Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI3308

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-05-2009
Datum publicatie
08-05-2009
Zaaknummer
06/460542-08 Vord. na voorw. veroord. 06/460080-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Stalking van ex-vriendin (om een omgangsregeling af te dwingen) leidt tot een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/460542-08

Vord. na voorw. veroord. 06/460080-08

Uitspraak d.d. 8 mei 2009

Tegenspraak / dnip - onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1973],

wonende te [adres en plaats].

Raadsman mr. Visschers (advocaat te Elst).

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2009.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2008 tot en met 13 september 2008

in de gemeente Winterswijk en/of elders in Nederland, wederrechtelijk

stelselmatig (telkens) opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke

levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk

die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te

doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte toen en daar

- meermalen met een of meer (mobiele) telefoons die [slachtoffer] (een) sms-jes

met hinderlijke en/of bedreigende tekst(en) gestuurd en/of laten sturen,

en/of

- meermalen via één of meer hyves-adres(sen) (internet) die [slachtoffer]

(een) hinderlijk(e) en/of bedreigend(e) bericht(en) gestuurd en/of laten

sturen, en/of

- meermalen de voice-mail van die [slachtoffer] met (een) hinderlijke en/of

bedreigende tekst(en) ingesproken, en/of

- meermalen die [slachtoffer] op dier mobiele- en/of huistelefoon benaderd

en/of (vervolgens) hinderlijke en/of bedreigende woorden toegevoegd, en/of

- zich hinderlijk in de directe omgeving van die [slachtoffer] opgehouden, en/of

- meermalen familie en/of vrienden van die [slachtoffer] opgezocht en/of

geprovoceerd, en/of

- meermalen familie en/of vrienden van die [slachtoffer] telefonisch benaderd

en/of geprovoceerd;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht.

3. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Door de raadsman is aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging voor zover de tenlastelegging ziet op een ander dan de in de tenlastelegging genoemde [slachtoffer], omdat van een belaagde anders dan de genoemde [slachtoffer] geen klacht voorhanden is. De officier van justitie heeft betoogd dat de stelling van de raadsman juist is.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar strafvervolging voor zover de tenlastelegging ziet op een ander dan de in de tenlastelegging genoemde aangeefster [slachtoffer], om redenen door de raadsman aangevoerd.

5. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Inleiding.

5.1. Aanleiding voor het onderzoek van de politie was de aangifte van [slachtoffer] dat zij wederom werd gestalkt door haar ex vriend [verdachte]. Door aangeefster werd haar telefoon ter beschikking gesteld voor onderzoek door de digitale recherche. Bij de aanhouding van verdachte werden onder hem twee mobiele telefoons in beslag genomen, een Nokia type N73 en een Sony Ericsson type W810I.

Bij onderzoek van die telefoons is geen relevante informatie aangetroffen, behoudens dat in één van de telefoons de SIMkaart van het [nummer] werd aangetroffen, zijnde het telefoonnummer waarover aangeefster in één van haar aanvullende verklaringen heeft verklaard2.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

5.2. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde - met uitzondering van het 3e en 4e gedachtenstreepje - wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op basis van de aangifte van [slachtoffer] en de daarbij behorende klacht, het aantreffen op verdachte bij zijn aanhouding van een mobiele telefoon met het [nummer] en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie en ter terechtzitting.

C. Standpunt van de verdachte / de verdediging

5.3. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, uitgaande van de door de officier bewezen geachte feiten.

D. Beoordeling door de rechtbank

5.4. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting3 en de aangifte (en aanvullingen daarop) van [slachtoffer]4, tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde kan worden gekomen.

6. Bewezenverklaring

hij in de periode van 26 april 2008 tot en met 13 september 2008 in de gemeente Winterswijk en/of elders in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig (telkens) opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, immers heeft verdachte toen en daar

- meermalen met mobiele telefoons die [slachtoffer] sms-jes met hinderlijke teksten gestuurd en/of

- meermalen via hyves-adressen (internet) die [slachtoffer] hinderlijke berichten gestuurd en/of

- meermalen de voice-mail van die [slachtoffer] ingesproken en/of

- meermalen familie van die [slachtoffer] telefonisch benaderd.

7. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Voor het zich ophouden in de directe omgeving van bedoelde [slachtoffer] en het opzoeken en/of provoceren van haar familie of vrienden, is naar het oordeel van de rechtbank, behoudens de verklaring van aangeefster en een eenmalige (toevallige) ontmoeting met een familielid van aangeefster, onvoldoende steun te vinden in het dossier om tot een bewezenverklaring van die onderdelen van de tenlastelegging te kunnen komen.

8. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf: belaging.

9. Strafbaarheid van de verdachte

9.1. Door de reclassering is gerapporteerd dat de psychiater Verhoef van NIFP van mening is dat bij betrokkene geen psychiatrie in engere zin aanwezig is. Volgens de psychiater zijn er geen aantoonbare psychiatrische functiestoornissen en lijkt de impulscontrole in tact. Wel is de psychiater de mening toegedaan dat bij betrokkene sprake is van wisselende depressief gekleurde aanpassings- en verwerkingsproblemen met betrekking tot het gemis van zijn dochter en de door hem gewenste verandering in de omgangsregeling.

9.2. Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

10. Oplegging van straf en/of maatregel

10.1. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan een gedeelte van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Aan het voorwaardelijk strafdeel moeten volgens de officier twee bijzondere voorwaarden worden verbonden, te weten reclasseringstoezicht en een contactverbod met [slachtoffer]. De officier heeft zich voor haar strafeis gebaseerd op de aard en het ingrijpende karakter dat dit soort feiten heeft op de levenssfeer van het slachtoffer en het feit dat verdachte, ondanks een eerdere beoordeling terzake van stalking, door is gegaan met het belagen van zijn ex-vriendin.

Zij heeft daarbij in aanmerking genomen dat verdachte is gefocust op de omgangsregeling met zijn dochter [dochter] en niet lijkt in te zien dat zijn gedrag om op deze manier een omgangsregeling af te dwingen een averechtse uitwerking heeft. Het lijkt erop dat verdachte, gelet op een recentelijk gevoerd slachtoffergesprek, dat verdachte nog steeds doorgaat met het belagen van zijn vriendin en dat doet vrezen voor de toekomst.

10.2. Door de raadsman is aangevoerd dat vanuit de maatschappij met een gemengde blik naar dit soort zaken wordt gekeken, waar het gaat om en contact tussen kinderen en ouders.

Verdachte heeft er inmiddels in berust dat de wijze waarop hij wanhopig heeft geprobeerd om contact met zijn dochtertje [dochter] van de grond te krijgen, niet functioneert. Hij heeft nu langere tijd in voorarrest doorgebracht en is, meer dan voorheen, doordrongen van het feit dat hij op deze manier meer kapot heeft gemaakt, dan dat er iets tot stand is gebracht.

Inmiddels is er een voorzichtige aanzet gegeven voor contactherstel, waarbij Bureau Jeugdzorg een intermediaire rol vervult.

Als er al reden is voor een onvoorwaardelijke strafoplegging, kan dat naar het oordeel van de verdediging beperkt blijven tot een werkstraf, waarbij de verdediging zich voor het aantal op te leggen uren refereert aan het oordeel van de rechtbank.

Tegen een contactverbod als door de officier geformuleerd is door de raadsman bewaar gemaakt, omdat in het kader van een tot stand te brengen omgangsregeling en contact tussen ouders (uiteindelijk) vrijwel onontbeerlijk is.

Van een reclasseringcontact wordt door de raadsman weinig verwacht. Het reclasseringscontact kan hooguit zinvol zijn, omdat de gesprekken met de reclassering verdachte een zekere rust geven. De verdachte heeft dat laatste ter zitting bevestigd.

10.3. De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

10.4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Kort nadat hij zich op zich op 24 april 2008 bij de politierechter5 had moeten verantwoorden voor soortgelijke feiten en weer op vrije voeten was gesteld, is verdachte weer begonnen met het beïnvloeden van de persoonlijke levenssfeer van zijn voormalige vriendin. Verdachte wist op grond van eerdere ervaringen dat contact, in welke vorm dan ook, niet op prijs werd gesteld. Hij heeft zich daar echter niets aan gelegen laten liggen. Hij heeft [slachtoffer] op verschillende manieren benaderd, duidelijk met de bedoeling en intentie om haar te dwingen om ruimte te geven aan het contact tussen hem en zijn dochtertje [dochter].

Verdachte heeft dusdoende de privacy van deze [slachtoffer] aangetast. Dat dit gevoelig ligt, blijkt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer], waaruit onder meer blijkt dat zij weliswaar probeert om een ontspannen leven te leiden, maar op alles alert blijft. Zij is wantrouwig geworden tegenover alles en iedereen, omdat zij niet weet of mensen door verdachte zijn gestuurd of gemanipuleerd.

Verdachte6 is in het kader van de eerdere veroordeling door de politierechter op 24 april 2008 onder reclasseringstoezicht gesteld. De gesprekken die door de reclassering met verdachte werden gevoerd verliepen moeizaam. Hij gaf blijk van weinig zelfinzicht, hij kon zich moeilijk inleven in de gevoelens van anderen en plaatste zichzelf in de slachtofferrol. Keer op keer is hem door de reclassering geadviseerd om een omgangsregeling met zijn dochter via zijn advocaat te laten regelen, in plaats van zelf contact te zoeken met zijn ex-vriendin. Verdachte leek in de gesprekken met de reclassering geen openheid van zaken te geven over zijn contacten met haar.

Door de reclassering is geadviseerd verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen, omdat het zich laat aanzien dat een voorwaardelijke strafoplegging niet zal bijdragen aan een vermindering van de recidivekans.

Verdachte bleek7 - in het kader van de schorsingsbeslissing van de rechtbank van 8 december 2008 - niet gemotiveerd voor een behandeling bij GGNet, hoewel van die zijde is geprobeerd om verdachte te overtuigen van de noodzaak om aan zijn stalkinggedrag iets te veranderen, ook in verband met zijn dochter. Geconcludeerd is dat verdachte zichzelf heeft vastgezet in de rancune naar zijn ex-partner aangaande het contact met zijn dochter. Enige zelfreflectie is hem daarbij vreemd en een gedragsmatige verandering lijkt dan ook niet in het verschiet te liggen.

Ten aanzien van de afhandeling van de strafzaak is door de reclassering geadviseerd om geen reclasseringstoezicht op te leggen.

In weerwil van het voorgaande heeft verdachte ter terechtzitting openheid van zaken gegeven en erkend dat hij meer sms-jes en (voice)mailberichten had verzonden dan hij aanvankelijk bij de politie heeft verklaard. Verdachte heeft verder aangegeven dat hij, nu hij voor de tweede maal in verband met stalking een periode in voorarrest heeft doorgebracht, tot de slotsom is gekomen dat de door hem bewandelde weg, niet de juiste was en dat hij andere wegen dient te bewandelen om contact met zijn dochtertje te bewerkstelligen. Ter zitting heeft verdachte expliciet aangegeven zich niet meer aan dit soort gedrag schuldig te willen en zullen maken.

Verdachte heeft op eigen initiatief contact gelegd met het maatschappelijk werk en de jeugdzorg.

De rechtbank heeft - gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden - twijfel over het nut van het opleggen van een nog te ondergane onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Zij zal verdachte daarom het voordeel van de twijfel gunnen en volstaan met het opleggen van een grotendeels voorwaardelijke straf. Verdachte dient zich daarbij wel te realiseren, dat wanneer hij geen inhoud weet te geven aan zijn voornemen om op andere wijze gestalte te geven aan het contact met zijn dochtertje [dochter] en hij weer mocht vervallen in soortgelijk strafbaar gedrag, hem een vrijheidsstraf van lange duur boven het hoofd hangt.

De rechtbank zal aan dit voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met [slachtoffer] verbinden. De raadsman heeft weliswaar betoogd dat een contact tussen de ouders, alleen al om allerlei praktische redenen, op termijn vrijwel onvermijdelijk is in het kader van een op gang te brengen omgangsregeling, maar de voorwaarde zoals door de officier geformuleerd is daarmee niet strijdig.

De contacten behoeven immers niet onder alle omstandigheden hinderlijk of tegen de wil van [slachtoffer] te zijn. Een prille aanzet voor herstel van het contact met [dochter] is al gegeven door de informatievoorziening via Bureau Jeugdzorg te laten verlopen.

Anders dan de officier ziet de rechtbank onvoldoende redenen om, bij de huidige stand van zaken, tegen het advies van de reclassering in een reclasseringstoezicht op te leggen.

11. Voorlopige hechtenis

11.1. Door de officier is - op basis van recidivegevaar - de opheffing gevorderd van het door de rechtbank gegeven bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. De officier acht een dergelijke beslissing in het verlengde van haar eis op zijn plaats.

11.2. Verdachte is op 5 november 2008 in verzekering gesteld. Op 4 december 2008 heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis geschorst met ingang van 8 december 2008 te 09.00 uur, onder meer onder de voorwaarde van contactverbod met het slachtoffer.

11.3. De raadsman heeft zich verzet tegen de door de officier gevorderde opheffing van de schorsingsbeslissing, nu dit enkel is gestoeld op een gespreksverslag met het slachtoffer van 22 april 2009, zonder enige verdere onderbouwing.

11.4. Voor de rechtbank is niet duidelijk of het stalkinggedrag van verdachte zich in december 2008 heeft voortgezet. Verdachte heeft dit ter zitting ten stelligste ontkend, terwijl behoudens bedoeld gespreksverslag geen aanwijzingen voorhanden zijn voor het tegendeel. De rechtbank zal daarom - in het verlengde van haar beslissing omtrent de op te leggen straf - de officier niet volgens in haar vordering tot opheffing van de schorsingsbeslissing.

12. Beslag

12.1. Bij gelegenheid van het onderzoek zijn onder verdachte twee mobiele telefoons in beslag genomen.

12.2. Aangezien geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet, zal de teruggave van die voorwerpen aan verdachte worden gelast.

13. Vordering na voorwaardelijke veroordeling

13.1. Door de officier is de tenuitvoerlegging gevorderd van negentig dagen gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij (op tegenspraak gewezen) vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 24 april 2008 in de zaak onder parketnummer 06/460080-08.

13.2. De raadsman heeft bepleit dat de vordering zal worden afgewezen, danwel de proeftijd zal worden verlengd. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven bereid en in staat te zijn tot het uitvoeren van een werkstraf.

13.3. Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, kan van de bij bedoeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf de tenuitvoerlegging worden gelast.

Echter op grond van wat over de verdachte ter terechtzitting is gebleken zal de rechtbank in plaats daarvan een taakstraf gelasten, voor de duur van het hierna te vermelden aantal uren.

14. Toepasselijk wettelijke artikelen

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar strafvervolging, voor zover de tenlastelegging ziet op een ander dan de in de tenlastelegging genoemde aangeefster;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit als: belaging;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd niet tegen de wil van [slachtoffer] op welke wijze dan ook direct of indirect contact met haar zal opnemen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de teruggave van de twee in beslag genomen, nog niet teruggegeven, mobiele telefoons, te weten een Nokia type N73 en een Sony Ericsson type W810I, aan verdachte;

* gelast - in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van politierechter in deze rechtbank van 24 april 2008 inzake parketnummer 06/460080-08 -

een taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 (drie) maanden;

* heft op het - geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Hemrica en Hödl, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 mei 2009.

Mr. Hemrica is buiten staat mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam)proces-verbaal nr. PL0640/08-209752 (voor zover niet anders is vermeld)

2 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 4 en 5

3 De verklaring van verdachte ter terechtzitting

4 Verklaring aangeefster [slachtoffer] d.d. 4 september 2008, doorgenummerde dossierpag. 17 t/m 19, 22 t/m 24

5 Uittreksel justitiële documentatiedienst d.d. 11 november 2008

6 Adviesrapport reclassering d.d. 2 december 2008

7 Voortgangsverslag reclassering d.d. 29 december 2008