Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BH2324

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-02-2009
Datum publicatie
09-02-2009
Zaaknummer
06-460327-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte (ten tijde van het plegen van de delicten) wegens fietsendiefstal in vereniging en gevaarzetting in het verkeer waarbij een aanrijding is veroorzaakt, met letsel bij het slachtoffer, veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) taakstraf, een geldboete en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden. Verdachte is daarnaast tot geldboetes veroordeeld voor het onverzekerd, zonder juist kenteken en zonder bromfietscertificaat rondrijden op een scooter. De scooter is verbeurd verklaard. Daarnaast is als volgt beslist op drie vorderingen tot tenuitvoerlegging: één vordering tot tenuitvoerlegging wordt toegewezen - verdachte dient een taakstraf te verrichten, in de tweede vordering is de proeftijd met een jaar verlengd en de derde vordering is afgewezen.

Tot slot is op het bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf beslist dat verdachte een tweede kans krijgt om zijn taakstraf af te ronden

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 107
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 2
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2009/30
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460327-08,

Vordering na voorwaardelijke veroordeling: 06/851181-06, 06/580058-06, 06/850898-05

Uitspraak d.d. 3 februari 2009

Tegenspraak / dip / oip (3x) / onip (terechtzitting van 20 januari 2009) (4x)

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1990],

wonende te [adres en plaats].

Raadsvrouw: mr. Milani

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2009.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere, althans één, tijdstip(pen) op of omstreeks 05 juli 2008 te

Harderwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een damesfiets (merk Gazelle, type Davos, framenummer 0300372) geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of

- een herenfiets (merk Batavus, type Staccato, kleur aubergine) geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C],

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 05 juli 2008 te Harderwijk, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een damesfiets (merk Gazelle, type Davos, framenummer 0300372) en/of een

herenfiets (merk Batavus, type Staccato, kleur aubergine) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voornoemde goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 08 februari 2008 in de gemeente Harderwijk als bestuurder

van een motorrijtuig, tweewielige bromfiets, voorzien van het kenteken

[kenteken], dat motorrijtuig op de weg, [adres], heeft laten staan of daarmee

over de weg, [adres], heeft gereden, dan wel een aanhangwagen op de weg,

[adres], heeft laten staan of met een motorrijtuig over de weg, de

Hoofdweg, heeft voortbewogen, terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden

dat op dat motorrijtuig of die aanhangwagen (een) teken(s), te weten [kenteken],

was/waren aangebracht dat/die, niet zijnde (een) ingevolge artikel 36 van de

Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig of die

aanhangwagen opgegeven kenteken(s), door kon(den) gaan voor (een) zodanig(e)

kenteken(s) dan wel met de kennelijke bedoeling dat/die teken(s) te doen

doorgaan voor (een) overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften

opgegeven buitenlands(e) kenteken(s) of (een) met toepassing van artikel 37,

derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 opgegeven kenteken(s);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(parketnummer 06/550259-08)

art 41 lid 1 ahf/ond d Wegenverkeerswet 1994

3.

hij op of omstreeks 08 februari 2008 in de gemeente Harderwijk als bestuurder

van een voertuig (tweewielige bromfiets), daarmee heeft gereden op (het

fietspad gelegen langs) [adres], zonder bijzondere voorzichtigheid in acht

te nemen en/of niet voortdurend die handelingen te verrichten die van hem,

verdachte, werden vereist, immers heeft hij, verdachte,

- met het door hem bestuurde voertuig (in tegengestelde richting) gereden op

het fietspad, aangeduid middels bord G11 van bijlage 1 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990, althans niet de rijbaan gevolgd die

bestemd is voor het door hem, verdachte, bestuurde voertuig en/of

- gereden met een (veel) te hoge snelheid, althans met een snelheid die (veel)

te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse en/of op het moment dat zich

fietsers (in beide richtingen) bevonden op het fietspad en/of

- zijn snelheid niet zodanig geregeld (mede door een niet werkende voorrem)

dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand

waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- (een) fietser(s) heeft ingehaald op het moment dat er (een) fietser(s) hem,

verdachte, tegemoetkwam(en), waarbij en/of waardoor hij, verdachte, met het

door hem, verdachte, bestuurde voertuig tegen een hem tegemoetkomende

bestuurster van een fiets is aangereden en/of aangegleden en/of gebotst,

tengevolge waarvan de bestuurster van deze fiets (te weten [slachtoffer D]) ten

val is gekomen en letsel heeft bekomen en/of schade heeft geleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(parketnummer 06/550259-08)

art 5 Wegenverkeerswet 1994

4.

hij op of omstreeks 08 februari 2008 in de gemeente Harderwijk als bestuurder

van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, de

Hoofdweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld

in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven

voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(parketnummer 06/550259-08)

art 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

5.

hij op of omstreeks 08 februari 2008 in de gemeen te Harderwijk als bestuurder

van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets), daarmede heeft gereden op de

voor het openbaar verkeer openstaande weg, [adres], zonder dat er voor dit

motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet

aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden;

(parketnummer 06/550259-08)

art 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

3. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs (voetnoot 1)

A.Vaststaande feiten

Ten aanzien van feit 1:

4.1 Op 5 juli 2008 omstreeks 05.26 uur kwam er bij de meldkamer een melding (voetnoot 2) binnen van een getuige die had gezien dat er door een aantal personen op [adres] in [plaats] fietsen “koud”werden gezet. Het ging daarbij om twee mannen, waarvan er één was gekleed in een rood jack met een letter “5” op de rug. De andere man droeg een bruin leren jack. Ter plaatse werden vervolgens door de politie twee mannen aangetroffen, ambtshalve bekend als [medeverdachte] en [verdachte]. [medeverdachte] had een rode jas aan met op de rugzijde een “5“ en beide personen liepen naast een fiets.

Ten aanzien van de overige feiten:

4.2 Op 8 februari 2008 vond er een ongeval (voetnoot 3) plaats op het fietspad gelegen langs [adres] in [plaats]. Daarbij waren betrokken als bestuurder van een gele bromfiets (scooter) met het kenteken [kenteken] verdachte [verdachte] en bestuurster van een fiets, genaamd [slachtoffer D].

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

4.3 De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het aan verdachte onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde. Dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan fietsendiefstal blijkt uit de verklaring van de medeverdachte, de aangiftes en het feit dat de benadeelden de inbeslaggenomen fietsen hebben herkend als hun eigendom.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan een aantal verkeersdelicten, te weten onverzekerd rijden, zonder geldig kenteken en zonder bromfietscertificaat rijden en gevaarzetting in het verkeer.

C. Het standpunt van de verdachte, de verdediging

4.4 De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich niet heeft schuldig gemaakt aan diefstal, dan wel heling van fietsen. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte een andere versie van het verhaal heeft dan zijn medeverdachte. Verdachte verklaart op verzoek van [medeverdachte] te hebben geholpen bij het ophalen van een fiets. Hij wist niet dat het om gestolen fietsen ging. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat hierdoor het oogmerk op de diefstal ontbreekt, waardoor verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Gelet op de verklaring van verdachte dient hij ook te worden vrijgesproken van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde heling, aangezien opzet ontbreekt, nu verdachte niet wist dat het ging om gestolen fietsen.

Daarnaast geeft verdachte met betrekking tot de feiten 2 en 5 aan niet te hebben geweten dat het kenteken op de scooter niet juist was en dat de scooter niet verzekerd was.

D. Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht voor haar bewijsoordelen de volgende feiten en omstandigheden redengevend.

Ten aanzien van feit 1

4.5 Een buurtbewoner (voetnoot 4), wonende aan [adres] te [plaats], zag op 5 juli 2008 omstreeks 05.45 uur twee mannen lopen aan de voorzijde van haar appartementengebouw. Zij vertrouwde het niet en zij zag kort daarop aan de achterzijde van het appartementengebouw nog twee andere mannen, die beiden met een fiets liepen. Die fietsen waren kennelijk op slot, aangezien de mannen de achterzijde van de fietsen droegen. De ene man had een rood jack aan met een “5” op de rugzijde.

Zij zag de twee groepjes mannen met elkaar praten. Zij zag dat de twee mannen, waaronder die met het rode jack, ineens naar de overzijde van [adres] liepen en dat zij het erf van een hoekwoning op liepen. De bij de man met het rode jack behorende man keek over de schutting bij het huis. De getuige heeft vervolgens de politie gebeld.

De twee fietsen waarmee zij de mannen eerder had zien lopen, waren ter hoogte van haar appartementengebouw blijven staan.

4.6 Een andere buurtbewoner (voetnoot 5) was op 5 juli 2008 omstreeks 05.15 uur zijn hond gaan uitlaten, Hij zag nabij de fietsenstalling bij zijn appartementencomplex twee personen met elkaar staan praten. De personen stonden bij een fiets. Op de bagagedrager zat een kledingstuk. Het betrof een grote en een kleine man. De grote man had een rood vest aan. Hij herkende de beide personen van gezicht. De grotere man had hij meerdere keren op het woonwagenkamp in [plaats] gezien en van de kleinere man wist hij dat hij de jongste was van de familie [verdachte]. Hij zag dat de beide mannen oogcontact met hem bleven houden. Toen hij terugkwam van het uitlaten van de hond, waren de beide mannen en de fiets verdwenen. Even later, toen hij naar zijn werk ging, zag hij de politie staan bij een aantal fietsen, waaronder de fiets met het kledingstuk op de bagagedrager.

4.7 Verdachte en zijn mededader zijn op 5 juli 2008 door de politie aangehouden terwijl zij een tweetal fietsen bij zich hadden, te weten een afgesloten herenfiets merk Batavus, type Staccato, en een damesfiets van het merk Gazelle, type Davos. Die fietsen werden inbeslaggenomen (voetnoot 6).

4.8 Door [slachtoffer A] is aangifte (voetnoot 7) gedaan van diefstal van een fiets uit een garage aan [adres] te [plaats] in de nacht van 4 op 5 juli 2008. Op het politiebureau herkent aangever de blauw/grijze damesfiets als zijn eigendom.

In de aangifte staat vermeldt dat hij een blauw/grijze Batavus fiets herkent, maar uit de goederenbijlage blijkt het te gaan om een Gazelle, type Davos, met het framenummer

40300372. De rechtbank houdt het er op dat in de aangifte abusievelijk is vermeld dat het om een Batavus ging.

4.9 Aangever [slachtoffer C] heeft aangifte (voetnoot 8) gedaan van diefstal van een (heren)fiets (Batavus Staccato) uit de achtertuin van haar woning aan [adres] te [plaats] in de periode van 4 juli 2008 te 9.00 uur tot 5 juli 2008 te 13.00 uur. De fiets was afgesloten.

4.10 De medeverdachte [medeverdachte] (voetnoot 9) heeft verklaard dat hij op 5 juli 2008 samen met verdachte twee fietsen heeft gestolen bij een flat aan [adres] in [plaats]. Dat waren de fietsen die hij en verdachte bij zich hadden toen ze op 5 juli 2008 door de politie werden aangehouden.

4.11 Verdachte heeft verklaard (voetnoot 10) dat hij samen met [medeverdachte], die een rood vest droeg, op 5 juli 2008 bij een flat een fiets heeft opgehaald. Deze fiets lag in de bosjes en was afgesloten. Bij de flat had hij iemand met een hond gezien

Beoordeling bewijsverweer

4.12 Met betrekking tot het gevoerde bewijsverweer is de rechtbank van oordeel dat het verhaal van verdachte dat hij alleen mee was gegaan om zijn medeverdachte [medeverdachte] te helpen bij het ophalen van fietsen en dat hij niet wist dat het om gestolen fietsen ging, niet aannemelijk is. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd: verdachte en zijn medeverdachte zijn zeer vroeg in de ochtend aangetroffen met de gestolen fietsen en één van de fietsen, die volgens verdachte uit de bosjes is gehaald, zat op slot. De verklaring van verdachte komt ook niet overeen met de verklaring die [medeverdachte] daarover heeft afgelegd. De verklaring van [medeverdachte] past binnen het beeld van de verklaringen van de getuigen [getuige A] en [getuige B], waaruit kan worden afgeleid dat er fietsen werden “koud”gezet. [medeverdachte] heeft verklaard dat er fietsen bij elkaar moesten worden gezocht voor een opkoper. Uit de verklaring van de getuige [getuige A] komt met name het beeld naar voren dat er meerdere personen bij dit geheel betrokken waren.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bewijsverweer dient te worden verworpen.

Ten aanzien van de feiten onder 2 en 5:

4.13 Verdachte heeft bekend (voetnoot 11) dat hij op 8 februari 2008 met zijn scooter op het fietspad naast [adres] in [plaats] heeft gereden. Verdachte heeft verklaard niet te hebben geweten dat hij niet verzekerd was en dat het kentekenplaatje niet klopte.

4.14 Uit het relaas van verbalisant [verbalisant A] (voetnoot 12) komt naar voren:

- dat bij navraag bij de regionale meldkamer bleek dat er voor de bromfiets geen kenteken was afgegeven en geen verzekering was afgesloten. Het ten tijde van het ongeval op de bromfiets (merk Aprillia) van verdachte zittende kentekenplaatje [kenteken] bleek te zijn toegekend aan een bromfiets van het merk Kinroad, type Prince.

4.15 Uit het relaas van de verbalisanten [verbalisant B] en [verbalisant A] (voetnoot 13) komt naar voren dat [adres] te [plaats] een voor het openbaar verkeer opengestelde weg is.

Beoordeling verweer

4.16 Verdachte heeft aangevoerd dat hij er vanuit ging dat er een juist kenteken op de scooter zat en dat er geen problemen waren met de verzekering. Uit eerdergenoemde verklaring van verdachte van 26 februari 2008 kan worden afgeleid dat verdachte nooit zelf actief is geweest om een verzekering af te sluiten dan wel te hebben geverifieerd of een dergelijke verzekering was afgesloten. Ook heeft verdachte niet geverifieerd of het kenteken op de scooter juist was. De rechtbank passeert dan ook het verweer van verdachte, nu het de verantwoordelijkheid van verdachte was om na te gaan of er een verzekering was afgesloten en of het kenteken juist was is.

Ten aanzien van de feiten onder 3 en 4

4.17 De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2009, zijn verklaring bij de politie (voetnoot 14), de verklaring van het slachtoffer (voetnoot 15), de verklaring van de man van het slachtoffer (voetnoot 16), de verklaring van een passerende politieambtenaar (voetnoot 17), het relaas van verbalisant (voetnoot 18), een registratieset, relaas verbalisanten (voetnoot 19) en een proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse (voetnoot 20).

5. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 5 juli 2008 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een damesfiets (merk Gazelle, type Davos, framenummer 0300372) toebehorende aan [slachtoffer A] en

- een herenfiets (merk Batavus, type Staccato, kleur aubergine) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C];

2.

hij op 8 februari 2008 in de gemeente Harderwijk als bestuurder van een motorrijtuig, tweewielige bromfiets, voorzien van het kenteken [kenteken], daarmee over de weg, [adres], heeft gereden, terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig een teken, te weten [kenteken], was aangebracht dat, niet zijnde een ingevolge artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door kon gaan voor een zodanig kenteken;

3.

hij op 8 februari 2008 in de gemeente Harderwijk als bestuurder van een voertuig (tweewielige bromfiets), daarmee heeft gereden op het fietspad gelegen langs [adres], zonder bijzondere voorzichtigheid in acht te nemen en niet voortdurend die handelingen te verrichten die van hem, verdachte, werden vereist, immers heeft hij, verdachte,

- met het door hem bestuurde voertuig in tegengestelde richting gereden op het fietspad, aangeduid middels bord G11 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en

- gereden met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en op het moment dat zich fietsers in beide richtingen bevonden op het fietspad en

- zijn snelheid niet zodanig geregeld (mede door een niet werkende voorrem) dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en

- fietsers heeft ingehaald op het moment dat er fietsers hem, verdachte, tegemoet kwamen, waarbij en/of waardoor hij met het door hem bestuurde voertuig tegen een hem tegemoetkomende bestuurster van een fiets is aangereden, tengevolge waarvan de bestuurster van deze fiets (te weten [slachtoffer D]) ten val is gekomen en letsel heeft bekomen en schade heeft geleden,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd;

4.

hij op 8 februari 2008 in de gemeente Harderwijk als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, [adres], zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

5.

hij op 8 februari 2008 in de gemeente Harderwijk als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets), daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [adres], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden.

6. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op

de misdrijven:

1. diefstal door twee of meer verenigde personen;

2. overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdeel c van de Wegenverkeerswet 1994;

de overtredingen:

3. overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

4. overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

5. als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

9. Oplegging van straf en/of maatregel

9.1 De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte:

- terzake het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen jeugddetentie, alsmede een jeugddetentie van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- terzake het onder 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van

€ 350,-, subsidiair 7 dagen jeugddetentie, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden;

- terzake het onder 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van

€ 150,-, subsidiair 3 dagen jeugddetentie;

- terzake het onder 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van

€ 380,-, subsidiair 7 dagen jeugddetentie, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.

Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht de inbeslaggenomen scooter verbeurd te verklaren.

9.2 De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met het tijdsverloop. Daarnaast heeft zij verzocht in de overwegingen de volgende feiten mee te wegen. Verdachte heeft veel moeite gedaan zijn excuses aan te bieden aan het slachtoffer van feit 3. Hij heeft 3 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht, hetgeen in de straf moet worden verrekend. Ook blijkt uit de rapportages dat er een positieve lijn is te zien in de ontwikkeling van verdachte. Het is van belang deze positieve lijn niet te doorkruisen. Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht de duur van de ontzegging van de rijbevoegdheid, alsmede de hoogte van de geldboetes, te matigen gelet op het beperkte inkomen van verdachte.

9.3 Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

9.4 Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan fietsendiefstal. Dit is een kwalijk feit, aangezien het getuigt van weinig respect voor het eigendom van anderen. Verdachte heeft daarnaast op 8 februari 2008 een aanrijding veroorzaakt, waarvan een 49-jarige fietster het slachtoffer is geworden. Verdachte reed met een onverzekerde bromfiets (scooter) en zonder in het bezit te zijn van een bromfietsrijbewijs in de niet toegestane richting met te hoge snelheid over het fietspad gelegen aan [adres] in [plaats]. Hij heeft daarbij twee, eveneens in tegengestelde richting fietsende, fietsers gepasseerd en vervolgens de hem tegemoetkomende fietster aangereden, die tengevolge daarvan over het stuur van haar fiets is gevlogen en op de grond is beland. Hieraan heeft zij letsel overgehouden. Dergelijke onverantwoorde acties in het verkeer kunnen vergaande gevolgen hebben.

9.5 Ten nadele van verdachte spreekt zijn strafblad (voetnoot 21). Hieruit blijkt dat verdachte onder meer verschillende keren met justitie in aanraking is gekomen terzake (gekwalificeerde) diefstallen en het onverzekerd rijden (art. 30 WAM). De rechtbank weegt ook mee dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit slechts 5 dagen nadat hij op een eerdere meervoudige strafkamerzitting was verschenen heeft gepleegd.

Verdachte is laatstelijk veroordeeld op 15 juli 2008 door de meervoudige kamer in deze rechtbank (terzake mishandeling) tot 18 dagen jeugddetentie met aftrek en een werkstraf van 20 uur. Op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht houdt de rechtbank daarmee rekening bij de strafoplegging.

9.6 De rechtbank houdt ook rekening met het rapport dat is opgemaakt door de Raad voor de Kinderbescherming (voetnoot 22). De Raad adviseert verdachte een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering.

Zij heeft daarin met name betrokken dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van verdachte al jaren problematisch verloopt, waarbij de invloed van en loyaliteit aan zijn vader zich - in negatieve zin - doet gelden. Het ontbreken van structuur, zinvolle dagbesteding en school vormen een risicofactor. Het feit dat hij werkt is daarentegen positief te noemen, evenals de rol die zijn vriendin gedurende de laatste maanden in het leven van verdachte heeft gespeeld. Begeleiding ten aanzien van het organiseren van werk, school, eigen woonruimte en financiën wordt noodzakelijk geacht, om op deze wijze structuur en regelmaat in het leven van betrokkene te brengen. Een voorwaardelijk strafdeel kan daarvoor mogelijkheden creëren.

9.7. Voor de fietsendiefstal zal de rechtbank een deels voorwaardelijke werkstraf opleggen. Aan het voorwaardelijk deel zal een proeftijd van twee jaren worden gekoppeld, waarbij de bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat verdachte zich gedurende de proeftijd dient te houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering. De rechtbank zal rekening houden met de tijd die door verdachte in verzekering is doorgebracht.

Voor de gevaarzetting in het verkeer is, naast een geldboete, een ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats. Voor het onverzekerd en zonder bromfietscertificaat rondrijden op een scooter zal de rechtbank geldboetes opleggen. Voor het zonder juist kenteken rondrijden zal een voorwaardelijke geldboete worden opgelegd, aangezien de rechtbank er vanuit gaat dat hier niet zozeer sprake was van boos opzet, maar meer van nalatigheid van verdachte. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren. De, op zich gerechtvaardigde, eis van de officier van justitie zal gematigd worden, nu ook zal worden bepaald dat de bromfiets verbeurd zal worden verklaard, hetgeen eveneens financiële gevolgen voor verdachte met zich meebrengt.

10. Beslag

10.1 De in beslaggenomen gele Aprillia scooter met blauwe details/lampjes, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend en waarmee het bewezenverklaarde feit is begaan, zal verbeurd worden verklaard.

11. Vordering van de benadeelde partij

11.1 Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de benadeelde partij [slachtoffer B en C] zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 533,40, betrekking hebbende op een damesfiets, merk Batavus, type Staccato, gevoegd in het strafproces, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit.

11.2 De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de vordering betrekking heeft op een andere fiets dan genoemd in de tenlastelegging en daarnaast uit het proces-verbaal blijkt dat de fietsen die onder verdachte en zijn medeverdachte in beslag zijn genomen aan de benadeelden zijn teruggegeven.

11.3 Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, niet komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. De vordering heeft betrekking op de damesfiets Batavus Staccato. Verdachte en zijn mededader zijn op 5 juli 2008 door de politie aangehouden terwijl zij een tweetal fietsen bij zich hadden, te weten een afgesloten herenfiets merk Batavus, type Staccato, en een damesfiets van het merk Gazelle, type Davos. In het kader van het onderzoek zijn ook nog twee andere fietsen in beslag genomen, maar daaronder bevond zich geen damesfiets merk Batavus.

Overigens zijn alle in beslag genomen fietsen teruggeven aan de eigenaren.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering van de benadeelde partij dan ook te worden afgewezen.

12.Vorderingen tenuitvoerlegging

12.1 Door de officier van justitie is de tenuitvoerlegging gevorderd van een drietal voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straffen, te weten:

- een jeugddetentie voor de duur van drie weken opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 22 maart 2007 terzake van gekwalificeerde diefstal;

- een jeugddetentie voor de duur van dertig dagen opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 4 oktober 2006 terzake gekwalificeerde diefstal;

- een jeugddetentie voor de duur van twee maanden opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 23 december 2005 terzake gekwalificeerde diefstal. Bij voormeld vonnis van 4 oktober 2006 is de proeftijd met een jaar verlengd.

12.2 De raadsvrouw heeft bepleit de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen. Indien de vorderingen toch worden toegewezen heeft zij bepleit om de jeugddetenties om te zetten in werkstraffen en deze (deels) voorwaardelijk op te leggen, onder verlenging van de proeftijd.

12.3 De rechtbank is van oordeel dat, nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, de vordering tot tenuitvoerlegging naar aanleiding van de bij vonnis van de meervoudige kamer te Zutphen van 4 oktober 2006 (parketnummer 06/580058-06) opgelegde voorwaardelijke straf dient te worden toegewezen.

Gelast - in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf -: een taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen.

12.4 De rechtbank is van oordeel dat, teneinde het totale aantal uren werkstraf voor verdachte werkbaar en te overzien te houden, ten aanzien van de overige ingediende vorderingen tot tenuitvoerlegging als volgt dient te worden beslist.

12.5 Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 22 maart 2007 (parketnummer 06/851181-06) met een termijn van 1 jaar.

12.6 Wijst af de vordering van de officier van justitie van 16 september 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 23 december 2005 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van twee maanden (parketnummer 06/850898-05). Aangezien bij vonnis van de meervoudige kamer te Zutphen van 4 oktober 2006 de proeftijd van deze voorwaardelijke veroordeling reeds met een jaar is verlengd zal de proeftijd in deze zaak niet nogmaals verlengd kunnen worden.

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 27, 63, 77g, 77h, 77l, 77m. 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77cc, 77dd, 77gg, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 5, 41, 107, 176 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 30 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

Beslissing

De rechtbank:

* Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

* Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

* Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

* Ten aanzien van het misdrijf onder 1:

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen.

* Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

* Bepaalt, dat een gedeelte van de werkstraf, groot 30 uren, subsidiair 15 dagen jeugddetentie indien deze straf niet naar behoren wordt verricht, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

* Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de jeugdreclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

* Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

* Ten aanzien van het misdrijf onder 2:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 150,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen jeugddetentie.

* Bepaalt, dat de geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

* Ten aanzien van de overtreding onder 3:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 150,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen jeugddetentie.

* Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden.

* Ten aanzien van de overtreding onder 4:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 150,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen jeugddetentie.

* Ten aanzien van de overtreding onder 5:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 150,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen jeugddetentie

* Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

Een gele scooter Aprillia met blauwe details/lampjes.

* Wijst af de vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 533,40, ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer B en C], [plaats], [adres].

* Gelast - in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 4 oktober 2006 -:

een taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen.

* Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 22 maart 2007 met een termijn van 1 jaar.

* Wijst af de vordering van de officier van justitie van 16 september 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 23 december 2005 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie.

* Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Krijger, voorzitter, tevens kinderrechter, Feunekes en Steenhuisen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 februari 2009.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte (Stam)processen-verbaal nr. PL0610/08-205602 en PL0612/08-202033 van de politie regio Noord en Oost Gelderland, Team Harderwijk (voorzover niet anders is vermeld)

2 Stamproces-verbaal nr. PL0610/08-205602, doorgenummerde dossierpag. 6A

3 Registratieset, relaas verbalisanten, doorgenummerde dossierpag. 16 bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033 en de bij het dossier behoren kennisgeving van inbeslagneming

4 Verklaring [getuige A], doorgenummerde dossier pag. 28 bij stamproces-verbaal nr. PL0610/08-205602

5 Verklaring [getuige B], doorgenummerde dossier pag. 45/46 bij stamproces-verbaal nr. PL0610/08-205602

6 Stamproces-verbaal nr. PL0610/08-205602, doorgenummerde dossierpag. 6 C

7 Verklaring aangever [slachtoffer A], doorgenummerde dossierpag 24 36 bij stamproces-verbaal nr. PL0610/08-205602

8 Digitale aangifte [slachtoffer B], doorgenummerde dossier pag. 35/36 bij stamproces-verbaal nr. PL0610/08-205602

9 Verklaring [medeverdachte] van 29 juli 2008, behorende bij het aanvullend proces-verbaal nr. PL0610/08-312302 van 31 juli 2008

10 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag 30 bij stamproces-verbaal nr. PL0610/08-205602

11 Verklaring verdachte bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033, doorgenummerde dossierpag. 36/37

12 Stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033, relaas verbalisant, doorgenummerde dossierpag. 8

13 Eerdergenoemde registratieset

14 Verklaring verdachte bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033, doorgenummerde dossierpag. 36/37

15 Verklaring [slachtoffer D], doorgenummerde dossierpag. 23 bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033

16 Verklaring [man slachtoffer D], doorgenummerde dossierpag. 29 bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033

17 Verklaring [politieambtenaar], doorgenummerde dossierpag. 20 bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033

18 Stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033, relaas verbalisant, doorgenummerde dossierpag. 8

19 Registratieset, relaas verbalisanten, doorgenummerde dossierpag. 16 bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033

20 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, doorgenummerde dossierpag. 44 en 52 bij stamproces-verbaal nr. PL0612/08-202033

21 Justitiële documentatie d.d. 9 juli 2008

22 Rapport Raad voor de Kinderbescherming van 15 oktober 2008