Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ1414

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-07-2009
Datum publicatie
03-07-2009
Zaaknummer
06/801279-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft bekend 5 oplichtingen te hebben gepleegd, door goederen via Marktplaats te koop aan te bieden, hiervoor van de potentiële kopers geld te ontvangen en de goederen niet te leveren. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, is zij veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 30 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het meewerken aan het tot stand komen van een persoonlijkheidsonderzoek, het meewerken aan behandeling binnen de (forensische) GGZ of een andere soortgelijke instantie voor zover en voor zolang dit binnen het toezicht, in overleg met de reclassering, door de behandelaars nodig wordt geoordeeld en het zich laten begeleiden door de stichting Limor te Zwolle.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/801279-07

Uitspraak d.d.: 3 juli 2009

Tegenspraak / dip – oip – oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1982],

wonende te [adres en plaats]7.

Raadsman mr. V. Wolting te Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 juni 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 oktober 2006 tot en met 14 oktober 2006 in de gemeente(n) Oldebroek en/of Weert, en/of (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer A] heeft bewogen tot de afgifte van 100 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer A] een I-Pod Photo 30 GB aangeboden en/of

- het bedrag voor die I-Pod vooruit laten betalen en/of laten overmaken naar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en/of

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde I-Pod zou kunnen en/of willen leveren en/of

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 1], waardoor die [slachtoffer A] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(Incident 1)

art 326 Wetboek van Strafrecht

2.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 oktober 2006 tot en met 13 oktober 2006 in de gemeente(n) Oldebroek en/of Oud-Beijerland en/of (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer B] heeft bewogen tot de afgifte van 120 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer B] een I-pod aangeboden en/of

- het bedrag voor die I-pod vooruit laten betalen en/of laten overmaken naar haar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en/of

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde I-Pod zou kunnen en/of willen leveren en/of

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 2], waardoor die [slachtoffer B] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(Incident 4)

art 326 Wetboek van Strafrecht

3.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 oktober 2006 tot en met 26 oktober 2006 in de gemeente(n) Oldebroek en/of Almere en/of (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer C] heeft bewogen tot de afgifte van 40 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer C] een of meer schoolboeken aangeboden en/of

- het bedrag voor die schoolboeken vooruit laten betalen en/of laten overmaken naar haar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en/of

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde schoolboeken zou kunnen en/of willen leveren en/of

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 3], waardoor die [slachtoffer C] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(Incident 5)

art 326 Wetboek van Strafrecht

4.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 09 oktober 2006 tot en met 13 oktober 2006 in de gemeente(n) Oldebroek en/of Emmen en/of (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer D] heeft bewogen tot de afgifte van 80 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer D] een mobiele telefoon aangeboden en/of

- het bedrag, althans een deel van het bedrag voor die mobiele telefoon vooruit laten betalen en/of laten overmaken naar haar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en/of

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde mobiele telefoon zou kunnen en/of willen leveren en/of

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 2], waardoor die [slachtoffer D] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(Incident 6)

art 326 Wetboek van Strafrecht

5.

Zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 03 oktober 2006 tot en met 24 oktober 2006 in de gemeente(n) Oldebroek en/of Achtkarspelen en/of (elders) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer E] heeft bewogen tot de afgifte van 70 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer E] een I-Pod Photo 30 GB aangeboden en/of

- het bedrag voor die I-Pod vooruit laten betalen en/of laten overmaken naar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en/of

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde I-Pod zou kunnen en/of willen leveren en/of

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 1], waardoor die [slachtoffer E] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(Incident 7)

art 326 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten

[slachtoffer A]2, [slachtoffer B]3, [slachtoffer C]4, [slachtoffer D]5 en [slachtoffer E]6 hebben bij de politie aangifte gedaan van oplichting. De aangevers hadden ieder afzonderlijk geld gestort op het [rekeningnummer] van de Postbank, ten name van [verdachte], teneinde de door haar op www.marktplaats.nl aangeboden goederen te kopen. Die goederen werden echter nooit geleverd. Op 19 maart 2007 werd [verdachte], nadat zij vrijwillig op het politiebureau was verschenen, aangehouden en in verzekering gesteld. Zij heeft bekend de feiten te hebben gepleegd.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Hij heeft de bewezenverklaring van feit 1 gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer A], de bekennende verklaring van verdachte en als ondersteuning zit een uitdraai van de emailwisseling tussen [slachtoffer A] en verdachte in het dossier. Verdachte heeft de I-pod te koop aangeboden en [slachtoffer A] wilde deze kopen. Verdachte heeft – nadat zij van [slachtoffer A] geld heeft ontvangen – de I-pod niet geleverd.

De bewezenverklaring van feit 2 heeft de officier van justitie gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer B], de bekennende verklaring van verdachte en de uitdraai van de emailwisseling tussen aangever en verdachte. Verdachte heeft de I-pod te koop aangehouden en op 10 oktober 2006 heeft zij met [slachtoffer B] overeenstemming bereikt over de verkoop ervan. Verdachte heeft € 120,- ontvangen van [slachtoffer B], maar de I-pod niet geleverd. Het rekeningnummer in de mailwisseling correspondeert met het rekeningnummer op naam van verdachte.

De bewezenverklaring van feit 3 heeft de officier van justitie gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer C] en de bekennende verklaring van verdachte. [slachtoffer C] heeft € 40,- overgemaakt naar verdachte, maar verdachte heeft niets geleverd.

De bewezenverklaring van feit 4 heeft de officier van justitie gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer D] en de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte heeft een GSM aangeboden. [slachtoffer D] heeft geld aan verdachte overgemaakt, maar verdachte heeft niets geleverd. In het dossier zit ter ondersteuning van het bewijs een uitdraai van de emailwisseling tussen verdachte en [slachtoffer D], een bankafschrift met daarop het door [slachtoffer D] overgemaakte bedrag en een aanvullende verklaring van [slachtoffer D].

De bewezenverklaring van feit 5 heeft de officier van justitie gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer E] en de bekennende verklaring van verdachte. Het emailadres en het rekeningnummer in de aangifte corresponderen met de verklaring van verdachte hieromtrent.

C. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat alle feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen op basis van de aangiften van [slachtoffer A], [slachtoffer B], [slachtoffer C], [slachtoffer D] en [slachtoffer E] en de bekennende verklaring van verdachte.

D. Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht de onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De bewezenverklaring van deze feiten is gebaseerd op de aangiften van [slachtoffer A]7, [slachtoffer B]8, [slachtoffer C]9, [slachtoffer D]10 en [slachtoffer E]11 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

Zij op meer tijdstippen in de periode van 5 oktober 2006 tot en met 14 oktober 2006 in de gemeenten Oldebroek en/of Weert, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid, [slachtoffer A] heeft bewogen tot de afgifte van 100 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer A] een I-Pod Photo 30 GB aangeboden en

- het bedrag voor die I-Pod vooruit laten betalen en laten overmaken naar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde I-Pod zou kunnen en willen leveren en

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 1],

waardoor die [slachtoffer A] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

Zij op tijdstippen in de periode van 7 oktober 2006 tot en met 13 oktober 2006 in de gemeenten Oldebroek en/of Oud-Beijerland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer B] heeft bewogen tot de afgifte van 120 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer B] een I-pod aangeboden en

- het bedrag voor die I-pod vooruit laten betalen en laten overmaken naar haar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde I-Pod zou kunnen en willen leveren en

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 2],

waardoor die [slachtoffer B] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

Zij op tijdstippen in de periode van 10 oktober 2006 tot en met 26 oktober 2006 in de gemeenten Oldebroek en/of Almere met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer C] heeft bewogen tot de afgifte van 40 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer C] een of meer schoolboeken aangeboden en

- het bedrag voor die schoolboeken vooruit laten betalen en laten overmaken naar haar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde schoolboeken zou kunnen en willen leveren en

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 3],

waardoor die [slachtoffer C] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

Zij op tijdstippen in de periode van 9 oktober 2006 tot en met 13 oktober 2006 in de gemeenten Oldebroek en/of Emmen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer D] heeft bewogen tot de afgifte van 80 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer D] een mobiele telefoon aangeboden en

- het bedrag, althans een deel van het bedrag voor die mobiele telefoon vooruit laten betalen en laten overmaken naar haar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde mobiele telefoon zou kunnen en willen leveren en

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 2],

waardoor die [slachtoffer D] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

Zij op tijdstippen in de periode van 3 oktober 2006 tot en met 24 oktober 2006 in de gemeenten Oldebroek en/of Achtkarspelen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer E] heeft bewogen tot de afgifte van 70 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- via internet voornoemde [slachtoffer E] een I-Pod Photo 30 GB aangeboden en

- het bedrag voor die I-Pod vooruit laten betalen en laten overmaken naar, verdachtes, bankrekening ([rekeningnummer]) en

- zich voorgedaan als zijnde een persoon die voornoemde I-Pod zou kunnen en willen leveren en

- daarbij gebruikt gemaakt van de naam [naam 1],

waardoor die [slachtoffer E] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Feit 1: oplichting;

Feit 2: oplichting;

Feit 3: oplichting;

Feit 4: oplichting;

Feit 5: oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek en aan behandeling in een forensische GGZ-instelling en begeleiding door LIMOR in Zwolle. De officier van justitie heeft daarbij aangevoerd dat normaliter een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden zou zijn, maar dat hij – gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte – een werkstraf heeft geëist.

De raadsman heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Over verdachte is een reclasseringsrapport opgemaakt, waaruit naar voren komt dat zij angst heeft voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en zij, met het oog daarop, gemotiveerd met de hulpverlening aan de slag is gegaan. De raadsman heeft in twijfel getrokken of verdachte naast haar hulpverleningstraject nog een werkstraf kan verrichten. Zij heeft genoeg aan zichzelf en kijkend naar de algemene strafhoogte, gaat het in dit geval om speciale preventie in plaats van vergelding. De raadsman heeft voorgesteld enkel een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is door de rechtbank gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en op de omstandigheden waaronder dit is begaan. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het oplichten van meerdere personen. Zij heeft zich ter terechtzitting erg boetvaardig en schuldbewust opgesteld. Verdachte heeft meerdere (in financiële zin) kleine, maar uiterst vervelende strafbare feiten gepleegd. Verdachte heeft hierdoor de aangevers financieel benadeeld en hun voor een normaal handelsverkeer benodigde vertrouwen schade toegebracht. Daar heeft zij – naar eigen zeggen – spijt van. De rechtbank heeft meegewogen dat de bewezenverklaarde feiten reeds enige tijd geleden hebben plaatsgevonden en dat de zaak veertien maanden na het insturen van het dossier door de politie bij het openbaar ministerie “op de plank” heeft gelegen.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging ten voordele van verdachte ermee rekening gehouden dat verdachte, zoals uit de justitiële documentatie blijkt, niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met het rapport van de reclassering d.d. 12 juni 2009, waarin is geadviseerd verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een aantal daarbij bijzondere voorwaarden.

De rechtbank deelt de mening van het openbaar ministerie niet, dat in het onderhavige geval als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden genomen. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen de korte periode waarin de feiten zijn gepleegd en het relatief kleine bedrag waarvoor de slachtoffers zijn opgelicht, afgezet tegen een blanco justitiële documentatie. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat in dit bijzondere geval de hulpverlening door verdachte goed is opgepakt.

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen, dat verdachtes handelen moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van een zwaar belast verleden en dat verdachte uit de spiraal moet komen dat haar dagbesteding uitsluitend bestaat uit hulpverlening.

De rechtbank is van oordeel dat, alles afwegend, een werkstraf van korte duur passend en geboden is. De rechtbank acht een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op zijn plaats, teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Concluderend komt de rechtbank tot de oplegging van een werkstraf voor de duur van dertig uren subsidiair vijftien dagen vervangende hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het:

- het meewerken aan het tot stand komen van een persoonlijkheidsonderzoek;

- het meewerken aan behandeling binnen de (forensische) GGZ of een door andere soortgelijke instantie voor zover en voor zolang dit binnen het toezicht, in overleg met de reclassering, door de behandelaars nodig wordt geoordeeld;

- het zich laten begeleiden door de stichting Limor te Zwolle.

Vordering van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer A], [adres, plaats, rekeningnummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 100,- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer B, adres, plaats, rekeningnummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 120,- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer C, adres, plaats, rekeningnummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 40,- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer D, adres, plaats, rekeningnummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 80,- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer E, adres, plaats, rekeningnummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 70,- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partijen, zoals deze hebben gesteld, als gevolg van het onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde bewezen verklaarde handelen schade hebben geleden tot de gevorderde bedragen en de vorderingen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, zullen deze vorderingen worden toegewezen.

De verdachte is voor de schades – naar burgerlijk recht – aansprakelijk

De rechtbank zal in dit geval niet de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu verdachte in de schuldhulpverlening zit. Haar uitgaven en inkomsten worden op deze manier gecontroleerd en binnen dat kader zal ook aandacht kunnen worden besteed aan de betaling van deze categorie schuldeisers.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft verzocht de in beslag genomen goederen aan verdachte terug te geven.

De raadsman heeft verzocht alle goederen, maar in ieder geval de laptop, aan verdachte terug te geven.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan verdachte:

- een zwarte tas, merk Trust;

- een computer, merk HP pavilion, kleur zilver, met muis en adapter;

- 1 muziek cd van Aretha Franklin;

- 1 cd-rom, spel Sims II;

- 1 cd-rom, spel Grand Theft Auto;

- 1 cd-rom, spel Grand Theft Auto III;

- 1 cd-rom, spel Tekken;

- 1 cd-rom, spel Grand Theft Auto;

- 1 boek van Charles Dickens, Great Expectations;

- 1 I-pod, merk Apple, kleur wit.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft – na instemming van de officier van justitie en raadsman – tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder de parketnummers:

- 801279-07, 4 oktober 2006 tot en met 23 oktober 2006, Wezep, gemeente Oldebroek, oplichting, incident 2;

- 801279-07, 6 oktober 2006 tot en met 11 oktober 2006, Wezep, gemeente Oldebroek, oplichting, incident 3;

- 801279-07, 3 oktober 2006 tot en met 22 december 2006, Wezep, gemeente Oldebroek, oplichting, incident 8;

- 801279-07, 1 oktober 2006 tot en met 13 december 2006, Wezep, gemeente Oldebroek, oplichting, incident 9;

- 801279-07, 1 oktober 2006 tot en met 31 december 2006, Wezep, gemeente Oldebroek, oplichting, incident 10;

nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14d, 14d, 22c, 22d, 27, 36f, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1: oplichting;

Feit 2: oplichting;

Feit 3: oplichting;

Feit 4: oplichting;

Feit 5: oplichting;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt:

- het meewerken aan het tot stand komen van een persoonlijkheidsonderzoek;

- het meewerken aan behandeling binnen de (forensische) GGZ of een andere soortgelijke instantie voor zover en voor zolang dit binnen het toezicht, in overleg met de reclassering, door de behandelaars nodig wordt geoordeeld;

- het zich laten begeleiden door de stichting Limor te Zwolle;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende dertig (30) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van vijftien (15) dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], [adres, plaats, rekeningnummer], van een bedrag van € 100,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B, adres, plaats, rekeningnummer], van een bedrag van € 120,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer C, adres, plaats, rekeningnummer], van een bedrag van € 40,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer D, adres, plaats, rekeningnummer], van een bedrag van € 80,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer E, adres, plaats, rekeningnummer], van een bedrag van € 70,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- een zwarte tas, merk Trust;

- een computer, merk HP pavilion, kleur zilver, met muis en adapter;

- 1 muziek cd van Aretha Franklin;

- 1 cd-rom, spel Sims II;

- 1 cd-rom, spel Grand Theft Auto;

- 1 cd-rom, spel Grand Theft Auto III;

- 1 cd-rom, spel Tekken;

- 1 cd-rom, spel Grand Theft Auto;

- 1 boek van Charles Dickens, Great Expectations;

- 1 I-pod, merk Apple, kleur wit.

Aldus gewezen door mrs. Hödl, voorzitter, Roessingh-Bakels en Van Beuge, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ter Haar, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 juli 2009.

Mr. Van Beuge is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0617/07-200654, politie Team Elburg-Oldebroek, gesloten en ondertekend op 10 april 2007.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A], dossierpagina’s 43 en 44.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B], dossierpagina’s 82 en 83.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer C], dossierpagina’s 89 tot en met 91.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer D], dossierpagina 98.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer E], dossierpagina’s 113 tot en met 115.

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A], dossierpagina’s 43 en 44.

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B], dossierpagina’s 82 en 83.

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer C], dossierpagina’s 89 tot en met 91.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer D], dossierpagina 98.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer E], dossierpagina’s 113 tot en met 115.