Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ0933

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
30-06-2009
Zaaknummer
06/460664-07 en 06/471628-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op aan verdachte voor bedreiging van zijn buurvrouw en het opzettelijk gebruik maken van een vals rijbewijs. De bedreiging van een medewerker van het bedrijf van verdachte acht de rechtbank niet bewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/460664-07 en 06/471628-08

Uitspraak d.d.: 30 juni 2009

Tegenspraak / dnip/onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1973],

wonende te [adres en plaats].

Raadsman: mr. B.P.J. van Riel

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 juni 2009.

Voeging meerdere dagvaardingen

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/460664-07 en 06/471628-08 tegen verdachte aangebrachte zaken.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 06/460664-07

1.

hij op of omstreeks 29 november 2007, te Apeldoorn, (zijn buurvrouw) [slachtoffer A]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de

woorden toegevoegd : "Kom niet in mijn vaarwater" en/of "Als je weer in mijn

vaarwater komt, dan maak ik je dood." en/of "Ik snij je keel open, dat zweer

ik op de ogen van mijn kinderen" en/of "Ik ben niet bang als ik hiervoor een

straf moet uitzitten" en/of "Als je dat herhaalt, dan weet ik je te vinden. Je

weet uit welk milieu ik kom" en/of "Ik zou er maar niet zeker van zijn dat je

morgen wakker wordt. En ik heb schijt aan de politie. Ik neuk ze in hun kont,

dat weten ze wel", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 februari

2005 tot en met 05 december 2007 te Apeldoorn en/of te Epe en/of elders in

Nederland, (telkens) [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met

enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of

goederen , immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde

- [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"Als je zo doorgaat, snij ik

je strot eraf en gooi ik je in de kofferbak, je bent niet de eerste bij wie

dat is gebeurd" en/of "De wereld is te klein voor jullie, ik vind jullie

toch wel als je wilt vluchten" en/of "Ikmaak je kapot. Ik gooi je hier door

de ramen dat je bij de Mik Mak naar binnen komt" en/of "Ik vil je. Dat is

mijn hobby. Ik pleur je in de kofferbak en breng je naar een landje" en/of

"Als ik het zelf niet doe, dan regel ik wel een paar Marokkanen die dat voor

mij willen doen.", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of

strekking en/of

- [slachtoffer B] -zakelijk weergegeven- toegevoegd dat hij, verdachte, die [slachtoffer B]

kapot zou schieten als deze/zij niet meer zouden gaan verdienen en/of

- [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] -zakelijk weergegeven- toegevoegd dat die [slachtoffer B]

en/of die [slachtoffer C] 's nachts maar beter wakker konden blijven, zodat ze niet

verrast werden in hun slaap en/of

- [slachtoffer C] dreigend bij haar nek heeft vastgepakt en/of haar keel heeft

dichtgeknepen en/of deze (daarbij) de woorden toegevoegd: " Ik zal zorgen

dat je bang voor mij wordt. Ik stuur nu iemand naar Emst en laat de strotjes

van je dieren doorsnijden." en/of "Ik laat je kind afmaken",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 06/471628-08

hij in of omstreeks de periode van 08 september 2008 tot en met 10 september

2008 in de gemeente Apeldoorn, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een

vals(e) of vervalst(e) rijbewijs, - zijnde een geschrift dat bestemd was om

tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en

onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, zich met

voornoemd rijbewijs legitimeerde bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente

Apeldoorn, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

- er sprake was van een afwijkende reproductie techniek en/of

- het ImagePerf ontbrak en/of

- de UV reactie ontbrak,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dit

geschrift bestemd was voor zodanig gebruik;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De bewijsmotivering

Parketnummer 06/460664-07 feit 1

1. Vaststaande feiten

Verdachte is omstreeks maart 2007 naast aangeefster aan [adres te plaats] komen wonen. Geruime tijd waren er problemen tussen verdachte en aangeefster die onder meer de openbare parkeerplaats voor de woning van verdachte betroffen. Op 29 november 2009 heeft aangeefster haar auto op de openbare parkeerplaats voor de woning van verdachte geparkeerd. Toen verdachte enige tijd later thuis kwam, was er geen parkeerplaats voor zijn auto. Er heeft vervolgens een woordenwisseling plaatsgevonden tussen verdachte en aangeefster.

2. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het feit.

3. Standpunt van verdachte en zijn raadsman

Verdachte ontkent dat hij de in de tenlastelegging genoemde bewoordingen heeft gebruikt. De raadsman heeft daarnaast aangevoerd dat getwijfeld kan worden aan de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen nu alle verhoren door dezelfde verbalisant zijn afgenomen en, gezien het tijdsverloop, op elkaar zouden kunnen zijn afgestemd. Hij heeft vrijspraak bepleit.

4. Overwegingen van de rechtbank1

De rechtbank overweegt als volgt.

Aangeefster [slachtoffer A] heeft verklaard2 dat zij haar auto op 29 november 2007 omstreeks 19.45 uur heeft geparkeerd voor de woning van verdachte aan [adres te plaats]. Omstreeks 20.30 uur belde verdachte bij de woning van aangeefster en haar man aan. Hij vond dat ze de parkeerplaats voor zijn woning vrij moesten laten. Verdachte werd verbaal agressief en riep iets in de trant van: “als je weer in mijn vaarwater komt dan maak ik je dood. Ik snijd je keel open, dat zweer ik op de ogen van mijn kinderen. Ik ben niet bang als ik hiervoor een straf moet uitzitten.”

De aangifte van [slachtoffer A] wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige A] en [getuige B]. Zo heeft getuige [getuige A] verklaard3 dat hij op 29 november 2007 omstreeks 20.30 uur zag en hoorde dat verdachte met een harde stem en op een dwingende toon bedreigingen uitte tegen zijn buren [slachtoffer A] en [getuige B] en dat het ging over de auto die [slachtoffer A] op de openbare weg voor de woning van verdachte had geparkeerd. [getuige A] hoorde dat verdachte zei: “Je weet uit welk milieu ik kom” en: “kom niet in mijn vaarwater” en: “Als je dat herhaalt dan weet ik je te vinden. Ik zou er maar niet zeker van zijn dat je morgen wakker wordt. En ik heb schijt aan de politie. Ik neuk ze in hun kont, dat weten ze wel.”

[getuige B] heeft verklaard4 dat verdachte op 29 november 2007 omstreeks 20.30 uur bij zijn woning aan [adres te plaats] aanbelde. Hij heeft vervolgens gehoord dat verdachte zijn partner [slachtoffer A] met de dood bedreigde en dat hij zei: “Als je weer in mijn vaarwater komt dan maak ik je dood. Ik snijd je keel open. Dat zweer ik op de ogen van mijn kinderen. Ik ben niet bang voor de straf die ik daarvoor krijg.” Tegenover de rechter-commissaris heeft [getuige B] in aanvulling hierop verklaard5 dat verdachte een tirade hield over wie zij wel dachten dat ze waren en dat ze hem niet voor de voeten moesten lopen. Hij maakte daarbij een opmerking of zij nog wel konden slapen met het idee dat hij hen ieder moment iets kon aandoen. [getuige B] heeft verder gehoord dat verdachte tegen [slachtoffer A] heeft gezegd: “ik ben bereid jou de keel door te snijden en mijn vrouw en kind daarvoor achter te laten.” Verdachte maakte ook opmerkingen dat hij in de gevangenis had gezeten.

De rechtbank neemt verder in aanmerking dat verdachte heeft verder verklaard6 dat hij met zijn buren al vaker ruzie heeft gehad over het parkeren van hun auto voor zijn woning en dat hij meerdere keren tegen hen heeft gezegd dat ze niet in zijn vaarwater moesten komen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman betreffende de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen, nu dit onvoldoende onderbouwd is en ook anderszins niet is gebleken dat moet worden getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de verklaringen die door de getuigen zijn afgelegd. Overigens ontgaat het de rechtbank wat de relevantie is van de opmerking dat een aantal verhoren is afgenomen door dezelfde verbalisant.

Gelet op het feit dat de getuigenverklaringen de aangifte ondersteunen, gaat de rechtbank voorbij aan de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij geen bedreigingen tegen [slachtoffer A] heeft geuit. De rechtbank acht in dit verband mede van belang dat verdachte tegenover de politie heeft verklaard dat hij boos wordt als zijn buren voor zijn woning parkeren en dat hij, als hij boos is, dingen zegt die hij zich achteraf niet meer kan herinneren. Het schreeuwen en het uiten van verwensingen is volgens verdachte voor hem een manier om zijn boosheid te temperen. Ook heeft verdachte verklaard dat hij niet meer weet welke bewoordingen hij op 29 november 2007 heeft gebruikt7. Dit in aanmerking nemend acht de rechtbank bewezen dat verdachte bedreigingen heeft geuit tegen [slachtoffer A].

Parketnummer 06/460664-07 feit 2

5. Vaststaande feiten

Verdachte en aangever [slachtoffer B] zijn in 2005 samen een tatoeagebedrijf begonnen in Apeldoorn. Gedurende de samenwerking heeft verdachte regelmatig kritiek geuit op aangever onder meer vanwege de kleding die aangever droeg. Op dinsdag 4 december 2007 is aangever niet naar het bedrijf gegaan. Toen hij door verdachte werd gebeld, heeft hij gezegd dat hij helemaal niet meer zou komen.

6. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het feit. Zij acht echter niet bewezen dat verdachte aangeefster [slachtoffer C] bij de nek of keel heeft vastgepakt.

7. Standpunt van verdachte en zijn raadsman

Verdachte ontkent dat hij bedreigingen heeft geuit. De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft betoogd dat er onvoldoende bewijs is dat aangever [slachtoffer B] en aangeefster [slachtoffer C] door zijn cliënt zijn bedreigd. Hij vindt het vreemd dat aangever gedurende drie jaar lang zou zijn bedreigd en vernederd, terwijl hij normaal naar zijn werk kwam. Daarnaast hebben diverse door de rechter-commissaris gehoorde getuigen verklaard dat zij niets hebben gemerkt van bedreigingen. De raadsman heeft verder aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer C] als getuige van de bedreiging tegen [slachtoffer B], bewijsrechtelijk niet van waarde is, omdat zij aanwezig was bij de aangifte door [slachtoffer B].

8. Overwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit heeft begaan. De rechtbank overweegt in dit verband dat aangever [slachtoffer B] gedurende ongeveer drie jaar heeft samengewerkt met verdachte. Hoewel de aangifte van [slachtoffer B] wordt ondersteund door de getuigenverklaring van [getuige C], zijn er ook getuigen die hebben verklaard dat zij niets hebben gemerkt van bedreigingen aan het adres van aangever. De rechtbank overweegt in dit verband dat uit de verklaringen naar voren komt dat deze getuigen veelvuldig (in bepaalde periodes) in de winkel van aangever en verdachte aanwezig zijn geweest. Zij acht daarom niet overtuigend bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde bewoordingen heeft gezegd, te minder nu uit de verklaringen van aangever en verdachte naar voren komt dat verdachte aangever in de zaak nodig had, omdat hij zelf de techniek van het tatoeëren niet beheerste.

Gelet op het voorgaande dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Parketnummer 06/471628-08

9. Vaststaande feiten

Op 8 september 2008 is verdachte bij de publieksbalie van de gemeente Apeldoorn geweest om zich te laten inschrijven in de gemeente Apeldoorn. Hij heeft zich gelegitimeerd met een rijbewijs. De baliemedewerker heeft het rijbewijs ingenomen, omdat hij vermoedde dat het een vervalsing betrof.

10. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het feit.

11. Standpunt van verdachte en zijn raadsman

Door en namens verdachte is vrijspraak bepleit. Hiertoe is betoogd dat het document dat aan de baliemedewerker is overgelegd een kopie/duplicaat van het originele rijbewijs was. Het was geen geschrift dat voor echt moest doorgaan. Bovendien was het niet het opzet van verdachte om een vals document over te leggen.

12. Overwegingen van de rechtbank8

De rechtbank acht dit feit bewezen. Zij overweegt als volgt.

[getuige D] heeft verklaard9 dat op 8 september 2008 op de afdeling bevolkingszaken van de gemeente Apeldoorn een man en vrouw kwamen die zich wilden inschrijven in de gemeente Apeldoorn. Teneinde zich te legitimeren overhandigde de man een Nederlands rijbewijs op naam van [verdachte, ] geboren te [plaats] op

[1973]. [getuige D] voelde en zag dat het geen origineel rijbewijs was, omdat het watermerk en de zilverkleurige doorschijnende pasfoto niet zichtbaar waren, de aanwezige pasfoto niet oplichtte en het rijbewijs niet natuurlijk aanvoelde. Verder zag hij dat het lettertype van de serienummers niet overeenkwam met dat van een origineel rijbewijs. Uit de GBA bleek verder dat de datum van afgifte van het overgelegde rijbewijs niet overeenkwam met het originele rijbewijs.

Volgens [getuige D] deed de man voorkomen alsof het een origineel rijbewijs betrof.

Verbalisant Lans heeft het overgelegde rijbewijs onderzocht en verklaard10 dat zij de volgende afwijkende kenmerken heeft geconstateerd:

- afwijkende reproductie techniek

- ontbreken van een ImagePerf

- ontbreken UV reactie.

Op grond hiervan heeft zij geconcludeerd dat het rijbewijs vals is.

Anders dan verdachte is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige situatie niet gesproken kan worden van een kopie van het originele rijbewijs. Het door verdachte aan de baliemedewerker overgelegde document heeft de vorm van een plastic bankpas terwijl het originele rijbewijs een papieren document is. Verdachte heeft tegenover de politie hierover verklaard11 dat hij met een speciale printer en scanner zijn rijbewijsgegevens heeft geprint op een niet ingevuld Nederlands rijbewijs in bankpasvorm. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij, om het document echt te laten lijken, de originele gegevens van zijn rijbewijs erop heeft gezet. De datum van afgifte heeft hij veranderd, omdat op het moment van afgifte van het originele rijbewijs het rijbewijs in de vorm van een bankpas nog niet bestond. Gelet hierop en gelet op het feit dat verdachte heeft verklaard dat hij op 8 september 2008 op het gemeentehuis in Apeldoorn was en zich heeft gelegitimeerd met het nagemaakte rijbewijs, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan worden geconcludeerd dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals rijbewijs.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde van parketnummer 06/460664-07 en het onder parketnummer 06/471628-08 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 06/460664-07

1.

hij op 29 november 2007, te Apeldoorn, (zijn buurvrouw) [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de woorden toegevoegd : "Kom niet in mijn vaarwater" en/of "Als je weer in mijn

vaarwater komt, dan maak ik je dood." en/of "Ik snij je keel open, dat zweer ik op de ogen van mijn kinderen" en/of "Ik ben niet bang als ik hiervoor een straf moet uitzitten" en/of "Als je dat herhaalt, dan weet ik je te vinden. Je weet uit welk milieu ik kom" en/of "Ik zou er maar niet zeker van zijn dat je morgen wakker wordt. En ik heb schijt aan de politie. Ik neuk ze in hun kont, dat weten ze wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Parketnummer 06/471628-08

hij in de periode van 8 september 2008 tot en met 10 september 2008 in de gemeente Apeldoorn, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals rijbewijs, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, zich met voornoemd rijbewijs legitimeerde bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente Apeldoorn, en bestaande die valsheid hierin dat

- er sprake was van een afwijkende reproductie techniek en

- het ImagePerf ontbrak en

- de UV reactie ontbrak,

terwijl hij wist, dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Parketnummer 06/460664-07

Feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Parketnummer 06/471628-08

Opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde van parketnummer 06/460664-07 en het ten laste gelegde van parketnummer 06/471628-08 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.

De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat geen verweer gevoerd.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van zijn buurvrouw, omdat zij haar auto op de parkeerplaats voor zijn woning had geparkeerd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij om deze reden bedreigingen heeft geuit tegen zijn buurvrouw. Het betrof een openbare parkeerplaats. Verdachte was niet meer dan een ander gerechtigd van deze plaats gebruik te maken, maar bovendien is zijn reactie jegens de buurvrouw grof en getuigen zijn uitlatingen niet van respect. Bovendien heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het gebruik maken van een vals rijbewijs, waarvan hij ook wist dat dit vals was. Door aldus te handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijke verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming als het onderhavige. Dit geldt temeer voor een vals rijbewijs, aangezien een rijbewijs in het maatschappelijke verkeer ook als identiteitsbewijs wordt gebruikt.

De rechtbank acht een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank heeft hierbij op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in rekening gebracht de veroordelingen bij de kanton- en politierechter en het Gerechtshof, uitgesproken in de periode van december 2007 tot en met september 2008.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57, 63, 225 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde van parketnummer 06/460664-07 heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde van parketnummer 06/460664-07 en het ten laste gelegde van parketnummer 06/471628-08 heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Parketnummer 06/460664-07

Feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Parketnummer 06/471628-08

Opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, Kleinrensink en Van den Dungen-Dijkstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juni 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0621/07-221251, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, Team Binnenstad, gesloten en getekend op 28 december 2007.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A], p. 18

3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 20

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B], p. 22

5 Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 28-1-2009 van [getuige B], p.7

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p.27

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p.28

8 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0624/08-208006, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, Team Zuid-West, gesloten en getekend op 2 oktober 2008.

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D], p.14

10 Proces-verbaal van documentenonderzoek, p.18

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p.16/17