Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI2720

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
06/850254-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontzetting van uitoefening van beroep en een werkstraf voor het onder invloed besturen van een trein. Door verdachte zijn meerdere handelingen verricht die van groot gevaar waren voor de ongeveer 700 personen die hij met die trein vervoerde.

Wetsverwijzingen
Spoorwegwet
Spoorwegwet 3
Spoorwegwet 4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2009/57
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850254-08

Uitspraak d.d.: 29 april 2009

Tegenspraak/ onip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te Haarlem op [1975],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans verblijvende in Centrum Verslavinskliniek, Boomgaardweg 2, 1326 AC Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 april 2009.

De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 11 november 2008 op het spoortraject tussen Schiphol en Zwolle, in elk geval te 't Harde, gemeente Elburg, althans in Nederland,

als veiligheidsfunctionaris/machinist van een voertuig (trein), die veiligheidsfunctie heeft uitgeoefend (en onder meer dat/die voertuig/trein heeft laten rijden), dan wel op de uitoefening van die functie toezicht heeft gehouden,

na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 4 lid 2 aanhef en onder a van de Spoorwegwet, 885 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

artikel 4 lid 2 ahf/ond a Spoorwegwet (inwerkingtreding 01-01-2005)

althans,

hij op of omstreeks 11 november 2008 op het spoortraject tussen Schiphol en Zwolle, in elk geval te 't Harde, gemeente Elburg, althans in Nederland,

als veiligheidsfunctionaris/machinist van een voertuig (trein), die veiligheidsfunctie heeft uitgeoefend (en onder meer dat/die voertuig/trein heeft laten rijden), dan wel op de uitoefening van die functie toezicht heeft gehouden,

terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de vaardigheid tot het uitoefenen van die functie of het houden van toezicht op de uitoefening van die functie kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk uitoefenen van die

functie of tot het behoorlijk uitoefenen van toezicht op de uitoefening van die functie in staat moest worden geacht;

artikel 4 lid 1 Spoorwegwet

en/of

hij op of omstreeks 11 november 2008 op het spoortraject tussen Schiphol en Zwolle, in elk geval te 't Harde, gemeente Elburg, althans in Nederland,

als bestuurder van een voertuig, (trein), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 885 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

art 8 lid 2 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 11 november 2008 op het spoortraject tussen Schiphol en Zwolle, in elk geval te 't Harde, gemeente Elburg, althans in Nederland,

als veiligheidsfunctionaris/machinist van een trein met circa 700, althans een groot aantal, treinreizigers daarmee heeft gereden op de spoorweg,

waarbij hij, verdachte,

terwijl zijn, verdachtes, ademalcoholgehalte 885 ugl bedroeg, althans verkeerde in een toestand bedoeld in artikel 4 lid 2 aanhef en onder a Spoorwegwet, althans verkeerde in een toestand bedoeld in artikel 4 lid 1 Spoorwegwet, en/of in artikel 8 lid 2 aanhef en ond a Wegenverkeerswet 1994,

en/of

terwijl hij, verdachte, oordopjes in zijn, verdachtes, oor/oren had en/of (daarbij) muziek beluisterde, en/of (daarbij) niet of onvoldoende in staat was om telefoon(s) en/of (andere) meldingen te horen,

-meermalen, althans éénmaal, die trein geheel of gedeeltelijk buiten een perron tot stilstand heeft gebracht, en/of (waarbij) hij de treindeuren had ontgrendeld zodat die konden worden geopend door de treinreizigers, en/of (waarbij) uitstappende treinreizigers van een hoogte van 140 centimeter, althans van een gevaarlijke hoogte, naar beneden konden vallen, en/of

-meermalen, althans éénmaal, met een (veel) hogere snelheid dan de toegestane snelheid heeft gereden, en/of

-meermalen, althans éénmaal, zonder reden (hard en/of snel) heeft geremd,

-twee telefoonhoorns van de communicatiemiddelen, althans verbindingsmiddelen, van de treincabine van de machinist los door elkaar heeft laten hangen, althans heeft gehangen, en/of (daarbij) met een verkeerd communicatiemiddel (namelijk met de treinomroepinstallatie in plaats van met de telerail), heeft gecommuniceerd,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die spoorweg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die spoorweg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 3 Spoorwegwet

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering 1

A. De vaststaande feiten

1. Aanleiding voor het onderzoek2 was dat [agent1] en [agent2], beiden werkzaam bij de Spoorwegpolitie, in de trein tussen Amersfoort en Zwolle reden en voelden hoe de trein een snelremming uitvoerde. Hierna hoorden zij hoe via de treinomroepinstallatie een onsamenhangend verhaal door de machinist werd gedaan. Hierop is [agent2] naar de machinist gelopen en rook hij een alcohollucht in de cabine bij de machinist.

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

2. De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde.

C. Het standpunt van de verdachte, de verdediging

3. Door de verdediging is aangevoerd dat hij schuldig is aan beide feiten, zoals ten laste gelegd.

D. Beoordeling van de tenlastelegging

4. De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden.

5. De getuige [agent2]3 heeft verklaard dat hij zich op 11 november 2008, tezamen met [agent1], in burger gekleed, in de intercity van Amersfoort naar Assen bevond. Gedurende de reis voelde hij tweemaal hoe een remming in werking werd gezet. Even voorbij het station in 't Harde werd de trein stil gezet. Via de omroep hoorde hij iemand wat onsamenhangends zeggen. Hierna is hij naar de machinist gegaan. Hij rook dat de adem van de machinist naar het inwendig gebruik van alcohol rook. De machinist vertelde een onsamenhangend verhaal over dat hij iemand had aangereden of bijna had aangereden. In de cabine hingen 2 hoorns van communicatiemiddelen los door elkaar. Nader onderzoek rondom wees uit dat er geen sprake van een aanrijding was geweest. De hoofdconducteur [getuige] vertelde dat er zich gedurende de rit een paar opmerkelijke voorvallen hadden voorgedaan, onder andere de remmingen, het stilstaan op een verkeerde plaats op het station en iets met deuren. De getuige [agent2] zag tevens dat de machinist onvast ter been was en in kennelijke staat van dronkenschap verkeerde.

6. De getuige [getuige]4 heeft verklaard dat hij op 11 november 2008 als hoofdconducteur werkzaam in trein 00771. Op Amsterdam Zuid voerde de machinist 3 keer een ATB remming uit. De machinist zei niet echt iets zinnigs, waarna nog een paar keer een ATB remming werd uitgevoerd. Tijdens de rit van Amsterdam Zuid naar Duivendrecht werd er snel opgetrokken en vonden hard remmingen plaats. Bij het binnenlopen in Hilversum is de getuige naar de machinist gelopen en zag hij dat deze met een cd speler bezig was en oordopjes in zijn oren had. Tevens rook de getuige sigarettenrook. De motorische handelingen van de machinist waren enigszins verstoord. De machinist wilde de trein tot stilstand brengen bij de markering van 7 bakken. De getuige zei daarop dat zij zich in een trein bevonden met 10 bakken, waarop de machinist antwoordde dat hij ze zelf geteld had en dat het er 7 waren. Ter hoogte van Baarn voelde de getuige dat de trein zeer hard afremde, waarna de trein weer naar een snelheid van ongeveer 130 km/h ging. Na het vertrek uit Amersfoort, richting Ermelo, waren er meerdere harde remmingen. Bij aankomst in Ermelo was er een snelremming. De getuige piepte de machinist op en deze zei dat hij een geel/rood sein had en dus moest stoppen. De machinist zei dat de getuige de deuren moest dichtdoen, zodat ze verder konden. De collega van de getuige openende de cabinedeur, die naar buiten leidt, en zag dat hij niet geheel langs het perron stonden. Er moest op dat moment nog 1 treinstel op de overweg staan. De getuige heeft de deuren gesloten en de trein reed verder. De getuige heeft bijsturing gebeld en het verhaal uitgelegd. Op het moment dat de wachtdienst hem terug belde kwam er weer een snelremming en de machinist gaf iets door via de treinomroep. De getuige trachtte contact te maken via de portofoon, hetgeen niet lukte, en is daarop naar de machinist gegaan. In de cabine trof hij de spoorwegpolitie. De getuige rook een alcohollucht. De machinist had een alarmoproep gedaan, via de verkeerde hoorn. De machinist gaf aan dat er iemand voor zijn trein was gelopen, maar dat ze hem niet hadden geraakt. Nader onderzoek wees uit dat er geen aanrijding was geweest.

7. Uit het honac5 (ademanalyseformulier) blijkt dat de het ademalcoholgehalte van de verdachte 885 microgram per liter uitgeademde lucht was.

8. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij zich van die oordopjes niets kan herinneren, maar van de rest wel. Hij zat waarschijnlijk muziek te luisteren. Hij deed dat vaker, maar dan met één dopje. Hij is om 12.00 uur, dus voor het begin van het werk, begonnen met bier drinken. Hij zou een gesprek krijgen over mijn werk en daar was hij erg van geschrokken. Voor het werk heeft hij 6 halve liters bier gedronken en hij heeft ook nog wat meegenomen in de trein. In de trein heeft hij nog 3 halve liters gedronken. Het was te gek voor woorden. Hij had ook 7 coupes in plaats van de 10 die hij moest hebben. Hij is in Ermelo gestopt, omdat hij dacht dat hij daar moest stoppen. Hij dacht ook nog dat hij bij 't Harde iemand had aangereden, dat wilde hij melden, maar hij pakte de verkeerde hoorn. Hij zei dus door de trein heen dat hij iemand had aangereden. De conducteur kwam daarop naar voren en rook toen bij hem de alcohol. Het openen van de deur was ook niet door het bonken van mensen op de deur, dat was een dronkemansexcuus. Een treinstel bestaat uit meerdere treinbakken. De koplopers bestaan uit 3 of 4 wagens. Ik weet niet hoeveel personen hij vervoerde op dat moment.

Bewezenverklaring

1.

hij op 11 november 2008 op het spoortraject tussen Schiphol en Zwolle,

als veiligheidsfunctionaris/machinist van een voertuig (trein), die veiligheidsfunctie heeft uitgeoefend (en onder meer die trein heeft laten rijden), dan wel op de uitoefening van die functie toezicht heeft gehouden,

na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 4 lid 2 aanhef en onder a van de Spoorwegwet, 885 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2.

hij op 11 november 2008 op het spoortraject tussen Schiphol en Zwolle,

als veiligheidsfunctionaris/machinist van een trein met circa 700 treinreizigers daarmee heeft gereden op de spoorweg,

waarbij hij, verdachte,

terwijl zijn, verdachtes, ademalcoholgehalte 885 ugl bedroeg,

en

terwijl hij, verdachte, oordopjes in zijn, verdachtes, oren had en daarbij muziek beluisterde, en daarbij niet of onvoldoende in staat was om telefoons en andere meldingen te horen,

-meermalen die trein geheel of gedeeltelijk buiten een perron tot stilstand heeft gebracht, en waarbij hij de treindeuren had ontgrendeld zodat die konden worden geopend door de treinreizigers, en waarbij uitstappende treinreizigers van een hoogte van 140 centimeter naar beneden konden vallen, en

-meermalen met een veel hogere snelheid dan de toegestane snelheid heeft gereden, en

-meermalen zonder reden hard en snel) heeft geremd,

-twee telefoonhoorns van de communicatiemiddelen van de treincabine van de machinist los door elkaar heeft laten hangen en daarbij met een verkeerd communicatiemiddel (namelijk met de treinomroepinstallatie in plaats van met de telerail), heeft gecommuniceerd,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die spoorweg werd veroorzaakt.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Feit 1 primair:

Overtreding van artikel 4, lid 2, van de Spoorwegwet;

Feit 2:

Overtreding van artikel 3 van de Spoorwegwet.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te achten en verdachte te veroordelen voor 1 primair tot een ontzetting van recht beroep uit te oefenen voor de duur van 3 jaren, een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich tijdens de proeftijd houdt aan de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens de reclassering, ook indien deze inhouden dat de verdachte de reeds ingezette behandeling bij de Meerkanten voortzet en een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

Ten behoeve van het onder 2 ten laste gelegde vordert de officier van justitie een ontzetting van het recht beroep uit te oefenen voor de duur van 1 jaar.

2. De verdachte refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen het gevaar dat het gedrag van de verdachte heeft opgeleverd en de gevolgen die dit hadden kunnen hebben.

4. In het voordeel van verdachte weegt dat hij niet eerder voor dit soort delicten met justitie in aanraking is gekomen en het feit dat verdachte zich direct onder behandeling heeft gesteld.

5. Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een taakstraf als na te melden - met welke strafmodaliteit verdachte heeft ingestemd - op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

6. Teneinde de ernst van het bewezenverklaarde duidelijk te maken en recidive te voorkomen, zal de rechtbank een lange ontzetting van uitoefening van beroep opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 28, 62 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 3 en 4 van de Spoorwegwet.

Beslissing

De rechtbank:

* Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

* Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

* Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

T.a.v. feit 1 primair:

* Veroordeelt verdachte tot ontzetting van uitoefening beroep (treinmachinist) voor de duur van 3 (drie) jaren.

* Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, ook indien deze inhouden dat de reeds ingezette behandeling bij de Meerkanten voortzetten.

* Veroordeelt verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

Een werkstraf gedurende 180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen.

T.a.v. feit 2:

* Veroordeelt verdachte tot ontzetting van uitoefening beroep (treinmachinist) voor de duur van 1 (één) jaar.

Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2009.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen bij (stam)proces-verbaal nr. Pl26SM/08-001697, Korps Landelijke Politiediensten, Dienst Spoorwegpolitie Zwolle, gedateerd 30 november 2008

2 (stam)proces-verbaal nr. Pl26SM/08-001697, doorgenummerde pag.3

3 Proces-verbaal bevindingen, doorgenummerde pag. 7

4 Proces-verbaal bevindingen, doorgenummerde pag. 12

5 Honac formulier, bijlage 2