Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BH0558

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-01-2009
Datum publicatie
21-01-2009
Zaaknummer
06/580483-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte van twee overvallen in Apeldoorn in september 2008 wordt vrijgesproken van de hem tenlastegelegde overval op de boekhandel AKO. Voor de andere overval op een tankstation wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580483-08

Uitspraak d.d. 21 januari 2009

Tegenspraak / dip

Raadsman mr. Cornelisse

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1980],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 januari 2009.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 september 2008 in de gemeente Apeldoorn

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van

die [slachtoffer 2] is gelopen en/of die [slachtoffer 2] met een mes, althans een scherp

en/of puntig voorwerp tot op korte afstand is genaderd en/of (vervolgens)

tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd:"Kassa open" en/of "Verder open" en/of

- (vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de

richting van die [slachtoffer 2] is gelopen en/of deze [slachtoffer 2] heeft vastgepakt

en/of deze [slachtoffer 2] heeft weggeduwd en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd:

"Ga op de grond liggen" en/of "Blijf op de grond liggen";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht;

2.

hij op of omstreeks 10 september 2008 in de gemeente Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

hoeveelheid geld en/of een pakje sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [boekhandel], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van

die [slachtoffer 3] is gelopen en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp die [slachtoffer 3] tot op korte afstand is genaderd en/of (vervolgens)

tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd:"Kassa, open nu" en/of

- (vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de

richting van die [slachtoffer 3] heeft gewezen en/of met een mes, althans een

scherp en/of puntig voorwerp op een korte afstand van die [slachtoffer 3] heeft

gestaan en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd:"Ga liggen";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

De (bewijs)motivering (eindnoot 1)

A. De vaststaande feiten / aanleiding

Ten aanzien van feit 1

- Op 20 september 2008 omstreeks 19.45 uur vond er een overval plaats op het [naam bedrijf] tankstation gelegen aan de Deventerstraat te Apeldoorn (eindnoot 2) door een donkerkleurige man. Door een ter plekke aanwezige beveiligingscamera werden beelden van de dader vastgelegd. Aan de hand van die opname werd verdachte herkend door een bij het onderzoek betrokken politiefunctionaris. Bij de aanhouding van verdachte werd op hem een groot mes aangetroffen en inbeslaggenomen.

- Verdachte heeft bekend dit feit te hebben gepleegd.

Ten aanzien van feit 2

- Op 10 september 2008 omstreeks 11.30 uur vond er een overval plaats op de [boekhandel], gevestigd aan het Stationsplein te Apeldoorn (eindnoot 3) . Aan de hand van het door de verkoopster gegeven signalement en vanwege overeenkomsten in de werkwijze bij de overval op het [naam bedrijf] tankstation werd er een fotoconfrontatie gehouden, waarbij aangeefster verdachte herkende als de persoon die deze overval had gepleegd.

- Verdachte heeft ontkend dit feit te hebben gepleegd.

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 tenlastegelegde overval op het [naam bedrijf] tankstation in Apeldoorn bewezen kan worden verklaard op grond van de verklaring van aangever, de bekentenis van verdachte en de in het dossier voorhanden zijnde foto’s van de beveiligingscamera.

De onder 2 tenlastegelegde overval op de nabij het station in Apeldoorn gelegen [boekhandel] acht zij eveneens bewezen en wel op basis van de aangifte van [slachtoffer 3], de identieke modus operandi met de overval op het tankstation, de fotoconfrontatie waarbij verdachte voor 100 % is herkend door aangeefster, de historie gegevens inzake het bij verdachte in gebruik zijnde mobiele telefoontoestel, de verklaring van de getuige [getuige 1] over het opwaarderen van het beltegoed door verdachte, alsmede de verklaring van verdachte omtrent zijn financiële situatie en de bewering van verdachte dat zijn vriendin wist wat zij op die bewuste dag zouden hebben gedaan. De officier van justitie acht de verklaring van verdachte op genoemde punten inconsistent en onbetrouwbaar.

C. Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte wat de overval op het [naam bedrijf] tankstation betreft, vanaf het begin gedetailleerd heeft verklaard over de rol die hij daarin heeft vervuld. Ten aanzien van dit feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot de overval op de boekhandel dient verdachte in de optiek van de raadsman te worden vrijgesproken.

Verdachte heeft dat feit vanaf het begin een consistente verklaring afgelegd en consequent ontkend dit feit te hebben gepleegd. De modus operandi is niet zodanig opvallend, dat deze afwijkt van het patroon dat in veel van dit soort zaken wordt gebruikt. Verdachte is bovendien geen negroïde man zoals door de aangeefster is omschreven, terwijl het ook mogelijk is dat aangeefster bij de fotoconfrontatie zich heeft vergist in de herkenning van een foto van verdachte als degene die haar heeft overvallen. Daarnaast kunnen volgens de raadsman vraagtekens worden gezet bij de haalbaar in tijd bezien, uitgaande van de historische gegevens aan de hand van het onderzoek van verdachtes mobiele telefoon. Als er al voldoende wettig bewijs voorhanden mocht worden geacht, dan is het beslist niet overtuigend in de visie van de raadsman.

D. Beoordeling van de tenlastelegging

Verdachte heeft ten aanzien van de overval op het [naam bedrijf] tankstation een bekennende verklaring (eindnoot 4) afgelegd, terwijl daarnaast voor het bewijs voorhanden zijn de aangifte van [slachtoffer 1] (eindnoot 5) (de eigenaar van [naam bedrijf] benzinestation aan de Deventerstraat te Apeldoorn), de verklaring van [slachtoffer 2] (eindnoot 6) (medewerkster van het benzinestation) en de in het dossier aanwezige afdrukken van beelden die zijn opgenomen door in een in het tankstation aanwezige bewakingscamera (eindnoot 7) .

Ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde overval op de [boekhandel] aan Stationsplein te Apeldoorn op 10 september 2008 is de rechtbank van oordeel dat het bewijs niet zodanig overtuigend is, dat dit tot een veroordeling kan leiden.

Weliswaar blijkt uit de historische gegevens aan de hand van het onderzoek van verdachtes telefoon en verdachtes verklaring ter terechtzitting dat hij omstreeks het tijdstip van de overval in ieder geval in de directe omgeving van de [boekhandel] is geweest, het moet echter niet uitgesloten worden geacht dat, ondanks de positieve herkenning door aangeefster, er een andere dader in het spel is.

Uitgaande van het begintijdstip van de overval, volgens aangeefster 11.25 uur, en het tijdstip van vertrek van de door verdachte genomen trein naar Rotterdam, te weten 11.27 uur, kan de rechtbank niet vaststellen of de afstand tussen de [boekhandel] en (het vertrek-)perron 3 van het NSstation in die zeer korte tijd overbrugd is kunnen worden.

De verdachte behoort van dit feit te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 20 september 2008 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 1],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke

bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte:

- met een mes in de richting van die [slachtoffer 2] is gelopen en die [slachtoffer 2] met een mes tot op

korte afstand is genaderd en vervolgens tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd:"Kassa open" en

"Verder open" en

- met een mes in de richting van die [slachtoffer 2] is gelopen en deze [slachtoffer 2] heeft vastgepakt

en deze [slachtoffer 2] heeft weggeduwd en tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Ga op de grond

liggen" en/of "Blijf op de grond liggen".

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken of het bezit van het gestolene te verzekeren.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van éénentwintig maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan een gedeelte van zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de voorwaardelijke straf dient de voorwaarde van reclasseringscontact te worden verbonden.

Het onder verdachte in beslag genomen mes dient naar het oordeel van de officier te worden onttrokken aan het verkeer, terwijl de inbeslaggenomen trui kan worden teruggegeven aan verdachte. De officier heeft in haar strafeis onder meer betrokken dat dit soort overvallen een enorme impact heeft op de slachtoffers.

2. Door de raadsman is aangevoerd dat de verdediging zich kan vinden in de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf, met dien verstande dat het onvoorwaardelijk deel aanzienlijk dient te worden bekort. Met betrekking tot het beslag heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft spijt betuigd, hij is niet verslaafd en hij is bereid om hulp te zoeken voor zijn problemen.

3. De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een medewerkster van een tankstation in Apeldoorn van een boekhandel.

Het hoeft geen betoog dat dit soort feiten een traumatiserende uitwerking heeft op het slachtoffer en dat in het algemeen gevoelens van onveiligheid worden aangewakkerd.

Verdachte heeft weloverwogen de overval op het [naam bedrijf] tankstation gepleegd, terwijl hij zelf ook slachtoffer van een overval is geweest.

Bizar is dat verdachte hoewel hij al een afspraak had gemaakt voor een hulpverleningstraject (De Hoop in Dordrecht), toch tot deze handelwijze is overgegaan.

Uit het door de reclassering opgemaakte voorlichtingsrapport (eindnoot 8) blijkt dat verdachte geen makkelijke jeugd heeft gehad en dat de pedagogische en affectieve aandacht vanuit het gezin beperkt was. Dit heeft ertoe geleid dat hij al op jeugdige leeftijd, mede doordat hij makkelijk beïnvloedbaar was, in de criminaliteit verzeild is geraakt.

Volgens verdachte heeft hij zich lange tijd niet meer ingelaten met criminaliteit, omdat hij zich verraden voelde door groepsgenoten. Dit spoort ook met verdachtes strafblad (eindnoot 9) , waaruit blijkt dat hij sinds 1999 niet meer terzake van misdrijven met justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank volgt de officier van justitie niet in haar eis, enkel en alleen reeds omdat zij feit 2 niet bewezen acht. Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank heeft daarbij ook gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken plegen te worden opgelegd.

In beslag genomen voorwerpen

Bij gelegenheid van het onderzoek is op verdachte een mes aangetroffen. Dit voorwerp dient te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Het onder verdachte inbeslaggenomen zwarte Adidas sweatshirt zal worden teruggegeven aan verdachte, aangezien geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [naam bedrijf] Tankstation B.V (eindnoot 10) . heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.750,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat niet blijkt dat de gemachtigde van de benadeelde daadwerkelijk is gemachtigd. De machtiging is immers niet ingevuld op het voegingsformulier.

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat hij zich kan verenigen met die zienswijze van de officier van justitie. De vordering is volgens de raadsman bovendien onvoldoende onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de benadeelde partij, om reden zoals door de officier van justitie is betoogd, niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36b, 36c, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

• verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

• veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

• beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

• beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een mes, lengte circa 33 cm (Schinken Messer).

• gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan veroordeelde, te weten: zwarte trui (Adidas sweatshirt).

• verklaart de benadeelde partij [naam bedrijf] Tankstation B.V., [adres] Apeldoorn niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, De Bie en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 januari 2009.

Eindnoten

(1) wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte (Stam)proces-verbaal nr. PL0620/08-208111 van de Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, District Apeldoorn (voorzover niet anders is vermeld)

(2) stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 5, 6 en 8

(3) stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 9 en 10

(4) verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 21, 100 t/m 102

(5) verklaring [slachtoffer 1], doorgenummerde dossierpag. 33/34

(6) verklaring [slachtoffer 2], doorgenummerde dossierpag. 45 en 47

(7) afdrukken camerabeelden, doorgenummerde dossierpag. 108 en 109

(8) voorlichtingsrapport Leger des Heils van 5 december 2008

(9) uittreksel justitiële documentatie verdachte d.d. 2 oktober 2008

(10) voegingsformulier benadeelde partij d.d. 18 december 2008