Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI2622

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
06-580563-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor zes afpersingen en één diefstal met geweld. Door de psychiater en psycholoog is hij verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580563-08

Uitspraak d.d.: 29 april 2009

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te Ermelo op [1965],

wonende te Harderwijk,

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsvrouw mr. M. van Meurs te Nunspeet.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 april 2009.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 07 januari 2009 te Harderwijk met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer1 en/of slachtoffer2], althans een medewerker van drogisterij Boeve heeft gedwongen tot de afgifte van 295 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan DA drogisterij Boeve, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- naar de toonbank is gelopen en/of

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer1 en/of slachtoffer2] en/of medewerker heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, pak geld uit de kassa", althans een tekst van gelijke aard of strekking en/of

- een mes en/of het heft van een mes (dat in/achter zijn verdachtes broeksband zat) aan die [slachtoffer1 en/of slachtoffer2] en/of medewerker heeft getoond en/of

- dit mes en/of het heft van dit mes heeft vastgepakt en/of

- (daarbij) deze [slachtoffer1 en/of slachtoffer2] en/of medewerker indringend/strak aangekeken;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks van 3 september 2008 te Harderwijk, althans in Gelderland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer3] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 300 euro, althans een hoeveelheid geld en/of een fles cognac, althans een fles drank, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Huberts Euroslijterij en/of firma Dirkzwager BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en/of

- een mes uit zijn verdachtes broeksband gepakt en/of dit mes in de richting van die [slachtoffer3] gehouden, althans een mes aan die [slachtoffer3] getoond en/of

- (vervolgens) een briefje aan die [slachtoffer3] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, pak geld uit de kassa", althans een tekst van gelijke aard of strekking en/of

- aan die [slachtoffer3] de woorden heeft toegevoegd: "Wilt u de kassa opendoen ik heb geld nodig.", althans woorden van gelijke aard of strekking

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 17 september 2008 te Harderwijk, althans in Gelderland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 350 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Prins Haarmode, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en/of

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer4] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, Blijf rustig. Geef me geld", althans een tekst van gelijke aard of strekking en/of

- een mes (dat verdachte in zijn broeksband had) aan die [slachtoffer4] heeft getoond en/of

- (daarbij) die [slachtoffer4] de woorden toegevoegd: "rustig blijven, geef geld", althans woorden van gelijke aard of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks de periode van 1 oktober 2008 te Harderwijk, althans in Gelderland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer5] heeft gedwongen tot de afgifte van € 335,-, althans een aantal bankbiljetten, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Mitra CV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en/of

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer5] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, ik wil al het geld. Hou je kalm", althans een tekst van gelijke aard of strekking en/of

- (tevens) aan die [slachtoffer5] de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil al het geld", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (daarbij) die [slachtoffer5] indringend/strak aangekeken;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks de periode van 21 oktober 2008 te Ermelo, althans in Gelderland met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer 350 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kapperszaak Hair Factory Ermelo BV en/of [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer6 en/of slachtoffer7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en/of

- vervolgens een briefje aan de bovengenoemde medewerker [slachtoffer6 en/of slachtoffer7] van deze winkel heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, geef geld dan vallen er geen gewonden", althans een tekst van gelijke aard of strekking en/of

- een mes in de richting van die [slachtoffer6 en/of slachtoffer7] heeft gehouden, althans een mes en/of het heft van een mes aan deze medewerkers van deze winkel heeft getoond en/of

- (daarbij) de bovengenoemde medewerker(s) van deze winkel(s) indringend/strak aangekeken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 4 november 2008 te 't Harde, althans in Gelderland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer8 en/of slachtoffer9] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 1200 euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval van (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Drogisterij Maretak en/of [slachtoffer9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en/of

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer8 en/of slachtoffer9] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, geef geld en blijf rustig", althans een tekst van gelijke aard of strekking en/of

- (tevens) aan de bovengenoemde medewerker(s) van deze winkel(s) de woorden heeft toegevoegd: "blijf rustig", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een mes in de richting van die [slachtoffer8 en/of slachtoffer9] heeft gehouden en/of het mes op de toonbank heeft neergelegd, althans een mes aan die medewerkers heeft getoond en/of

- (daarbij) die [slachtoffer8 en/of slachtoffer9] indringend/strak heeft aangekeken;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 9 december 2008 te Harderwijk, althans in Gelderland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer10 en/of slachtoffer11] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 550 euro, althans een hoeveelheid geld en/of, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Huberts Euroslijterij en/of firma Dirkzwager BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel(s) is gelopen en/of

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer10 en/of slachtoffer11] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, pak geld uit de kassa", althans een tekst van gelijke aard of strekking en/of

- (tevens) aan de bovengenoemde medewerker(s) van deze winkel(s) de woorden heeft toegevoegd: "al het geld", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een mes in de richting van die [slachtoffer10 en/of slachtoffer11] heeft gehouden, althans een mes aan die [slachtoffer10 en/of slachtoffer11] heeft getoond en/of

- (daarbij) die [slachtoffer10 en/of slachtoffer11] indringend/strak heeft aangekeken;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Aanleiding

1. Op 7 januari 2009 is drogisterij DA Boeve in Harderwijk overvallen. Onder bedreiging van een mes heeft de medewerkster de inhoud van de kassa aan verdachte afgegeven, te weten een bedrag van ongeveer € 295,002. Verdachte is op 7 januari 2009 op heterdaad aangehouden door verbalisanten [verbalisant1] en [verbalisant2]3.

2. Op 3 september 2008 en 9 december 2008 is Huberts Slijterij te Harderwijk overvallen. Onder bedreiging van een mes heeft verdachte de verschillende medewerksters een geldbedrag afhandig gemaakt, te weten op 3 september 2008 ongeveer € 300,00 en op 9 december 2008 ongeveer € 550,004.

3. Op 17 september 2008 is in Harderwijk kapperszaak Prins Haarmode overvallen. Onder bedreiging van een mes heeft de medewerkster het geld uit de kassa aan verdachte afgegeven, te weten een bedrag van ongeveer € 350,005.

4. Op 1 oktober 2008 is Mitra CV in Harderwijk overvallen. Onder bedreiging van een mes heeft de medewerkster het geld uit de kassa aan verdachte afgegeven, te weten een bedrag van ongeveer € 335,006.

5. Op 21 oktober 2008 is in Ermelo kapperszaak Hair Factory overvallen. Onder bedreiging van een mes heeft verdachte de inhoud van de kassalade meegenomen, te weten een bedrag van ongeveer € 350,007.

6. Op 4 november 2008 is in 't Harde drogisterij Maretak overvallen. Onder bedreiging van een mes heeft de medewerkster het geld uit de kassa aan verdachte afgegeven8.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

7. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, met dien verstande dat zij bij het onder 2 ten laste gelegde hetgeen gesteld is over het briefje niet bewezen acht. Zij heeft de bewezenverklaring van deze feiten gebaseerd op de aangiften van [slachtoffer1] (feit 1), [slachtoffer3] (feit 2), [slachtoffer4] (feit 3), [slachtoffer5] (feit 4), [naam] (feit 5), [slachtoffer9] (feit 6) en [slachtoffer10] en [slachtoffer11] (feit 7), de getuigenverklaringen van [slachtoffer7] (feit 5) en [slachtoffer8] (feit 6) en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie en ter terechtzitting. Verdachte is volledig voorbijgegaan aan de impact die zijn handelen heeft op de maatschappij en de overvallen medewerksters. Hij heeft de hele zomer nagedacht over hoe hij de overvallen zou plegen, maar niet nagedacht over de consequenties ervan. Hij is er trots op dat hij zo geraffineerd te werk is gegaan en dat hij kon leren van "fouten" die hij maakte.

C. Standpunt van de verdediging

8. Ten aanzien van het tweede tenlastegelegde feit is de raadsvrouw - met de officier van justitie - van mening dat verdachte geen gebruik heeft gemaakt van een briefje en dat hij van dit deel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het vierde tenlastegelegde feit heeft zij bepleit dat geen sprake is van bedreiging met geweld. Verdachte heeft het briefje overhandigd en heeft de medewerkster indringend aangekeken, maar hij heeft het mes niet laten zien. Het tonen van het mes is een wezenlijk onderdeel van de tenlastelegging. Naar de mening van de raadsvrouw dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het zesde tenlastegelegde feit heeft zij aangevoerd dat het bedrag € 740,00 bedroeg en niet € 1200,00. Voor het overige heeft de raadsvrouw ten aanzien van het bewijs zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

D. Beoordeling door de rechtbank

9. Ten aanzien van het vierde tenlastegelegde feit is de rechtbank van oordeel dat het tonen van het briefje met de tekst "dit is een overval, ik wil al het geld, houd je kalm" in combinatie met de door verdachte gesproken woorden "ik wil al het geld", als bedreigend kan worden aangemerkt. De tekst en de woorden jagen in algemene zin vrees aan alleen al door het woord overval - mede gelet op de omstandigheid dat in Harderwijk twee keer kort hiervoor een vergelijkbare overval had plaatsgevonden. Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

10. De rechtbank acht de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De bewezenverklaring van deze feiten is gebaseerd op de aangiften van [slachtoffer1]9 (feit 1), [slachtoffer3]10 (feit 2), [slachtoffer4]11 (feit 3), [slachtoffer5]12 (feit 4), [naam]13 (feit 5), [slachtoffer9]14 (feit 6) en [slachtoffer10]15 en [slachtoffer11]16 (feit 7), de getuigenverklaringen van [slachtoffer7]17 (feit 5) en [slachtoffer8]18 (feit 6) en de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie19 en ter terechtzitting.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 07 januari 2009 te Harderwijk met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer1], heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan DA drogisterij Boeve, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar de toonbank is gelopen en

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer1] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, pak geld uit de kassa", en

- een mes of het heft van een mes (dat achter zijn verdachtes broeksband zat) aan die [slachtoffer1] heeft getoond en

- dit mes of het heft van dit mes heeft vastgepakt.

2.

hij op 3 september 2008 te Harderwijk, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer3] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 300 euro, toebehorende aan Huberts Euroslijterij, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en

- een mes uit zijn verdachtes broeksband gepakt en dit mes in de richting van die [slachtoffer3] gehouden en

- aan die [slachtoffer3] de woorden heeft toegevoegd: "Wilt u de kassa open doen ik heb geld nodig.

3.

hij op 17 september 2008 te Harderwijk, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer4] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 350 euro, toebehorende aan Prins Haarmode, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer4] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, Blijf rustig. Geef me geld" en

- een mes (dat verdachte in zijn broeksband had) aan die [slachtoffer4] heeft getoond en

- (daarbij) die [slachtoffer4] de woorden toegevoegd: "rustig blijven, geef geld".

4.

hij op 1 oktober 2008 te Harderwijk, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer5] heeft gedwongen tot de afgifte van

€ 335,-, althans een aantal bankbiljetten, toebehorende aan Mitra CV, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer5] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, ik wil al het geld. Hou je kalm" en

- (tevens) aan die [slachtoffer5] de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil al het geld", en

- (daarbij) die [slachtoffer5] indringend/strak aangekeken.

5.

hij op 21 oktober 2008 te Ermelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer 350 euro, toebehorende aan Kapperszaak Hair Factory Ermelo BV en/of [naam], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer6] en [slachtoffer7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en

- vervolgens een briefje aan de bovengenoemde medewerker [slachtoffer6] en [slachtoffer7] van deze winkel heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, geef geld dan vallen er geen gewonden", en

- een mes in de richting van die [slachtoffer6] en [slachtoffer7] heeft gehouden.

6.

hij op 4 november 2008 te 't Harde, met het oogmerk om zich enwederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer8] en [slachtoffer9] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 1200 euro, althans een hoeveelheid geld, toebehorende aan Drogisterij Maretak en/of [slachtoffer9], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel is gelopen en

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer8 en/of slachtoffer9] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, geef geld en blijf rustig", en

- (tevens) aan de bovengenoemde medewerkers van deze winkel de woorden heeft toegevoegd: "blijf rustig", en

- een mes in de richting van die [slachtoffer8] en [slachtoffer9] heeft gehouden en het mes op de toonbank heeft neergelegd.

7.

hij op 9 december 2008 te Harderwijk, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer10] en [slachtoffer11] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 550 euro, althans een hoeveelheid geld en/of, in elk geval van enig goed, toebehorende aan Huberts Euroslijterij en/of firma Dirkzwager BV, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar de toonbank van deze winkel(s) is gelopen en

- vervolgens een briefje aan die [slachtoffer10] en [slachtoffer11] heeft getoond met de tekst: "Dit is een overval, pak geld uit de kassa", en

- (tevens) aan de bovengenoemde medewerkers van deze winkel de woorden heeft toegevoegd: "al het geld", en

- een mes in de richting van die [slachtoffer10] en [slachtoffer11] heeft gehouden, en

- (daarbij) die [slachtoffer10] en [slachtoffer11] indringend/strak heeft aangekeken.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Feit 1: afpersing;

Feit 2: afpersing;

Feit 3: afpersing;

Feit 4: afpersing;

Feit 5: diefstal vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

Feit 6: afpersing;

Feit 7: afpersing.

Strafbaarheid van de verdachte

11. Door dr. J.J. van Egmond, psychiater, en door drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog, zijn op 31 maart 2009 rapporten over verdachte opgemaakt. De psychiater en psycholoog hebben geconcludeerd dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis in termen van pathologisch gokgedrag (gokverslaving), alcohol- en cannabisafhankelijkheid en een bipolaire stoornis 1 met psychotische kenmerken. Daarnaast is er sprake van een enigszins gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in termen van persoonlijkheidsproblematiek met schizotypische kenmerken. De (pathologische) gokverslaving was aanwezig ten tijde van de tenlastegelegde feiten, verdachte was licht hypomaan ontregeld, terwijl ook de schizotypische persoonlijkheidskenmerken een rol speelden en aanwezig waren. Tevens was verdachte onder invloed van alcohol en/of cannabis ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten. De ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes c.q. gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde zodanig, dat het tenlastegelegde daaruit (mede) verklaard kan worden.

12. De klinisch psycholoog drs. J.A.M. Gresnigt komt tot de conclusie dat verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten licht verminderd toerekeningsvatbaar was. De rechtbank neemt die conclusie over.

13. Verdachte is - zij het in licht verminderde mate - strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

14. De officier van justitie heeft primair gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. De officier van justitie heeft bij haar eis enerzijds rekening gehouden met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en zijn blanco justitiële documentatie en anderzijds met de ernst en de veelheid van de feiten. Subsidiair heeft zij gevorderd de zaak aan te houden en de reclassering opdracht te geven om onderzoek te doen naar een geschikte klinische setting en daar een intake te verzorgen.

15. De raadsvrouw heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft geen justitiële documentatie en heeft een excuusbrief aan de slachtoffers geschreven. De achtergrond van verdachtes daden is gebleken uit de rapportages. Hij heeft een verleden in psychiatrische instellingen. Hij verkeerde in een psychose en gebruikte cannabis als zelfmedicatie. Verdachte gebruikt sinds enige tijd medicijnen en het gaat veel beter met hem. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat bij de oplegging van de straf rekening dient te worden gehouden met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Zij geeft de voorkeur aan behandeling in het kader van het terugdringen van de recidive binnen detentie, dus niet om de zaak aan te houden en de reclassering onderzoek te laten doen. Als de raadsvrouw de eis vergelijkt met andere zaken, dan is zij van mening dat de eis aan de hoge kant is. Verdachte heeft geen daadwerkelijk fysiek geweld gebruikt, daarom dient naar haar mening de duur van de straf gematigd te worden.

16. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

17. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing, meermalen gepleegd, en diefstal met geweld. Dit zijn ernstige feiten die bij benadeelden gevoelens van onrust en onveiligheid hebben veroorzaakt. Dergelijke zware en traumatiserende feiten, hebben - naar algemeen bekend is - niet alleen voor de slachtoffers, maar ook voor hun (al of niet directe) omgeving ingrijpende gevolgen. Dit komt ook naar voren in de door de slachtoffers ingediende civiele vorderingen. Verdachte heeft verklaard dat hij de overvallen uit geldnood en wanhoop heeft gepleegd. De rechtbank stelt anderzijds vast dat verdachte van de opbrengst van de overvallen, drugs heeft gekocht en is gaan gokken. Toen het geld op was, heeft hij een volgende overval gepleegd. De feiten waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt, rechtvaardigen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur.

18. De rechtbank heeft bij de strafoplegging ten voordele van verdachte ermee rekening gehouden dat, zoals uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt, hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank houdt ook rekening met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

19. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit, met het parketnummer 580563-08, namelijk:

- 3 november 2008, Harderwijk, Gemeente Harderwijk, poging tot afpersing Hair en Beautysalon Angels te Harderwijk, van medewerker [naam2];

Aangifte daarvan is in het dossier aanwezig en verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij dat feit heeft gepleegd. De officier van justitie heeft toegezegd dat voor dat feit geen verdere strafvervolging zal volgen.

20. Ten aanzien van de over verdachte opgemaakte rapportages, hierboven vermeld, overweegt de rechtbank het volgende. Uit voormelde rapportages van dr. J.J. van Egmond, psychiater, en drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog, volgt, zakelijk weergegeven onder meer het volgende. Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis in termen van pathologisch gokgedrag (gokverslaving), alcohol- en cannabisafhankelijkheid en een bipolaire stoornis 1 met psychotische kenmerken. Daarnaast is er sprake van een enigszins gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in termen van persoonlijkheidsproblematiek met schizotypische kenmerken. Beide onderzoekers zijn het eens, dat verdachte een intelligente, introverte en psychotisch kwetsbare, identiteitszwakke man is, die in enige mate hypomaan is ontregeld. Er is sprake van een doorwerking van het zojuist genoemde in het tenlastegelegde. Deze doorwerking heeft zijn gedragskeuzemogelijkheden in lichte mate verminderd. De kans op recidive is niet uit te sluiten. Om de kans op recidive te verminderen, is behandeling en begeleiding nodig. De psychiater en psycholoog geven de rechtbank in overweging om bij een deels voorwaardelijke gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde op te leggen een langdurend verplicht reclasseringscontact.

21. Uit de rapporten is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat verdachte te kampen heeft met (psychische) problemen die aan het plegen van de delicten ten grondslag hebben gelegen, wat de kans op recidive vergroot. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit oogpunt van vergelding en normhandhaving geïndiceerd is. De rechtbank ziet geen aanleiding de door de officier van justitie geëiste straf te matigen, nu naar haar oordeel een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden is, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

22. De rechtbank zal hiervan één jaar voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te doordringen dat hij in de toekomst geen strafbare feiten meer pleegt. Aan deze voorwaardelijke straf zal de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht worden gekoppeld. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren.

Vordering van de benadeelde partijen

De benadeelde partij Mitra CV, [adres] Doesburg (rekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 335,10 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het schadeveroorzakende feit.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel dat die vordering dient te worden afgewezen, nu zij vrijspraak heeft bepleit van het onder 4 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank stelt vast dat de vordering met een kasoverzicht is onderbouwd en derhalve voor toewijzing vatbaar is. De vordering zal in haar geheel, te weten voor een bedrag van € 335,10, worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2008.

De benadeelde partij Hairfactory Ermelo, [adres] Ermelo (rekeningnummer [nummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 521,30 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het schadeveroorzakende feit.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de kosten ten aanzien van het verzuim van de werknemer onvoldoende onderbouwd zijn. De vordering dient voor dat deel te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank is van oordeel dat het bedrag aan weggenomen contant geld - als onweersproken - kan worden toegewezen. Ten aanzien van de kosten van verzuim van de werknemer is de rechtbank van oordeel dat het niet onaannemelijk is dat Hairfactory deze kosten heeft gemaakt en dat de hoogte van deze kosten door de raadsvrouw onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. De vordering zal in haar geheel, te weten voor een bedrag van € 521,30, worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2008.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van het slachtoffers.

In beslag genomen voorwerpen

De raadsvrouw is van mening dat alle goederen aan verdachte dienen te worden geretourneerd en in het bijzonder zijn fiets en telefoon. Voor het overige heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven vlindermes, met behulp waarvan de bewezenverklaarde feiten zijn begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het -in handen van verdachte- van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven handschoenen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde:

- Damesfiets, merk Gazelle, kleur grijs;

- Spijkerjas, merk Tripper, kleur blauw;

- Schoenen, kleur beige;

- Spijkerbroek, merk Wrangler, kleur zwart;

- Telefoontoestel, merk Siemens, type C45, kleur blauw;

- Trui, merk Giani, kleur beige met zwarte kraag;

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1: afpersing;

Feit 2: afpersing;

Feit 3: afpersing;

Feit 4: afpersing;

Feit 5: diefstal vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

Feit 6: afpersing;

Feit 7: afpersing.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één jaar) niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij, Mitra CV, [adres] Doesburg (rekeningnummer [nummer]), van een bedrag van € 335,10, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2008 en vermeerderd met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Mitra CV, een bedrag te betalen van € 335,10, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij, Hairfactory Ermelo, [adres] Ermelo (rekeningnummer [nummer]), van een bedrag van € 521,30, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2008 en vermeerderd met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Hairfactory, een bedrag te betalen van € 521,30, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 10 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggeven vlindermes;

* verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven handschoenen;

* gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- Damesfiets, merk Gazelle, kleur grijs;

- Spijkerjas, merk Tripper, kleur blauw;

- Schoenen, kleur beige;

- Spijkerbroek, merk Wrangler, kleur zwart;

- Telefoontoestel, merk Siemens, type C45, kleur blauw;

- Trui, merk Giani, kleur beige met zwarte kraag;

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, Kleinrensink en Prisse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ter Haar, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2009.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0618/09-200496, Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, District Noord-West Veluwe, Team Hattem-Heerde, gesloten en ondertekend op 3 februari 2009.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer1], dossierpagina's 117 en 118.

3 Proces-verbaal van aanhouding, dossierpagina's 54 en 55.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer3], dossierpagina's 180 en 181, proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer10], dossierpagina's 452 en 453 en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer11], dossierpagina's 456 en 457.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer4], dossierpagina's 217 en 218.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer5], dossierpagina's 253 en 254.

7 Proces-verbaal van aangifte van [naam], dossierpagina 305.

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer9], dossierpagina's 387 en 388.

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer1], dossierpagina's 117 en 118.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer3], dossierpagina's 180 en 181.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer4], dossierpagina's 217 en 218.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer5], dossierpagina's 253 en 254.

13 Proces-verbaal van aangifte van [naam], dossierpagina 305.

14 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer9], dossierpagina's 387 en 388.

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer10], dossierpagina's 452 en 453.

16 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer11], dossierpagina's 456 en 457.

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer7], dossierpagina's 312 tot en met 314.

18 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer8], dossierpagina 391.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina's 137, 138, 139, 150, 155, 159 (feit 1), 191 tot en met 194 en 197 (feit 2), 226, 228, 229, 232 (feit 3), 279 tot en met 282 (feit 4), 327 tot en met 330 en 335 (feit 5), 426 tot en met 429 en 433 (feit 6), 475 tot en met 478 en 482 (feit 7).