpag. 410/413

6 Aangifte [slachtoffer T], doorgenummerde dossierpag. 422/424

7 Aangifte [slachtoffer U], doorgenummerde dossierpag. 441/443

8 Aangifte [slachtoffer V], doorgenummerde dossierpag.857/859

9 Aangifte [slachtoffer W], doorgenummerde dossierpag. 980/983

10 Aangifte [slachtoffer X], doorgenummerde dossierpag. 1071/1073

11 Aangifte van [slachtoffer Y], doorgenummerde dossierpag. 1133//1135

12 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], doorgenummerde dossierpag. 1157/1158

13 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag.434

14 Aangifte [slachtoffer W], doorgenummerde dossierpag. 980

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], doorgenummerde dossierpag. 990

16 Goederen-bijlage , doorgenummerde dossierpag. 982/983

17 Uittreksel justitiële documentatie van 3 maart 2009

18 Voorlichtingsrapport reclasseringswerker Krijnsen van 29 juni 2009

19 Voegingsformulier benadeelde partij [slachtoffer T]