Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BH2340

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-02-2009
Datum publicatie
09-02-2009
Zaaknummer
06/580099-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte (ten tijde van het plegen van de delicten) wegens fietsendiefstal in vereniging en gevaarzetting in het verkeer waarbij een aanrijding is veroorzaakt, met letsel bij het slachtoffer, veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) taakstraf, een geldboete en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden. Verdachte is daarnaast tot geldboetes veroordeeld voor het onverzekerd, zonder juist kenteken en zonder bromfietscertificaat rondrijden op een scooter. De scooter is verbeurd verklaard. Daarnaast is als volgt beslist op drie vorderingen tot tenuitvoerlegging: één vordering tot tenuitvoerlegging wordt toegewezen - verdachte dient een taakstraf te verrichten, in de tweede vordering is de proeftijd met een jaar verlengd en de derde vordering is afgewezen.

Tot slot is op het bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf beslist dat verdachte een tweede kans krijgt om zijn taakstraf af te ronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector straf

Parketnummer: 06/580099-08

De meervoudige kamer in deze rechtbank heeft te beslissen op een op 17 december 2008 ter griffie ingekomen bezwaarschrift ex artikel 22g, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van de veroordeelde:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1990],

wonende te [adres en plaats].

De meervoudige kamer heeft de processtukken bezien, waaronder de eindrapportage taakstraf van de Raad voor de Kinderbescherming, van 27 oktober 2008.

Het bezwaarschrift is behandeld ter terechtzitting van 20 januari 2009. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

Motivering

Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving van het openbaar ministerie van 3 december 2008, waarbij de tenuitvoerlegging is bevolen van 6 dagen vervangende jeugddetentie, zulks in verband met het vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 15 juli 2008 aan veroordeelde opgelegde taakstraf, te weten een werkstraf van 20 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie, van welke taakstraf door veroordeelde 8 uren zijn verricht.

De officier van justitie heeft tijdens de behandeling van het bezwaarschrift verzocht het bezwaarschrift gegrond te verklaren.

Namens veroordeelde is in het bezwaarschrift aangevoerd dat veroordeelde is begonnen met de uitvoering van de opgelegde taakstraf. Door werk en ziekte is veroordeelde niet in staat geweest het resterende deel van de taakstraf uit te voeren. Veroordeelde was echter wel voornemens de werkstraf te voltooien.

Nu door de officier van justitie is verzocht veroordeelde een kans te geven de taakstraf af te ronden en veroordeelde ook ter terechtzitting heeft aangegeven deze kans graag te willen, zal als volgt worden beslist.

Beslissing

Verklaart het bezwaar gegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. Krijger, voorzitter, tevens kinderrechter en mrs. Feunekes en Steenhuisen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openba¬re terechtzitting van 3 februari 2009.

De beslissing is getekend door de voorzitter en de griffier.