Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BH7612

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
11-02-2009
Datum publicatie
24-03-2009
Zaaknummer
88749 / HA ZA 07-930
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale duurovereenkomst. Algemene voorwaarden van Nederlandse gedaagde van toepassing, waardoor uitsluiting CISG en toepassing exoneratieclausules. Italiaanse rapportage niet geheel overgelegd. Deskundigenbericht in Italie nodig, mogelijk via EG bewijsverordening?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 88749 / HA ZA 07-930

Vonnis van 11 februari 2009

in de zaak van

de rechtspersoon nar Italiaans recht

TRILINE INTERNATIONAL S.R.L.,

gevestigd te Garbagnate Milanese (Italië),

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.F.P.M. Vermeer te Harderwijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALCOA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.A. Dooijeweerd te Zutphen.

Partijen zullen hierna Triline en Alcoa genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 oktober 2008

- de akte houdende producties van Triline

- de akte uitlating na tussenvonnis van Alcoa

- de antwoordakte van Alcoa.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1. De rechtbank volhardt bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 29 oktober 2008.

2.2. Ter uitvoering van hetgeen in het tussenvonnis onder overweging 4.13 is aangegeven heeft Triline bij akte een volledige vertaling overgelegd van het Testregister Microscooponderzoek van Qualital van 6 juni 2007 en van het Technisch Verslag van Qualital van 4 juli 2007. Uit de rapportage blijkt, dat microscooponderzoek is gedaan op diverse monsters van profielen. De conclusie van het technisch verslag luidt:

“(…) Eindconclusies

Aan de hand van de verkregen resultaten, vertoont het onderzochte materiaal dat afkomstig is van ALCOA Nederland een reeks gebreken waarvan de oorzaak toe te schrijven is aan het uitgangsmateriaal vóór de anodisatiebehandeling.

Met uitzondering van het defect dat is gekwalificeerd als “wrijving” waarvan de oorzaak daarentegen toe te schrijven is aan het transport van het geanodiseerd aluminium. (…)”.

2.3. Alcoa heeft in reactie op deze stukken een verklaring overgelegd van haar kwaliteitsmanager en materiaalkundige, [naam], van 2 december 2008. Deze geeft in zijn reactie aan dat het onderzoek eenzijdig is en de plank volledig mis slaat. Zo is naar zijn mening onduidelijk of sprake is van representatieve bemonstering, blijkt uit het rapport niet met zekerheid dat de monsters afkomstig zijn van Alcoa nu de ID-code van de profielen niet is vermeld, zijn de defecten niet conform de geldende (NEN)-normen beoordeeld en is niet vermeld wat de normen/afspraken zijn die tussen producent en klant zijn overeengekomen.

Triline heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid op deze verklaring te reageren.

2.4. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de (conclusies van de) rapportage door Alcoa wordt een deskundigenbericht noodzakelijk geacht. Alcoa heeft zich bij akte hierover uitgelaten en verzoekt, om transportkosten te voorkomen, een (Nederlandse) deskundige te benoemen die het onderzoek in Italië zal uitvoeren. Zij stelt voor iemand te benoemen van de Vereniging voor Oppervlaktetechnieken en Materialen te Nieuwegein, TNO te Delft, danwel het Forschungsintitut Edelmetalle & Metallchemie te Schwäbisch Gmund, Duitsland.

Triline heeft zich niet uitgelaten over de wijze van uitvoering van een deskundigenbericht noch over de te benoemen deskundige.

2.5. In verband met de te verwachten extra reis-, verblijfs- en tolkenkosten die samenhangen met de benoeming van een Nederlandse (of Duitse) deskundige en de transportkosten die zouden samenhangen met het uitvoeren van een onderzoek in Nederland, zal de rechtbank overeenkomstig de EG-bewijsverordening het bevoegde gerecht in Italië verzoeken een onderzoek in Italië te doen plaatsvinden.

De rechtbank is voornemens aan het gerecht te verzoeken een deskundige te benoemen op het gebied van metalen en metaaleigenschappen en aan deze deskundige de volgende vragen te stellen:

1. Voldoen de door Alcoa aan Triline geleverde profielen, die aanwezig zijn in het bedrijf van Triline, aan de daarvoor geldende kwaliteitsnormen? Wilt u zo uitgebreid mogelijk antwoorden en uw motivering vermelden?

2. Indien de profielen, of een gedeelte daarvan, niet voldoen aan de kwaliteitsnormen, waaruit bestaat het gebrek of de gebreken? Wilt u zo uitgebreid mogelijk antwoorden en uw motivering vermelden?

3. Indien de profielen, of een gedeelte daarvan, niet voldoen aan de kwaliteitsnormen, kunt u dan aangeven waardoor of wanneer het gebrek/de gebreken is/zijn ontstaan? Wilt u zo uitgebreid mogelijk antwoorden en uw motivering vermelden?

4. Indien sprake is van (een) gebrek(en) als bedoeld in de vragen 2 en 3, kunt u dan aangeven of dit gebrek/deze gebreken te herstellen is/zijn en, zo ja, een inschatting geven van de met herstel gemoeide kosten? Wilt u zo uitgebreid mogelijk antwoorden en uw motivering vermelden?

5. Welke andere feiten en/of omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?

Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de aan de deskundige te stellen vragen.

2.6. Aan het Italiaanse gerecht zal tevens worden verzocht partijen en hun raadslieden in de gelegenheid te stellen het onderzoek, desgewenst, bij te wonen en de deskundige op te dragen partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en in de rapportage aan te geven op welke wijze de deskundige daaraan heeft voldaan. Ook zal het gerecht verzocht worden de deskundige op te dragen dat hij/zij een concept van zijn/haar rapportage aan partijen zal toezenden opdat partijen in de gelegenheid zijn om daarover opmerkingen te maken en dat de deskundige in de definitieve rapportage zal doen blijken of partijen opmerkingen hebben gemaakt en wat de reactie van de deskundige daarop is geweest.

2.7. Aangezien op Triline de bewijslast op dit punt rust, zal, indien het gerecht daarom verzoekt, een passend deposito of voorschot voor de te maken kosten, zoals het honorarium van de deskundige, voorshands door Triline moeten worden voldaan. Bij de eindbeslissing in deze zaak zal bepaald worden wie van partijen deze kosten dient te dragen.

Overigens wordt partijen in overweging gegeven, gelet op de kosten en de te verwachten tijdsduur van een deskundigenonderzoek, met elkaar in overleg te treden om te trachten onderling tot een oplossing van het geschil te komen.

2.8. In het geval na deskundigenrapportage zal komen vast te staan dat sprake is van een andere tekortkoming dan een tekortkoming in de anodisering, zal, zoals ook overwogen in het tussenvonnis in de overwegingen 4.21 en 4.22, moeten worden beoordeeld of Alcoa afdoende herstel heeft aangeboden. Alcoa heeft bij akte hierover gesteld dat zij, zolang zij niet bekend is met gebreken van vóór de adonisatie, niet kan bewijzen dat het aangeboden herstel daarvoor afdoende zou zijn geweest. Wel herhaalt zij dat zij voor herstel € 16.000,- heeft aangeboden en € 4.000,- voor transportkosten in verband met herstel, welke bedragen door Triline in correspondentie waren genoemd, zodat zij er van mocht uit gaan dat deze bedragen afdoende zouden zijn voor herstel van de volgens Triline aanwezige gebreken.

Triline heeft betwist dat het aangeboden herstel afdoende zou zijn geweest, nu het aanbod zag op kosten van her-anodisatie, maar de gebreken niet zijn gelegen in anodisatie, maar in het basismateriaal. Het opnieuw anodiseren is in dat geval niet aan te merken als afdoende herstel en geeft bovendien een voor Triline onaanvaardbaar kleurverschil ten opzichte van de andere profielen die samen met deze profielen verwerkt moeten worden.

2.9. Om te kunnen beoordelen of een vergoeding van (in totaal) € 20.000,- afdoende zou zijn geweest voor herstel, dient eerst meer duidelijkheid verkregen te worden over de aard van het gebrek, de (on)mogelijkheid van herstel en de daarmee gemoeide kosten. De rechtbank stelt voor, om reden van proceseconomie, de deskundige daarover reeds thans te bevragen.

2.10. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 februari 2009 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aan de deskundige te stellen vragen.

3.2. iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2009.