Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI8734

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
18-06-2009
Zaaknummer
09/563 VEROR
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De burgemeester van Nunspeet heeft geen aanleiding hoeven zien om de openingstijden van een tapasrestaurant in Nunspeet te herzien. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk op de grond dat – kort gezegd – het besluit van de burgemeester van Nunspeet van 17 april 2009 een primair besluit is waartegen eerst bezwaar had moeten worden gemaakt door eiseres. De eiseres moet eerst bezwaar maken op het besluit alvorens beroep bij de rechtbank in te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: 09/563 VEROR

Uitspraak in het geding tussen:

[eiseres]

te Nunspeet,

eiseres,

en

de burgemeester van de gemeente Nunspeet

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2009 heeft verweerder beslist dat de door eiseres geëxploiteerde horeca-inrichting ‘[naam tapasrestaurant]’ aan de [adres] te Nunspeet met ingang van 13 februari 2009 weer geopend mag zijn voor het publiek voor het exploiteren van een tapasrestaurant, waarbij tot 1 juli 2009 een sluitingstijd van 20.00 uur geldt.

Bij brief van 12 maart 2009 heeft eiseres verzocht om de openingstijden te verruimen tot 01.00 uur.

Bij besluit van 17 april 2009 heeft verweerder dit verzoek afgewezen.

Namens eiseres heeft mr. L. Bolier, juridisch adviseur te Elspeet, beroep ingesteld tegen het besluit van 17 april 2009.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), voor zover thans van belang, dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken.

Ingevolge artikel 1:5, eerste lid, van de Awb wordt onder het maken van bezwaar verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of het besluit van 17 april 2009 moet worden aangemerkt als een primair besluit dan wel – naar eiseres heeft betoogd – als een besluit op bezwaar. Voor de beantwoording van die vraag is bepalend of de brief van eiseres van 12 maart 2009 kan worden aangemerkt als een bezwaarschrift in de zin van artikel 1:5 van de Awb. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. De brief bevat geen enkel aanknopingspunt dat beoogd is daarin te vragen om een voorziening tegen het besluit van 12 februari 2009. Zo komt in de brief het woord ‘bezwaar’ niet voor en bevat deze geen expliciete verwijzing naar dat besluit.

Nu de desbetreffende brief niet kan worden aangemerkt als een bezwaarschrift, dient het besluit van 17 april 2009 te worden aangemerkt als een primair besluit, waarop artikel 7:1 van de Awb van toepassing is. Nu geen van de in dat artikel genoemde uitzonderingen op de hoofdregel dat eerst bezwaar moet worden gemaakt zich voordoet, had het op de weg van eiseres gelegen tegen dat besluit eerst bezwaar te maken alvorens beroep in te stellen. Met toepassing van artikel 8:54 van de Awb zal het beroepschrift daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank ziet aanleiding ervan af te zien om het beroepschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Awb door te zenden aan verweerder ter behandeling als bezwaarschrift, nu verweerder het geschrift reeds in zijn bezit heeft en bovendien is gebleken dat namens eiseres (zekerheidshalve) bij brief van 20 april 2009, onder verwijzing naar de gronden van beroep, bezwaar is gemaakt tegen het besluit van 17 april 2009.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Tj. Gerbranda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2009.