Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ3713

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-07-2009
Datum publicatie
24-07-2009
Zaaknummer
06/460078-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordelende vonnissen tegen daders aantal inbraken/diefstallen gepleegd in de gemeente Doetinchem in de periode van 1 november 2008 tot 25 februari 2009. Zie ook uitspraken LJN BJ3727 en BJ3738.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer 06/460078-09

Uitspraak d.d. 24 juli 2009

Tegenspraak / dip - oip

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1984],

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring 'De Kruisberg' te Doetinchem.

Raadsman mr. Hofstede, advocaat te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 juni 2009 en 10 juli 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 5 december 2008 tot en met 7 december 2008

te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

schoolgebouw (gelegen aan de [adres] 5) heeft weggenomen

een laptop, althans computerapparatuur, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of aan de [slachtoffer A1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 15 november 2008 te Doetinchem, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een schoolgebouw (gelegen aan de [adres]) heeft

weggenomen een laptop/notebook (merk Acer), althans computerapparatuur, en/of

een wekker en/of een of meerdere time-timer(s), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan de school [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse

sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 7)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een gebouw (gelegen aan de [adres]

7 A) heeft weggenomen drie, althans een aantal (cross)fiets(en) en/of een

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan De

[slachtoffer C] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 8)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 03 december 2008 te Doetinchem tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een quad (merk Kymco, kleur rood, gekentekend

[kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

(een) valse sleutel(s);

(incident 12)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (wijk)gebouw (gelegen aan de

[adres]) heeft weggenomen

- vier, althans (een) aantal fles(sen) Safari en/of

- vier, althans (een) aantal fles(sen) Feigling en/of

- drie, althans een aantal fles(sen) Passoa en/of

- twintig, althans een aantal fles(sen) Flügel,

althans een aantal flessen (alcoholische) drank en/of

- een geldbedrag en/of,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer E] en/of wijkvereniging [slachtoffer F], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse

sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 15)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een gebouw (sportcomplex, gelegen aan de

[adres]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan Korfbalvereniging [slachtoffer G], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang

tot dat gebouw te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren)

onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, (een)

valse sleutel(s) en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s),

althans alleen

- een opening heeft gemaakt in een omheining en/of

- via die opening het terrein heeft betreden en/of

- (een) glaslat(ten) heeft verwijderd en/of

- een ruit uit dat gebouw heeft verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 23)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en

wederrechtelijk een hek/omheining en/of twee/een klapdeur(en), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Korfbalvereniging [slachtoffer G],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

(incident 23)

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in of omstreeks de nacht van 21 op 22 november 2008 te Doetinchem

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een (school)gebouw ( gelegen aan de [adres])

heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschap, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan het [slachtoffer H] College,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,

(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 25)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 21 op 22 november 2008 te Doetinchem ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (school)gebouw ( gelegen aan de

[adres]) weg te nemen (een) goed(eren) , geheel of ten dele toebehorende

aan het [slachtoffer H] College, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat

schoolgebouw te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking,(een) valse

sleutel(s) en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- een opening in een raam heeft gemaakt en/of

- via die opening dit raam heeft open gedrukt en/of

- (via dit raam) dit gebouw heeft betreden en/of

- een of meer loka(a)l(en) heeft doorzocht en/of gereedschap en/of een of

meer andere goed(eren) heeft vastgepakt en/of klaar gezet om weg te nemen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 25)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij

op of omstreeks 24 februari 2009

in de gemeente Doetinchem

(een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een (plastic) pistool,

zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen

een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een)

voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

(incident 48)

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten / aanleiding onderzoek.

Aanleiding voor het onderzoek van de politie was een golf van aangiften van (woning)inbraken gepleegd in de gemeente Doetinchem in de periode van 1 november 2008 tot 25 februari 20092. Het overgrote deel van deze inbraken bleken te zijn gepleegd in een bepaald deel van Doetinchem, namelijk de wijk Doetinchem Noord. Bij onderzoek bleek dat deze inbraken vooral gedurende de dag en in de vroege avonduren plaatsvonden.

Naar aanleiding van een melding door de moeder van verdachte over vermeend vuurwapenbezit, werd op 24 februari 2009 in de slaapkamer van verdachte een op een vuistvuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen. In de daarop volgende verhoren verklaarde verdachte betrokken te zijn geweest bij diverse inbraken.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder feit 7 primair tenlastegelegde, omdat er geen sprake is geweest van een voltooide diefstal. In de visie van de officier was er een hoeveelheid gereedschap klaargezet in het schoolgebouw, met de bedoeling deze mee te nemen. Zover is het evenwel niet gekomen, omdat zij werden gestoord door mensen van de beveiliging.

De overige onder 1 t/m 3, 4 (met uitzondering van het gekwalificeerde gedeelte inzake braak etc.), 5, 6 primair, 7 subsidiair en 8 tenlastegelegde feiten kunnen volgens de officier wettig en overtuigend bewezen worden verklaard op basis van de verschillende aangiften en de bekennende verklaringen van verdachte.

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde vrijspraak bepleit, omdat verdachte niet in het schoolgebouw is geweest en evenmin wist dat er iets werd gestolen.

Voor het overige kan volgens de raadsman een bewezenverklaring volgen zoals door de officier van justitie verwoord, met uitzondering voor het onder 6 tenlastegelegde feit. Voor dat feit kan in de visie van de raadsman slechts een veroordeling voor de subsidiair tenlastegelegde vernieling volgen.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte3 heeft over de inbraak bij de [slachtoffer A1] aan de [adres] te Doetinchem (feit 1) verklaard, dat het de bedoeling was van hem en [medeverdachte E] om bij de school in te breken. Hij is rond de school gelopen, maar op het moment dat het alarm afging is hij weggerend. Later zag hij dat [medeverdachte E] in het bezit was van een laptop.

Ter zitting heeft verdachte nogmaals verklaard dat hij niet in de school is geweest. Hij heeft [medeverdachte E] niet meer gezien en pas later, toen [medeverdachte E] bij hem thuis kwam, zag hij dat [medeverdachte E] een laptop had.

Deze verklaring van verdachte past in de verklaring die [medeverdachte E]4 daarover heeft afgelegd. Daarin staat dat hij samen met verdachte op pad is gegaan om ergens een inbraak te plegen. Zij hebben bij de [slachtoffer A1] door de ramen gekeken of er iets waardevols van hun gading lag en zijn daarbij ieder langs een zijde van de school gelopen. Op het moment dat hij de deur naar de gymzaal opende en het alarm af ging, bevond [verdachte A] zich aan de andere kant van de school. Hij heeft vervolgens een laptop met toebehoren gepakt en heeft de gymzaal weer verlaten. [verdachte A] heeft hij toen echter niet meer aangetroffen.

Naar het oordeel van de rechtbank dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken, aangezien er behoudens "het op pad zijn om ergens in te breken" in dit concrete geval geen sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking.

De rechtbank deelt dan ook niet de mening van de officier dat het niet uitmaakt wie als eerste in de school is geweest omdat er een vooropgezet doel was en het wegnemen door de ene dader dan ook kan worden toegerekend aan de andere dader. In dit geval is verdachte helemaal niet in de school geweest.

Nu naar het oordeel van de rechtbank dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht, zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Verdachte heeft ten aanzien van de feiten 2 (diefstal van een laptop uit het schoolgebouw van [slachtoffer B] te Doetinchem op 15 november 2008, samen met [medeverdachte E]), 3 (diefstal van crossfietsen uit het gebouw van de fietscross-vereniging te Doetinchem in de nacht van 14 op 15 november 2008, samen met [medeverdachte E], [medeverdachte B] en [medeverdachte C]), 4 (diefstal van een aan de [adres] te Doetinchem geparkeerde quad Kymco op de avond van 3 december 2008, samen met [medeverdachte E] en [medeverdachte B]), 5 (inbraak bij wijkgebouw [slachtoffer E] te Doetinchem, samen met onder meer [medeverdachte C] en [medeverdachte B], waarbij een aanzienlijke hoeveelheid flessen drank en geld is buitgemaakt), 6 (betrokkenheid bij een inbraak bij de korfbalvereniging [slachtoffer G] in de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem, samen met [medeverdachte B], [medeverdachte E] en [medeverdachte C], waarbij verdachte glaslatten en een raam heeft verwijderd), 7 (poging tot inbraak in het [slachtoffer H] College aan de [adres] te Doetinchem tussen 21 november 2008 te 23.00 uur en 22 november 2008 te 00.50 uur, waarbij het alarm is afgegaan en de bewakingsdienst ter plaatse is gegaan en de daders vervolgens met achterlating van de spullen er vandoor zijn gegaan) en 8 (aantreffen kunststof pistool in slaapkamer verdachte) zowel bij de politie als ter terechtzitting een bekennende verklaring5 afgelegd.

Ter zitting heeft verdachte ten aanzien van feit 7 nog verklaard dat er buiten het schoolgebouw al gereedschap was neergelegd om mee te nemen.

Daarnaast zijn voor het bewijs voorhanden de aangifte van [aangever slachtoffer A] namens [slachtoffer A]6, de aangifte van [aangever slachtoffer A1]7, de aangifte van [aangever slachtoffer C] namens fietscross-vereniging [slachtoffer C]8, de aangifte van [slachtoffer D]9, de aangifte van [aangever slachtoffer E] namens [slachtoffer E]10, de aangifte van [aangever slachtoffer G] namens korfbalvereniging [slachtoffer G]11, de aangifte van [aangever slachtoffer H] namens het [slachtoffer H] College12 en het relaas en de bevindingen van de politie13 inzake het aantreffen van een op een handvuurwapen gelijkend voorwerp in de slaapkamer van verdachte te Doetinchem op 24 februari 2009 alsmede de bevindingen van de taakaccenthouder Wet Wapens en Munitie14 ten aanzien van het aangetroffen balletjespistool.

Door [medeverdachte E]15 is over feit 2 eveneens een verklaring afgelegd.

Ten aanzien van feit 3 zijn overigens nog voorhanden de verklaringen van de getuige [getuige A]16 en de mededaders [medeverdachte C]17, [medeverdachte E]18 en [medeverdachte B]19.

[medeverdachte E]20 en [medeverdachte B]21 hebben eveneens een verklaring afgelegd over hun betrokkenheid bij de diefstal van de quad inzake feit 4.

Over feit 5 heeft [medeverdachte C]22 een verklaring afgelegd over zijn betrokkenheid bij de inbraak bij [slachtoffer E], evenals [medeverdachte E]23 en [medeverdachte B]24.

Voor feit 6 zijn verder nog voorhanden de verklaringen van [medeverdachte C]25, [medeverdachte E]26 en [medeverdachte B]27.

Ten aanzien van feit 7 zijn verder voorhanden de verklaringen van de mededaders [medeverdachte E]28 en de verklaring van [medeverdachte B]29.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de navolgende feiten bewezen kunnen worden verklaard.

Het verweer dat feit 6 niet moet worden gezien als een poging diefstal maar (slechts) als een vernieling zoals subsidiair ten laste gelegd, wordt verworpen. De verdachten waren in de ten laste gelegde periode al langere tijd samen op het dievenpad en waren daar en toen met geen ander doel dan dat op pad, hetgeen blijkt uit de door hen over dit incident afgelegde verklaringen. Ook toen was het de bedoeling geld en/of goederen mee te nemen, hetgeen werd verijdeld doordat het alarm af ging. Wel waren de glaslatten al uit de sponningen gehaald en was de deurklink reeds verwijderd

De rechtbank komt anders dan de officier en de raadsman wel tot een bewezenverklaring van de onder 7 primair tenlastegelegde voltooide diefstal, nu er gereedschap buiten het schoolgebouw was gereed gelegd om mee te nemen. Mitsdien hadden zij de feitelijke heerschappij over die voorwerpen en is er in de visie van de rechtbank sprake van een voltooid delict.

Ten aanzien van feit 8 heeft verdachte aangevoerd dat hij niet wist dat het verboden was om aan dergelijk kunststof pistool voorhanden te hebben, maar de rechtbank verwerpt dit verweer. Het is algemeen bekend dat dit soort voor afdreiging geschikte voorwerpen verboden zijn, temeer nu in de media veelvuldig aandacht aan dit onderwerp wordt besteed.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6 primair, 7 primair en 8 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

hij op 15 november 2008 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schoolgebouw (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop/notebook (merk Acer),

toebehorende aan de school [slachtoffer B], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

hij in de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een gebouw (gelegen aan de [adres] 7 A) heeft weggenomen crossfietsen, toebehorende aan [slachtoffer C], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

hij op 3 december 2008 te Doetinchem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een quad (merk Kymco, kleur rood, gekentekend [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer D];

5.

hij in de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (wijk)gebouw (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen

- een aantal flessen Safari en

- een aantal flessen Feigling en

- een aantal fles(sen) Passoa en

- een aantal fles(sen) Flügel,

en

- geld,

toebehorende aan wijkvereniging [slachtoffer F], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

6.

hij in de nacht van 14 op 15 november 2008 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een gebouw (sportcomplex, gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Korfbalvereniging [slachtoffer G], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot dat gebouw te verschaffen door middel van braak en inklimming, met een of meer van zijn mededaders,

- via een opening in de omheining het terrein heeft betreden en

- glaslatten heeft verwijderd en

- een ruit uit dat gebouw heeft verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij omstreeks 21 november 2008 te Doetinchem tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schoolgebouw (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschap, toebehorende aan het [slachtoffer H] College, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

8.

hij op 24 februari 2009 in de gemeente Doetinchem een wapen van categorie I onder 7°, te weten een plastic pistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen

een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

2.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

3.

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

4.

diefstal door twee of meer verenigde personen;

5.

voortgezette handeling van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

6 primair

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

7 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

8.

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een psychologisch rapport opgemaakt door de klinisch psycholoog drs. Kobussen30.

Dit rapport is toegespitst op de feiten zoals door de officier van justitie waren opgenomen in de vordering tot inbewaringstelling.

Daarvan zijn een aantal feiten tenlastegelegd in de dagvaarding, te weten de feiten 2, 3 (was aanvankelijk een verzamelfeit in de vordering tot inbewaringstelling), 4 en 5.

Uit de bevindingen en de daaruit voortvloeiende conclusie van deze deskundige komt naar voren, dat verdachte in ieder geval terzake deze feiten licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Met deze conclusie kan de rechtbank zich verenigen, temeer daar deze strookt met de indruk die de rechtbank ter terechtzitting van verdachte heeft verkregen. De rechtbank neemt deze conclusie over. Nu alle andere tenlastegelegde vermogensdelicten alsmede de ad informandum gevoegde (vermogens)feiten binnen een betrekkelijk kort tijdsbestek zijn gepleegd, gaat de rechtbank er tegen de achtergrond van de beschouwingen van de psycholoog vanuit, dat verdachte ook terzake van die feiten als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming onder de volgnummers 1 t/m 3 en 5 t/m 10 op de dagvaarding ad informandum vermelde zaken.

Het gaat daarbij om de navolgende zaken:

Feitgegevens (pleegperiode, -lokatie, -plaats, -gemeente, omschrijving feit)

1. 24 februari 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal kratten bier en cola in/uit bedrijf ([slachtoffer I])

(incident 9);

2. 27 november 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal sigaretten in/uit bedrijf ([slachtoffer I])

(incident 10);

3. 26 november 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal circa 300 lege flessen bij bedrijf ([slachtoffer J]) (incident 13)

5. 1 december 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal fiets (damesfiets, Giant)

(incident 20);

6. 1 december 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal fiets (damesfiets merk EMPO) (incident 21);

7. 16 november 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal (herenfiets merk Gazelle) (incident 22);

8. 1 nov. 2008 t/m 15 jan. 2009, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal ladder in/uit bedrijf ([slachtoffer K]) (incident 28);

9. 19 november 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal (dames)fiets (merk Gazelle, kleur blauw) (incident 30);

10. 9 december 2008, Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Diefstal (heren)fiets (merk Gazelle, kleur grijs) (incident 43).

Aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Verdachte heeft het onder volgnummer 4 genoemde feit ontkend, zeggend dat hij na 12 december 2008 geen strafbare feiten meer heeft gepleegd. Dat feit wordt hier dan ook niet in meegenomen.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan een gedeelte van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

In zijn eis heeft de officier er rekening mee gehouden dat de reeks van feiten in een betrekkelijk korte periode is gepleegd, de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in contact is gekomen, de omstandigheid dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd en dat de kans op recidive vanwege betrokkenes beperkt oplossend vermogen en gebrek aan overzicht als verhoogd moet worden ingeschat.

Daarnaast heeft de officier acht geslagen op de oriëntatiepunten van het LOVS en de straffen die in het algemeen voor dit soort vermogensdelicten plegen te worden opgelegd, ook in verband met de eis die hij heeft geformuleerd tegen de medeverdachte [medeverdachte B].

De officier is van mening dat verdachte eerst zijn straf moet uitzitten en daarna een traject kan worden ingezet voor de behandeling van zijn persoonlijke problemen. Binnen detentie bestaat de mogelijkheid om via het traject Terugdringen Recidive (TR) een weg te vinden voor mogelijke gepast geachte klinische setting.

Door de raadsman is aangevoerd dat primair kan worden volstaan met een onvoorwaardelijk strafdeel gelijk aan de tijd in voorarrest doorgebracht, subsidiair met een onvoorwaardelijk strafdeel van zes maanden, gelet op de oude VI-regeling. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte nu gemotiveerd is voor een behandeling en het zaak is dat niet te frustreren door een langer voortduren van detentie.

Vanwege zijn persoonsproblematiek en het feit dat hij door zijn moeder op straat was gezet, is hij in een situatie beland waarin hij niet meer de juiste afweging heeft kunnen maken.

Verdachte heeft schoon schip willen maken en mede dankzij zijn coöperatieve opstelling is een aantal strafbare zaken opgelost.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft in een tijdsbestek van twee maanden een reeks strafbare feiten gepleegd, waaronder verschillende inbraken bij scholen, verenigingen en bedrijven, alsmede fietsendiefstallen.

In februari 2009 heeft hij zich daarenboven nog schuldig gemaakt aan winkeldiefstal en verboden wapenbezit.

Door het plegen van dit soort, vaak als ergerlijk ervaren en overlast bezorgende, feiten heeft verdachte veel onrust en schade veroorzaakt. Daarnaast wordt het algemeen gevoel van onveiligheid aangewakkerd.

In het bijzonder rekent de rechtbank verdachte aan dat hij betrokken is geweest bij een ramkraak bij [slachtoffer I] op 27 november 2008 (incident 10, ad info feit 2), waarbij met behulp van een gestolen scooter de schuifdeuren van de winkel werden geforceerd en waarbij op de plaats delict een (knal)pistool werd aangetroffen. Het gaat daarbij om een ernstig strafbaar feit, waarbij op gewelddadige wijze in het holst van de nacht met een scooter de toegangsdeuren van een winkel zijn geramd.

Ten voordele van verdachte weegt dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest voor het plegen van vermogensdelicten31.

Uit het rapport van de psycholoog32 komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een zwakbegaafdheid en een borderline persoonlijkheidsstoornis, terwijl daarnaast sprake is van afhankelijkheid van middelen. Verdachte beschikt over een beperkt oplossend vermogen, hij heeft gebrek aan overzicht en weinig inzicht in oorzaak-gevolg van zijn handelen.

Een en ander bemoeilijkt het voor verdachte om zijn leven zelfstandig op orde te krijgen, wat eveneens een risico vormt voor recidive.

De psycholoog acht de kans van slagen dat verdachte in staat is een zelfstandig leven op te bouwen klein, gezien de veelheid van zijn geestelijke problematiek. Behandeling voor de verslavingsproblematiek en behandeling/begeleid wonen zou via een bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht gekoppeld kunnen worden aan een voorwaardelijk strafdeel.

De reclassering is - ingevolge overleg met die instelling- bereid om door middel van reclasseringsbegeleiding en ambulante begeleiding bij verslavingszorg Iriszorg toe te werken naar een geschikte klinische setting.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een strafoplegging zoals door de officier van justitie gevorderd onvoldoende recht doen aan de ernst en de hoeveelheid feiten waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt. De rechtbank zal dan ook een hogere straf opleggen dan door de officier is gevorderd. Daarbij heeft de rechtbank ook meegewogen de straffen die aan medeverdachten in deze zaak worden opgelegd, gerelateerd aan het aantal en de zwaarte van de jegens hen bewezen geachte feiten.

Vorderingen tot schadevergoeding

In het dossier bevinden zich een viertal "voegingsformulieren benadeelde partij in het strafproces" van respectievelijk [slachtoffer J] Supermarkt, [slachtoffer L], [slachtoffer M] en [slachtoffer N], ziende op incidenten 13, 21, 22 en 30, welke feiten ad informandum aan het dossier zijn toegevoegd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze benadeelden niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen, omdat de vorderingen zien op ad informandum gevoegde feiten. De raadsman van verdachte heeft zich geconformeerd aan het door de officier ingenomen standpunt.

De rechtbank is van oordeel dat deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, nu deze vorderingen geen betrekking hebben op een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid, aanhef en sub b, van het Wetboek van Strafvordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 56, 57, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 55 en 56 van de Wet Wapens en Munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6 primair, 7 primair en 8 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

2. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen;

5. voortgezette handeling van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

6 primair

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

7 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaf door middel van braak en inklimming;

8. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden. Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer J] Supermarkt, [slachtoffer L], [slachtoffer M] en [slachtoffer N] - ieder voor zich - niet-ontvankelijk in hun vordering.

Aldus gewezen door mrs. Roessingh-Bakels, voorzitter, Hödl en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2009.

Eindvonnis

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam)proces-verbaal nr. PL0640/09-203492 (voor zover niet anders is vermeld)

2 Stamproces-verbaal PL0640/09-203492, doorgenummerde dossierpag. 49 en 50

3 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 505/506

4 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], doorgenummerde dossierpag 508, 510 en 511

5 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 525, 553, 556, 693, 736, 738, 739, 744, 844, 877/878, 1355 en zijn verklaring ter terechtzitting

6 Aangifte [aangever slachtoffer A], doorgenummerde dossierpag. 493/494

7 Aangifte [aangever slachtoffer A1], doorgenummerde dossierpag. 514/516

8 Aangifte [aangever slachtoffer C], doorgenummerde dossierpag. 540/544

9 Aangifte [slachtoffer D], doorgenummerde dossierpag. 678/680

10 Aangifte [aangever slachtoffer E], doorgenummerde dossierpag. 730/733

11 Aangifte [aangever slachtoffer G], doorgenummerde dossierpag. 839/843

12 Aangifte van [aangever slachtoffer H], doorgenummerde dossierpag. 875/876

13 Ambtelijk verslag verbalisanten, [verbalisanten], doorgenummerde dossierpag. 1340/1341

14 Ambtelijk verslag verbalisant [verbalisant], doorgenummerde dossierpag. 1344/1349

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], doorgenummerde dossierpag. 534/535

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige A], doorgenummerde dossierpag. 545

17 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte C], doorgenummerde dossierpag. 559

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], doorgenummerde dossierpag. 562, 565/566

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], doorgenummerde dossierpag. 568/569

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E] doorgenummerde dossierpag. 695/696

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], doorgenummerde dossierpag. 697/698

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte C], doorgenummerde dossierpag. 745

23 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E] doorgenummerde dossierpag. 747/748

24 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], doorgenummerde dossierpag. 7450/751

25 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte C], doorgenummerde dossierpag. 847

26 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte E], doorgenummerde dossierpag. 849/850, 852

27 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], doorgenummerde dossierpag. 854

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], doorgenummerde dossierpag. 881, 883/884

29 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], doorgenummerde dossierpag. 886/887

30 Rapport psychologisch onderzoek pro justitia d.d. 8 juni 2009, opgemaakt door drs. J.H.A.M. Kobussen

31 Uittreksel justitiële documentatie van 3 maart 2009

32 Eerdergenoemd genoemd rapport psychologisch onderzoek