Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BH1471

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-01-2009
Datum publicatie
30-01-2009
Zaaknummer
06/460602-06 en 06/580434-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 40-jarige man uit Barneveld voor mishandeling van zijn kind en zijn partner tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 80 uur. De rechtbank spreekt hem vrij van de ten laste gelegde oplichtingen te Apeldoorn. De vorderingen van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/460602-06 en 06/580434-06

Uitspraak d.d.: 30 januari 2009

Tegenspraak / dnip

Raadsman: mr. P. Reitsma

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats, 1968]

wonende te [adres]

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 januari 2009.

2. De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 06/580434-06 ter terechtzitting is gewijzigd is aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Inzake parketnummer 06/460602-06

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus

2003 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Apeldoorn, althans in

Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om aan zijn kind [slachtoffer 1] ([slachtoffer 1], geboren op 17 november

2001), (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

(telkens) met dat opzet voornoemde [slachtoffer 1]

- (met kracht) tegen haar hoofd heeft geslagen en/of tegen haar (achter)hoofd

heeft gedrukt en/of

- met geschoeide voet tegen haar lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of

- (krachtig) door elkaar heeft geschud en/of

- (krachtig) in haar rugstreek en/of zij en/of in haar bil(len) heeft

geknepen en/of geslagen en/of

- aan één arm omhoog heeft getrokken en/of (vervolgens) tegen haar bil(len)

en/of be(e)n(en) heeft geschopt ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 ahf sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus

2003 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Apeldoorn, althans in

Nederland (telkens) opzettelijk mishandelend zijn kind [slachtoffer 1]

(geboren op 17 november 2001)

- (met kracht) tegen haar hoofd heeft geslagen en/of tegen haar (achter)hoofd

heeft gedrukt en/of

- met geschoeide voet tegen haar lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of

- (krachtig) door elkaar heeft geschud en/of

- (krachtig) in haar rugstreek en/of zij en/of in haar bil(len) heeft

geknepen en/of geslagen en/of

- aan één arm omhoog heeft getrokken en/of (vervolgens) tegen haar bil(len)

en/of be(e)n(en) heeft geschopt ,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 304 ahf sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juni 2001

tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland

(telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2]

(met kracht) tegen haar o(o)r(en) en/of tegen haar hoofd heeft geslagen en/of

gestompt en/of geduwd en/of deze tegen haar be(e)n(en) en/of elders op/tegen

haar lichaam heeft getrapt en/of geschopt,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

inzake parketnummer 06/580434-06

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2005 tot en met 28 augustus

2005 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen

tot

- de afgifte van (een) dienst(en), te weten 24 uur per dag beveiliging van

verdachte en zijn gezin in de periode van 23 augustus 2005 tot en met 27

augustus 2005 en/of

- het aangaan van (een) schuld(en), te weten door het inhuren/contracteren van

(beveiligings)personeel,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] medegedeeld dat

- hij, verdachte, in Apeldoorn twee/een winkel(s) bezat (te weten [bedrijf 1 verdachte] en [bedrijf 2 verdachte]) en/of voor die winkel(s) beveiliging zocht

en/of een mode event had georganiseerd en/of de vergunning voor dat event

geregeld had en/of voor dat mode event beveiliging nodig had en/of

- hij, verdachte, in het bezit was van een villa en/of een goed lopende

discotheek en/of een café (in België)

en/of zich (aldus) aan die [slachtoffer 3] en/of aan die [slachtoffer 4] voorgedaan als een

persoon die de rekening van [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] zou kunnen en willen

betalen,

waardoor die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] werd(en) bewogen tot bovenomschreven

afgifte en/of bovenomschreven aangaan van die schuld(en);

(incident 1)

art 326 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 juli 2005

tot en met 04 september 2005 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Deventer,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 5] en/of [bedrijf slachtoffer 5] uitzendbureau en/of

- [slachtoffer 6] en/of [bedrijf slachtoffer 6] fotografie en/of [slachtoffer 7] en/of [bedrijf slachtoffer 7]

Visagie en Styling en/of

- [slachtoffer 8] en/of

- [slachtoffer 9] (Promotions) en/of

- [slachtoffer 10] B.V. en/of

- [slachtoffer 11]

heeft bewogen tot het aangaan van een schuld en/of tot de afgifte van een

dienst en/of tot de afgifte van enig goed,

te weten door het

- inhuren en/of contracteren en/of uitzenden van personeel en/of overname van

personeel van een (ander) uitzendbureau en/of

- inhuren van personeel en/of maken en/of laten maken van foto's en/of

brochures en/of posters en/of entreebewijzen en/of ander drukwerk en/of

aanschaffen of laten aanschaffen van stylingsproducten en/of inhuren en/of

uitzenden van personeel en/of

- promoten van zijn winkel(s) en/of promoten van een mode event en/of

reserveren van A 3 frames(gedurende 3 weken) en/of (laten) drukken van

flyers voor zijn bedrijf [bedrijf 1 verdachte] en/of

- (laten) bedrukken van ballpoints en/of windbreakers en/of T-shirts en/of

afgifte van deze goederen op zijn (bedrijfs)adres en/of

- inhuren en/of verhuren van een tent (van 20 bij 50 meter) en/of

bijbehorende materialen en/of een kassawagen en/of

- afsluiten van een cateringcontract voor (de artiesten en crew van )een mode

event en/of

- het aangaan van (een) overeenkomst(en) met (een) toeleverancier(s),

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich aan voornoemde perso(o)n(en) en/of bedrijven/bedrijf voorgedaan

als de eigenaar van twee/een te openen winkel(s) (te weten [bedrijf 1 verdachte] en/of [bedrijf 2 verdachte]) en/of als de eigenaar van een lucratieve horeca

gelegenheid in België en/of als de organisator van een groot mode

event/evenement (op 4 september 2005 in Apeldoorn) (die de vergunning daarvoor

reeds rond had), die voor zijn/die winkel(s) en/of voor dat evenement/event

(een) product(en) en/of (een) dienst(en) nodig had, te leveren door/via

voornoemd(e) perso(o)n(en) en/of door/via voornoemd(e) bedrijven/bedrijf,

en/of zich (aldus) aan voornoemde perso(o)n(en) en/of bedrijven/bedrijf

voorgedaan als een persoon die de rekening(en) van voornoemd(e) perso(o)n(en)

en/of van voornoemde bedrijven/bedrijf zou kunnen en willen betalen,

waardoor die

- [slachtoffer 5] en/of [bedrijf slachtoffer 5] uitzendbureau en/of

- [slachtoffer 6] en/of [bedrijf slachtoffer 6] fotografie en/of [slachtoffer 7] en/of [bedrijf slachtoffer 7]

Visagie en Styling en/of

- [slachtoffer 8] en/of

- [slachtoffer 9] (Promotions) en/of

- [slachtoffer 10] B.V. en/of

- [slachtoffer 11]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven aangaan van (een) schuld(en) en/of

bovenomschreven afgifte(n) van (een) dienst(en) en/of (een) goed(eren);

(incidenten 2,3,4,5,6 en 7)

art 326 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 juni 2006

tot en met 24 augustus 2006 in de gemeente Apeldoorn (telkens) met het oogmerk

om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 12] en/of [bedrijf slachtoffer 12] en/of

- [slachtoffer 13] en/of [bedrijf slachtoffer 13]

heeft bewogen tot het aangaan van (een) schuld(en) en/of tot de afgifte van

(een) dienst(en) en/of tot de afgifte van (een) goed(eren), te weten door

- de bestelling van een keuken bij (een)(toe)leverancier(s)/fabricant en/of

uittekenen van die keuken en/of opmeten van die keuken in een woning en/of

de afgifte van een portable DVD speler en/of

- de bestelling van meubilair bij (een) (toe)leverancier(s)/fabricant

en/of de afgifte van een aantal (kleine) meubel(s) en/of (een)

beeld(en) en/of lampen en/of andere woonaccessoire(s),

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan die [slachtoffer 12] en/of die [slachtoffer 13] en/of personeel van [bedrijf slachtoffer 12] en/of

[bedrijf slachtoffer 13] medegedeeld

- dat hij op korte termijn ging trouwen en/of

- dat hij voor een gunstige prijs een woning had gekocht en/of voor zijn

woning (aan de [adres] te Apeldoorn) een nieuwe keuken en/of nieuw

meubelair wilde aanschaffen en/of

- dat hij een goede baan in Zwolle had en/of

- dat hij een evenementenbureau had (gehad) en/of

- dat hij bezig was om zijn discotheek in België te verkopen en/of

- dat hij succesvol handelde in aandelen en/of

- dat geld geen rol speelde

en/of zich (aldus) voorgedaan als een persoon die de rekening(en) van die

[bedrijf slachtoffer 12] en/of van die [bedrijf slachtoffer 13] zou kunnen en willen betalen,

waardoor die [bedrijf slachtoffer 12] en/of die [bedrijf slachtoffer 13] werd(en) bewogen tot

aangaan van bovenomschreven schuld(en) en/of bovenomschreven afgifte(n);

(incidenten 9,10)

art 326 Wetboek van Strafrecht

De rechtbank nummert deze feiten achtereenvolgens als 1, 2, 3, 4, en 5.

3. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De bewijsmotivering ten aanzien van de feiten 1 en 2 (eindnoot 1)

A. De vaststaande feiten

4.1. Verdachte en aangeefster [slachtoffer 2] hebben vanaf 1999 een relatie gehad. Uit deze relatie zijn twee kinderen geboren te weten [slachtoffer 1] (geboren op 17 november 2001) en [zoon verdachte]. Gedurende de relatie hebben verdachte en aangeefster ingewoond bij de moeder van verdachte te Apeldoorn en vanaf januari 2005 hebben zij op verschillende adressen in Apeldoorn gewoond. De relatie is inmiddels beëindigd.(eindnoot 2)

B. Het standpunt van de officier van justitie

4.2. De officier van justitie heeft betoogd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn kind. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar tegen de oren en/of tegen het hoofd te slaan. Het ten laste gelegde trappen en /of schoppen tegen het lichaam van aangeefster kan volgens de officier van justitie niet worden bewezen.

C. Het standpunt van de verdediging

4.3. De raadsman heeft allereerst aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde, omdat niet aannemelijk is geworden dat zwaar lichamelijk letsel te verwachten zou zijn geweest.

4.4. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde tot ontslag van rechtsvervolging dient te worden gekomen wegens het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, omdat het hier zou gaan om een ouderlijk tuchtigingsrecht dat wordt gehanteerd vanuit opvoedkundig oogpunt. De rechtbank begrijpt dit verweer aldus dat de raadsman betoogt dat geen sprake is van mishandeling.

4.5. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

D. Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

4.6. [slachtoffer 2] heeft op 5 september 2005 aangifte gedaan van onder meer de mishandeling van haar dochter [slachtoffer 1]. Zij heeft verklaard (eindnoot 3) dat de mishandeling van haar dochter [slachtoffer 1] ongeveer anderhalf tot twee jaar daarvoor is begonnen en dat verdachte weinig van [slachtoffer 1] kon verdragen. Hij sloeg [slachtoffer 1] vaak met zijn vlakke hand tegen haar hoofd of schopte haar met geschoeide voet tegen het lichaam. Ook pakte verdachte haar aan één arm en sloeg en schopte haar eigenlijk overal waar hij haar maar raken kon. Voorts heeft aan aangeefster verklaard dat in januari of februari 2005, toen zij bij haar ouders in huis waren, verdachte [slachtoffer 1] bij de arm pakte en haar naar boven schopte met geschoeide voet. Aangeefster heeft verder verklaard dat verdachte [slachtoffer 1] het laatste half jaar stelselmatig en de laatste weken zelfs dagelijks schopte en sloeg.

4.7. [getuige 1] heeft in de periode juli/augustus 2005 als oppas bij het gezin [achternaam verdachte] gewerkt. Zij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] aan haar bovenarm mee naar haar slaapkamer sleepte en onderweg kreeg ze schoppen van verdachte op haar billen. Deze schoppen omschrijft [getuige 1] als “knoepens hard”; dat gebeurde 4 á 5 keer met geschoeide voet. Zij hoorde [slachtoffer 1] roepen: “Papa niet doen”. Zij krijste dat uit. Totdat ze niets meer kon zeggen van de pijn. Verder heeft [getuige 1] verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] sloeg met zijn vlakke hand in haar gezicht en op het achterhoofd. Ook heeft zij gezien dat [slachtoffer 1] zover opgetild werd aan haar bovenarm, dat zij met haar voeten de grond niet raakte, en dat zij werd geschopt. Het schoppen gebeurde met kracht.(eindnoot 4)

4.8. Verdachte heeft verklaard (eindnoot 5) dat als [slachtoffer 1] niet wilde luisteren hij de ene keer haar met een mopperende ondertoon corrigeerde en de andere keer haar bij de arm naar haar slaapkamer bracht. Verdachte heeft verklaard dat zij gewoon meeliep. Zij heeft ook best wel eens een schop onder de kont gehad. Verder heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 1] wel eens heeft geslagen, een tik voor het hoofd heeft gegeven.

Ten aanzien van feit 2.

4.9. Aangeefster heeft in haar aangifte van 5 september 2005 (eindnoot 6) verklaard dat verdachte en zij vanaf midden 2001 regelmatig ruzie hadden en dat zij daarbij dan een klap tegen haar hoofd kreeg. Verder heeft aangeefster verklaard over een keer dat zij naast verdachte aan tafel zat en dat zij woorden kregen. Op dat moment stond verdachte op en sloeg haar met volle kracht tegen het oor. Het gebeurde zo vaak dat aangeefster niet meer weet wanneer alles gebeurd is. Zij zat regelmatig onder de blauwe plekken.

4.10. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij aangeefster als reactie op een klap van haar heeft teruggeslagen. Verdachte heeft ontkend aangeefster te hebben getrapt.

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank als volgt.

4.11. De rechtbank overweegt dat de officier van justitie niet gevolgd kan worden in haar standpunt dat de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend kan worden bewezen. Weliswaar zijn er aanwijzingen dat verdachte heeft gepoogd zijn dochter zwaar te mishandelen, door een zeer jong kind op de wijze waarop bewezen kan worden verklaard te slaan en/of te schoppen, maar deze zijn zonder nadere omstandigheden onvoldoende om tot het oordeel te komen dat verdachte op het moment van zijn handelingen ook daadwerkelijk het opzet heeft gehad op, dan wel de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zwaar lichamelijk letsel zou worden veroorzaakt.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

4.12. Op basis van de aangifte van [slachtoffer 2], de verklaring van de oppas [getuige 1] alsook de verklaring van verdachte zelf, acht de rechtbank het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, namelijk dat verdachte zijn kind heeft mishandeld.

4.13. Gelet op de verklaringen van [getuige 1] en aangeefster dient te worden geoordeeld dat, gelet op de leeftijd van het kind (2 tot 4 jaar), de wijze waarop de handelingen plaatsvonden, zoals onder meer het schoppen met een geschoeide voet, en de duur van de periode waarin in dit geschiedde, de grenzen van datgene dat vanuit opvoedkundig oogpunt zou kunnen worden verantwoord, ver zijn overschreden. Het verweer van verdachte dat er geen sprake zou zijn geweest van mishandeling wordt dan ook verworpen.

4.14. Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat op basis van de aangifte van [slachtoffer 2] en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht, met uitzondering van het schoppen en/of trappen.

De bewijsmotivering ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5 (eindnoot 7)

A. Aanleiding

4.15. In hun aangiftes verklaren [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (eindnoot 8) dat zij begin augustus 2005 in contact zijn gekomen met verdachte in verband met de beveiliging voor twee winkels die verdachte in Apeldoorn per 1 september 2005 wilde openen. Hij besprak met hen de mogelijkheid om per week per winkel 44 uur beveiliging te krijgen. Verder heeft verdachte met [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gesproken over beveiliging van het door verdachte te organiseren mode-evenement dat zou gaan plaatsvinden op 4 september 2005 te Apeldoorn.

4.16. Vanaf 23 augustus 2005 tot met 27 augustus 2007 hebben verdachte en zijn gezin 24 uur per dag beveiliging gekregen nadat verdachte aan [slachtoffer 4] had medegedeeld dat hij en zijn gezin werden bedreigd.

4.17. Half juli 2005 is [slachtoffer 5] van [bedrijf slachtoffer 5] uitzendbureau te Apeldoorn in contact gekomen met verdachte. Verdachte vertelde over zijn te openen winkels in Apeldoorn en het door hem te organiseren evenement. Vanaf maandag 25 juli 2005 heeft [slachtoffer 5] het door verdachte ingehuurde personeel van een ander uitzendbureau overgenomen.(eindnoot 9)

4.18. [slachtoffer 6] heeft op 19 augustus 2005 gesproken met verdachte en verdachte heeft [slachtoffer 5] de opdracht gegeven brochures en posters te maken in verband met het door verdachte te organiseren evenement op 4 september 2005. (eindnoot 10)

4.19. [slachtoffer 7] heeft een eigen bedrijf genaamd “[bedrijf slachtoffer 7] visagie en styling”. Zij is in juli 2005 in contact gekomen met de floor manager van het bedrijf “[bedrijf 1 verdachte] “ en verdachte. Op 25 juli 2005 heeft een gesprek plaatsgevonden waarna door [slachtoffer 7] een offerte werd uitgebracht voor een fotosessie.(eindnoot 11)

4.20. Het bedrijf [slachtoffer 8] is op 12 juli 2005 benaderd door verdachte voor de promotie van het door hem op te zetten bedrijf genaamd “[bedrijf 1 verdachte]” en het door verdachte te organiseren evenement op 4 september 2005. Het bedrijf heeft een offerte uitgebracht welke werd goedgekeurd door verdachte.(eindnoot 12)

4.21. Op 5 juli 2005 heeft verdachte het bedrijf [slachtoffer 9] B.V. te Zoetermeer opdracht gegeven voor de levering van 2500 stuks ballpoints, 50 windbreakers en 50 T-shirts, welke goederen zijn geleverd.(eindnoot 13)

4.22. Het bedrijf [slachtoffer 10] B.V. heeft van verdachte een aanvraag ontvangen voor het leveren van een tent in verband met het door hem te organiseren evenement op 4 september 2005 te Apeldoorn. Op 9 augustus heeft het bedrijf een prijsopgave gedaan, welke akkoord werd bevonden door verdachte.(eindnoot 14)

4.23. Eind juli 2005 is [slachtoffer 11] benaderd door verdachte in verband met de catering van het door verdachte te organiseren evenement op 4 september 2005 te Apeldoorn. Half augustus 2005 hebben [slachtoffer 11] en verdachte hiertoe een contract getekend.(eindnoot 15)

4.24. Op 21 juni 2006 heeft verdachte met zijn toenmalige partner [naam] bij keukenbedrijf “[bedrijf slachtoffer 12]” een keuken ter waarde van € 9.750,- besteld, waartoe een orderbevestiging werd opgemaakt. Deze werd ondertekend door verdachte en zijn partner. Bij de bestelling heeft het bedrijf aan verdachte een portable Dvd-speler cadeau gegeven. Op 13 juli 2006 heeft verdachte het bedrijf schriftelijk medegedeeld dat hij afzag van de koop van de keuken.(eindnoot 16)

4.25. Op 17 juni 2006 heeft verdachte met zijn toenmalige partner bij de meubelwinkel “[bedrijf slachtoffer 13]” te Apeldoorn goederen gekocht met een totale waarde van € 6.392,-. Deze goederen moesten door de meubelwinkel worden besteld en daartoe is een koopovereenkomst opgesteld. Verdachte en zijn partner hebben goederen tot een waarde van € 250,- mee naar huis genomen. Na enkele weken annuleerde verdachte de koopovereenkomst.(eindnoot 17)

B. Het standpunt van de officier van justitie

4.26. De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting zoals ten laste gelegd.

C. Het standpunt van de verdediging

4.27. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu verdachte niet het oogmerk zou hebben gehad tot wederrechtelijke bevoordeling.

4.28. Ten aanzien van de feiten 3 en 4 heeft de raadsman tevens aangevoerd dat verdachte mogelijk te lichtvaardig heeft gedacht toen hij bezig is geweest met het opzetten van de winkels en het organiseren van het evenement, maar dat hem strafrechtelijk, nu dit voor hem niet tot enige bevoordeling heeft geleid, geen verwijt kan worden gemaakt.

4.29. Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsman tevens naar voren gebracht dat de gestelde middelen op geen enkele wijze een rol hebben gespeeld bij het aangaan van de verplichting op basis waarvan de benadeelde partijen thans stellen schade te hebben geleden.

D. Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 3 en 4

4.30. Uit de aangiften van [slachtoffer 4] (eindnoot 18) , [slachtoffer 5] (eindnoot 19) , [slachtoffer 5] (eindnoot 20) , [slachtoffer 7] (eindnoot 21) , [slachtoffer 8] (eindnoot 22) , [slachtoffer 11] (eindnoot 23) , [slachtoffer 9] B.V. (eindnoot 24) en [slachtoffer 10] B.V. (eindnoot 25) blijkt dat deze personen en/of bedrijven met verdachte overeenkomsten zijn aangegaan voor het leveren van goederen, dan wel hebben deze personen en/of bedrijven schulden aangegaan in verband met de door verdachte aan deze personen en/of bedrijven voorgehouden voorgenomen opening van een tweetal winkels op 1 september 2005 en door hem te organiseren mode-evenement op 4 september 2005 te Apeldoorn. Geen van deze personen en/of bedrijven heeft een betaling van verdachte ontvangen.

4.31. Verdachte heeft verklaard (eindnoot 26) dat hij deze personen en bedrijven kent als klanten met wie hij in onderhandeling is geweest in verband met de te openen winkels en het mode-evenement. Hij heeft verklaard dat hij, om uit een uitkeringssituatie te geraken, samen met zijn toenmalige partner [slachtoffer 2] plannen heeft bedacht om in Apeldoorn twee winkels te openen, een kledingwinkel en een speelgoedwinkel. Ook zou hij een mode-evenement organiseren om de opening te vieren. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij nu wel begrijpt dat hij bij mensen de indruk heeft gewekt dat alles in kannen en kruiken was, terwijl dat niet zo was. Verdachte heeft begrepen dat hierdoor mensen en bedrijven met hem in zee zijn gegaan en hierdoor diverse onkosten hebben gemaakt. Ook met betrekking tot de vergunning heeft verdachte een mooier verhaal verteld dan het in werkelijkheid was. Verdachte heeft verteld dat de vergunning rond was, maar dat was echter niet zo.

4.32. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij daadwerkelijk voornemens was het evenement te organiseren en dat hij verwachtte dat met de opbrengst van de kaartverkoop van het evenement hij de aangegane verplichtingen bij de aangevers zou kunnen voldoen.

Ten aanzien van feit 5

4.33. “[bedrijf slachtoffer 12]”(eindnoot 27) en “[bedrijf slachtoffer 13]” (eindnoot 28) hebben in hun aangifte verklaard dat verdachte en zijn toenmalige partner Van Wanrooij een keuken en diverse meubels bij deze bedrijven hebben besteld. Hierbij heeft verdachte onder meer verteld dat zij een nieuwe woning hadden gekocht waar de keuken moest worden geplaatst en waar de meubels voor bestemd waren. Verder heeft verdachte onder andere verteld dat geld geen rol speelde. Beide bedrijven hebben, nadat verdachte schriftelijk de overeenkomsten had geannuleerd, annuleringskosten in rekening gebracht, die niet zijn voldaan.

4.34. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij wel degelijk een voorlopig koopcontract had getekend voor een woning in Apeldoorn, maar dat, toen hij de financiering niet rond kreeg, het koopcontract is ontbonden. Verdachte heeft verklaard dat hij verwachtte een zodanige hypotheek te kunnen verkrijgen dat hij daaruit de bestelde keuken en meubels zou kunnen betalen. Ten bewijze hiervan heeft verdachte ter zitting verschillende stukken overgelegd, waaronder het voorlopig koopcontract, de aanvraag voor een hypotheek alsmede de stukken ter zake van de ontbinding van de koopovereenkomst van de woning.

Ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5 overweegt de rechtbank als volgt.

4.35. De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat verdachte heeft gelogen over zijn financiële positie, dan wel dat hij een rooskleuriger beeld hiervan heeft gegeven dan dat deze in werkelijkheid was. Ook kunnen vraagtekens worden gezet bij de haalbaarheid van het door verdachte te organiseren evenement, gelet alleen al op de omstandigheid dat verdachte in een (te) laat stadium een vergunning bij de gemeente heeft aangevraagd. Tevens kunnen vraagtekens worden gezet bij de aangevraagde hypotheeklening. Nu verdachte naar eigen zeggen in die tijd een bijstandsuitkering ontving, lag het in redelijkheid niet in de verwachting dat hem de gevraagde tophypotheek zou worden verstrekt.

4.36. De raadsman heeft dienaangaande terecht gesteld dat ten gevolge van de handelswijze van verdachte personen en/of bedrijven zullen zijn benadeeld en dat met betrekking tot door hen geleden schade mogelijk bij de civiele rechter vorderingen kunnen worden ingediend. Met de raadsman is de rechtbank evenwel van oordeel dat dat echter nog niet betekent dat verdachte in strafrechtelijke zin een verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat het in artikel 326 van de Wetboek van Strafrecht neergelegde “oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen” niet bewezen kan worden geacht. Op grond van de bewijsmiddelen is niet vast komen te staan dat het opzet van de verdachte erop gericht was zich wederrechtelijk te bevoordelen nu verdachte daadwerkelijk voornemens was het evenement te organiseren en hieruit met de verkregen baten de gemaakte kosten te voldoen en dat hij daadwerkelijk tot afname van de keuken en meubels over zou gaan indien de financiering van de woning rond zou zijn gekomen. Nu dit oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling niet is bewezen, dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken van het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde.

5. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen omstreeks de periode van 1 augustus 2003 tot en met

22 augustus 2005 in de gemeente Apeldoorn telkens opzettelijk mishandelend zijn kind [slachtoffer 1] (geboren op 17 november 2001)

- tegen haar hoofd heeft geslagen en/of tegen haar (achter)hoofd heeft gedrukt en/of

- met geschoeide voet tegen haar lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of

- aan één arm omhoog heeft getrokken en/of tegen haar billen heeft geschopt,

waardoor deze pijn heeft ondervonden;

2.

hij op tijdstippen omstreeks de periode van 1 juni 2001 tot en met 22 augustus 2005 in de gemeente Apeldoorn (telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] tegen haar o(o)r(en) en/of tegen haar hoofd heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

6. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. Mishandeling, terwijl het feit wordt begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

2. Mishandeling, meermalen gepleegd.

8. Strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2

8.1. Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

9. Oplegging van straf en/of maatregel

9.1. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 primair, 2, 3, 4 en 5 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

9.2. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

9.3. Bij de straftoemeting heeft de rechtbank in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte meermalen gedurende een lange periode zijn zeer jonge dochter, die toen 2 tot 4 jaar oud was, heeft mishandeld . Verdachte heeft de feiten gepleegd in een situatie waarin zijn dochter aan zijn zorg was toevertrouwd en zich thuis veilig en geborgen moest kunnen voelen. Verdachte heeft met zijn handelwijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn dochter. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn toenmalige partner, mevrouw [slachtoffer 2], welke mishandeling zich gedurende een lange periode heeft voorgedaan. Deze feiten zijn gepleegd in de huiselijke sfeer, bij uitstek een plek die de meest veilige plek zou moeten zijn waar een persoon zich kan terugtrekken. Verdachte heeft met zijn handelwijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn toenmalige partner.

9.4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting het tijdsverloop na het plegen van de feiten in aanmerking genomen. Voorts blijkt uit het strafblad van verdachte dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

9.5. De rechtbank komt met name tot een aanzienlijk lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd, nu de rechtbank de onder 1 primair en onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde misdrijven niet bewezen acht.

9.6. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

9.7. De rechtbank acht daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats, zowel uit oogpunt van generale preventie als teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

10. Vorderingen tot schadevergoeding

10.1. De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 94.214,63 gevoegd in het strafproces ten aanzien van feit 3.

10.2. Ten aanzien van feit 4 hebben de benadeelde partijen [slachtoffer 5],

[slachtoffer 7], [slachtoffer 9] Promotions B.V. en [slachtoffer 10] B.V. zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 15.982,97, respectievelijk € 2.975,-, € 2.305,63 en € 3.570,- gevoegd in het strafproces.

10.3. Nu verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde onder 3 en 4, zal de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 7], [slachtoffer 9] Promotions B.V. en [slachtoffer 10] B.V. niet-ontvankelijk verklaren.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. Mishandeling, terwijl het feit wordt begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

2. Mishandeling, meermalen gepleegd.

• verklaart verdachte strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden En bepaalt, dat die gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

• veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 80 uur, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

• beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze taakstraf in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht

2 uur in mindering wordt gebracht;

• verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 4], [slachtoffer 5],

[slachtoffer 7], [slachtoffer 9] Promotions B.V. en [slachtoffer 10] B.V. niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Hemrica, voorzitter, Kleinrensink en Steinebach-de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Roodenburg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 januari 2009.

Eindnoten

(1) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van de in wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte Stamproces-verbaal nr. PL0620-06/208452, van District Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 9 november 2006 (voor zover niet anders is vermeld).

(2) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], doorgenummerde dossierpagina 24 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], doorgenummerde dossierpagina 80.

(3) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], doorgenummerde dossierpagina 25.

(4) Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], doorgenummerde dossierpagina’s 37 en 39-41.

(5) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, doorgenummerde dossierpagina’s 66-67.

(6) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], doorgenummerde dossierpagina’s 24-25.

(7) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van de in wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte Stamproces-verbaal nr. PL0620/06-209227, van District Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 29 november 2006 (voor zover niet anders is vermeld).

(8) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4], doorgenummerde pagina’s 25-27.

(9) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], doorgenummerde dossierpagina’s 31-33.

(10) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6], doorgenummerde dossierpagina’s 58-60.

(11) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7], doorgenummerde dossierpagina’s 61-64.

(12) Proces-verbaal van aangifte [naam 2] namens [slachtoffer 8], doorgenummerde dossierpagina’s

(13) Proces-verbaal van aangifte [naam 3] namens [slachtoffer 9] B.V., doorgenummerde dossierpagina’s 70-72.

(14) Proces-verbaal van aangifte [naam 4] namens [slachtoffer 10] B.V., doorgenummerde dossierpagina’s 76-77.

(15) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11], doorgenummerde dossierpagina’s 80-82.

(16) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 12] namens “[bedrijf slachtoffer 12]”, doorgenummerde dossierpagina’s 94-95.

(17) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 13], doorgenummerde dossierpagina’s 99-101.

(18) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4], doorgenummerde pagina’s 25-27.

(19) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], doorgenummerde dossierpagina’s 31-33.

(20) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6], doorgenummerde dossierpagina’s 58-60.

(21) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7], doorgenummerde dossierpagina’s 61-64.

(22) Proces-verbaal van aangifte [naam 2] namens [slachtoffer 8], doorgenummerde dossierpagina’s 66-67.

(23) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 11], doorgenummerde dossierpagina’s 80-82.

(24) Proces-verbaal van aangifte [naam 3] namens [slachtoffer 9] B.V., doorgenummerde dossierpagina’s 70-72.

(25) Proces-verbaal van aangifte [naam 4] namens [slachtoffer 10] B.V., doorgenummerde dossierpagina’s 76-77.

(26) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, doorgenummerde dossierpagina’s 111-114.

(27) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 12] namens “[bedrijf slachtoffer 12]”, doorgenummerde dossierpagina’s 94-95.

(28) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 13], doorgenummerde dossierpagina’s 99-101.