Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI0487

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
08-04-2009
Zaaknummer
09/259 en 09/118 GEMWT
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Last onder dwangsom wegens gebruik in strijd met bestemmingsplan. Uitsluitend gebruik als kantoor is niet toegestaan. Pand moet ook een woonfunctie hebben. Beroep ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nrs.: 09/259 en 09/118 GEMWT

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak, in het geding tussen:

[eiser]

te Apeldoorn,

verzoeker/eiser, hierna: eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn

verweerder.

[derde partij]

derde-partij.

1. Bestreden besluit

Besluit van verweerder van 22 december 2008, gewijzigd bij besluit van 6 februari 2009.

2. Feiten en procesverloop

Eiser is eigenaar van een pand op het perceel [adres] te Apeldoorn, kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer].

Op het verzoek van de derde-partij om handhavend op te treden tegen het volgens hem met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het pand is door verweerder bij besluit van 4 september 2006 afwijzend beslist. Het door de derde-partij gemaakte bezwaar is bij besluit van 27 november 2006 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 oktober 2007 heeft de rechtbank het door de derde-partij ingestelde beroep gegrond verklaard en heeft zij dat besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op het handhavingsverzoek. Deze uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) in haar uitspraak van 16 juli 2008 (reg.nr. 200708330/1) in hoger beroep bevestigd.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het besluit van 4 september 2006 herroepen en eiser onder oplegging van een last onder dwangsom van € 25.000,- per maand met een maximum van € 150.000,- gelast het gebruik van het pand [adres] ten behoeve van kantoor uiterlijk 1 maart 2009 te beëindigen en beëindigd te houden en het geplaatste keukenblok voor deze datum te verwijderen en verwijderd te houden.

Namens eiser heeft mr. A.A. Robbers, advocaat te Apeldoorn, bij brief van 29 januari 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij brief van 27 februari 2009 is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bij besluit van 26 januari 2009 heeft verweerder aan eiser ontheffing van de bepalingen van het geldende bestemmingsplan en een lichte bouwvergunning verleend voor het intern veranderen van het pand.

Bij besluit van 6 februari 2009 heeft verweerder besloten dat eiser ook aan de in het bestreden besluit neergelegde lastgeving kan voldoen indien de voor bewoning bestemde gedeelten daadwerkelijk vóór 1 maart 2009 in gebruik worden genomen als woning.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 25 maart 2009, waar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. Robbers. De derde-partij is verschenen, bijgestaan door mr. W. Kattouw. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G.L. ter Brugge en mr. G.N. Sloote.

3. Motivering

Indien de voorzieningenrechter na de behandeling ter zitting van een verzoek om een voorlopige voorziening van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan hij, ingevolge artikel 8:86 van de Awb, onmiddellijk uitspraak doen in de bij de rechtbank aanhangige hoofdzaak. Van deze bevoegdheid wordt in dit geval gebruik gemaakt.

Niet in geschil is dat eiser het betreffende pand uitsluitend in gebruik heeft als kantoorpand en dat dit in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “De Parken”. Derhalve is verweerder bevoegd handhavend op te treden.

Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat.

Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Voor zover eiser heeft bedoeld te betogen dat concreet zicht bestaat op legalisatie, gelet op de bij besluit van 26 januari 2009 verleende lichte bouwvergunning, merkt de voorzieningenrechter op dat – nog daargelaten dat hiertegen een bezwaarprocedure loopt – hiermee het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het pand uitsluitend als kantoorpand niet is gelegaliseerd. De betekenis van deze bouwvergunning zal overigens aan de orde komen in het kader van de begunstigingstermijn.

Eiser heeft betoogd dat de begunstigingstermijn te kort is en dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder van handhavend optreden had moeten afzien.

De voorzieningenrechter merkt hieromtrent op dat eiser aan de last kan voldoen door het gebruik uitsluitend als kantoor te beëindigen, dan wel door het pand (tevens) in gebruik te nemen als woning. Niet valt in te zien dat beëindiging van het strijdige gebruik als kantoor niet binnen de gestelde termijn op eenvoudige wijze is te realiseren. Dat hij niet binnen die termijn een andere kantoorlocatie voor zijn bedrijf kan vinden en dat een en ander zal leiden tot het faillissement van het bedrijf, is, zonder enige nadere onderbouwing met stukken, niet aannemelijk geworden. Voorts valt niet in te zien dat eiser dan wel (een deel van) zijn gezin, al is het op provisorische basis, vóór afloop van de gestelde termijn het pand zouden kunnen bewonen, ook zonder dat de voorzieningen waarvoor bij besluit van 26 januari 2009 een lichte bouwvergunning is verleend, zijn aangebracht. Dat dit voor eiser en zijn gezin ongemak met zich zal brengen en dat eiser, naar hij heeft aangegeven, eerst het pand wil gaan bewonen wanneer de lichte bouwvergunning onherroepelijk is geworden, begrijpt de voorzieningenrechter, maar dat komt voor rekening en risico van eiser en leidt niet tot het oordeel dat de begunstigingstermijn onredelijk kort is.

Bij het voorgaande neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat eiser al sinds voormelde uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2008 bekend is met de omstandigheid dat een uitsluitend gebruik van het pand als kantoor niet is toegestaan en dat het pand (tevens) een woonfunctie moet krijgen. Dat eiser sindsdien – naar ter zitting is gebleken – niet meer actie heeft ondernomen dan dat hij een aanvraag heeft gedaan voor een bouwvergunning, dient voor zijn rekening te worden gelaten. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 6 augustus 2008, nr. 200708884/1 (www.raadvanstate.nl).

De voorzieningenrechter komt tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep is ongegrond. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zijn derhalve geen termen aanwezig.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. drs. J.H. van Breda en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2009 in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Steigenga-Gerritsen als griffier.