Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ1350

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-03-2009
Datum publicatie
02-07-2009
Zaaknummer
08/627
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belastingdienst/Toeslagen was gehouden noch bevoegd om op grond van artikel 20 van de Awir tot herziening en terugvordering van huurtoeslag over te gaan. Niet is gebleken van een wijziging van het verzamelinkomen van eiseres na de toekenning van de huurtoeslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: 08/627

Uitspraak in het geding tussen:

[eiseres]

te Eibergen,

eiseres,

en

Belastingdienst/Toeslagen

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 februari 2008 heeft verweerder de huurtoeslag van eiseres over het jaar 2006 herzien en een bedrag van € 647,- teruggevorderd.

Bij besluit van 10 maart 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft verweerder het namens eiseres daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Namens eiseres heeft [gemachtigde] beroep ingesteld op de in het beroepschrift vermelde gronden. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Vervolgens zijn namens eiseres nadere stukken ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 4 november 2008, waar de gemachtigde van eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.D. Schreutelkamp.

Het onderzoek ter zitting is door de rechtbank geschorst, teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken.

Bij brief van 28 november 2008 heeft verweerder die informatie verstrekt. Bij brief van 18 december 2008 is hierop namens eiseres gereageerd.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gebleven.

2. Overwegingen

2.1. Ter beoordeling staat of verweerder op goede gronden tot herziening van de aan eiseres toegekende huurtoeslag is overgegaan.

2.2. In artikel 20, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijk regelingen (Awir) is – voor zover van belang – bepaald dat indien na de toekenning van de tegemoetkoming uit een wijziging van een verzamelinkomen blijkt dat de tegemoetkoming tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend, de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming met inachtneming van die wijziging herziet. Op grond van het derde lid – voor zover van belang – kan een herziening leiden tot een terug te vorderen bedrag.

2.3. Bij besluit van 7 december 2007 heeft verweerder huurtoeslag over 2006 aan eiseres toegekend ten bedrage van € 1.636,-, gebaseerd op een verzamelinkomen van € 12.193,-. Bij de thans in geschil zijnde herzieningsbeslissing heeft verweerder de toeslag herzien en gewijzigd vastgesteld op een bedrag van € 989,-, gebaseerd op een verzamelinkomen van

€ 15.147,-. Deze herziening is gebaseerd op artikel 20, eerste lid van de Awir naar aanleiding van een verbeterde pensioenopgave van het pensioenfonds van eiseres, waardoor het verzamelinkomen van eiseres over 2006 hoger is dan aanvankelijk was berekend.

2.4. Bij brief van 28 november 2008 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat het pensioenfonds van eiseres op 20 november 2007 de jaarloongegevens van circa 145.000 pensioengerechtigden opnieuw – op juiste wijze – aan de Belastingdienst heeft aangeleverd. Op dat moment konden deze juiste inkomensgegevens niet meer in het proces ter voorbereiding en berekening van de vele toekenningsbeschikkingen worden betrokken, aangezien dit proces tussentijds niet te stoppen is. Om deze reden is de beschikking van

7 december 2007 op oude, foutief aanleverde gegevens gebaseerd, aldus verweerder.

2.5. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de juiste inkomensgegevens van eiseres al ruim twee weken vóór het nemen van het besluit van 7 december 2007 bij de Belastingdienst bekend waren. Gelet hierop is verweerder naar het oordeel van de rechtbank gehouden noch bevoegd om op grond van artikel 20 van de Awir tot herziening en terugvordering van de huurtoeslag over te gaan. Immers, niet is gebleken van een wijziging van het verzamelinkomen van eiseres ná de toekenning van de huurtoeslag. De omstandigheid dat het verwerkingsproces op grond van de oude, onjuiste inkomensgegevens al in gang was gezet en niet meer kon worden gestopt, maakt dit niet anders. Overigens vermag de rechtbank – mede gelet op het tijdsverloop – niet in te zien dat het verwerkingsproces niet had kunnen worden stopgezet en niet alsnog een beschikking op grond van de juiste inkomensgegevens van eiseres had kunnen worden genomen.

2.6. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Niet is gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- gelast de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan eiseres het betaalde

griffierecht van € 39,- te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk, voorzitter, mr. L.J. Bosch en mr. P.Bos, leden, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2009 in tegenwoordigheid van mr. W.M.L. Lont-Janzing als griffier.