Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BH3360

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
324018 CV-EXPL 08-187
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2010:BQ3990, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rekening en verantwoording van ontslagen curator aan opvolgend curator. Dagvaardingsprocedure. Kunnen de uren en werkzaamheden die ten grondslag liggen aan door de kantonrechter goedgekeurde verzoeken tot betaling van salaris worden meegenomen in de rekening en verantwoording?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton – Locatie Apeldoorn

Zaaknummer: 324018 CV-EXPL 08-187

Grosse aan: mr. Moree

Afschrift aan: mr. Van Ravenhorst

Verzonden d.d.:

vonnis van de kantonrechter d.d. 18 februari 2009

inzake

[eiser],

in zijn hoedanigheid van curator over [naam A],

wonende te Gouda,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. J.C. Moree te Rotterdam ([adres]),

tegen

[gedaagde],

wonende te Apeldoorn,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie

gemachtigde: mr. J. van Ravenhorst te Utrecht ([adres]).

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1. Het procesverloop

1.1 Het procesverloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 september 2008

- de nadere conclusie van de zijde van [eiser]

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 Bij beschikking van 1 september 1999 is [gedaagde] benoemd tot (opvolgend)

curator over [naam].

2.2 Bij beschikking van 14 september 2006 is [gedaagde] ontslagen als curator over

[naam] en is [eiser] benoemd tot opvolgend curator.

3. Het geschil

3.1 [eiser] vordert – na vermindering van eis in zijn nadere conclusie –

dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis zal vaststellen dat [gedaagde] niet voldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd met bepaling dat [gedaagde] aan [eiser] de ten gevolge van het slechte curatorschap van [gedaagde] zal vergoeden de schade, ten deze bepaald op € 1.370,00 inclusief BTW over 2005 en primair € 4.061,00 inclusief BTW over 2006, subsidiair over 2006 het bedrag van € 3.266,00 inclusief BTW, althans op een in goede justitie door de kantonrechter te bepalen bedrag, mits dit bedrag door de kantonrechter wordt gesteld op tenminste € 2.000,00 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente van de dag van deze uitspraak tot aan de dag van algehele betaling, vermeerderd met de kosten van [eiser] van € 3.300,00, of een ander in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure en met afwijzing van het door [gedaagde] verzochte.

3.2 [gedaagde] heeft de kantonrechter primair verzocht vast te stellen dat de rekening

en verantwoording naar genoegen is afgelegd. Subsidiair verzoekt [gedaagde] de kantonrechter een dag te bepalen waarop partijen ten overstaan van hem zullen verschijnen met aan [gedaagde] de specifieke opdracht omtrent het ter inzage geven van gegevens, bescheiden of datgene wat de kantonrechter wenselijk en zinvol voorkomt. [gedaagde] verzoekt de kantonrechter ten slotte te bepalen dat de kosten van de rekening en verantwoording, gemaakt aan de zijde van [gedaagde], worden bepaald op € 5.973,24 met veroordeling van [eiser] tot voldoening van dit bedrag aan [gedaagde], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van deze uitspraak tot aan die der voldoening, te vermeerderen met de kosten van [gedaagde] en zijn raadsman van na 30 juli 2008.

4. De beoordeling

4.1 De kantonrechter stelt voorop dat [eiser] aanvankelijk heeft

gevorderd dat [gedaagde] zou worden veroordeeld om ten overstaan van de kantonrechter rekening en verantwoording af te leggen als gespecificeerd in de stukken van de zijde van [eiser] met veroordeling van [gedaagde] om het teveel in rekening gebrachte en de onverschuldigd betaalde kosten terug te betalen. Aan het slot van zijn nadere conclusie stelt [eiser] dat hij een verdere inhoudelijke en langdurige procedure niet in het belang van curanda vindt en de kosten daarvan tegenover het belang van een goede verantwoording nauwelijks vindt opwegen, tenzij deze volledig door [gedaagde] worden vergoed. De eerste vraag die moet worden beantwoord is hoe deze wijziging van eis moet worden uitgelegd in het licht van artikel 1:373 en artikel 1:374 BW. De kantonrechter begrijpt het standpunt van [eiser] aldus, dat hij stelt dat [gedaagde] over 2005 en 2006 bedragen heeft gedeclareerd en vergoed gekregen voor werkzaamheden die niet in het belang van curanda zijn verricht. Op grond daarvan vordert [eiser] de terugbetaling van de daarmee verband houdende bedragen als niet verantwoord. Blijkens de als productie 10 bij de akte na comparitie overgelegde brief van 22 april 2008 van [eiser] gaat dit om het volgende:

“ […]

M.b.t. de specificatie 2005 zijn geen kopieën van verzonden brieven of toelichting op gevoerde gesprekken ontvangen, zoals gevraagd, zodat belang hiervan voor mijn zus niet te beoordelen is.

Wel is duidelijk dat van de andere posten de volgende uitgaven niet in het belang van curanda zijn gedaan:

- Raadplegen van advocaat inzake curatelenwijziging op 2, 12, 13 21 dec, gedaan vanwege eigen onvermogen en in strijd met de afspraak tussen de advocaten dat wijzigingskosten niet ten laste van curanda zouden komen!!.[…]Correctie van totaal 2,5 uur.

- Uit de afrekening van de notaris [naam notaris] blijkt geen gesprek op of omstreeks 12 december 2005 tussen notaris en ex-curator. Correctie 1 uur.

- Bovenmatig veel overleg met broer [naam broer] in verhouding tot consultatie van rest van familie en merendeels niet inzake zus, maar vanwege vader (ontnemen van beheer over rekening, overlijden/erfenis vader).

Overleg op 4 april, 6 april, 18 april, 3 mei, 8 sept., 22 sept., 23 sept., 28 sept., 15 nov.; In totaal is hierbij 4 uur met [naam broer] overlegd, terwijl aan rest van de 5 familieleden gemiddeld per persoon 1,2 uur is besteed. Correctie aanbrengen van 2,8 uur.

Doorsturen van/overleg over testament naar broer [naam broer] op 15, 16, 30 nov., 1 en 12 dec. Correctie van 3 uur en 150 km.

- Post “rapportage 1e en 2e helft 2005; Nooit rapportage gezien. Voor wie is rapportage bedoeld? Correctie van 3 uur.

- Onbekende handeling van 11 augustus, zoals oud-curator zelf meldt in verstrekte specificatie. Correctie van 0,67 uur.

- In verhouding tot vorige jaren zijn in 2005 –in relatie tot feitelijke werkzaamheden in belang van mijn zus – bovenmatig veel uren aan curatelenbewind en rapportages besteed. (21 uur in 2005 t.o.v. gemiddeld 7 uur in andere jaren). Overgroot deel lijkt meer betrekking te hebben op omzetting curatelenbewind in eigen belang, correspondentie inzake erfenis en onduidelijke zaken, maar niet aangetoond in belang van curanda. Correctie van 7 uur is redelijk

Het totaal van niet in het belang van mijn zus gedane werkzaamheden bedraagt 20 uur en 150 km, en beloopt € 1370,- incl.

M.b.t. de declaratie 2006

De oud-curator wordt op 14 september 2006 ontslagen. In de periode januari 2006 tot 14 september 2006 hebben zich geen bijzondere dingen voorgedaan, die extra werk meebrachten. Mijn zus is in die periode verhuisd en dat is geheel door de familie gedaan. De oud-curator stuurt mij een incompleet lijstje met het verzoek zelf de instanties te berichten over de curatelenwijziging. Ook geeft hij schriftelijk aan geen zorgafspraken met de nieuwe zorginstelling te hebben gemaakt.[…]

Daarnaast ontbreekt een vooraf goedgekeurde begroting. Gelet op de daarover bekende jurisprudentie verzoek ik daarom primair de vergoeding over 2006 te beperken van € 5.161,- tot de forfaitaire jaarvergoeding van € 1.100,-. Subsidiair vanwege bovenstaande redenen inzetten op het schrappen van de volgende kostenposten:

- Advocaat/notaris. Wijziging van curatorschap zouden niet ten laste van curanda komen, zo meldt de brief van 21/11/2006;(productie 9). Correctie van 7,5 uur en 90 km.

Betreft data: 5, 6, 11 (2x) jan.,; 2, 7, 18, 22, 24 feb.,; 10 apr. (3x); 19, 23 mei; 1, 2, 27, 28 juni; 3, 4, 14 juli; 1, 30 aug.

- Notaris dd 15 (3x), 20, 28 (2x) mrt.; 5, 10 apr. Notaris [naam notaris] heeft positie van curanda inzake testament (toekenning van legaat, in beheer bij jongere zus van curanda) snel aan oud-curator duidelijk gemaakt. Om onduidelijke redenen berust de oud-curator hier niet in en besteedt er bovenmatig veel tijd aan, niet langer in belang, maar wel ten laste van curanda. Correctie van 3 uur.

- Bovenmatig veel overleg met broer [naam broer] (12,5 uur) in verhouding tot ov. Familieleden (2 uur pp) en niet aantoonbaar in belang van curanda. Correctie van 10,5 uur.

- Reductie op de post van 31 uur t.b.v. curatelenbewind, opstellen brieven instanties en rapportages tot 14 uur op jaarbasis conform voorstel 2005 en dus 10 uur voor 8,5 maand. Niet aangetoond met overlegging van brieven wat hij in deze uren in het belang van curanda heeft gedaan. Correctie van 21 uur.

- Alle uren en werkzaamheden na 14 september 2006. Hij houdt zich niet aan de afspraak om het dossier snel over te dragen en heeft daardoor zelf en niet in het belang van curanda werkzaamheden over zich afgeroepen. Hij voert zelfs volgens de specificatie op 30 november als oud-curator (!!!) overleg met Abrona en familie!! Waar dat over ging, heeft hij niet duidelijk gemaakt. In ieder geval niet inzake een belang van mijn zus, want dat belang behartig ik sinds 14/9 en volgens zijn eigen brief van 30/10 […] doe ik dat vanaf 1 november. (“u bent verantwoordelijk”). Tot slot belast hij onnodig de nieuwe curator met extra werk (ca 42 uur tot eind 2007); Correctie van ten onrechte in rekening gebrachte uren met een totaal van 7 uur.

Verzocht wordt om over 2006 primair terug te storten € 4.061,- (€ 5.161 minus forfaitair bedrag van € 1.100,-) danwel subsidiair het totaal van niet in belang van mijn zus gedane uitgaven van 49 uur en 90 km, te weten € 3.266,- incl.”

De kantonrechter zal op grond van het voorgaande de verdere beoordeling beperken tot de hiervoor geciteerde opmerkingen van [eiser].

4.2 [gedaagde] heeft allereerst gesteld dat [eiser] niet-ontvankelijk is

omdat [gedaagde] reeds rekening en verantwoording heeft afgelegd. [gedaagde] beroept zich daarbij op de brief van de kantonrechter van 14 december 2006, waarin de kantonrechter aan [gedaagde] bericht dat hij de eindrekening voor gezien heeft getekend en dat de taak van [gedaagde] als curator daarmee is beëindigd.

4.3 [gedaagde] miskent hiermee dat de eindrekening voor gezien is getekend door de

kantonrechter. Dat kan ook niet anders, omdat [gedaagde] de rekening en verantwoording moet afleggen aan [eiser] en niet aan, maar ten overstaan van de kantonrechter. Met hetgeen is gesteld in de brief van de kantonrechter van 14 december 2006 is [gedaagde] dus niet ontheven van zijn verplichting rekening en verantwoording aan [eiser] af te leggen.

4.4 [gedaagde] stelt verder dat zijn declaraties over 2005 en 2006 niet in het kader van

deze procedure ter discussie kunnen worden gesteld. Bij beschikkingen van 7 februari 2006 en 14 december 2006 zijn die declaraties door de kantonrechter goedgekeurd. Deze beschikkingen zijn onherroepelijk geworden. In de visie van [gedaagde] had [eiser] tegen deze beschikkingen hoger beroep kunnen instellen.

4.5 Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het midden blijven of [eiser] q.q. behoort tot de kring van personen die hoger beroep tegen de door [gedaagde] genoemde beschikkingen had kunnen instellen. Dat die beschikkingen inmiddels onherroepelijk zijn geworden, maakt immers niet dat [gedaagde] niet langer gehouden zou zijn over de door hem gedeclareerde uren rekening en verantwoording aan [eiser] af te leggen. De kantonrechter is niet degene aan wie de rekening en verantwoording moet worden afgelegd. [eiser] is degene aan wie [gedaagde] rekening en verantwoording moet afleggen over de werkelijke inkomsten en uitgaven en de vermogensmutaties gedurende zijn beheer. Daaronder valt ook het aan de opvolgend curator verantwoorden van de tijd die hij heeft besteed aan het curatelebewind. Dit geldt temeer nu [gedaagde] – met toestemming van de kantonrechter – aanzienlijk meer aan salaris heeft opgenomen dan de daarvoor in het Landelijk Overleg van sectorvoorzitters Kantonsectoren vastgestelde bedragen. Een ander oordeel zou immers betekenen dat de kantonrechter bij de beoordeling van de declaratie reeds de rekening en verantwoording zou moeten betrekken, hetgeen in strijd is met het systeem van de wet. In het kader van de rekening en verantwoording kunnen de gedeclareerde uren en werkzaamheden ter discussie worden gesteld en kan op de goedgekeurde declaratie worden teruggekomen, indien [gedaagde] geen deugdelijke verantwoording voor de aan de declaratie ten grondslag gelegde uren en werkzaamheden kan geven. [gedaagde] heeft van alle door hem gedeclareerde uren overzichten verstrekt. Naar het oordeel van de kantonrechter is alleen dan sprake van een niet deugdelijke verantwoording, indien een redelijk bekwaam curator de gedeclareerde uren in redelijkheid niet in het belang van curanda heeft kunnen besteden. In het kader van de rekening en verantwoording aan de opvolgend bewindvoerder, is het in beginsel aan [gedaagde] om op vragen van [eiser] uit te leggen waaraan hij de gedeclareerde uren heeft besteed.

4.6 [gedaagde] heeft vervolgens gesteld dat hij niet in staat is om achterliggende

correspondentie over te leggen, omdat hij van oorsprong gediplomeerd verpleegkundige in de psychiatrie is en nog steeds in het zogeheten BIG-register staat ingeschreven. In de visie van [gedaagde] heeft hij als vertrouwenspersoon van sommige familieleden gefungeerd en valt de briefwisseling met die familieleden onder een hem toekomende geheimhoudingplicht. Dit standpunt komt de kantonrechter bepaald onjuist voor. [gedaagde] erkent dat hij niet in de hoedanigheid van verpleegkundige is opgetreden, maar als curator. Waarom de “aard van de werkzaamheden” zou meebrengen dat [gedaagde] slechts in staat is de achterliggende correspondentie met de familieleden over te leggen wanneer de kantonrechter hem daartoe roept, is volstrekt onduidelijk en onjuist.

4.7 [gedaagde] heeft de vragen van [eiser] niet inhoudelijk besproken

noch weersproken. De kantonrechter zal de hiervoor in 4.1 geciteerde punten niettemin kort nalopen ter beoordeling. De kantonrechter stelt daarbij voorop dat tussen partijen in confesso is dat er behalve de door de kantonechter goedgekeurde declaraties geen andere bedragen door [gedaagde] aan het vermogen van curanda zijn onttrokken.

De declaratie over 2005

Kosten wijziging curatele in bewind en mentorschap

4.8 In zijn brief van 21 november 2006 aan het kantongerecht Apeldoorn, schrijft

[gedaagde] dat de kosten van de curatelewijziging, met uitzondering van de eigen bijdrage voor de gefinancierde rechtsbijstand, niet ten laste van het vermogen van curanda worden gebracht. Het had, gelet op deze mededeling aan het kantongerecht ter beantwoording van de vragen die [eiser] in zijn brief van 5 november 2006 had gesteld, bepaald op de weg van [gedaagde] gelegen om uit te leggen waarom hij desondanks de door hem aan het verzoek tot wijziging van de ondercuratelestelling in een onderbewindstelling bestede uren aan het vermogen van curanda heeft onttrokken. Nu [gedaagde] hier geen enkele verklaring voor heeft gegeven, heeft hij in zoverre geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Gesprek met notaris [naam notaris] op 12 december 2005

4.9 [gedaagde] heeft niet weersproken dat bij 1 uur heeft gedeclareerd voor een

gesprek met notaris [naam notaris] dat in de afrekening van de notaris niet is opgenomen. Ook hier had [gedaagde] moeten uitleggen hoe dit kan. Bij gebreke van die uitleg heeft hij ook op dit punt geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Overleg met [naam broer]

4.10 [eiser] stelt dat [gedaagde] bovenmatig veel overleg heeft gehad

met [naam broer] en dat dit overleg merendeels geen betrekking had op de ondercuratelestelling van curanda, maar op [naam vader]. Waaruit [eiser] afleidt dat [gedaagde] deze kosten niet in het belang van curanda heeft gemaakt is niet duidelijk. Daar staat tegenover dat het aan [gedaagde] is om verantwoording af te leggen aan [eiser]. Dat de vraag van [eiser] niet past binnen die verantwoording is niet gesteld door [gedaagde] en overigens ook niet gebleken. [gedaagde] heeft onvoldoende uitgelegd waarop deze uren betrekking hebben en waarom die uren wel in het belang van curanda zijn gemaakt. Uit de correspondentie van [gedaagde] aan de kantonrechter in het kader van zijn declaratie over 2005 valt slechts af te leiden dat [gedaagde] van mening is dat het overlijden van [naam vader] en “ongunstige verhoudingen binnen de familie [naam familie]” nopen tot het maken van extra uren. Dat de feitelijke gedeclareerde uren in redelijkheid in het belang van curanda kunnen zijn gemaakt is daaruit onvoldoende af te leiden. Ook op dit onderdeel heeft [gedaagde] daarom geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Rapportage 1e en 2e helft 2005

4.11 [eiser] heeft aangegeven dat hij de rapportage waarop deze uren

betrekking heeft, nooit heeft gezien. [gedaagde] heeft de rapportage niet in het geding gebracht, noch specifiek op dit verwijt gereageerd. Naar het oordeel van de kantonrechter had [gedaagde] dit wel moeten doen. Ook op dit punt heeft [gedaagde] daarom geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Onbekende handeling van 11 augustus 2005

4.12 Indien [gedaagde] in zijn eigen administratie niet meer kan achterhalen wat hij

heeft gedaan op 11 augustus 2005 dan gaat het niet aan hiervoor 0,67 uur te declareren. Ook in deze procedure heeft [gedaagde] niet aangegeven wat hij op 11 augustus 2005 in het belang van curanda heeft gedaan. Daarom heeft hij ook op dit punt geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Bovenmatig bestede uren

4.13 Het laatste verwijt van [eiser] ten aanzien van de declaratie over

2005 heeft betrekking op in verhouding tot voorgaande jaren bovenmatig veel bestede uren aan het curatelebewind over curanda. In de visie van [eiser] is het redelijk dat er 7 uur worden gecorrigeerd. Waarom [eiser] dit redelijk vindt blijkt niet. Onder die omstandigheden heeft [gedaagde] hier niet op kunnen reageren en kan er dus ook niet worden gesproken van een ondeugdelijke verantwoording.

De declaratie over 2006

Algemeen

4.14 [eiser] heeft primair betoogd dat aan [gedaagde] niet meer dan de

forfaitaire jaarvergoeding toekomt. Dit standpunt miskent echter dat de kantonrechter met [gedaagde] afspraken heeft gemaakt over het beloningssysteem. Deze afspraken zijn vervat in een brief aan [gedaagde] van 9 mei 2005 waarin is opgenomen:

“Hierbij bevestig ik dat op 29 april 2005 met betrekking tot het beloningssysteem in curatele-, bewind- en mentorschapzaken de volgende afspraken zijn gemaakt:

Het tot nu gehanteerde systeem waarbij per half jaar een begroting wordt ingediend zal worden verlaten. Voortaan kan – in voorkomende gevallen – worden volstaan met het indienen van een begroting eens per jaar.

Daarbij gelden de volgende regels:

Bewindvoering of mentorschap:

maximaal per jaar per zaak te declareren: 20 uur + gespecificeerde kosten;

Bewindvoering en mentorschap / curatele:

maximaal per jaar per zaak te declareren: 30 uur + gespecificeerde kosten;

Alleen in die zaken waarin op voorhand wordt ingeschat dat het maximaal toegestane aantal uren zal worden overschreden, zal vooraf een begroting/machtiging worden ingediend. In de andere gevallen kan een begroting achterwege worden gelaten.

Indien in de loop van het jaar blijkt dat het maximaal toegestane aantal uren zal worden overschreden, zal alsnog – achteraf – een begroting/machtiging worden ingediend.

De hierboven genoemde afspraken treden in werking per 1 januari 2006.

Voor het komende half jaar zullen alleen in extreme gevallen (>10 uur) begrotingen worden ingediend.”

De vraag of [gedaagde] in lijn met deze afspraken heeft gehandeld in 2006 is beoordeeld door de kantonrechter toen deze de declaratie van [gedaagde] over 2006 (meer precies: tot en met 21 november 2006) heeft goedgekeurd. Kennelijk heeft de kantonrechter toen geen aanleiding gevonden om [gedaagde] aan te spreken op de hiervoor geciteerde afspraken en werkwijze. Dit laat echter onverlet dat [gedaagde] een deugdelijke verantwoording voor de aan de declaraties ten grondslag gelegde uren en werkzaamheden dient te verstrekken aan [eiser]. In dat verband heeft [eiser] de volgende posten ter discussie gesteld.

Advocaat/notaris

4.15 Volgens [eiser] hebben in totaal 7,5 uur en 90 kilometer betrekking

op de wijziging van de ondercuratelestelling in een onderbewindstelling. Volgens [eiser] is afgesproken dat de kosten die in dit verband gemaakt zouden worden niet ten laste van curanda komen. In zijn brief van 21 november 2006 aan het kantongerecht Apeldoorn, schrijft [gedaagde] dat de kosten van de curatelewijziging, met uitzondering van de eigen bijdrage voor de gefinancierde rechtsbijstand, niet ten laste van het vermogen van curanda worden gebracht. Het had, gelet op deze mededeling aan het kantongerecht ter beantwoording van de vragen die [eiser] in zijn brief van 5 november 2006 had gesteld, bepaald op de weg van [gedaagde] gelegen om uit te leggen waarom hij desondanks de door hem aan het verzoek tot wijziging van de ondercuratelestelling in een onderbewindstelling bestede uren aan het vermogen van curanda heeft onttrokken. Nu [gedaagde] hier geen enkele verklaring voor heeft gegeven, heeft hij in zoverre geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Contact met notaris over nalatenschap vader

4.16 [eiser] stelt dat notaris [naam notaris] de positie van curanda met

betrekking tot de nalatenschap van haar vader snel aan [gedaagde] duidelijk heeft gemaakt. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] niet in deze uitleg berust en bovenmatig veel uren aan deze kwestie besteed. Hoewel op zichzelf genomen denkbaar is dat een curator bij het vrijvallen van een nalatenschap zich verdiept in de positie van de curandus, had het ook hier weer op de weg van [gedaagde] gelegen aan te geven waaraan hij na de uitleg van de notaris tijd heeft besteed en waarom dit in het belang van curanda was. Nu hij dit heeft nagelaten heeft [gedaagde] ook op dit punt geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Overleg met [naam broer]

4.17 [eiser] stelt dat [gedaagde] bovenmatig veel overleg heeft gehad

met [naam broer] en dat dit overleg merendeels geen betrekking had op de ondercuratelestelling van curanda, maar op [naam vader]. Waaruit [eiser] afleidt dat [gedaagde] deze kosten niet in het belang van curanda heeft gemaakt is niet duidelijk. Daar staat tegenover dat het aan [gedaagde] is om verantwoording af te leggen aan [eiser] Dat de vraag van [eiser] niet past binnen die verantwoording is niet gesteld door [gedaagde] en overigens ook niet gebleken. [gedaagde] heeft onvoldoende uitgelegd waarop deze uren betrekking hebben, zodat niet beoordeeld kan worden of die uren in redelijkheid in het belang van curanda kunnen zijn gemaakt. Ook op dit onderdeel heeft [gedaagde] daarom geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

Reductie post curatelebewind, opstellen brieven instanties en rapportages

4.18 [eiser] heeft niet gespecificeerd op welke brieven en rapportages dit

verwijt betrekking heeft. [gedaagde] kan daar daarom niet gericht op reageren. In het algemeen is de kantonrechter van oordeel dat de urenspecificatie die [gedaagde] heeft verstrekt de toets der kritiek kan doorstaan. Het had daarom op de weg van [eiser] gelegen zijn verwijt op dit punt nader te specificeren. Dat hij dit heeft nagelaten maakt dat op dit punt niet kan worden geoordeeld dat [gedaagde] geen deugdelijke rekening en verantwoording heeft afgelegd.

Alle uren en werkzaamheden na 14 september 2006

4.19 [gedaagde] heeft zijn uren na 14 september 2006 gespecificeerd in het door hem

opgestelde overzicht. Daaruit blijkt dat deze uren betrekking hebben op een brief aan de kantonrechter, postverwerking, de overdracht aan [eiser], de rapportage over 2006, overleg met zorgverleners van ABRONA te Huis ter Heide, het samenstellen van de declaratie over 2006 en het samenstellen en indienen van de eindrekening en verantwoording. Uitgangspunt is dat de uren die [gedaagde] maakt ter uitvoering en de overdracht van het curatorschap in beginsel uit het vermogen van curanda dienen te worden vergoed. Hetzelfde geldt voor de uren die [gedaagde] maakt om zijn declaratie en de rekening en verantwoording te maken en in te dienen. Ook over deze uren en werkzaamheden moet [gedaagde] echter rekening en verantwoording afleggen aan [eiser]. [eiser] heeft heldere vragen gesteld over de uren en werkzaamheden van [gedaagde] na 14 september 2006. [gedaagde] heeft onvoldoende uitgelegd waarom hij de uren en werkzaamheden na zijn ontslag als curator gemaakt heeft. Daarom kan niet beoordeeld worden of [gedaagde] als redelijk bekwaam curator in redelijkheid deze uren en werkzaamheden heeft kunnen verrichten in het belang van curanda. Ook op dit onderdeel heeft [gedaagde] geen deugdelijke verantwoording afgelegd.

4.20 De conclusie uit het voorgaande is dat [gedaagde] over 2005 13 uur en 150

kilometer niet deugdelijk heeft verantwoord, zodat er van uit moet worden gegaan dat deze uren in redelijkheid niet in het belang van curanda kunnen zijn gemaakt. Daardoor heeft hij curanda schade berokkend, welke schade [gedaagde] op de voet van de artikelen 1:386 jo 1:362 BW dient te vergoeden. Dit brengt mee dat hij gehouden is over 2005 een bedrag van 13 keer € 55,50 exclusief BTW en 150 keer € 0,28 exclusief BTW terug te betalen. Over 2006 heeft [gedaagde] 28 uur en 150 kilometer niet deugdelijk verantwoord, zodat er van uit moet worden gegaan dat ook deze uren in redelijkheid niet in het belang van curanda kunnen zijn gemaakt. Ook daardoor heeft hij curanda schade berokkend, welke schade hij op dezelfde voet dient te vergoeden. Over 2006 is [gedaagde] gehouden 28 keer € 55,50 exclusief BTW en 90 keer € 0,28 exclusief BTW terug te betalen. [gedaagde] dient in totaal een bedrag groot € 2.787,82 inclusief BTW aan [eiser] te voldoen.

4.21 [gedaagde] heeft de kantonrechter subsidiair verzocht een dag te bepalen waarop

partijen zullen verschijnen met de specifieke opdracht aan [gedaagde] omtrent het ter inzage geven van gegevens, bescheiden of datgene wat de kantonrechter wenselijk en zinvol voorkomt. Dit verzoek wordt afgewezen. Vanaf de overdracht van het curatorschap eind 2006 heeft [eiser] vragen over het door [gedaagde] gevoerde curatelebewind gesteld. De kantonrechter te Gouda heeft, als toezichthoudende kantonrechter, medio 2007 geprobeerd te bemiddelen in het tussen [eiser] en [gedaagde] gerezen geschil. Vervolgens is in deze procedure opnieuw helder verwoord op welke punten [eiser] uitleg van [gedaagde] wenst. [gedaagde] heeft derhalve meer dan genoeg gelegenheid gehad zijn verantwoording te geven en te onderbouwen met stukken.

Het is de keuze van [gedaagde] geweest dit niet te doen. Ook in deze procedure kiest [gedaagde] er voor niet inhoudelijk te reageren op de verwijten van [eiser]. De goede procesorde brengt mee dat hij niet alsnog de gelegenheid krijgt zijn inhoudelijk verweer vorm te geven en te onderbouwen.

4.22 [gedaagde] heeft de kantonrechter verzocht de kosten voor het maken van de

rekening en verantwoording, inclusief deze procedure en inclusief de kosten van rechtsbijstand, te bepalen op € 5.973,24 en [eiser] te veroordelen deze kosten aan [gedaagde] te voldoen. [eiser] stelt – indien aan [gedaagde] enige vergoeding van zijn kosten toekomt – dat [gedaagde] de kosten van [eiser], begroot op € 3.300,00 moet voldoen.

4.23 [eiser] heeft allereerst gesteld dat [gedaagde] te laat is met het

instellen van de vordering in reconventie. Onduidelijk is of [gedaagde] heeft bedoeld een vordering in reconventie in te stellen. Hij expliciteert dit niet. De kantonrechter gaat er vanuit dat [gedaagde] dit wel heeft bedoeld. [gedaagde] heeft de vordering in reconventie echter niet dadelijk bij de conclusie van antwoord ingesteld. [gedaagde] kan daarom niet worden ontvangen in zijn tegenvordering. De kantonrechter zal het standpunt van [gedaagde] over de kosten voor het maken van de rekening en verantwoording opvatten als een beroep op verrekening.

4.24 Uitgangspunt ten aanzien van de door beide partijen gevraagde kostenveroordeling,

is dat de kosten die samenhangen met (het opstellen van) de rekening en verantwoording ten laste van het vermogen van curanda komen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft dit uitgangspunt geen betrekking op de kosten van de beide gemachtigden. Niet valt in te zien waarom moet worden afgeweken van artikel 237 e.v. Rv. Uitgangspunt bij de vervallenverklaring van de artikel 771 tot en met 781 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zoals dat tot 1 januari 2002 luidde, is geweest dat voor de rekening en verantwoordingsprocedure zoals de onderhavige de gewone dagvaardingsprocedure kan worden gevolgd en dat geen bijzondere of afzonderlijke procesregels nodig zijn. [eiser] heeft gesteld dat de door [gedaagde] gevorderde kosten door hem zelf veroorzaakt zijn, omdat hij niet eerder een inhoudelijke verantwoording heeft afgelegd. Bovendien stelt [eiser] dat die kosten niet meer zijn gemaakt in het belang van curanda en moeten worden beschouwd als schade ten gevolge van slecht curatorschap. Naar het oordeel van de kantonrechter komt [gedaagde] geen beroep op verrekening toe tot een bedrag van € 3.436,62 ter zake van de kosten van het doen van rekening en verantwoording. Hierbij is met name van belang dat de kantonrechter van oordeel is dat [gedaagde] op vrijwel alle door [eiser] aangekaarte punten geen deugdelijke verantwoording heeft afgelegd. Daardoor kan niet gezegd worden dat de door [gedaagde] opgevoerde kosten voor het doen van rekening en verantwoording in redelijkheid in het belang van curanda zijn gemaakt.

4.25 Waarom met betrekking tot de kosten die [eiser] stelt te hebben

gemaakt moet worden afgeweken van het uitgangspunt dat die kosten ten laste van het vermogen van curanda komen, is in het geheel niet onderbouwd. Voor zover [eiser] kosten in rekening wenst te brengen voor de onderhavige rekening en verantwoordingprocedure, kan hij aan de toezichthoudend kantonrechter verzoeken of die kosten ten laste van het vermogen van de curanda mogen worden gebracht.

4.26 Uit het voorgaande volgt dat de vordering in conventie zal worden toegewezen als

volgt. [gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie. De kosten in conventie worden begroot op € 85,44 voor de dagvaarding, € 151,00 voor het griffierecht en € 750,00 voor salaris gemachtigde. [gedaagde] zal in reconventie niet-ontvankelijk worden verklaard en zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie, die worden begroot op € 500,00 voor salaris gemachtigde.

5. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

5.1 Stelt vast dat [gedaagde] op de hiervoor in 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.12, 4.15, 4.16,

4.17 en 4.19 vermelde punten geen deugdelijke rekening en verantwoording heeft afgelegd.

5.2 Veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van

kwijting te betalen een bedrag van € 2.787,32 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.

5.3 Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] q.q, tot op deze uitspraak begroot op € 986,44.

5.4 Wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie

5.5 Verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk.

5.6 Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] q.q., tot op deze uitspraak begroot op € 500,00.

In conventie en in reconventie voorts

5.7 Verklaart dit vonnis onder 5.2, 5.3 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.C. Haasnoot, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2009.