Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI2597

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-04-2009
Datum publicatie
28-04-2009
Zaaknummer
06/580491-08 en 06/801497-06 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Te weinig duidelijkheid omtrent onder meer het mogelijke verblijf van verdachte indien de voorlopige hechtenis zal worden geschorst. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis dan ook niet schorsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Parketnummers: 06/580491-08 en 06/801497-06 (TUL)

AANHOUDING

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige kamer in deze rechtbank op 10 april 2009.

Tegenwoordig:

mr. Gilhuis, voorzitter,

mrs. Hemrica en Knoop, rechters,

mr. Wiarda, officier van justitie,

en mr. Meerdink, griffier.

Uitgeroepen wordt de zaak tegen na te noemen verdachte/veroordeelde – verder te noemen de verdachte.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, geeft op de vragen van de voorzitter te kennen te zijn:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1961],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Als raadsman van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. Dooijeweerd, advocaat te Zutphen.

De voorzitter deelt mee dat de rechtbank het onderzoek van de zaak hervat in de stand, waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 13 januari 2009 bevond.

De voorzitter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De voorzitter deelt mede dat het onderzoek ter terechtzitting van 13 januari 2009 is aangehouden, omdat de multidisciplinaire rapportage op dat moment nog niet gereed was. Voorts deelt hij mede dat de rechtbank onlangs de multidisciplinaire rapportage heeft ontvangen en dat zij gisteren een rapport van de reclassering heeft ontvangen.

De raadsman deelt mede dat hij het reclasseringsrapport ook eerst gisteren heeft ontvangen.

De officier van justitie draagt de zaak voor en doet verder mededeling van haar vordering na voorwaardelijke veroordeling inzake parketnummer 06/801497-06. Zij verklaart daarbij voorts – zakelijk weergegeven – onder meer:

De reclassering heeft gisteren een rapport opgestuurd, waarvan ik het betreur dat dit niet eerder is gebeurd. De psycholoog en psychiater adviseren een maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden op te leggen en een langdurige behandeling bij een daartoe geëigend en gespecialiseerd forensisch psychiatrisch instituut. De reclassering ziet echter problemen met de uitvoering van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. De kans op recidive wordt ingeschat als hoog. Verdachte heeft reeds eerder twee ambulante behandelingen gehad voor zijn problematiek. Een terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt als een reële optie gezien, maar de kans dat deze wordt omgezet in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging acht de reclassering hoog. De reclassering verzoekt om in de gelegenheid te worden gesteld een maatregelrapport uit te brengen, waarin voorwaarden kunnen worden geformuleerd om een langdurig toezicht in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden vorm te kunnen geven. Indien het niet mogelijk is dat verdachte naar De Tender gaat, kan nog gedacht worden aan een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Het ten laste gelegde feit kan wat mij betreft vandaag inhoudelijk behandeld worden.

De voorzitter vraagt de officier van justitie of zij in verband met deze strafzaak contact heeft gehad met de reclassering.

De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik heb geen contact gehad met de reclassering. De multidisciplinaire rapportage heb ik eerst vorige week ontvangen. Ik ben als officier van justitie werkzaam in Arnhem. De reclassering moet voor het doen van onderzoek een opdracht van het openbaar ministerie krijgen. Zonder een dergelijke opdracht, doen zij niets. Dat is een manco in het systeem. De reclassering is passief in het verrichten van onderzoek op eigen initiatief. Hoewel de rapportage reeds een maand gereed was, heb ik deze vorige week pas ontvangen.

De raadsman verklaart desgevraagd – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik heb evenmin contact met de reclassering gehad. Bovendien neemt de reclassering alleen opdrachten van het openbaar ministerie aan.

Verdachte verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Toen ik pas gedetineerd zat, is er iemand van de reclassering bij mij langs geweest. Daarna niet meer. Voorts heb ik gesproken met de psycholoog en de psychiater.

De raadsman verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Op de terechtzitting van 13 januari 2009 is gezegd dat de zaak moet worden aangehouden omdat de multidisciplinaire rapportage niet gereed was vanwege de te late benoeming van de deskundigen. De benoeming heeft pas in december plaatsgevonden in plaats van in oktober. De zaak is op 13 januari 2009 voor bepaalde tijd aangehouden teneinde de multidisciplinaire rapportage af te wachten. Ik heb mij voor vandaag voorbereid op een inhoudelijke afdoening.

De rapporten van de psychiater en de psycholoog dateren van 14 en 23 februari 2009. In het reclasseringsrapport van 9 april 2009 is vermeld dat de reclassering er nog niet aan toe is gekomen om een maatregelrapport op te stellen. In het rapport is voorts een ongefundeerde opmerking gemaakt met betrekking tot een hoog risico dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden omgezet in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De psychiater en psycholoog hebben echter geadviseerd om aan cliënt een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. Dit is de aangewezen weg. Cliënt wil daaraan meewerken en is daarvoor gemotiveerd. Cliënt moet bestraft worden, maar bij een tweede aanhouding wordt hij in zijn verdediging geschaad. Het openbaar ministerie is al langer bezig met deze zaak. Ik verzoek de zaak vandaag af te doen. Ik verzet mij dan ook tegen aanhouding.

De oudste rechter houdt de officier van justitie voor dat ter zitting van 13 januari jl. is gediscussieerd over het feit dat een gecertificeerde zedenofficier deze zaak zou behandelen. Voorts houdt zij de officier van justitie voor dat bij die gelegenheid de behandeling van de strafzaak is aangehouden omdat de multidisciplinaire rapportage niet tijdig gereed was. Tot slot houdt zij de officier van justitie voor dat laatstgenoemde zojuist heeft aangegeven, dat zij het dossier pas vorige week heeft ontvangen. De oudste rechter vraagt de officier van justitie of er niemand binnen het openbaar ministerie deze zaak onder zich heeft.

De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

De parketsecretaris bewaakt de zaak. De administratie verzamelt de stukken en stuurt deze vervolgens naar Arnhem. Dat is de reden dat ik de stukken laat heb ontvangen. Ik heb gebeld, maar ik kreeg het rapport niet.

De voorzitter houdt de officier van justitie voor dat de rechtbank anderhalve week geleden contact heeft opgenomen met het parket en dat toen werd medegedeeld dat waarschijnlijk vlak voor de zitting van heden een maatregelrapport te verwachten was. De voorzitter houdt de officier van justitie voor dat hij de teneur van de mededeling van de officier van justitie ter zitting dan ook niet kan begrijpen.

De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Voor het opstellen van een maatregelrapport is allereerst noodzakelijk dat een plek gevonden wordt alwaar verdachte behandeld kan worden. Voorts dient er dan een intake plaats te vinden en moet verdachte geaccepteerd worden voor die behandelplek. De wachtlijsten voor ambulante behandelingen zijn niet groot.

De reclassering kan nog geen voorwaarden formuleren, omdat eerst gekeken moet worden waar verdachte terecht kan. Het is bovendien maar de vraag of hij voor de derde keer naar De Tender kan. Daarnaast vraag ik mij af hoe groot de motivatie van verdachte is. Hij heeft eerder een behandeling voor eenzelfde delict gehad. Hij was gemotiveerd en zelfs zijn vrouw was betrokken bij de behandeling. Er werd gedacht dat er een stevig kader was, maar toch is hij weer de fout ingegaan.

De voorzitter houdt de officier van justitie voor dat de rechtbank in de veronderstelling verkeerde dat de reclassering reeds bezig was met het opstellen van een maatregelrapport, maar dat de rechtbank kennelijk op het verkeerde been is gezet door het openbaar ministerie.

De raadsman verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Het is juist dat indien cliënt deze keer weer naar De Tender gaat, dit zijn derde behandeling daar zou zijn, maar dit zal dan wel de eerste keer zijn dat het in het kader van terbeschikkingstelling onder voorwaarden is. De stelling van de officier van justitie dat De Tender mogelijk niet met cliënt wil werken, vind ik in dit stadium te ver gaan.

Verdachte verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik ben het eens met mijn advocaat. Ik ben gemotiveerd voor een behandeling bij De Tender. Het moet een keer afgelopen zijn. Ik wil hier niet nog een keer komen. Ik kan mij vinden in de rapporten van de psycholoog en de psychiater. Het feit dat een terbeschikkingstelling onder voorwaarden kan worden omgezet in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging is een groot iets, omdat dan niet duidelijk is wanneer ik weer vrij kom. Ik heb een stevige stok achter de deur nodig. Daarnaast is controle noodzakelijk. Ik heb begrepen dat de reclassering mij bij een terbeschikkingstelling onder voorwaarden 9 jaar kan volgen. Dat is wel zwaar, maar ik heb daartegen geen bezwaar.

De voorzitter vraagt verdachte naar zijn persoonlijke omstandigheden.

Verdachte verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik ben inmiddels gescheiden. Mijn vrouw heeft mij verlaten. Indien ik vrij kom, kan ik bij mijn broer in [plaats] terecht. Hij heeft gezegd dat ik welkom ben bij hem.

Na een onderbreking van het onderzoek teneinde de rechtbank in de gelegenheid te stellen zich te beraden, vraagt de voorzitter aan verdachte om welke broer van verdachte het gaat.

Verdachte verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Mijn broer in [plaats] werkt met vluchtelingen of iets dergelijks. Hij heeft aangegeven dat ik altijd welkom ben bij hem, zolang ik geen woonruimte heb. Tijdens detentie heb ik enkel contact met mijn ex-vrouw en kinderen gehad. In het begin van detentie heb ik met mijn broer gebeld. Hij wilde op bezoek komen, maar ik heb gezegd dat ik maar één uur per week bezoek mag ontvangen en dat ik dan graag mijn kinderen wil zien. Mijn broer wilde graag komen.

Mijn broer woont aan [adres] te [plaats]. Zijn telefoonnummer is [telefoonnummer]. Het gaat hier om mijn middelste broer. Hij is ook degene die optreedt tegen mijn vader. Ik ben de enige met een strafblad. Mijn broers zijn nooit in aanraking geweest met justitie. Mijn moeder heeft veel contact met mijn broer. Zij vertelt haar verhaal aan hem en mijn broer stapt dan naar mijn vader en regelt het.

De voorzitter deelt mede dat de rechtbank heeft begrepen dat verdachte graag behandeld wil worden voor zijn problematiek en dat hij – indien het tot een bewezenverklaring van de feiten komt – geen bezwaar heeft tegen een eventuele terbeschikkingstelling onder voorwaarden. De voorzitter deelt mede dat de rechtbank voornemens is de behandeling van de strafzaak aan te houden teneinde de reclassering te laten rapporteren omtrent mogelijk op te leggen voorwaarden. Tot slot deelt hij mede dat de rechtbank zojuist heeft beraadslaagd, waarbij zij in overweging heeft genomen de voorlopige hechtenis van verdachte tot aan de volgende zitting te schorsen.

De raadsman verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik heb zelf ook nagedacht om een schorsing van de voorlopige hechtenis te verzoeken, maar ik wilde in mijn eerste termijn stellig zijn. Als mogelijke schorsingsvoorwaarden zouden kunnen worden opgenomen dat cliënt bij zijn broer verblijft, dat hij zich houdt aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering, dat hij huisarrest heeft en dat hij enkel contact met zijn kinderen heeft onder toezicht van zijn ex-vrouw. De overige voorwaarden kunnen mogelijk door de reclassering worden geformuleerd, zoals bijvoorbeeld dat cliënt zich moet melden bij De Tender.

De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik verzet mij tegen schorsing van de voorlopige hechtenis. Ik vind dat geen goed idee, omdat het recidivegevaar als hoog wordt ingeschat. Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van het in bezit hebben van kinderporno. Er moet eerst een duidelijk plan komen. De duur van de voorlopige hechtenis is bovendien nog niet zodanig dat daarin een reden tot schorsing gelegen is.

De oudste rechter vraagt verdachte of zijn broer een computer heeft.

Verdachte verklaart – zakelijk weergegeven – onder meer:

Mijn broer heeft een computer voor zijn zoons, waarvan de jongste 17 jaar oud is. Het is niet de bedoeling dat ik van die computer gebruik ga maken. Zijn kinderen weten dat ik gedetineerd zit, maar ik weet niet of zij weten waarom.

Na een onderbreking van het onderzoek teneinde de rechtbank in de gelegenheid te stellen zich te beraden, deelt de voorzitter namens de rechtbank haar beslissing mede.

De rechtbank schorst het onderzoek in de zaak tot 10 juni 2009 te 10.45 uur.

De rechtbank stelt de stukken in handen van de officier van justitie teneinde een zogenoemd maatregelrapport door de reclassering te laten opmaken. Dit rapport dient uiterlijk 1 juni 2009 door de rechtbank en de verdediging te worden ontvangen.

De rechtbank beveelt voorts de oproeping tegen voormelde terechtzitting van de reclasseringsmedewerker, die betrokken is bij het opstellen van het maatregelrapport.

In de omstandigheid dat er enige tijd zal zijn gemoeid alvorens aan het doel waarvoor de huidige schorsing van het onderzoek is bevolen, beantwoord zal kunnen zijn en in het volle zittingsrooster van de rechtbank, ziet de rechtbank klemmende redenen om deze zaak langer dan één maand aan te houden.

De voorzitter deelt voorts namens de rechtbank mede dat er op dit moment te weinig duidelijkheid is omtrent onder meer het mogelijke verblijf van verdachte bij zijn broer indien de voorlopige hechtenis zal worden geschorst. De rechtbank wil bovendien de broer van verdachte niet voor een voldongen feit stellen door als voorwaarde te stellen dat verdachte gedurende zijn schorsing aldaar verblijft. De rechtbank zal de voorlopige hechtenis thans dan ook niet schorsen. De rechtbank geeft de raadsman mee dat hij vooruitlopend op de volgende zitting bij de raadkamer een schorsingsverzoek kan indienen, waarin hij het verzoek nader onderbouwd en aankleed. De rechtbank overweegt tot slot dat zij zich kan voorstellen dat de volgende voorwaarden zouden kunnen worden opgesteld, indien de voorlopige hechtenis op een later moment zal worden geschorst:

- dat verdachte geen strafbare feiten pleegt;

- dat verdachte ter terechtzitting van 10 juni 2009 te 10.45 uur verschijnt;

- dat hij meewerkt aan het door de reclassering op te stellen maatregelrapport;

- dat hij geen contact onderhoudt met [getuige];

- dat hij niet in de buurt van zijn oude woning zal komen

- dat hij enkel onder toezicht van zijn ex-vrouw contact heeft met zijn kinderen;

- dat hij niet zelf contact opneemt met zijn kinderen;

- dat hij zich houdt aan de aanwijzingen en voorschriften hem te geven door of namens de reclassering;

- dat de reclassering contact onderhoudt met zijn broer; en

- dat verdachte geen gebruik maakt van internet.

De voorzitter deelt namens de rechtbank tot slot mede dat de hiervoor geformuleerde voorwaarden geen enkele toezegging inhouden dat een door de raadsman ingediend schorsingsverzoek ook daadwerkelijk zal worden toegewezen.

De rechtbank zegt de verdachte en zijn raadsman aan op voormelde terechtzitting aanwezig te zijn zonder nadere oproeping.

Waarvan proces-verbaal,