Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI1179

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-04-2009
Datum publicatie
15-04-2009
Zaaknummer
06/460114-07 (38s Sr)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om beëindiging ISD-maatregel is afgewezen, hoewel de rechtbank het verontrustend acht dat aan de destijds ten tijde van de behandeling bij het gerechtshof te Arnhem d.d. 26 augustus 2008 gedane toezeggingen in de praktijk – vrijwel – geen uitvoering is gegeven en dat verzoeker eerst op 9 januari 2009 een intakegesprek heeft gehad bij de Piet Roordakliniek. Hoewel de rechtbank deze gang van zaken betreurt, zal zij de ISD-maatregel echter niet beëindigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460114-07 (38s Sr)

De rechtbank heeft te beslissen op een op 9 februari 2009 ter griffie van deze rechtbank binnengekomen verzoekschrift als bedoeld in artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht van:

[verdachte],

geboren op [1970] te [plaats] (Nederlandse Antillen),

wonende te [adres en plaats],

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Arnhem, locatie Arnhem Zuid,

nader te noemen verzoeker.

Het verzoekschrift is in het openbaar behandeld op 27 maart 2009. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

Overwegingen

1. Aan verzoeker is bij vonnis van de rechtbank Zutphen van 11 mei 2007 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd. Genoemd vonnis is op 25 mei 2007 onherroepelijk geworden en de tenuitvoerlegging van de maatregel is vanaf die dag gaan lopen. Bij beslissing van 14 maart 2008 heeft de rechtbank de ISD-maatregel beëindigd, welke beslissing door het gerechtshof Arnhem op 26 augustus 2008 is vernietigd en waarbij is beslist dat de maatregel diende te worden voortgezet.

2. Door en namens verzoeker is thans (wederom) beëindiging van de ISD-maatregel verzocht. Daartoe is – kort samengevat – aangevoerd dat sinds de beslissing van het gerechtshof Arnhem van 26 augustus 2008 op geen enkele wijze invulling is gegeven aan de hervatting van de ISD-maatregel. Het gerechtshof heeft in haar beslissing onder meer overwogen dat verdere behandeling mogelijk en zinvol is. Daarbij heeft hij de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de getuige-deskundige, inhoudende dat verzoeker op korte termijn zou kunnen worden opgenomen in de Piet Roordakliniek, terwijl hij in afwachting daarvan nog trainingen zou kunnen volgen, in aanmerking genomen.

De raadsman van verzoeker heeft aangevoerd dat de vaststellingen van het gerechtshof onjuist zijn gebleken. Verzoeker is in de PI Arnhem Zuid geen enkele training aangeboden en hij heeft pas op 8 januari 2009 een intakegesprek gehad bij de Piet Roordakliniek. Inmiddels heeft hij vernomen dat hij bij de kliniek is aangenomen, maar onduidelijk is wanneer hij aldaar geplaatst gaat worden.

Nu er sinds de beslissing van het gerechtshof (en feitelijk reeds sinds 15 november 2007, toen zich in De Grittenborgh te Hoogeveen een incident voordeed, als gevolg waarvan verzoeker is overgeplaatst) op geen enkele wijze invulling is gegeven aan de ISD-maatregel, dient de maatregel te worden beëindigd, aldus verzoeker.

3. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de maatregel.

4. Ingevolge artikel 38s, derde lid van het Wetboek van Strafrecht beëindigt de rechter de ISD-maatregel indien zij naar aanleiding van inlichtingen over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel van oordeel is dat de verdere tenuitvoerlegging niet langer is vereist. Ingevolge artikel 38m, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht strekt de ISD-maatregel tot beveiliging van de maatschappij en tot beëindiging van de recidive van verdachte.

5. De rechtbank stelt voorop dat eerst moet worden vastgesteld of opheffing van de ISD-maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein. Vervolgens moet eventueel worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt. Bij een bevestigend antwoord beëindigt de rechter de maatregel (Gerechtshof Arnhem 20 maart 2006, LJN AV6348).

6. In dit verband wordt het volgende opgemerkt. Uit de in het dossier aanwezige brief van Th. H. Everts, Trajectbegeleider ISD van de P.I. Arnhem Zuid, gedateerd 26 maart 2009, leidt de rechtbank af dat verzoeker in de P.I. Arnhem Zuid geen specifieke op zijn problematiek toegesneden behandeling ondergaat, nu uit deze brief blijkt dat hij op de wachtlijst staat voor de Gelderse Test Methode en de COVA training en dat hij daarnaast deelneemt aan het dagprogramma.

De rechtbank acht het verontrustend dat aan de destijds ten tijde van de mondelinge behandeling bij het gerechtshof te Arnhem gedane toezeggingen in de praktijk – vrijwel – geen uitvoering is gegeven en dat verzoeker eerst op 9 januari 2009 een intakegesprek heeft gehad bij de Piet Roordakliniek. Hoewel de rechtbank deze gang van zaken betreurt, zal zij de ISD-maatregel echter niet beëindigen, gelet op het hiernavolgende.

7. Opheffing van de maatregel zal naar het oordeel van de rechtbank leiden tot te verwachten onveiligheid van het publieke domein en recidive van verdachte. In dit verband overweegt de rechtbank dat verzoeker in de relatief korte tijd dat hij in 2008 na aanvankelijke beëindiging van de ISD-maatregel door de rechtbank Zutphen in vrijheid is geweest, tweemaal is aangehouden op verdenking van een strafbaar feit. Hij is op

13 juni 2008 en 7 augustus 2008 door de politierechter te Zutphen veroordeeld tot

8 weken gevangenisstraf respectievelijk 3 maanden gevangenisstraf terzake een tweetal gekwalificeerde diefstallen, gepleegd op 17 mei 2008 respectievelijk 18 juli 2008. Verzoeker is niet bij machte gebleken zichzelf staande te houden in de maatschappij. Die situatie is thans niet anders, mede gelet op de omstandigheid dat hij sinds de hervatting van de maatregel geen specifieke op zijn problematiek toegesneden behandeling heeft ondergaan.

8. De rechtbank is voorts van oordeel dat verdere voortzetting van de maatregel nog zinvol is, nu uit de brief van Th. H. Everts d.d. 26 maart 2009, blijkt dat verzoeker op 6 april 2009 in de Piet Roordakliniek geplaatst kan worden. Ter terechtzitting heeft verzoeker aangegeven dat hij hulp nodig heeft om zich in de maatschappij staande te houden. Voort heeft veroordeelde te kennen gegeven dat een behandeling in deze kliniek op zichzelf zijn instemming heeft.

9. Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist en wijst het verzoek tot beëindiging van de maatregel af.

Deze beslissing is gegeven door mr. Hödl, voorzitter, mrs. Hemrica en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 april 2009.

Mr. Follender Grossfeld is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.