Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7429

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
11-06-2009
Datum publicatie
11-06-2009
Zaaknummer
06/460433-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 45-jarige man uit Apeldoorn wegens de moord op zijn (ex-)vrouw tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 jaar. De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van lange duur behoort te worden opgelegd, doch van kortere duur dan geëist door de officier van justitie. De rechtbank heeft rekening gehouden met het gegeven dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en omdat is gebleken dat verdachte geen ver van te voren beraamd plan had om zijn vrouw te doden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460433-08

Uitspraak d.d.: 11 juni 2009

Tegenspraak – dip

Raadsvrouwe: mr. W. Bénard-van Deutekom

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats, 1964]

wonende te [adres]

nu gedetineerd in PI Achterhoek, HvB De Kruisberg te Doetinchem

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

9 december 2008, 6 maart 2009, 7 april 2009 en 28 mei 2009.

2. Aanhoudingsverzoek

Tijdens het pleidooi heeft de verdediging, onder verwijzing naar de brief van PI Haaglanden d.d. 14 oktober 2008 erop gewezen dat verdachte is gediagnosticeerd met epileptische insulten op basis van hypertensieve encephalopathie. Uit daarbij gevoegde informatie blijkt dat deze aandoening -naast andere symptomen - bewustzijnsdaling tot gevolg kan hebben. De raadsvrouw stelt dat ten tijde van het delict wellicht sprake is geweest van een bewustzijnsdaling die zo intens is geweest, dat verdachte niet meer wist wat hij deed en waardoor hij niet in voldoende mate zijn wil heeft kunnen bepalen en geen keuzes heeft kunnen maken. Alsdan kan de wil van verdachte niet op levensbeëindiging zijn gericht geweest. De kans bestaat dat dan vrijspraak moet volgen. Medisch onderzoek kan van belang zijn voor de strafmaat. De verdediging heeft de rechtbank verzocht het onderzoek ter terechtzitting te schorsen, teneinde nader medisch onderzoek te gelasten omtrent de lichamelijke toestand van verdachte in relatie tot het ten laste gelegde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaan op basis van de beschikbare dossierstukken, en dan met name de verklaringen van [kind A] en [kind B], onvoldoende aanwijzingen dat verdachtes bewustzijn ten tijde van de levensbeëindiging van het slachtoffer was gedaald als door de raadsvrouw aangevoerd. Zij overweegt daartoe tevens dat verdachte kort nadat het delict was gepleegd, zelf de politie heeft gebeld met de mededeling dat hij zijn vrouw had vermoord en zich blijkens die mededeling kennelijk volledig bewust was van hetgeen hij kort tevoren had gedaan.

De rechtbank haalt in dat verband aan:

- het proces-verbaal van bevindingen van de politie (1) : “Ik vroeg dus nogmaals of hij kon

vertellen wat er was gebeurd voor zijn aanhouding. Wij, verbalisanten, hoorden dat

verdachte [verdachte] vervolgens schreeuwde:”“ik heb mijn vrouw vermoord, ik heb mijn vrouw vermoord””;

Bovendien is in het kader van het onderzoek in het Pieter Baan Centrum ruim aandacht besteed aan de lichamelijke toestand van verdachte. In het rapport van het Pieter Baan Centrum (2) is daarover onder meer het volgende opgenomen:”Wel heeft het onderzoekend team inzicht gekregen in de uitgebreide somatische problematiek van betrokkene op grond waarvan gesteld kan worden dat betrokkene weliswaar veel somatische klachten heeft (diabetes mellitus, hypertensieve encephalopathie, gecompenseerde hypothyreoidie, mogelijke afwijkingen in de bijnierfunctie) en dat er sprake is van een kwetsbaar brein, maar dat aan deze klachten geen forensisch psychiatrische betekenis kan worden toegeschreven. “

De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding tot het doen verrichten van nader medisch onderzoek naar de lichamelijke toestand van verdachte en wijst het verzoek af.

3. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 september 2008, te Apeldoorn,

opzettelijk en met voorbedachten rade zijn vrouw/levensgezel [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een (slagers)mes, althans met een scherp voorwerp in het (boven)lichaam gestoken en/of gestoten, althans getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 03 september 2008, te Apeldoorn,

opzettelijk F. [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een (slagers)mes, althans met een scherp voorwerp, in het (boven)lichaam gestoken en/of gestoten, althans getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

4. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. Overwegingen ten aanzien van het bewijs (3)

A. Vaststaande feiten

Op 3 september 2008 omstreeks 00.18 uur krijgen verbalisanten de opdracht van de regionale meldkamer te Apeldoorn te gaan naar het adres [adres] te Apeldoorn alwaar een vrouw vijf keer gestoken zou zijn in haar lichaam.(4) Aldaar wordt het levenloze lichaam van een vrouw aangetroffen.(5) Het slachtoffer was op een niet natuurlijke wijze overleden. Uit onderzoek bleek dat het slachtoffer geïdentificeerd kon worden als [slachtoffer].(6)

Verdachte meldt zich op 3 september 2008 te ongeveer 00.23 uur telefonisch bij het alarmnummer 112 (7) met de mededeling: “Ik ben [verdachte], ik heb mijn vrouw vermoord”.

Hij wordt vervolgens in de [adres] te Apeldoorn aangehouden (8) en bij veiligheidsfouillering (9) wordt in de linker binnenzak van zijn jas een zogenoemd slagersmes aangetroffen en inbeslaggenomen.

Uit het door het NFI verrichte pathologisch onderzoek (10) blijkt dat bij het slachtoffer [slachtoffer], oud 45 jaren, het intreden van de dood wordt verklaard door bloedverlies, ten gevolge van meervoudig steek-/snijletsel.

Uit een NFI-rapport (11) blijkt dat de bloedsporen op het mes afkomstig zijn van slachtoffer [slachtoffer].

B. Standpunt van het openbaar ministerie

5.1. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het primair ten laste gelegde, moord, wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daartoe voert hij aan dat er sprake is van doodslag met voorbedachte raad; dat er sprake is van een moment van kalm overleg en bedaard nadenken voorafgaand aan de uitvoering. Hij voert voorts aan dat er geen sprake is van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, omdat het al langer broeide in het hoofd van verdachte door de problemen rond zijn relatie die ook nog eens versterkt zijn door de Somalische cultuur. Verdachte was die avond weer boos op zijn vrouw, is naar beneden gegaan en heeft een mes gepakt. Verdachte had op dat moment anders kunnen handelen, maar heeft toch het mes gepakt, is daarmee naar boven gegaan en heeft zijn vrouw vervolgens meermalen gestoken. De officier van justitie voert daarnaast aan dat verdachte verschillende momenten heeft gehad, waarbij hij de tijd had om zich te beraden op zijn besluit en er bovendien voldoende gelegenheid heeft bestaan om over de betekenis en de

gevolgen van zijn daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Ook zijn er daarnaast nog verschillende momenten geweest waarop verdachte had kunnen

stoppen met zijn gewelddadig handelen.

5.2. De bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit baseert de officier van

justitie, naast bovenstaande, op:

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie; hij heeft bekend dat hij zijn

vrouw gestoken heeft en dat hij haar heeft vermoord. Daarnaast heeft verdachte vlak

na zijn aanhouding tegen de politie verklaard:”ik heb mijn vrouw vermoord, ik heb

mijn vrouw vermoord”;

- de getuigenverklaringen van zijn twee kinderen, te weten [kind A] en [kind B];

- het gegeven dat het mes waarmee gestoken is, bij de aanhouding van verdachte op hem is aangetroffen;

- het gegeven dat de bloedsporen die op het mes zijn onderzocht en het DNA profiel

van het bloed dat is aangetroffen op het mes, overeenkomen met het DNA profiel

van het slachtoffer;

- het gegeven dat de bloedsporen die op het matras in de slaapkamer zijn aangetroffen en die lijken op de vorm van een mes, een vorm is die overeenkomt met het mes dat bij verdachte is aangetroffen;

- het overeenkomen van het DNA profiel van bloed aangetroffen onder de nagelriem van de ringvinger van verdachte met het DNA profiel van het slachtoffer;

- de conclusie van de arts patholoog, dat het intreden van de dood van het slachtoffer

het gevolg is van meervoudig steek-/snijletsel.

C. Standpunt van de verdediging

5.3. De raadsvrouwe heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, nu van “kalm beraad, rustig overleg en van een vooropgezet plan ”(de zgn. voorbedachte rade) geen sprake is geweest. Zij voert daartoe aan dat er kennelijk sprake is geweest van een ogenblikkelijke intense gemoedsbeweging, een besluit en een onmiddellijk daarop gevolgde actie, waarbij er in de beleving van verdachte geen ruimte was de betekenis en de mogelijke gevolgen waarmee hij bezig was, tot zich door te laten dringen.

5.4. De raadsvrouwe voert tevens aan dat de getuigenverklaringen van de minderjarige kinderen van verdachte, [kind A] en [kind B], dienen te worden uitgesloten van het bewijs, nu uit de processtukken is gebleken dat zij tijdens de verhoren door de politie niet op hun verschoningsrecht zijn gewezen. Zij voert daartoe nog aan dat zeker nu het om minderjarige kinderen gaat, er een informatieplicht aan de kant van de overheid, in casu de politie, rust.

5.5. De raadsvrouwe bepleit verder verdachte ten aanzien van het primair en subsidiair ten

laste gelegde vrij te spreken aangezien niet bewezen kan worden dat de wil van

verdachte gericht is geweest op levensbeëindiging, ook niet in de voorwaardelijke variant van opzet. De raadsvrouwe voert daartoe aan dat, gezien de lichamelijke conditie van verdachte en alle emoties, de hypertensie van verdachte tot ongekende hoogte moet zijn opgelopen, met als gevolg bewustzijnsdaling. Een bewustzijnsdaling die zo intens is geweest dat verdachte niet meer wist wat hij deed, waardoor hij niet in voldoende mate zijn wil heeft kunnen bepalen en derhalve ook geen keuzes heeft kunnen maken.

5.6. Ten slotte heeft de raadsvrouwe ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste

gelegde nog betoogd dat niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van een slagersmes, maar dat sprake is geweest van een keukenmes.

D. Beoordeling door de rechtbank

5.7. De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit wettig en

overtuigend bewezen kan worden verklaard en acht hiervoor de volgende feiten en

omstandigheden redengevend.

Op 3 september 2008 omstreeks 00.18 uur wordt door een persoon, genaamd [kind B], bij de Regionale Meldkamer Apeldoorn gemeld dat zijn moeder [slachtoffer] in haar woning vijf maal door zijn vader met een mes gestoken is (12) . Voorts dat

zijn vader de woning intussen lopend heeft verlaten.

Op 3 september 2008 omstreeks 00.20 uur komt bij de Regionale meldkamer

Apeldoorn een melding binnen van een man, genaamd [verdachte], die

verklaarde dat hij zijn vrouw heeft vermoord (13) .

Bij zijn verhoren bij de politie heeft de verdachte het volgende verklaard (14) .

Verdachte heeft op 3 september 2008 ruzie gehad met zijn vrouw. Hij en zijn vrouw

leefden al langere tijd gescheiden en hij wilde weer bij zijn vrouw en kinderen wonen, maar zijn vrouw wilde dit niet. Zijn vrouw zei vervolgens dat hij die nacht wel mocht blijven, maar de volgende morgen moest hij definitief weggaan. Zijn vrouw en kinderen gingen slapen. Zijn vrouw lag toen in de kamer van de kinderen op het onderste stapelbed. Hij zou in de grote slaapkamer slapen. Toen de kinderen sliepen is hij naar boven gelopen om met zijn vrouw te praten. Zijn vrouw wilde dit niet. Vervolgens is hij weer naar beneden gegaan en heeft in de keuken een mes uit de la gepakt. Hij is met dit mes weer naar boven gelopen en heeft - in het bijzijn van zijn kinderen - uit woede over de afgelopen 10 jaar zijn vrouw op het moment dat zij ging staan, met dit mes meermalen in haar borst gestoken. Vervolgens is hij lopend het huis uitgegaan en heeft in de omgeving van het buurthuis de politie gebeld.

Verdachte heeft verder verklaard (15) dat het niet zijn intentie was om zijn vrouw te doden. Hij weet niet wat er gebeurde en weet niet wanneer hij het mes gepakt heeft. Hij zegt dat hij er niet bij was met zijn hoofd en op het politiebureau pas zag dat hij bloed op zijn kleding had.

Bij zijn verhoor door de rechter-commissaris op 5 september 2008 (16) heeft hij onder meer verklaard: “Ik wilde haar niet vermoorden. Ik hoorde later toen ik in de gevangenis zat dat ze was overleden. Ik heb haar met een mes gestoken. Ik weet niet hoe vaak. Ik weet niet of dit vaker was dan een keer. Het mes lag in het huis. Ik kan mij niet herinneren waar. Mijn bewustzijn was minder op dat moment”.

[kind A], oudste dochter van verdachte heeft – gehoord volgens het studioverhoorprotocol - onder meer het volgende verklaard (17) .

Op 2 september 2008 om ongeveer 21.00 uur ben ik gaan slapen. Op een gegeven moment werd ik wakker van mijn moeders geschreeuw in de kamer naast mij. Ik hoorde mijn moeder schreeuwen: “Niet doen, blijf van mij af“. Als ik de kamer inkom, zie ik mijn moeder op de grond op een matras liggen en staat vader over mijn moeder gebogen met een mes in zijn handen. Ik smeek hem van moeder af te blijven, maar hij luistert niet. Ik pak de buis van de stofzuigerslang en op dat moment draait vader zich naar mij om en loopt mij achterna, terwijl hij dreigend kijkt en zegt: ”Donder op, waag het niet”. In de gang voor de kamer van [kind B] stopt vader opeens en gaat weer terug naar mijn moeder. Ik zie dat hij mijn moeder nog tweemaal steekt.

Daarna gaat mijn vader naar mijn moeders slaapkamer en pakt iets groots en zwarts, volgens mij een tas en zegt: “Bel de politie maar, want je hebt ook in mijn hart gestoken”.

[kind B], zoon van verdachte heeft – gehoord volgens het studioverhoorprotocol - onder meer het volgende verklaard (18) .

Op 2 september 2008 ging ik rond 23.00 uur slapen. Eigenlijk had ik om 22.00 uur al naar bed gewild, omdat ik de volgende dag school had, maar mijn moeder wilde dat ik beneden bij haar bleef. Mijn vader keek toen nog TV en ging later naar boven. Mijn zusjes [kind C], [kind D] en [kind E] sliepen al in het stapelbed. Mijn moeder lag met [kind D] in het onderste bed. Ik slaap eigenlijk in een andere kamer, maar ik heb mijn matras gepakt en heb dit op de grond voor het stapelbed gelegd. Mijn oudere zus [kind A] heeft een eigen slaapkamer. Mijn vader lag in de slaapkamer van mijn moeder.

’s Nachts, toen wij sliepen, kwam mijn vader opeens binnen en zei tegen mijn moeder: “Kom, je mag daar slapen en ik slaap hier wel”, maar mijn moeder wilde dit niet.

Vervolgens hoorde ik mijn moeder keihard schreeuwen. Ik schrok mij dood, dus ik schreeuwde ook. Ik werd wakker van het geschreeuw en opende mijn ogen en toen zag ik mijn vader. Eerst dacht ik dat het een droom was. Ik dacht dat ik mijn vader mijn moeder zag slaan met zijn vuist. Ik zag mijn vader dat drie keer doen. Mijn moeder lag toen scheef op haar rug op de matras waar ik op had geslapen. Ik probeerde hem tegen te houden en zag toen dat hij een mes in zijn handen had. Dit mes lag thuis. Het is een groot mes, met een verbrand zwart handvat. Wij gebruiken dit mes om bijvoorbeeld meloen mee door te snijden.

Mijn vader liep weg en ik zag door de deuropening, dat mijn zus [kind A] op de gang kwam aanlopen. Zij pakte de stofzuigerstang die daar lag en wilde mijn vader op zijn hoofd slaan of zo, maar mijn vader zei: “Als je dat doet dan steek ik jou ook neer”. Ik schrok mij echt dood. Ik dacht dat hij mij ook wou steken. Toen ging hij opeens nog weer, twee keer of drie keer zo toeslaan. Mijn moeder lag toen op haar rug. Volgens mij was ze toen al dood. Mijn zusje [kind D], die op het onderste bed lag, werd wakker terwijl mijn vader aan het steken was.

Vervolgens ging mijn vader naar beneden en ik heb in mijn moeders slaapkamer 112 gebeld.

Op het lichaam van [slachtoffer] is sectie verricht.(19) Bij de sectie werden vele steek/snijletsels aan o.a. hals, armen, handen, romp, heupen en benen gevonden. Het betrof hier deels oppervlakkige en deels diepere letsels, waarbij o.a. de rechter halsslagader was geperforeerd. Alle letsels waren het gevolg van inwerking van herhaaldelijk uitwendig perforerend mechanisch geweld, zoals bijvoorbeeld kan optreden bij het steken met een of meerdere grote messen. Deze letsels waren bij leven opgelopen en ze verklaren het intreden van de dood zonder meer op basis van het bloedverlies. De letsels aan de handen en benen zouden zogenaamde afweerletsels kunnen zijn.

5.8. De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat

verdachte zijn vrouw met voorbedachte raad van het leven heeft beroofd. Verdachte heeft zijn vrouw benaderd op de slaapkamer, waar zij sliep met een aantal van haar kinderen. Nadat zijn vrouw niet met hem wilde praten, is hij boos naar beneden gegaan en heeft een mes uit de keukenla gepakt. Daarna is hij terug naar boven gegaan en heeft zijn vrouw meermalen met dit mes gestoken. Verdachte is vervolgens in zijn handelen onderbroken door zijn dochter die de kamer binnenkomt met een stofzuigerslang, waarna hij op zijn dochter afkomt, haar volgt en bedreigt. Vervolgens draait verdachte zich weer om en gaat terug naar de slaapkamer om zijn vrouw nog meermalen met het mes te steken.

De rechtbank leidt uit deze feiten en omstandigheden af dat verdachte weliswaar niet een ver van tevoren beraamd plan ten uitvoer heeft gebracht, maar dat hij welbewust uitvoering heeft gegeven aan het besluit om zijn vrouw om het leven te brengen. Dat dit besluit wellicht pas is gerezen op het moment dat zijn vrouw niet meer met hem wilde praten op de slaapkamer, waar zij zich met haar kinderen bevond, doet aan de voorbedachte raad niet af. Immers, verdachte heeft dat besluit ten uitvoer gebracht middels een aantal verschillende bewuste handelingen, die in hun samenhang gericht waren op het om het leven brengen van zijn vrouw. Hoewel de totale tijdspanne, waarin de handelingen hebben plaatsgevonden, wellicht beperkt is geweest, heeft verdachte daarin op meerdere momenten de tijd en gelegenheid gehad om zich te beraden op zijn voorgenomen besluit om zijn vrouw te doden en hij had kunnen stoppen met zijn gewelddadig handelen. Bovendien heeft voor verdachte ook voldoende gelegenheid bestaan om over de betekenis en de gevolgen van zijn daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

5.9. De rechtbank ziet daarbij geen reden tot het door de raadsvrouw bepleite uitsluiten

voor het bewijs van de verklaringen van de kinderen [kind A] en [kind B]. De rechtbank stelt vast dat geen rechtsregel verplicht tot het, op straffe van bewijsuitsluiting, door de politie wijzen van een getuige op het hem/haar toekomende verschoningsrecht. Hoewel voorstelbaar is dat een daadwerkelijke effectuering van het verschoningsrecht erbij gebaat zou kunnen zijn dat een getuige daarop wordt gewezen, kan dit niet afdoen aan het feit dat de ratio van het verschoningsrecht is gelegen in eventuele gewetensnood van een getuige bij het verklaren over of met betrekking tot een familielid. De rechtbank stelt dan vast dat in casu de kinderen voorafgaand aan het verhoor zelf duidelijk hebben aangegeven dat ze wilden praten over hetgeen hun vader bij hun moeder had gedaan.(20)

5.10. Ten aanzien van het door de raadsvrouwe aangevoerde inzake het ontbreken van opzet

cq. voorwaardelijke opzet is de rechtbank van oordeel dat de overwegingen,

aangehaald bij de verwerping van het schorsingsverzoek (21) , hier evenzeer van belang

zijn, nu de door de raadsvrouwe aangehaalde omstandigheid “verlaging van het

bewustzijn ten tijde van het plegen van het delict leiden tot het buiten zijn wil om het

leven brengen van zijn vrouw”, niet aannemelijk is geworden.

5.11. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 3 september 2008, te Apeldoorn, opzettelijk en met voorbedachten rade zijn vrouw

[slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, met een mes, in het lichaam gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

6. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Moord

8. Strafbaarheid van de verdachte

8.1 Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

9. Oplegging van straf en/of maatregel

9.1 De officier van justitie heeft –het primair ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaar met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft daarbij nog aangevoerd dat hij bij zijn eis rekening heeft gehouden met het feit dat, gelet op verdachtes weigering aan de benodigde onderzoeken medewerking te verlenen, verdachte volledig toerekeningsvatbaar is geweest ten tijde van het plegen van het strafbare feit.

9.2 Door en namens verdachte is aangevoerd dat het verdachte niet aan te rekenen valt dat het in het Pieter Baan Centrum niet zo is gelopen als men daar kennelijk gewenst achtte omdat men bij het Pieter Baan Centrum niet voldoende toegespitst is op mensen met een andere culturele achtergrond en andere taal en er, voor zover bekend, ook geen Somalische deskundige aan te pas is gekomen. Voorts is aangevoerd dat het voor het overige ook een rol zal hebben gespeeld dat dit gebeuren verdachte in mentaal opzicht zo heeft aangetast dat het hem de kracht en de moed heeft ontbroken zich actief op te stellen.

Verder verzoekt de raadsvrouwe er rekening mee te houden dat verdachte niet iemand is die het allemaal niet uitmaakt, dat hij totaal gebroken is, dat hij tot in het diepst van zijn wezen ervaart dat het toegebrachte verdriet, de pijn en het intense gemis nooit en te nimmer meer goed gemaakt en ook nooit verlicht kunnen worden.

9.3 De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

9.4 De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft de vrouw met wie hij getrouwd was, de moeder van zijn vijf kinderen, gedood. Dat gebeurde niet in een opwelling, maar nadat verdachte welbewust de beslissing had genomen haar om het leven te brengen, hetgeen betekent dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een van de zwaarste misdrijven die de strafwet kent. Verdachte heeft welbewust de confrontatie met het slachtoffer opgezocht, waarbij er diverse momenten zijn geweest waarop hij zich nog aan de op handen zijnde confrontatie had kunnen onttrekken. Verdachte is evenwel toch naar het slachtoffer toegegaan en heeft zich vervolgens laten leiden door opgekropte woede en is het slachtoffer op de bewezenverklaarde wijze (onverhoeds) te lijf gegaan.

Hij heeft het slachtoffer beroofd van haar meest kostbare bezit, het leven, en dusdoende ook zijn vijf jonge kinderen hun moeder ontnomen.

Daarmee heeft verdachte onpeilbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van zijn vrouw en in de eerste plaats haar kinderen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij het misdrijf heeft gepleegd terwijl drie van zijn kinderen (16,14 en 9 jaar oud) hiervan getuige waren en zich in de onmiddellijke nabijheid bevonden. Verdachte heeft zelfs zijn oudste dochter met de dood bedreigd toen zij tussenbeide wilde komen.

Die kinderen hebben het doden van hun moeder moeten meebeleven, een gebeurtenis waar zij naar verwachting de rest van hun leven onder zullen blijven lijden. Alle vijf de kinderen zullen verder moeten leven zonder hun moeder. Zij moeten bovendien leven met de wetenschap dat hun moeder is gedood door hun eigen vader. Het feit dat de kinderen zullen moeten leven met de wetenschap dat hun moeder op gruwelijke wijze om leven is gebracht, zal het voor hen nog moeilijker maken dit verlies te verwerken.

Dat verdachte voor wat hij op dat gebied heeft aangericht op geen enkel moment enig invoelingsvermogen aan de dag heeft gelegd blijkt mede hieruit dat hij na het plegen van het delict het pand heeft verlaten, daarbij de kinderen met het ontzielde lichaam van hun moeder in de woning achterlatend.

9.5 Ten nadele van verdachte slaat de rechtbank verder acht op de omstandigheid dat hij er

ter terechtzitting nauwelijks blijk van heeft gegeven inzicht te hebben in de ernst van hetgeen hij heeft aangericht, laat staan dat hij enig oprecht gevoelen van spijt daaromtrent tot uiting heeft gebracht. Het is wrang te moeten vaststellen dat verdachte kennelijk eerder de schuld voor het gebeuren geheel buiten zichzelf legt en zichzelf als slachtoffer presenteert van wat zijn vrouw hem heeft aangedaan, door niet meer met hem te willen samenleven.

9.6 De rechtbank heeft beperkt ten gunste van verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het zich in de stukken bevindende uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

9.7 Doordat de verdachte categorisch heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een

persoonlijkheidsonderzoek door het Pieter Baan Centrum te Utrecht, heeft de rechtbank geen inzicht kunnen krijgen in de geestestoestand van verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde delict.

De rechtbank beschikt derhalve niet over een oordeel van gedragsdeskundigen met betrekking tot de mate waarin het bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend. Door geen inzicht te willen geven in zijn handelen en de achtergrond daarvan, creëert verdachte onduidelijkheid. Bij gebreke van zodanige gegevens rest de rechtbank uit een oogpunt van vergelding van de daad en beveiliging van de maatschappij slechts oplegging van een langdurige vrijheidsstraf.

9.7 Ten slotte heeft de rechtbank onderzocht welke straffen er in vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

9.8 Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte slechts een

gevangenisstraf van lange duur behoort te worden opgelegd, doch van kortere duur dan geëist door de officier van justitie. De rechtbank heeft rekening gehouden met het gegeven dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en omdat is gebleken dat verdachte geen ver van te voren beraamd plan had om zijn vrouw te doden.

10. In beslag genomen voorwerpen.

10.1 Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien met behulp van dit voorwerp het bewezenverklaarde feit is begaan, en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

- Mes, kleur zwart, ART&COOKING, keuken (nr. 1).

De tussen haakjes achter de verschillende voorwerpen vermelde nummers verwijzen naar de beslaglijst, zoals deze is opgenomen in het dossier.

10.2 Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de rechtbank voorts de teruggave gelasten van de overige, na te melden voorwerpen aan de veroordeelde.

- 1 Papier, M307.3.001, kassabon AH, AH Mobiel 30 dd. 02-09-2009, 12, (nr. 2);

- Boek, kleur blauw, quaraanka M307.3.002, pag. 342 een groen notebook met

geschreven aantekeningen (nr. 3);

- 1 Papier, M307.3.003, kladblok met vermoedelijk soma-tekst (nr. 4);

- Agenda, M307.3.005, agenda met handgeschreven aantekeningen (nr. 5);

- Boek, M307.3.005, boek met handgeschreven tekst (nr. 6);

- 7 Cassettebandjes, M307.3.006, cassettebandjes (nr. 7);

- 1 Papier, M307.3.007, handbeschreven notitieblokken (nr. 8);

- 1 Papier, M307.3.008, handbeschreven notitieblok (nr. 9);

- 19 Cassettebanden, M307.3.010 (nr. 10);

- 1 Papier, kleur groen, M307.3.011, map met opdruk bank love (nr. 11);

- 1 Papier, M307.3.012, diverse bedrukte documenten (p. 12);

- 1 Papier, M307.3.013, handbeschreven documenten (p. 13);

- Cassetteband, M307.3.014 (nr. 14);

- Koffer, kleur zwart, M307.3.017, koffier met poezie en spirituele geschriften (nr.

15).

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36d en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

Moord

• verklaart verdachte strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) jaar;

• beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

• beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- Mes, kleur zwart, ART&COOKING, keuken (nr. 1);

• gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- 1 Papier, M307.3.001, kassabon AH, AH Mobiel 30 dd. 02-09-2009, 12, (nr. 2);

- Boek, kleur blauw, quaraanka M307.3.002, pag. 342 een groen notebook met

geschreven aantekeningen (nr. 3);

- 1 Papier, M307.3.003, kladblok met vermoedelijk soma-tekst (nr. 4);

- Agenda, M307.3.005, agenda met handgeschreven aantekeningen (nr. 5);

- Boek, M307.3.005, boek met handgeschreven tekst (nr. 6);

- 7 Cassettebandjes, M307.3.006, cassettebandjes (nr. 7);

- 1 Papier, M307.3.007, handbeschreven notitieblokken (nr. 8);

- 1 Papier, M307.3.008, handbeschreven notitieblok (nr. 9);

- 19 Cassettebanden, M307.3.010 (nr. 10);

- 1 Papier, kleur groen, M307.3.011, map met opdruk bank love (nr. 11);

- 1 Papier, M307.3.012, diverse bedrukte documenten (p. 12);

- 1 Papier, M307.3.013, handbeschreven documenten (p. 13);

- Cassetteband, M307.3.014 (nr. 14);

- Koffer, kleur zwart, M307.3.017, koffier met poezie en spirituele geschriften (nr.

15).

Aldus gewezen door mr. Van de Wetering, voorzitter, mr. Van der Hooft en mr. Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van Heebink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2009.

Eindnoten

1 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisanten], pagina 30

2 het rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Pschologie, Locatie Pieter Baan Centrum dd. 26 maart 2009

3 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van de in wettelijke vorm opgemaakte processen- verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte stamproces-verbaal, nr. PL0620/08-207277, gesloten en ondertekend door [verbalisant], inspecteur van politie Team Recherche, District Apeldoorn, Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, op 13 november 2008, tenzij anders vermeld.

4 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina's 129 en 130.

5 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpagina 5 e.v..

6 Proces-verbaal ambtelijk verslag, doorgenummerde dossierpagina 113 en proces-verbaal van verhoor [verbalisant], doorgenummerde dossierpagina 114.

7 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, doorgenummerde dossierpagina's 85-88

8 Proces-verbaal van aanhouding, doorgenummerde pagina's 23-25

9 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina's 32-34

10 NFI Deskundigenrapport schouw [slachtoffer] (schriftelijk bescheid), zaaknr. 2008.09.03.065, van 4 september 2008, dossierpagina 62

11 NFI Deskundigenrapport DNA/bloedspooronderzoek (schriftelijk bescheid), zaaknr. 2008.09.03.065, van 15 oktober 2008.

12 Proces-verbaal ambtelijk verslag, doorgenummerde dossierpagina's 77-84.

13 Proces-verbaal ambtelijk verslag, doorgenummerde dossierpagina's 85-88.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde dossierpagina's 241-245.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde dossierpagina's 256-257.

16 Proces-verbaal van verhoor rechter-commissaris dd 5 september 2008 RC-nr 08/712

17 Proces-verbaal van verhoor [kind A], doorgenummerde dossierpagina's 165-173

18 Proces-verbaal van verhoor [kind B], doorgenummerde dossierpagina's 148-160.

19 Deskundigenrapport NFI d.d. 9 oktober 2008, F.R.W. van de Goot, arts patholoog

20 Procesverbaal van verhoor van getuige [kind B], pag. 148 en proces verbaal van verhoor van getuige [kind A], pag. 165

21 Punt 2 van dit vonnis