Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI2438

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
06/460627-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte wegens bedreiging en stalking van zijn exvriendin veroordeelt tot 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van 80 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460627-08

Uitspraak d.d.: 29 april 2009

tegenspraak/ (dip of dnip)

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te Bergh op [1968],

wonende te [adres].

Raadsman mr. M. van Kan te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 april 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op of omstreeks 24 december 2008

in de gemeente Doetinchem

[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes,

althans een scherp en/of puntig voorwerp aan [getuige1] (die zich in de

buurt van de woning van die [slachtoffer] bevond) getoond en/of voorgehouden en/of

(daarbij) aan [getuige2] (de dochter van deze [slachtoffer], die zich eveneens in de

buurt van de woning van deze [slachtoffer] bevond) dreigend de woorden toegevoegd

(bestemd voor deze [slachtoffer]): "Ik sla de kop van je moeder in", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking en/of aan deze [slachtoffer] dreigend de woorden

toegevoegd: "Je gaat eraan" en/of "Voor de feestdagen lig je in je in het

ziekenhuis. Ik schop je darmen uit je pens" en/of "Ik maak je af",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 24 december 2008

in de gemeente Doetinchem, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen,

te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft/is verdachte toen aldaar

meermalen, althans eenmaal (telkens)

- (dagelijks) naar de woning van die [slachtoffer] gegaan, en/of

- (daarbij) dreigende en/of beledigende woorden tegen die [slachtoffer] geroepen en/of

geschreeuwd, en/of

- (een) brie(f)(ven) bij die [slachtoffer] in de bus gedaan (met daarin dreigende en/of

beledigende woorden en/of teksten), en/of

- (een) sms-bericht(en) aan die [slachtoffer] gestuurd, en/of

- op een of meer ra(a)m(en) van de woning van die [slachtoffer] (met stift) woorden

en/of teksten geschreven, inhoudende (onder meer) "afgeronde slet met je

misvormde megakut" en/of "babymoordenaar" en/of "alcoholsnol", en/of

- (een) vernieling(en) aangericht in de tuin en/of bij/aan de woning van die

[slachtoffer], en/of

- de vuilnisbak/container (voor de deur) van die [slachtoffer] omgegegooid;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Geldigheid van de dagvaarding

1. Door de raadsman is aangevoerd dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard nu deze onvoldoende duidelijk is. Hij heeft in dit verband het volgende naar voren gebracht. In de tenlastelegging worden drie bedreigingen genoemd. Verdachte zou volgens de tenlastelegging namelijk [getuige2] (de dochter van aangeefster), haar vriend, [getuige1], en aangeefster zelf hebben bedreigd. Het is daarnaast niet duidelijk tegen wie de bedreiging met het mes gericht is. Evenmin is duidelijk hoe bedreigend deze situatie is geweest.

2. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de dagvaarding geldig is. Het gaat in de dagvaarding om de bedreiging van aangeefster.

3. De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding niet nietig is, nu uit de tenlastelegging voldoende duidelijk de bedoeling blijkt van de officier van justitie ten laste te leggen dat de uitlatingen en het tonen van een mes aan anderen dan aangeefster voor haar bedreigend is geweest.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

A. Standpunt van het openbaar ministerie

1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Zij heeft zich hierbij gebaseerd op de aangifte van mevrouw [slachtoffer], de door mevrouw [slachtoffer] ingediende klacht, de aangifte door de dochter van de buurvrouw van aangeefster, [getuige3], het proces-verbaal van bevindingen houdende de verklaring van buurtbewoner [getuige4], de verklaringen van [getuige2] (de dochter van aangeefster) en van [getuige1], delen van de verklaringen van verdachte en op de verklaringen van buurtbewoners.

Met betrekking tot feit 2 heeft de officier van justitie daarnaast naar voren gebracht dat sprake is van stelselmatigheid, gelet op de door aangeefster overgelegde aantekeningen en op de door haar overgelegde brieven van verdachte. Nu in twee van de brieven door verdachte is geschreven dat hij en aangeefster twaalf jaar bij elkaar zijn geweest, is niet aannemelijk dat het om brieven zou gaan die op de vorige strafzaak tegen verdachte betrekking zouden hebben. De relatie tussen verdachte en aangeefster is immers in 1996 gestart. Door de officier van justitie is ter zitting een uitdraai van de tenlastelegging van de vorige strafzaak tegen verdachte overgelegd. Zij heeft aangegeven hiermee aan te willen tonen dat het in die zaak om andere teksten ging dan de teksten die worden vermeld in de huidige tenlastelegging.

C. Standpunt van de verdediging

2. Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde bedreigingen. Verdachte heeft het mes direct ingeklapt toen hij werd benaderd door [getuige2] en [getuige1]. [getuige2] heeft het mesje niet gezien. [getuige1] heeft het mesje wel gezien, maar het is hem niet getoond, zoals is ten laste gelegd. Aangeefster is hierdoor niet bedreigd. De bedreiging 'ik sla de kop van je moeder in' wordt door verdachte ontkend. Over deze bedreiging wordt door [getuige2] en [getuige1] verklaard. De bedreiging was niet gericht tegen aangeefster. De bedreigingen die door verdachte rechtstreeks tegen aangeefster zijn geuit, zijn niet wettig en overtuigend te bewijzen nu hiervoor enkel de verklaring van aangeefster voorhanden is.

Ook voor het onder 2 tenlastegelegde feit wordt vrijspraak bepleit. De raadsman heeft naar voren gebracht dat er geen sprake is van stelselmatigheid. Verdachte vroeg wel regelmatig om zijn eigendommen, maar om die reden is geen sprake van wederrechtelijkheid van het handelen. Verdachte stond immers in zijn recht. Aangeefster weigerde al maanden de eigendommen van verdachte terug te geven. Het handelen van verdachte was verder niet gericht op een dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden dan wel op vrees aanjagen. Er ligt enkel een verklaring van een vriendin van het slachtoffer en haar dochter, waardoor het aannemelijk is dat de gegeven informatie door kletspraat is gegenereerd. De brieven die door aangeefster zijn overgelegd dateren allen van drie à vier jaar terug. Verdachte heeft niet twaalf jaar, maar vijftien à zestien jaar een relatie met aangeefster gehad. Op de overgelegde brieven heeft de eerdere veroordeling van verdachte betrekking gehad. Ditzelfde geldt voor de in de tenlastelegging genoemde vernielingen en het omgooien van de vuilnisbak. Subsidiair is aangevoerd dat wellicht wel tot bewezenverklaring van dit feit gekomen kan worden wanneer men in de bezoeken van verdachte aan de woning van aangeefster wel stelselmatigheid en wederrechtelijkheid inleest en men dit combineert met de teksten die door verdachte op de ramen van aangeefster zijn aangebracht.

D. Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

3. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van bedreiging bij haar woning. Op 24 december 2008 kwam verdachte naar haar woning. Aangeefster deed niet open voor verdachte die onder andere zei dat hij haar te pakken zou nemen. Hij zei dat aangeefster eraan zou gaan. Ook zei hij 'voor de feestdagen lig je in het ziekenhuis. Ik schop je de darmen uit de pens'.2

4. De dochter van aangeefster, [getuige2], verklaart dat zij op 24 december 2008 bij haar moeder langs ging in Doetinchem. Met haar vriend [getuige1] kwam zij aan bij de woning. Zij zag verdachte, de ex-vriend van haar moeder, daar staan. Hij zei dat hij haar moeder de kop in zou slaan.3

5. [getuige1] verklaart dat hij op 24 december 2008 met [getuige2] bij de woning van haar moeder te Doetinchem was. Hij hoorde verdachte tegen [getuige2] zeggen 'ik sla de kop van jouw moeder in!'4

6. De rechtbank is met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit van oordeel dat de bedreiging met het mes niet bewezen kan worden verklaard. Volgens verdachtes verklaring ter zitting gebruikte hij een klein mesje om, zoals hij ter zitting heeft verklaard 'onder zijn nagels te pulken' en heeft hij dit mesje weggedaan zodra hij de dochter van aangeefster en haar vriend zag. Door de dochter van aangeefster is het mes niet waargenomen. Het is niet duidelijk of het hanteren van het mesje door verdachte daadwerkelijk ernst aan de bedreiging van aangeefster heeft toegevoegd. Verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2

7. [slachtoffer] doet op 25 december 2008 aangifte van stalking, bedreiging en vernieling door verdachte bij haar woning. Zij verklaart dat verdachte haar sinds het verbreken van de relatie in januari 2007 blijft stalken. In 1996 is hun relatie begonnen. De stalking heeft vanaf januari 2007 onophoudelijk plaatsgevonden. Aangeefster geeft toestemming om de brieven die verdachte de afgelopen tijd door de bus heeft gegooid te kopiëren. Sinds januari 2007 heeft aangeefster ongeveer dagelijks een brief gekregen van verdachte. Het beheerst haar leven totaal. Aangeefster is bang om naar buiten te gaan. Verdachte heeft zijn handschrift achtergelaten op de ramen. Verdachte heeft haar drie sms-berichten gestuurd. Er was een contactverbod aan verdachte opgelegd. Op 22 augustus 2008 is het contactverbod afgelopen. Vanaf januari 2007 tot 22 augustus 2008 is het contactverbod continu door verdachte overtreden.5

8. Aangeefster heeft een klacht ingediend tegen verdachte ter zake van stalking/belaging.6

9. In het dossier bevinden zich kopieën van een groot aantal briefjes met bedreigende dan wel beledigende woorden en teksten van verdachte, door aangeefster gedateerd (2 mei 2008 tot 13 december 2008) en een kopie van het door aangeefster bijgehouden schriftje waarin door haar de activiteiten van verdachte zijn beschreven (betrekking hebbende op de periode 2 mei 2008 tot 24 december 2008). In de aantekeningen wordt door aangeefster aangegeven dat verdachte vele malen naar haar woning is gegaan, haar heeft bedreigd dan wel beledigd, brieven in haar brievenbus heeft gegooid en sms-berichten heeft gestuurd.

10. [getuige1] verklaart dat hij sinds twee jaar een relatie met [getuige2] heeft. In die twee jaar wordt haar moeder gestalkt door verdachte. Hij bestookt haar met brieven en blijft haar op alle mogelijke manieren lastigvallen. [getuige1] verklaart dat verdachte de moeder van [getuige2] niet met rust laat. Hij valt haar dagelijks lastig en bedreigt haar regelmatig. 7

11. Door [getuige3], woonachtig in de straat waar ook aangeefster woont, wordt verklaard dat aangeefster al lange tijd wordt gestalkt/bedreigd door verdachte. Verdachte komt meerdere keren op een dag langs bij aangeefster en staat dan buiten op straat te schreeuwen. Dit kan door de hele buurt gehoord worden. Dit gaat zo sinds de relatie tussen hen uit is. Ik zag vaak direct nadat verdachte weg was vernielingen in de tuin van aangeefster. Verdachte scheldt aangeefster uit. Ook heeft getuige berichten gelezen waarin verdachte aangeefster uitscheldt en bedreigt. 8

12. In een proces-verbaal van bevindingen is opgenomen dat buurtbewoner [getuige4] tegenover verbalisant heeft verklaard dat hij spuugzat is van de overlast die hij ondervindt van verdachte, dat verdachte regelmatig aan de deur komt en aangeefster dan bedreigt met de woorden dat hij haar kapot zou maken en of woorden van gelijke strekking. [getuige4] verklaarde dat verdachte de meest schandelijke woorden gebruikt om aangeefster zwart te maken.9

13. Verdachte verklaart op 25 december 2008 dat hij al twee jaar bezig is met het terugkrijgen van zijn spullen. De laatste twee maanden gaat hij twee tot drie maal per week langs de woning, zonder resultaat. 10 Hij verklaart een sms te hebben gestuurd met de tekst 'Je vraagt er om. Kom mijn spullen halen en niet op jouw manier, slettebak'. Ook heeft verdachte verklaard dat hij met een stift op het raam van de voordeur van aangeefster 'Hoertje' heeft geschreven, uit frustratie. Hij geeft aan al een keer of drie soortgelijke teksten op het raam van de voordeur te hebben geschreven.11 Verdachte heeft in zijn vierde verklaring gezegd dat het klopt dat hij op de ruit van de voordeur van aangeefster heeft geschreven 'afgereden slet met je misvormde megakut', 'hier woont een babymoordenaar..', 'alcoholsnol'. 12

Ter terechtzitting heeft verdachte de juistheid van deze verklaringen bevestigd.

14. De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat er geen sprake zou zijn van - zoals de wet eist - stelselmatig handelen van verdachte. Verdachte is wel regelmatig naar de woning van aangeefster gegaan om zijn eigendommen terug te vragen, maar naar mening van de raadsman kan niet worden gesproken van wederrechtelijke stelselmatigheid. Er was geen sprake van een wederrechtelijke situatie, aangezien aangeefster maandenlang weigerde eigendommen van verdachte aan hem terug te geven en verdachte er derhalve belang bij had zijn verzoek te doen.

Dit verweer kan niet slagen, omdat de raadsman aan het bestanddeel van de delictsomschrijving 'wederrechtelijk stelselmatig' een onjuiste betekening hecht. De betekenis van het betreffende bestanddeel is blijkens de wetsgeschiedenis: het herhaaldelijk iemand lastigvallen zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. Hiermee wordt voorkomen dat ieder herhaald hinderlijk gedrag als belaging aangemerkt moet worden. Onder omstandigheden kan het immers geoorloofd zijn een ander stelselmatig te hinderen. Zo kan bijvoorbeeld in een arbeidsconflict het een geoorloofd actiemiddel zijn een aantal dagen (dus stelselmatig) bij de toegang tot een bedrijfsterrein een picket line te organiseren, waarbij stakende werknemers proberen te verhinderen dat werklustige collega's aan het werk gaan.

Van dit alles is hier geen sprake. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte de aangeefster herhaaldelijk heeft lastig gevallen zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestond. Het ophalen van de bij het slachtoffer achtergebleven goederen van verdachte kan als zodanig niet gelden.

15. Door de raadsman is daarnaast aangevoerd dat verdachte niet het oogmerk had aangeefster te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen. De rechtbank deelt dat standpunt niet. Door verdachte is verklaard dat hij wilde dat aangeefster hem schilderijen/goederen terug zou geven die hem toebehoorden. Het was verdachte er dan ook om te doen aangeefster te dwingen iets te doen, namelijk het afgeven van genoemde goederen.

16. De raadsman heeft ook naar voren gebracht dat de door aangeefster overgelegde briefjes betrekking hebben op de eerdere strafzaak tegen verdachte en dan ook van oudere datum zijn dan de datering die door aangeefster op de briefjes is aangebracht. De rechtbank gaat hier niet in mee, gelet op het feit dat door aangeefster is verklaard dat zij van 1996 tot januari 2007 een relatie heeft gehad met verdachte. In de brief die is gedateerd op 18 november 2008 wordt door verdachte aangegeven dat hij na 12 jaar glashard voorgelogen wordt. In de brief die is gedateerd op nacht van 8 op 9 juni 2008 wordt door verdachte onder andere geschreven dat hij na 11 jaar de waarheid verdient en 'na 11 jaar na een paar maanden al met een ander in bed'. Uit deze brieven leidt de rechtbank af dat verdachte inderdaad gedurende elf jaren, van 1996 tot 2007, een relatie heeft gehad met aangeefster en niet vijftien à zestien jaar, zoals verklaard door verdachte ter terechtzitting. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet aannemelijk is dat genoemde brieven betrekking hebben op de eerdere strafzaak tegen verdachte, waarbij het ging om de periode 27 april 2006 tot en met 9 mei 2006. Daarnaast heeft de rechtbank meegewogen dat de teksten die in de op de oudere strafzaak betrekking hebbende tenlastelegging genoemd worden niet voorkomen in de briefjes die in de huidige strafzaak door aangeefster zijn overgelegd..

17. Tot slot is door de raadsman aangevoerd dat ook de vernielingen en het omgooien van de vuilnisbak betrekking heeft op de oudere strafzaak tegen verdachte. Nu als bewijs voor deze onderdelen van de telastelegging enkel ongedateerde foto's voorhanden zijn en er geen getuigen zijn van de vernielingen dan wel het omgooien van de vuilnisbak, zal de rechtbank verdachte van deze onderdelen vrijspreken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 24 december 2008 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk aan [getuige2] (de dochter van deze [slachtoffer], die zich eveneens in de buurt van de woning van deze [slachtoffer] bevond) dreigend de woorden toegevoegd (bestemd voor deze [slachtoffer]): "Ik sla de kop van je moeder in" en aan deze [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Je gaat eraan" en "Voor de feestdagen lig je in je in het ziekenhuis. Ik schop je darmen uit je pens" en "Ik maak je af".

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 24 december 2008

in de gemeente Doetinchem wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, immers heeft/is verdachte toen aldaar

meermalen, althans eenmaal (telkens)

- naar de woning van die [slachtoffer] gegaan, en

- daarbij dreigende en/of beledigende woorden tegen die [slachtoffer] geschreeuwd, en

- brieven bij die [slachtoffer] in de bus gedaan met daarin dreigende en/of

beledigende woorden en/of teksten, en

- sms-berichten aan die [slachtoffer] gestuurd, en

- op ramen van de woning van die [slachtoffer] met stift woorden

en/of teksten geschreven, inhoudende "afgereden slet met je

misvormde megakut" en "babymoordenaar" en "alcoholsnol".

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling.

2. Belaging.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft, beide feiten bewezen achtend, gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als die inhouden dat verdachte een zogenaamde COVA-training volgt. Verder heeft zij (in tweede termijn) als bijzondere voorwaarde gevorderd dat verdachte geen contact opneemt of houdt met de aangeefster in deze zaak.

2. Namens verdachte is aangevoerd dat deze feiten met een taakstraf wel voldoende worden bestraft, gelet op de omstandigheid dat het conflict tussen verdachte en aangeefster met de teruggave van de goederen op 24 december 2008 is opgelost. De raadsman heeft tegelijkertijd opgemerkt dat het opleggen van een verplicht reclasseringscontact voor verdachte niet bezwaarlijk is.

3. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank oordeelt over de strafoplegging als volgt.

Verdachte heeft geruime tijd het leven van aangeefster en haar naaste omgeving negatief beïnvloed. Zijn standpunt dat hij daartoe gerechtigd was omdat hij nog spullen van haar moest krijgen, verwerpt de rechtbank. Er waren en zijn immers talloze andere manieren te bedenken om dat probleem aan te pakken en/of op te lossen, zonder op zo hardnekkige wijze inbreuk te maken op de levenssfeer van aangeefster. Van het delict van belaging gaat, naar vaak blijkt, een grote druk uit op degene(n) die het moet(en) ondergaan. Dat is ook nu het geval geweest.

Daar komt bij, dat verdachte al eerder werd veroordeeld voor het belagen van deze aangeefster. Van de waarschuwing die in die veroordeling besloten lag, heeft verdachte zich kennelijk niets aangetrokken. Dat acht de rechtbank ernstig.

De rechtbank zal echter, anders dan door het openbaar ministerie gevorderd, geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen. Verdachte heeft ter zitting betoogd dat hij, nu hij eindelijk zijn spullen terugheeft, geen reden meer heeft om aangeefster nog verder te benaderen.

Verdachte lijkt het verwijtbare van zijn handelen niet of maar zeer ten dele in te zien. Daarom acht de rechtbank de oplegging van een aanmerkelijk voorwaardelijk strafdeel zeer zeker aan de orde, om verdachte er langs die weg van te doordringen dat het bij de eerste overtreding van de voorwaarden zou kunnen komen van een vordering tot tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf. De rechtbank gaat ervan uit dat het openbaar ministerie daarop zal doen toezien.

De rechtbank zal het gevorderde contactverbod niet opleggen, alleen al omdat de vordering inhoudelijk te summier is.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte een taakstraf van na te melden duur opleggen, waarbij rekening is gehouden met verdachtes lichamelijke gesteldheid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling.

2. Belaging.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden en bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden aangegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

* heft op het - geschorste - bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Roessingh-Bakels, voorzitter, Brouns en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2009.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0641/08-210475, Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, District Achterhoek, gesloten en ondertekend op 26 december 2008.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p. 18-19

3 Proces-verbaal van verhoor [getuige2], p. 21

4 Proces-verbaal van verhoor [getuige1], p.23-24

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer]. P. 35-37

6 Klacht van [slachtoffer], p. 40

7 Proces-verbaal van verhoor [getuige1], p.23-24

8 Proces-verbaal van verhoor [getuige3], p. 25-26

9 Proces-verbaal van bevindingen p. 16

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 28-29

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 30-31

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 41-44