Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7152

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
06/580128-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte voor overvallen op videotheek en snackbar veroordeeld tot jeugddetentie van 404 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dat inhoudt dat hij zal deelnemen aan behandeling bij Groot Batelaar. Daarnaast wordt een maximale werkstraf (200 uren) opgelegd. Ook wordt de vordering van de benadeelde partij toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580128-09

Uitspraak d.d.: 9 juni 2009

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats op 1991],

wonende te [adres, plaats].

Raadsman mr. Y. Quint te ’s-Hertogenbosch.

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 mei 2009.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij,

op of omstreeks 17 oktober 2008 te Winterswijk,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

geldbedrag van 296 euro en/of een of meerdere pakjes sigaretten, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [videotheek] en/of

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

verdachte en/of diens mededader(s)

- zijn/hun gezicht heeft/hebben bedekt (met kleding) en/of

- aan die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "kassa

open" en/of kassa los" en/of "ook sigaretten", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking en/of

- (daarbij) (dreigend) een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp op, althans in de richting van, die [slachtoffer] heeft

gericht en/of (voortdurend) gericht gehouden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op of omstreeks 01 december 2008 te Winterswijk

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van

140 euro en/of meerdere, althans (een) pakje(s) sigaretten, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2 en/of slachtoffer 3], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s)

- zijn/hun gezicht heeft/hebben bedekt (met kleding) en/of

- aan die [slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "ik wou

even de kassa legen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking en/of

- (daarbij) (dreigend) een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp,

op voornoemde [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en/of voortdurend op die [slachtoffer 3] gericht heeft/hebben gehouden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Vaststaande feiten

Op 17 oktober 2008 is bij de politie melding gedaan van een gewapende overval op [videotheek] te Winterswijk.

Op 1 december 2008 is bij de politie melding gedaan van een gewapende overval op Snackbar Berends te Winterswijk.

B. Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Zij heeft aangevoerd dat dit niet alleen op basis van de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting bewezen kan worden verklaard, maar ook op basis van de verklaringen van de medeverdachten, alsmede op de aangiftes.

C. Standpunt van de verdachte, de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor bewezenverklaring van beide feiten.

D. Beoordeling door de rechtbank

De bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte2, welke verklaring verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd, de bekennende verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte B]3 en [medeverdachte A]4, alsmede op de aangifte van [slachtoffer]5.

De bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte6, welke verklaring verdachte ter terechtzitting heeft bevestigd, de bekennende verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte D]7 en [medeverdachte E]8, alsmede op de aangifte van [slachtoffer 3]9.

5. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij,

op 17 oktober 2008 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

geldbedrag van 296 euro en meerdere pakjes sigaretten, toebehorende aan [videotheek] en/of [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van

bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en/of diens mededader

- hun gezicht hebben bedekt met kleding en/of

- aan die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "kassa

open" en kassa los" en

- daarbij dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp op, althans in de richting van, die [slachtoffer] heeft

gericht en voortdurend gericht gehouden;

2.

hij

op 01 december 2008 te Winterswijk tezamen en in vereniging met anderen met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van

140 euro en meerdere pakjes sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 2 en/of slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of diens mededader

- hun gezicht hebben bedekt met kleding en

- aan die [slachtoffer 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "ik wou

even de kassa legen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking en

- daarbij dreigend een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp,

op voornoemde [slachtoffer 3] heeft gericht en voortdurend op die [slachtoffer 3] gericht heeft gehouden.

6. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

7. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1. en 2. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachte is op 5 mei 2009 gerapporteerd door drs. G. van der Stam-van der Kleij, GZ-psycholoog. Op 16 mei 2009 is omtrent verdachte gerapporteerd door H.J. Groenhuijzen, kinder- en jeugdpsychiater. Geconcludeerd wordt dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, te omschrijven als een zich ontwikkelende antisociale persoonlijkheidsstoornis. Op basis hiervan is er in beschrijvend diagnostische zin sprake van een gedragsstoornis, van matige ernst, beginnend in de adolescentie. Gezien de gebrekkig ontwikkelde gewetensfuncties wordt geadviseerd verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Vanuit het psychologisch onderzoek komen beperkte empathische vermogens, de emotionele oppervlakkigheid, sociale wenselijkheid, zelfbepalendheid en gebrek aan berouw als risicofactoren naar voren. Verdachte legt de verantwoordelijkheid vrijwel geheel buiten zichzelf.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

9. Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt behandeling bij Groot Batelaar.

De raadsman heeft gewezen op de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Sinds de schorsing uit de voorlopige hechtenis heeft verdachte zich aan alle afspraken gehouden. Hij heeft een goede dagbesteding en heeft een goede ontwikkeling doorgemaakt. Verdachte werkt en zal vanaf september starten met een opleiding. Dit zou niet doorkruist moeten worden. De raadsman heeft bepleit een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen met daarnaast mogelijk een fors voorwaardelijk deel. Verdachte zou baat hebben bij begeleiding door de jeugdreclassering en zal zich niet verzetten tegen het uitvoeren van een werkstraf.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige vorm van gewelds- en vermogenscriminaliteit, te weten een overval op een videotheek en een overval op een snackbar. Bij de overval op de videotheek is een mededader de winkel binnengegaan om te kijken of er klanten in de winkel waren en of er camera’s hingen. Nadat zij het sein hadden gekregen dat de kust veilig was hebben verdachte en een andere mededader hun gezicht met kleding bedekt en zijn zij de videotheek binnengegaan. De mededader heeft een vuurwapen op de eigenaar van de videotheek gericht en verdachte heeft geld en sigaretten weggenomen. De eigenaar van de videotheek en zijn echtgenote zijn zeer aangeslagen door deze overval. Zij kunnen niet meer van hun werk genieten en zijn zelfs van plan de zaak door dit voorval eerder te sluiten. Ook heeft aangever onder andere laten weten dat hij problemen heeft met slapen en eten en dat hij het vertrouwen in mensen is kwijtgeraakt. Bij de overval op de snackbar, anderhalve maand later, hebben verdachte en zijn mededader hun gezicht met kleding bedekt en zijn zij de winkel binnengegaan. Verdachte heeft een op een echt vuurwapen lijkend netvuurwapen op de man achter de toonbank gericht. De mededader is achter de toonbank gekomen en heeft geld en sigaretten weggenomen. Delicten als de onderhavige dragen in hoge mate bij tot de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid.

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een forse onvoorwaardelijke jeugddetentie passend is.

De rechtbank heeft meegewogen dat uit het strafblad10 van verdachte blijkt dat hij niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met de rapporten van drs. G. van der Stam-van der Kleij d.d. 5 mei 2009 en H.J. Groenhuijzen d.d. 16 mei 2009, waarin naar voren wordt gebracht dat behandeling en toezicht van belang zijn voor het verkleinen van de kans op recidive. Het advies is om als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf een ambulante behandeling in een gespecialiseerd forensisch behandelcentrum op te leggen. Toezicht door de reclassering (inclusief het contact met het gezin), zowel gericht op de resocialisatie als het nakomen van behandelafspraken en bereiken van het gewenste behandelresultaat zou de komende jaren voortgezet moeten worden.

De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 20 mei 2009, waarin wordt geadviseerd een werkstraf op te leggen en een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dit behandeling bij Groot Batelaar inhoudt.

Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een jeugddetentie van 404 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt dat verdachte zal deelnemen aan behandeling bij Groot Batelaar. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten zal van het onvoorwaardelijk deel worden afgetrokken. De rechtbank legt een groot deel voorwaardelijk op om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nogmaals een strafbaar feit te plegen. Doordat de voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst, is reeds een begeleidingstraject ingezet. Verdachte is, gelet op de rapportage van de jeugdreclassering en de toelichting hierop ter terechtzitting, goed bezig. Hoewel, gelet op de ernst van de feiten, een langere detentie gepast zou zijn geweest, wil de rechtbank het positief verlopende begeleidingstraject niet met een langere onvoorwaardelijke jeugddetentie doorbreken. De rechtbank heeft met name ook meegewogen dat verdachte een behandeling zal moeten volgen die langdurig en intensief kan zijn. Verdachte zal gedwongen worden zich psychisch bloot te geven en te verbeteren. In de regel is dat een pijnlijk en moeilijk proces. Het volbrengen daarvan vindt de rechtbank opwegen tegen het alternatief van de hierboven voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Om extra tot uitdrukking te brengen dat sprake is van zeer ernstige feiten, zal de rechtbank naast de reeds genoemde jeugddetentie een werkstraf voor de maximale duur aan verdachte opleggen.

10. Beslag

De inbeslaggenomen goederen, genummerd 1 en 2 op de beslaglijst, te weten een blauw Kenzarro vest en een telefoontoestel, Sony Ericsson, svo 101, worden teruggegeven aan verdachte.

11. Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer], [adres, plaats] (rekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 1.962,40 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd met ingang van 17 oktober 2008. Tevens is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De raadsman heeft met betrekking tot de vordering aangevoerd dat het materiële deel kan worden toegewezen, maar dat het immateriële deel gematigd zou moeten worden tot € 500,- als voorschot, met niet-ontvankelijk verklaring van het overige.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

12. Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 27, 36f, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. en 2. Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 404 (vierhonderdvier) dagen en bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden aangegeven door of namens de jeugdreclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zal deelnemen aan behandeling bij Groot Batelaar;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

* Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;

* beveelt de teruggave aan veroordeelde van de inbeslaggenomen goederen genummerd 1 en 2 op de beslaglijst, te weten een blauw Kenzarro vest en een telefoontoestel, Sony Ericsson, svo 101,

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres, plaats] (rekeningnummer [nummer]) van een bedrag van € 1.962,40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2008 tot de dag van de algehele voldoening en vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 654,13, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 13 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, tevens kinderrechter, Davids en Morsink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 juni 2009.

Voetnoten:

1 wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam)proces-verbaal nr. PL0640/09-202924

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte p. 376-378

3 Processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte B], p. 261-263 en p. 265-266

4 Processen-verbaal van verhoor [medeverdachte A], p. 315-319 en p. 322-324

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 110-114

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte p. 391-392

7 Processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte D] p. 410-412 en p. 416-417

8 Processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte E], p. 429-431 en p. 434

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3], p. 183-184

10 Uittreksel justitiële Documentatie d.d. 6 maart 2009