Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7167

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
06/580163-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de zware mishandeling van zijn zeer jonge kind. Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan het in een hulpeloze toestand brengen en laten van het kind, omdat hij geen veilige leefomgeving heeft geboden. Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf. De rechtbank acht bewezen dat verdachte het kind een neusfractuur heeft toegebracht. Hierbij is onder andere acht geslagen op de verklaring van de gezinsvoogd, de verklaring van de moeder (LJN BI7170) en de conclusies van de deskundige van het NFI. Het neusletsel is niet het gevolg van een ongelukje in de huiselijke omgeving. De door verdachte geuite veronderstellingen en mogelijke verklaringen voor het ontstaan van het neusletsel acht de rechtbank volmaakt onaannemelijk. De rechtbank acht het ernstige feiten die indruisen tegen alle gevoelens van ontferming die van ouders ten opzichte van hun kinderen mogen worden verwacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580163-08

Uitspraak d.d.: 9 juni 2009

Tegenspraak/ dnip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1970],

wonende aan [adres en plaats],

raadsman: mr. P.P. Verdoorn, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 mei 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 december

2007 tot en met 05 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in

Nederland ,tezamen en in vereniging met een ander en/of alleen, aan zijn kind

[slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer], geboren op [2006])

(telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel ( (een) neusfractu(u)r(en)

en/of (een) ernstige vervorming(en) in het gezicht) heeft toegebracht door

deze (telkens) opzettelijk meermalen, althans eenmaal

- met kracht (met een hard en/of zwaar voorwerp) tegen diens neus, althans in

diens gezicht te slaan en/of

- met kracht tegen diens neus, althans in diens gezicht te stompen en/of te

knijpen en/of te schoppen en/of te trappen en/of

- met kracht met diens gezicht tegen een hard en/of zwaar voorwerp te slaan

en/of te drukken en/of zodanige druk op diens neus uit te oefenen dat die

neus brak en/of

- hard (op de grond) op diens gezicht te laten vallen en/of

- met kracht van meubilair af te slaan of te duwen;

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

21 december 2007 tot en met 05 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn en/of

elders in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander en/of alleen, aan zijn kind [slachtoffer]

(roepnaam [slachtoffer], geboren op [2006]), opzettelijk zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet meermalen, althans eenmaal

- die [slachtoffer] met kracht (met een hard en/of zwaar voorwerp) tegen diens neus,

althans in diens gezicht heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] tegen diens neus, althans in diens gezicht heeft gestompt en/of

geknepen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer] met kracht met diens gezicht tegen een hard en/of zwaar voorwerp

heeft geslagen en/of heeft gedrukt en/of zodanige druk op die neus heeft

uitgeoefend dat die neus brak en/of

- die [slachtoffer] hard (op de grond) op diens gezicht heeft laten vallen en/of

- die [slachtoffer] met kracht van meubilair heeft afgeslagen en/of afgeduwd en/of

- die [slachtoffer] hard op/tegen diens arm(en) heeft geslagen en/of gestompt en/of

geschopt en/of getrapt en/of deze met kracht aan diens arm(en) heeft

getrokken en/of bij diens arm(en) heeft gegrepen en/of zodanige druk op

een van die armen heeft uitgeoefend dat deze arm brak en/of

- die [slachtoffer] met kracht in diens gezicht heeft vastgepakt en/of in diens

gezicht en/of bij/achter diens o(o)r(en) en/of in diens mondholte/gehemelte

heeft geknepen en/of gekrabt en/of een/of meer vinger(s) en/of voorwerp(en)

in diens mond heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer] elders op/tegen/in/aan diens lijfje heeft geduwd en/of gedrukt

en/of geknepen en/of gekrabt en/of gebeten en/of geslagen en/of gestompt

en/of geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer] heeft laten vallen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 december

2007 tot en met 05 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of alleen (telkens)

opzettelijk mishandelend zijn kind [slachtoffer]

(roepnaam [slachtoffer], geboren op [2006]) meermalen, althans eenmaal

- met kracht (met een hard en/of zwaar voorwerp) tegen diens neus, althans in

diens gezicht heeft geslagen en/of tegen diens neus, althans in diens

gezicht heeft gestompt en/of geknepen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- met kracht met diens gezicht tegen een hard en/of zwaar voorwerp heeft

geslagen en/of gedrukt en/of zodanige druk op die neus heeft uitgeoefend dat

die neus brak en/of

- hard (op de grond) op diens gezicht heeft laten vallen en/of

- met kracht van meubilair heeft afgeslagen en/of afgeduwd en/of

- hard op/tegen diens arm(en) heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt

en/of getrapt en/of met kracht aan diens arm(en) heeft getrokken en/of bij

diens arm(en) heeft gegrepen en/of zodanige druk op een van die armen heeft

uitgeoefend dat die arm brak en/of

- met kracht in diens gezicht heeft vastgepakt en/of in diens gezicht en/of

bij /achter diens o(o)r(en) en/of in diens mondholte/gehemelte heeft

geknepen en/of gekrabt en/of een/of meer vinger(s) en/of voorwerp(en) in

diens mond heeft geduwd en/of

- elders op/tegen/in/aan diens lijfje heeft geduwd en/of gedrukt en/of

geknepen en/of gekrabt en/of gebeten en/of geslagen en/of gestompt en/of

geschopt en/of getrapt en/of

- heeft laten vallen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden,

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 december

2007 tot en met 05 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in

Nederland,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander en/of alleen

(telkens) opzettelijk zijn kind [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer], geboren [2006]), tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij als ouder

krachtens wet verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of

gelaten,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader toen aldaar (telkens)

meermalen, althans eenmaal

- die [slachtoffer] met kracht (met een hard en/of zwaar voorwerp) tegen diens neus,

althans in diens gezicht geslagen en/of tegen diens neus, althans in diens

gezicht gestompt en/of geknepen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer] met kracht met diens gezicht tegen een hard en/of zwaar voorwerp

geslagen en/of gedrukt en/of zodanige druk op die neus uitgeoefend dat die

neus brak en/of

- die [slachtoffer] hard (op de grond) op diens gezicht laten vallen en/of

- die [slachtoffer] met kracht van meubilair af geslagen en/of geduwd en/of

- die [slachtoffer] hard op/tegen diens arm(en) geslagen en/of gestompt en/of

geschopt en/of getrapt en/of met kracht aan diens arm(en) getrokken en/of

bij diens arm(en) gegrepen en/of zodanige druk op een van die armen

uitgeoefend dat die arm brak en/of

- die [slachtoffer] met kracht in diens gezicht vastgepakt en/of in diens gezicht

en/of bij /achter diens o(o)r(en) en/of in diens mondholte/gehemelte

geknepen en/of gekrabt en/of een/of meer vinger(s) en/of voorwerp(en) in

diens mond geduwd en/of

- die [slachtoffer] elders op/tegen/in/aan diens lijfje geduwd en/of gedrukt en/of

geknepen en/of gekrabt en/of gebeten en/of geslagen en/of gestompt en/of

geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer] laten vallen en/of

- toegelaten en/of niet belet dat een of meer van bovengenoemde handeling(en)

(tegen welke handeling(en) die [slachtoffer] zich niet kon verweren) plaatsvond(en)

en/of

- geen, althans onvoldoende toezicht gehouden op die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] niet, althans onvoldoende behoed voor (om)vallen en/of zichzelf

(hard) stoten en/of verwonden en/of

- (aldus) geen veilige leefomgeving aan die [slachtoffer] geboden en/of

- aan [slachtoffer] tijdige inschakeling van medische hulp en/of (medische) verzorging

onthouden,

terwijl deze feiten/dit feit (telkens) zwaar lichamelijk letsel bij die [slachtoffer]

[verdachte], te weten (een) neusfractu(u)r(en) en/of ernstige vervorming(en) van

diens gezicht, ten gevolge heeft/hebben gehad;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 257 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 255 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Weergave van de feiten

Verdachte is gehuwd met [medeverdachte]. Het echtpaar heeft een op [2006] geboren tweeling: [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer]) en [tweelingbroertje slachtoffer] (roepnaam [tweelingbroertje slachtoffer]).

In december 2006 zijn beide kinderen met divers letsel opgenomen in het Gelreziekenhuis te Apeldoorn. Verdachte en [verdachte] zijn toen verdachten geweest van mishandeling van [tweelingbroertje slachtoffer]. De kinderen zijn door bureau Jeugdzorg uit huis geplaatst in een pleeggezin. De zaak tegen [medeverdachte] is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Verdachte is voor dat feit gedagvaard en vervolgens vrijgesproken.

Vanaf 12 november 2007 heeft het hele gezin verbleven in het gezinspsychiatrisch centrum van GGZ Drenthe (24-uurs observatiekliniek “de Bron”) waar de ouders zijn geobserveerd en begeleid in de omgang en verzorging van de kinderen. Op 21 december 2007 is het gezin ontslagen en is de tweeling met [medeverdachte] en verdachte naar huis gegaan. “De Bron” is van mening dat [medeverdachte] en verdachte hebben laten zien dat ze over voldoende ouderschap beschikken en dat er met name bij verdachte een ontwikkeling heeft plaatsgevonden in de rust waarmee hij de kinderen verzorgt. De veiligheid die de ouders aan de kinderen boden, was bij ontslag van het gezin uit “De Bron” voldoende.

Op 5 februari 2008 om 22.00 uur is [medeverdachte] met [slachtoffer] naar de huisartsenpost gegaan omdat de neus van [slachtoffer] opgezet was. De huisarts heeft hoofdletsel geconstateerd en heeft [slachtoffer] doorverwezen naar de eerste hulp van het Gelreziekenhuis te Apeldoorn. De aldaar dienstdoende kinderartsen Rovekamp en Stumpel hebben [slachtoffer] rond 22.30 uur gezien en geconstateerd dat de neus gezwollen was met rond beide ogen blauwe verkleuringen. De kinderartsen hebben gezien dat [slachtoffer] verspreid over het lichaam meerdere blauwe plekken had, met een opvallende blauwe plek onder de rechterkaak in de hals en laag op de rug. Een medisch fotograaf heeft hiervan foto’s gemaakt, die zich in het dossier bevinden. Voorts zijn er een CT-scan en röntgenfoto’s van de benen gemaakt. Er werden geen botbreuken of bloedingen in de schedel geconstateerd.

Op 6 februari 2008 heeft de KNO-arts bij [slachtoffer] operatief een bloeding in het neustussenschot verwijderd. Die dag zijn ook röntgenfoto’s van het skelet van [slachtoffer] gemaakt waarbij in de rechteronderarm in beide botten een breuk van 4 tot 5 weken oud is gezien.

De kinderarts heeft op 6 februari 2008 de gezinsvoogd [gezindsvoogd] van Bureau Jeugdzorg op de hoogte gesteld van de ziekenhuisopname van [slachtoffer] en van het geconstateerde letsel. Deze heeft zijn [teamleider] op de hoogte gesteld waarna, na overleg met de kinderarts, is besloten [tweelingbroertje slachtoffer] eveneens op te nemen. Omdat bij [tweelingbroertje slachtoffer] geen bijzonderheden werden geconstateerd, is [tweelingbroertje slachtoffer] dezelfde dag ontslagen en in een pleeggezin geplaatst, hetzelfde gezin waar de jongens al eerder waren opgenomen. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis op 11 maart 2008 is [slachtoffer] eveneens bij dat pleeggezin ondergebracht. Per saldo hebben beide jongetjes grofweg twee keer een periode van zes weken, te weten de eerste zes weken van hun leven en de periode vanaf 21 december 2007 tot en met 5 februari 2008, bij hun ouders verbleven.

Op 8 februari 2008 heeft [teamleider ] aangifte gedaan van zware mishandeling van [slachtoffer].

Op 16 februari 2009 heeft de deskundige R.A.C. Bilo, forensisch geneeskundige/consulent forensische pediatrie van het Nederlands Forensisch Instituut gerapporteerd omtrent het ontstaan van de bij [slachtoffer] geconstateerde letsels.

Beoordeling door de rechtbank: feit 1

Het primaire onderdeel van dit feit heeft betrekking op het bij [slachtoffer] geconstateerde ernstige neusletsel. De rechtbank acht bewezen dat verdachte zijn zoontje dit letsel heeft toegebracht.

De rechtbank baseert zich bij dat oordeel onder andere op

a. de verklaring van getuige [gezindsvoogd], gezinsvoogd, die [slachtoffer] nog daags tevoren bij verdachte en zijn echtgenote thuis heeft gezien, en dat [slachtoffer] toen aan zijn neus niets mankeerde,

b. de verklaring van medeverdachte [medeverdachte], dat geen sprake was van de aanzienlijke zwelling van zijn gezicht toen zij eerder op de dag van 5 februari 2008 even alleen boodschappen is gaan doen, maar nadien in de loop van die middag wel,

c. de verklaring van verdachte ter zitting dat hij [slachtoffer] vroeg op de avond van 5 februari 2008 een schone luier heeft gegeven en naar bed heeft gebracht en later op de avond uit bed heeft gehaald,

d. de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] ten overstaan van de politie, inhoudend dat als je weet dat je het zelf niet gedaan hebt, er dan maar één overblijft, en

e. de rapportage van dr. Bilo, gedateerd 16 februari 2009, waarin als conclusie over dit letsel staat vermeld dat het ontstaan van de afwijkingen aan de neus van [slachtoffer] in ieder geval ligt na 4 februari 2008 en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid na het laatste moment waarop beide ouders [slachtoffer] hebben gezien zonder dat letsel, namelijk voordat [slachtoffer] naar bed werd gebracht. Dr. Bilo acht hiervoor bewijzend de verklaringen van verdachte en medeverdachte dat zij pas op de avond van 5 februari 2008, nadat [slachtoffer] enige tijd in bed heeft gelegen, de afwijkingen in zijn gezicht hebben gezien. Voorts wijst dr. Bilo in dat verband op de verklaringen dat zij (medeverdachte [medeverdachte]) op 4 februari 2008 wel wat afwijkingen heeft gezien, maar niet déze afwijkingen, en dat hij (verdachte) op 4 februari 2008 niets bijzonders heeft gezien. Verder acht dr. Bilo bewijzend voor bepaling van het tijdstip van het ontstaan van de afwijkingen aan de neus van [slachtoffer] de verklaring van getuige [gezindsvoogd] die heeft verklaard dat hij op 4 februari 2008 geen afwijkingen aan de neus van [slachtoffer] heeft gezien, die op deze afwijking leken.

Een septumhematoom ontstaat binnen enkele uren na het veroorzakende trauma, aldus dr. Bilo.

Dit neusletsel kan blijkens bovenstaande bewijsmiddelen en de in geval van hoger beroep in een later nog op te maken uitputtend overzicht van de bewijsmiddelen uitsluitend zijn ontstaan in de periode van 4 tot en met 5 februari 2008, reden waarom de rechtbank de ten laste gelegde periode in de bewezenverklaring aldus zal inperken.

Uit de stukken is de rechtbank niet onomstotelijk duidelijk geworden op welke manier verdachte bij het toebrengen van dat letsel te werk is gegaan. Daarom zal de rechtbank alle ten laste gelegde alternatieven bewezen achten, nu het op basis van de rapportage van dr. Bilo voornoemd mogelijk is dat dat op een van die manieren of met aanwending van meer dan een van die geweldshandelingen is gebeurd.

De rechtbank heeft nog overgewogen of het mogelijk zou kunnen zijn dat dit letsel niet opzettelijk is toegebracht maar het gevolg is geweest van een ongelukje in de huiselijke omgeving. Daaraan staan echter de bevindingen van dr. Bilo in de weg, die immers schrijft dat het stoeien met het broertje [tweelingbroertje slachtoffer] niet plausibel is. [tweelingbroertje slachtoffer] heeft door zijn ontwikkelings¬niveau onvoldoende kracht om het bij [slachtoffer] aangetroffen letsel te veroorzaken. Voorts kan het incident met de speelgoedkist uitgesloten worden geacht omdat het tijdverloop tussen dat incident en het zichtbaar worden van de afwijkingen aan de neus van [slachtoffer] te groot is. Het zelfde geldt voor een mogelijke val van de bank. Hoewel de tijdsindicatie daarvan ontbreekt, lijkt dit incident te ver gescheiden van het moment dat de afwijkingen voor het eerst worden gezien. Ook een val in de box kan dit soort letsel niet hebben veroorzaakt. Omdat in de verstrekte gegevens geen plausibele verklaring voor het ontstaan van de bloeding in het slijmvlies van en de fractuur van het kraakbenige neustussenschot te vinden is, is, volgens dr. Bilo, fysiek geweld op basis van exclusie de enige verklaring.

De rechtbank acht voorts de door verdachte geuite veronderstellingen en gegeven mogelijke verklaringen voor het ontstaan van het neusletsel volmaakt onaannemelijk. In het bijzonder verdachtes veronderstelling dat het neusletsel zou zijn ontstaan doordat [slachtoffer] tijdens het spel met zijn broertje [tweelingbroertje slachtoffer] de rand van een speelgoeddoos tegen zijn neus zou hebben gekregen, kan als onaannemelijk van de hand worden gewezen, alleen al gezien de bevindingen van dr. Bilo, maar ook gezien de verklaring van de hiervoor onder a. genoemde getuige [gezindsvoogd].

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zijn zoon de ten laste gelegde ernstige vervormingen van het gezicht heeft toegebracht, aangezien die blijkens de stukken door tijdig medisch ingrijpen nu juist voorkomen zijn.

Beoordeling door de rechtbank: feit 2

De rechtbank acht in het verband van dit strafbare feit slechts de handelingen bewezen die hiervoor bij het eerste feit zijn genoemd, plus de handelingen als weergegeven onder het zesde gedachtenstreepje in de tenlastelegging, dat betrekking heeft op het letsel in [slachtoffer]’ mond en de blauwe plekken op zijn gezichtje. Voor andere handelingen dan deze heeft de rechtbank geen bewijs in de stukken aangetroffen. Zonneklaar is echter, dat de verdachte (hiermee en hierdoor) aan [slachtoffer] geen veilige leefomgeving heeft geboden, hetgeen onder feit 2 is ten laste gelegd. Dat feit zal dan ook bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 4 tot en met 5 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn aan zijn kind [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer], geboren op [2006])

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een neusfractuur) heeft toegebracht door

deze opzettelijk

- met kracht (met een hard en/of zwaar voorwerp) tegen diens neus, althans in

diens gezicht te slaan en/of

- met kracht tegen diens neus, althans in diens gezicht te stompen en/of te

knijpen en/of

- met kracht met diens gezicht tegen een hard en/of zwaar voorwerp te slaan

en/of te drukken en/of zodanige druk op diens neus uit te oefenen dat die

neus brak en/of

- hard (op de grond) op diens gezicht te laten vallen;

2.

hij in de periode van 21 december 2007 tot en met 5 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk zijn kind [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer], geboren [2006]), tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij als ouder krachtens wet verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader toen aldaar

- die [slachtoffer] met kracht (met een hard en/of zwaar voorwerp) tegen diens neus,

althans in diens gezicht geslagen en/of tegen diens neus, althans in diens

gezicht gestompt en/of geknepen en/of

- die [slachtoffer] met kracht met diens gezicht tegen een hard en/of zwaar voorwerp

geslagen en/of gedrukt en/of zodanige druk op die neus uitgeoefend dat die

neus brak en/of

- die [slachtoffer] hard (op de grond) op diens gezicht laten vallen en/of

- die [slachtoffer] met kracht in diens gezicht vastgepakt en/of in diens mondholte/gehemelte

geknepen en/of gekrabt en/of

- (aldus) geen veilige leefomgeving aan die [slachtoffer] geboden.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde levert het bewezenverklaarde op het misdrijf:

zware mishandeling, begaan tegen zijn kind.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde levert het bewezenverklaarde op het misdrijf:

medeplegen van in hulpeloze toestand brengen en laten.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een Pro Justitia rapport opgemaakt, gedateerd 26 november 2008, opgemaakt door dra. F. Rinia, gezondheidszorgpsycholoog/klinisch neuropsycholoog.

Met de conclusie van dit rapport, te weten dat van verdachte geen persoonlijkheidsstoornis en geen overtuigend gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens naar voren zijn gekomen en dat hij als volledig toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen. De rechtbank neemt die conclusie over.

Voorts is over verdachte een NIFP-rapport, gedateerd op 17 september 2008, opgemaakt door J.H. Verhoef, psychiater, die daarin schrijft dat in het consult bij verdachte geen psychiatrische functiestoornissen aantoonbaar zijn. De rechtbank kan zich ook hiermee verenigingen en neemt dit over.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 2 jaar en 6 maanden, geheel onvoorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorge¬bracht.

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als na te melden op zijn plaats.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling en aan het in hulpeloze toestand brengen en laten van zijn nog zeer jonge zoontje.

Dat zijn feiten, waarover in de regel grote beroering in de samenleving ontstaat.

Deze feiten worden ook door de rechtbank als zeer ernstig beschouwd, omdat zij indruisen tegen alle gevoelens van ontferming die van ouders ten opzichte van hun kinderen mogen worden verwacht.

De rechtbank neemt verdachte dit alles bijzonder kwalijk en is van oordeel dat op zulk handelen niet anders dan met onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan en moet worden gereageerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de reclassering d.d. 31 maart 2009 opgemaakt door G. Geertsma Chhatta, reclasseringswerker. In dat rapport is – kort gezegd – aangegeven dat betrokkene zich sociaal staande lijkt te houden door sociaal wenselijk gedrag te vertonen. Hij klaagt over hoofdpijn als hij wordt overvraagd. Betrokkene meent geen problemen te hebben. De ontstane situatie wijt hij aan anderen. Hij staaft deze bewering met het feit dat hij op de eerdere beschuldiging van kindermishandeling is vrijgesproken. Betrokkene lijkt zich er niet bij neer te kunnen leggen dat hij zijn kinderen niet zelf zal kunnen opvoeden. Gezien de uithuisplaatsing van de kinderen lijkt de kans op recidive niet aanwezig. Het ligt niet in de verwachting dat betrokkene opnieuw kinderen zal krijgen.

Verdachte heeft een blanco strafblad.

De straf zal lager zijn dan door de officier van justitie is gevorderd. Dat komt doordat de rechtbank door de wijze waarop de feiten aan verdachte ten laste zijn gelegd, uitsluitend het toebrengen van het neusletsel kan laten meewegen in de strafoplegging. En daarmee dus ook alleen de pleegperiode van 4 tot en met 5 februari 2008 en niet de periode van zes weken daaraan voorafgaand, waarin [slachtoffer] bij zijn beide ouders heeft verbleven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 255, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als:

1 primair. zware mishandeling, begaan tegen zijn kind;

2. medeplegen van in hulpeloze toestand brengen en laten.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Roessingh-Bakels, voorzitter, Van den Dungen-Dijkstra en Hödl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wever, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 juni 2009.