Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ0874

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
30-06-2009
Zaaknummer
06/460552-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor acht diefstalllen (waarvan twee pogingen), vaak in de nachtelijke uren in woningen. De rechtbank legt een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk op, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460552-08

Uitspraak d.d.: 30 juni 2009

tegenspraak / dip / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1990],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring De Kruisberg te Doetinchem.

Raadsman: mr. M.N.M. van der Zande, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

6 februari 2009, 31 maart 2009 en 16 juni 2009.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

De rechtbank heeft het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis afgewezen, nu de gronden en ernstige bezwaren aanwezig zijn. Voorts is een situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering thans niet aan de orde.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, op of omstreeks 20 oktober 2008 te Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan de [adres 1] nummer heeft weggenomen een MP3-speler (van her merk

Creative) en/of een (mobiele) telefoon (van het merk Prada), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, terwijl dit feit in de voor de nachtrust bestemde uren heeft

plaatsgevonden;

(incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij, op of omstreeks 20 oktober 2008 te Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan de [adres 2] heeft weggenomen autosleutel(s) en/of een portemonnee

en/of een of meer pakje(s) sigaretten (van het merk Marlboro) en/of een of

meer bankpasje(s) en/of een of meer identiteitskaart(en) en/of een of meer

rijbewij(s)(zen) en/of een zwart kastje met blue tooth, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, terwijl dit feit in de voor de nachtrust

bestemde uren heeft plaatsgevonden;

(incident 8)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij, op of omstreeks 22 oktober 2008 te Apeldoorn,

tezamen met een of meer ander(en), alhans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan [adres 3] heeft weggenomen een of meer (auto)sleutel(s) en/of

een of meer bankpas(sen) en/of geld en/of een portemonnee, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, terwijl dit feit in de voor de nachtrust bestemde uren heeft

plaatsgevonden;

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij, op of omstreeks 21 oktober 2008 te Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan [adres 4] heeft weggenomen een mapje met daarin een of meer

kentekenbewij(s)(zen) en/of een rijbewijs en/of een (auto)sleutel en/of een

afstandsbediening, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij, op of omstreeks 22 september 2008 te Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een garage/schuur

(behorende bij de woning [adres 5]) heeft weggenomen een (zwarte)

bromfiets/snorfiets (van het merk Tomos), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer F], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 7)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij, op of omstreeks 06 november 2008 te Apeldoorn,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres 6]) en/of een

garage ([adres 7]) behorende bij het appartementencomplex gelegen aan Het

Verlaat weg te nemen geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer G] en/of [slachtoffer H], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang

tot de woning en/of garage te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld

en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen, met voormeld oogmerk:

bij de woning aan [adres 6]:

- op het balkon is geklommen en/of (vervolgens) aan deuren en/of ramen heeft

gevoeld en/of (zoekend) naar binnen heeft gekeken en/of

bij de garage behorend bij [adres 7]:

- het toegangshek heeft opgetild en/of een spuitbus onder het hek heeft gelegd

en/of met een takje getracht heeft de (hek)sensor te activeren en/of een of

meerdere rooster(s) als hefboom heeft gebruikt en/of met een rek heeft

getracht het toegangshek te openen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 2 en 9)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij, op of omstreeks 26 juni 2008 te Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen

aan [adres 8] heeft weggenomen een (zwarte)

mobiele telefoon (van het merk Samsung) en/of sigaretten en/of een aansteker,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer I],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg

te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

hij, op of omstreeks 07 juli 2008 te Apeldoorn,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 9]

weg te nemen geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en

zich daarbij de toegang tot de woning heeft verschaft en/of die/dat weg te

nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde

A. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde. Hierbij heeft hij gesteld, dat bij feit 5 de braak/verbreking niet bewezen kan worden en dat dat bij feit 6 geldt voor wat betreft de poging tot inbraak/inklimming in de woning.

B. Standpunt van verdachte

Door en namens verdachte is bepleit dat het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde bewezen kan worden, met uitzondering van het bestanddeel braak/verbreking (feit 5) en de poging inbraak/inklimming in de woning (feit 6).

C. Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich hierbij op:

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

- de aangifte van [slachtoffer A];2

- de verklaring van [getuige A];3

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

- - de aangifte van [slachtoffer B];4

- - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

- - de aangifte van [slachtoffer D];5

- - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

- - de aangifte van [slachtoffer E];6

- - de verklaring van [medeverdachte A];7

- - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

- - de aangifte van [slachtoffer F];8

- - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009.

De rechtbank overweegt in navolging van de officier van justitie en de raadsman dat, nu verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009 heeft verklaard dat de deur en de brommer niet op slot zaten en uit de aangifte niet voldoende duidelijk blijkt van braak, respectievelijk dat het slot verbroken zou zijn, verdachte dient te worden vrijgesproken van de het bestanddeel braak/verbreking/inklimming.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

- - de aangifte van [slachtoffer G];9

- - de verklaring van [medeverdachte B];10

- - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de verklaringen van [slachtoffer G], [medeverdachte B] en verdachte dat verdachte het doel had om de auto, waarvan hij eerder de sleutels had buit gemaakt, uit de garage mee te nemen en met dat doel via de woning van [slachtoffer G] de garage poogde te bereiken. De rechtbank zal verdachte derhalve van de poging tot inbraak in de woning vrijspreken, zoals dit ook door de officier van justitie en de raadsman is betoogd.

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

- - de aangifte van [slachtoffer I];11

- - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 31 maart 2009.

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

D. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 8 ten laste gelegde.

E. Standpunt van verdachte

Door en namens verdachte is vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde. Verdachte heeft verklaard dat hij geen goederen wilde stelen. Tevens wordt de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster betwist.

F. Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer J] heeft aangifte gedaan van een poging tot diefstal uit haar woning aan [adres 9] te Apeldoorn.12 Zij was op 7 juli 2008 in haar woning en liep de woonkamer in, alwaar zij verdachte aantrof. De achterdeur van haar woning stond op een kier. Aangeefster vroeg wat hij moest in haar woning en zei dat hij weg moest gaan. Dat deed hij na aandringen. Aangeefster mist geen goederen uit haar woning.13 Aangeefster kende verdachte wel, maar hij kwam nooit bij haar op visite.14

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 7 juli 2008 bij [slachtoffer J] in de woning is geweest. Hij heeft verklaard dat hij zes jaar niet bij [slachtoffer J] is geweest, maar hij wilde haar de kortste weg naar de wijk De Maten in Apeldoorn vragen.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte niet geloofwaardig, mede gelet op de modus operandi in samenhang met de andere bewezenverklaarde feiten. De verklaring van [slachtoffer J] acht de rechtbank geloofwaardig, nu zij haar verklaring in essentie niet heeft gewijzigd en enkel bij haar tweede verhoor een verduidelijking heeft aangebracht in haar verklaring. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en acht het onder 8 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 20 oktober 2008 te Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een MP3-speler (van het merk Creative) en een (mobiele) telefoon (van het merk Prada), toebehorende aan [slachtoffer A], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming, terwijl dit feit in de voor de nachtrust bestemde uren heeft plaatsgevonden;

(incident 6)

2.

hij op 20 oktober 2008 te Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen autosleutel(s) en een portemonnee en een pakje sigaretten (van het merk Marlboro) en bankpasjes en een identiteitskaart en een rijbewijs toebehorende aan [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C], de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming, terwijl dit feit in de voor de nachtrust bestemde uren heeft plaatsgevonden;

(incident 8)

3.

hij op 22 oktober 2008 te Apeldoorn tezamen met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 3] heeft weggenomen (auto)sleutel(s) en een bankpas en geld en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer D], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming, terwijl dit feit in de voor de nachtrust bestemde uren heeft plaatsgevonden;

(incident 1)

4.

hij op 21 oktober 2008 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 4] heeft weggenomen een mapje met daarin kentekenbewijzen en een rijbewijs en een autosleutel en een afstandsbediening, toebehorende aan [slachtoffer E], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

(incident 3)

5.

hij op 22 september 2008 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een garage/schuur (behorende bij de woning [adres 5]) heeft weggenomen een zwarte bromfiets/snorfiets van het merk Tomos, toebehorende aan

[slachtoffer F];

(incident 7)

6.

hij op 06 november 2008 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een garage ([adres 7]) behorende bij het appartementencomplex gelegen aan [adres] weg te nemen goederen, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader, en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak of verbreking, met zijn mededader, met voormeld oogmerk:

bij de garage behorend bij [adres 7]:

- het toegangshek heeft opgetild en een spuitbus onder het hek heeft gelegd en met een takje getracht heeft de heksensor te activeren en een rooster als hefboom heeft gebruikt en met een rek heeft getracht het toegangshek te openen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 2 en 9)

7.

hij op 26 juni 2008 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 8] heeft weggenomen een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung en sigaretten en een aansteker toebehorende aan [slachtoffer I];

8.

hij op 07 juli 2008 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 9] weg te nemen geld en/of goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zich daarbij de toegang tot de woning heeft verschaft, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1 en 2 (telkens): diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Feit 3: diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Feit 5: diefstal;

Feit 6: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking;

Feit 7: diefstal;

Feit 8: poging tot diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport, gedateerd 20 maart 2009, opgemaakt door dr. J.P.M. van der Leeuw, klinisch psycholoog/psychotherapeut. In het rapport wordt het volgende vermeld:

“Bij verdachte is sprake van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, overwegend hyperactief-impulsief type bij een jonge man met een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en borderline trekken. Verdachte is tot een bestaanswijze geraakt die gekenmerkt wordt door impulsiviteit, kick-seeking-behaviour, gebrek aan verantwoordelijkheid, gebrek aan scrupules en gebrek aan empathie. Het ten laste gelegde is een regelrecht product van deze dynamiek. Verdachte heeft wel weet van het ongeoorloofde karakter van zijn handelen, maar door zijn meervoudige problematiek is hij ten aanzien van het ten laste gelegde licht verminderd toerekeningsvatbaar.”

De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze conclusie over.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk geëist, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

2. De raadsman heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstallen uit woningen. Daarbij heeft hij zich een aantal keren toegang tot de woning verschaft door daar binnen te gaan op uren, waarop de bewoners lagen te slapen. Hierdoor heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners en de rust die zij in hun woning plegen te genieten. Met de diefstallen uit een woning heeft verdachte een groot gevoel van onveiligheid veroorzaakt bij de betreffende benadeelden. Naar de ervaring leert worden hierbij ook vaak goederen gestolen, waaraan zij op gevoelsgronden sterk zijn gehecht. Tevens veroorzaken dergelijke feiten grote maatschappelijke onrust.

5. De rechtbank houdt rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. Van één van deze veroordelingen liep de proeftijd nog. De feiten 1 tot en met 6 zijn door verdachte gepleegd gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis in het kader van de feiten 7 en 8. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

6. De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met het rapport van de jeugdreclassering van 2 februari 2009, waaruit blijkt, dat verdachte het moeilijk vindt om zich aan afspraken te houden en dat zijn wil om uit detentie te komen maakt dat verdachte op dit moment meer belooft dan hij kan waarmaken. Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met het rapport van het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering van 20 maart 2009, waarin onder meer is vermeld, dat uit het RISc onderzoek een hoge kans op recidive naar voren komt.

7. Uit het pro-justitia rapport van dr. Van Leeuwen -voornoemd- blijkt eveneens dat het recidiverisico hoog is. In diens rapport wordt een klinische opname geadviseerd. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het rapport van de reclassering van 3 juni 2009, waaruit eveneens blijkt dat het wenselijk is dat verdachte zich klinisch laat behandelen. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven niet bereid te zijn tot een klinische opname. Derhalve ziet de rechtbank geen redenen tot het opleggen van een klinische behandeling. Nu de klinisch psycholoog/psychotherapeut in diens rapport heeft aangegeven geen heil te zien in een ambulante behandeling zonder dat daaraan een (langdurige) klinische behandeling aan vooraf is gegaan en uit het laatstgenoemde reclasseringsrapport gebleken is dat een ambulante behandeling bij De Tender niet tot de mogelijkheden behoort en de reclassering eveneens geen heil ziet in ambulante behandeling, zal evenmin een dergelijke behandeling in de vorm van een bijzondere voorwaarde worden opgelegd. De rechtbank acht reclasseringstoezicht evenmin passend en geboden, zoals dit ook door de reclassering is geadviseerd.

8. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer D] heeft zich ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 580,57 gevoegd in het strafproces.

De benadeelde partij [slachtoffer I] heeft zich ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 249,00 gevoegd in het strafproces.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer D] tot het gevorderde bedrag en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij [slachtoffer I], nu haar vordering niet zo eenvoudig van aard is dat deze kan worden afgedaan in het strafproces.

Standpunt verdachte

De raadsman heeft bepleit dat de vorderingen van zowel [slachtoffer D] als [slachtoffer I] niet eenvoudig van aard zijn en derhalve niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

Oordeel rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer D] als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. De rechtbank acht het gevorderde bedrag van € 580,57 toewijsbaar.

Verdachte is hoofdelijk aansprakelijk voor de schade ontstaan als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer I] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer [slachtoffer D].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 45, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1 en 2 (telkens): diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Feit 3: diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Feit 5: diefstal;

Feit 6: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking;

Feit 7: diefstal;

Feit 8: poging tot diefstal.

verklaart verdachte strafbaar.

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 (éénentwintig) maanden.

bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 7 (zeven) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer D], [adres 3], [plaats] (bankrekening [nummer]) van een bedrag van € 580,57, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer D], voornoemd, een bedrag te betalen van € 580,57, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 11 (elf) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer I] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis inzake parketnummer

06/460395-08.

Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Prisse en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juni 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna ten aanzien van het onder 1, 7 en 8 ten laste gelegde wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0625/08-206628, gedateerd 26 augustus 2008. Wanneer hierna ten aanzien van het onder 2, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam) proces-verbaal nr. PL0623/08-209564, gedateerd 4 december 2008.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] (pagina 167-169).

3 Proces-verbaal van verhoor van [getuige A] (pagina 172).

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer B] (pagina 185-187).

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer D] (pagina 49-50).

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer E] (pagina 126-130).

7 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte A] (pagina 73-74, 135-140).

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer F] (pagina 179-180).

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer G] (pagina 82-83).

10 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte B] (pagina 96-97).

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer I] (pagina 23-25).

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer J] (pagina 44-47).

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer J] (pagina 44).

14 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer J] (pagina 46-47).