Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2009:BG9659

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
13-01-2009
Zaaknummer
06/460472-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroving van vrouw op terrein Veldzicht in Ermelo op 22 september 2008 door een drietal Roemenen leidt tot deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460472-08

Uitspraak d.d. 13 januari 2009

Tegenspraak / dip

Raadsman mr. Van Kan

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats] (Roemenië) op [1987],

wonende te [plaats] (Roemenië), [adres],

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 december 2008.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 22 september 2008 te Ermelo tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, merk Nokia, type 6280,

kleur zwart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

- meermalen, althans eenmaal op/tegen die [slachtoffer A], althans op/tegen de fiets

van die [slachtoffer A] heeft/hebben geschopt/getrapt/geduwd, waardoor die [slachtoffer A]

ten val is gekomen en/of

- die [slachtoffer A] meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/in/tegen het

gezicht, althans het hoofd heeft/hebben geslagen/gestompt en/of

- die [slachtoffer A] meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen het hoofd,

althans het lichaam heeft/hebben geschopt/getrapt, terwijl die [slachtoffer A] op de

grond lag;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De (bewijs)motivering (voetnoot 1)

A. De vaststaande feiten / aanleiding

Een 26-jarige vrouw doet aangifte (voetnoot 2) van diefstal met geweld gepleegd op 22 september 2008 op het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis Veldwijk te Ermelo. Al fietsend en telefonerend met haar mobiele telefoon kwam haar die dag in Ermelo een drietal mannen tegemoet lopen. Toen zij de mannen wilde passeren, maakte één van de mannen een schoppende beweging in haar richting. Zij voelde dat zij werd geraakt en kwam vervolgens met haar fiets ten val, waarna zij werd geslagen en geschopt en van haar mobiele telefoon werd beroofd.

Een getuigenverklaring (voetnoot 3) over drie mannen en een kort daarop waargenomen auto met een buitenlandse kentekenplaat alsmede zendgegevens betreffende met behulp van een Roemeense tolk uitgeluisterde gesprekken met de weggenomen telefoon, leiden de politie op 23 september 2008 in Putten naar een auto met een Roemeens kenteken. De drie inzittenden van de auto werden vervolgens aangehouden (voetnoot 4) en bij een van hen ([medeverdachte A]) wordt bij een veiligheidsfouillering in een broekzak de mobiele telefoon van de vrouw aangetroffen.

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Zij heeft zich daarbij gebaseerd op de verklaring van aangeefster [slachtoffer A], de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte A] en [medeverdachte B] en de verklaring die verdachte zelf heeft afgelegd.

Op grond van de verklaringen van de verdachten komt de officier tot de slotsom dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. Er is een plan gemaakt om iemand te beroven en het opzet was, tenminste in voorwaardelijke zin, gericht op het gebruik maken van geweld. Alle drie verdachten zijn vervolgens weggegaan en hebben gebruik gemaakt van de weggenomen mobiele telefoon.

C. Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, omdat er geen sprake is van medeplegen. Naar het oordeel van de raadsman is er een actievere rol nodig voor medeplegen. Wat betreft de diefstal lijkt de enige rol die verdachte daarin heeft vervuld te zijn geweest de omstandigheid dat hij erbij stond. Aan het toepassen van geweld heeft verdachte part noch deel gehad, waarbij met name van belang is dat het slachtoffer dat aspect heeft bevestigd. Het louter instemmen, althans zich niet verzetten tegen een daarop gericht plan, maakt naar het oordeel van de raadsman niet dat er sprake is van medeplegen.

D. Beoordeling van de tenlastelegging

Aangeefster heeft verklaard (voetnoot 5) dat zij op 22 september 2008 op haar fiets een drietal verspreid over de weg lopende en haar tegemoetkomende mannen wilde passeren. Tijdens het passeren zag zij dat één van de mannen een schoppende beweging in haar richting maakte. Zij voelde dat zij werd geraakt, waarschijnlijk tegen haar fiets. Zij kwam daarop te vallen. Twee van de mannen kwamen op haar afgelopen. Zij hoorde een van de mannen sorry roepen. Terwijl zij haar mobiele telefoon nog in haar hand had, zag zij dat de man die de schoppende beweging had gemaakt een slaande beweging in de richting van haar gezicht maakte. Zij voelde dat zij met kracht in haar gezicht, op haar kaak, werd geslagen. Zij dacht dat haar kaak gebroken was. Zij liet haar mobiele telefoon (Nokia type 6280) vallen en ging op de grond (de berm) liggen, met haar handen ter bescherming voor haar gezicht. Haar mobiele telefoon lag naast haar. Direct daarop werd zij drie tot vier keer met kracht tegen haar hoofd geschopt door één van de beide mannen die dicht bij haar stonden. De derde man heeft op een afstand van zo’n drie meter staan toekijken. Zij zag de mannen weglopen. Zij zag dat haar mobiele telefoon - zwarte Nokia, type 6280 - er niet meer lag.

Aangeefster heeft als signalement van degene die tegen haar fiets heeft geschopt en haar in haar gezicht heeft geslagen ondermeer opgegeven, een blanke man met rode sweater, rond gezicht, gemillimeterd bruin haar en de kleinste van de drie mannen

Door de huisarts wordt bij aangeefster onder meer geconstateerd (voetnoot 6), dat een stuk van één van de ondervoortanden is afgebroken, dat er bloeduitstorting en schaafplek is op de linker knie, een bloeduitstorting op het achterhoofd en een zwelling van de linker onderkaak en pijnlijke kaakgewrichten.

Verdachte heeft verklaard (voetnoot 7) dat hij op 22 september met zijn vrienden [medeverdachte B] en [medeverdachte A] in Ermelo is geweest. [medeverdachte B] had een rode trui aan. [medeverdachte B] duwde een meisje van de fiets af; het meisje viel op de grond. Het meisje is geslagen en geschopt door [medeverdachte B] en [medeverdachte A].

Verdachte heeft verder verklaard dat [medeverdachte A] met idee kwam om iemand te beroven en dat zij op een geschikt slachtoffer wachtten.

[medeverdachte B] schopte tegen het voorwiel van het meisje. Het meisje viel en stond vervolgens weer op. [medeverdachte B] sloeg haar daarop met zijn vuist tegen haar kin. Het meisje viel daarop op de grond en kromp ineen, haar handen bij haar hoofd houdend. [medeverdachte B] en [medeverdachte A] schopten haar drie tot vier keer tegen het lichaam. [medeverdachte A] pakte haar telefoon. Verdachte heeft zelf op afstand staan toekijken.

De medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard (voetnoot 8) dat hij samen met [medeverdachte B] en [verdachte C] in Ermelo aan het wandelen was in de omgeving van het station. Er kwam een vrouw aanfietsen. Zij is door [medeverdachte B] geslagen en van haar fiets gevallen. Daarna werd ze weer door [medeverdachte B] geslagen. De vrouw gooide haar telefoon weg. Hij - [medeverdachte A] - heeft de telefoon toen gepakt en ze zijn vervolgens weggelopen. Het was een gezamenlijk idee om iemand van de fiets te trappen. Afgesproken was dat de eerste de beste die langs zou komen zou worden beroofd. [medeverdachte B] heeft tegen haar fiets aangetrapt. Ze zeiden ‘sorry’ tegen haar. [medeverdachte B] sloeg het meisje daarop tegen haar kin, waarop zij op de grond viel.

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft verklaard (voetnoot 9) dat hij die dag een rode trui droeg en dat hij met [medeverdachte A] en [verdachte C] aan het wandelen was, toen een meisje langs kwam fietsen. [medeverdachte A] zei dat hij haar van de fiets af moest duwen, zodat ze haar telefoon konden pakken. Zij zagen haar al telefonerend aan komen fietsen Hij - [medeverdachte B]- heeft haar fiets geduwd, waardoor het meisje kwam te vallen.

[medeverdachte A] heeft haar telefoon gepakt. Hij heeft het meisje - nadat ze was gevallen en weer wilde opstaan - in haar gezicht geslagen en vervolgens geschopt samen met één van de anderen.

Door aangeefster is een gedetailleerde verklaring afgelegd over de twee verdachten die het dichtst bij haar hebben gestaan. Daaruit maakt de rechtbank in samenhang met de verklaringen van de verschillende verdachten op, dat de man met de rode sweater en de man die de telefoon heeft gepakt de mannen moeten zijn geweest die aangeefster heeft aangeduid. Dit spoort ook met de verklaring van verdachte dat hij geen actieve gewelddadige rol in het gebeuren heeft gespeeld, maar dat hij bij de feitelijke uitvoering daarvan min of meer heeft staan toekijken.

Dat gegeven maakt echter niet dat er niet gesproken kan worden van medeplegen.

Naar het oordeel van de rechtbank was er sprake van een bewuste en nauwe samenwerking. Er was een plan om iemand te gaan beroven. Verdachte heeft dat specifiek verklaard. Dat alleen al brengt met zich dat het toepassen van geweld of bedreiging daarmee bepaald niet is uitgesloten, hetgeen tenminste voorwaardelijk opzet in zich heeft. Verdachten hebben gezamenlijk ook duidelijk uitvoering gegeven aan dit voornemen door verspreid over de weg te lopen met een beperkte doorgangsmogelijkheid voor het door hen voor enige beroving geschikt geachte slachtoffer.

Verdachte heeft nadien, evenals de mededaders, gebruik gemaakt van de door [medeverdachte A] meegenomen mobiele telefoon van aangeefster.

Verdachte was - evenals zijn kompanen - onder invloed van alcohol en hij heeft wisselend heeft verklaard over een “korte vakantie” in Nederland, dit terwijl hij niet over geld beschikte. Verdachte heeft bovendien verklaard dat er werd gewacht op het moment dat er een geschikt slachtoffer zou opdoemen, terwijl bij hem ook de simkaart uit de mobiele telefoon van het slachtoffer is aangetroffen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal voorhanden is om te spreken van medeplegen, ook door verdachte.

Door de raadsman is nog aangevoerd dat verdachte zich niet verzet tegen of heeft onttrokken aan het gebeuren omdat hij bang was in de steek te worden gelaten en hij niet wist waar hij heen moest.

Deze stelling leidt de rechtbank echter niet tot een ander oordeel, nu niet is aangevoerd, gebleken of aannemelijk is geworden, dat voor verdachte een overmachtsituatie heeft bestaan, te minder nu verdachtes motief om met de medeverdachten vanuit Roemenië naar Nederland te reizen vele vragen oproept.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 22 september 2008 te Ermelo tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, merk Nokia, type 6280, kleur zwart, toebehorende aan [slachtoffer A]], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat

- één van zijn mededaders eenmaal tegen de fiets van die [slachtoffer A] heeft geschopt/getrapt/geduwd, waardoor die [slachtoffer A] ten val is gekomen en

- één van zijn mededaders die [slachtoffer A] eenmaal (met kracht) op/in/tegen het gezicht, heeft geslagen/gestompt en

- zijn mededaders die [slachtoffer A] meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd, althans het lichaam hebben geschopt/getrapt, terwijl die [slachtoffer A] op de grond lag.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijker te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Een voorwaardelijk strafdeel acht zij niet op zijn plaats, omdat daarvan weinig preventieve werking uitgaat, aangezien verdachte niet in Nederland woonachtig is.

2. Door de raadsman is aangevoerd dat, voor zover de rechtbank tot een veroordeling mocht komen, een vrijheidsstraf gelijk aan de tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht passend zou zijn, gezien de rol die verdachte heeft vervuld.

3. De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met twee anderen een beroving gepleegd bij een willekeurig slachtoffer. Daarbij is disproportioneel geweld toegepast, enkel gericht op het buitmaken van een mobiele telefoon.

Hoewel verdachte tegen het slachtoffer geen lijfelijk geweld heeft gepleegd, heeft hij, wetend wat er zou (kunnen) gebeuren, daartegen niets ondernomen en heeft hij vervolgens ook nog van de aan het slachtoffer ontstolene telefoon gebruik gemaakt en deze later ook onder zich genomen.

Dit soort agressieve delicten veroorzaakt in de samenleving gevoelens van onveiligheid en onmacht. Voor het slachtoffer zal het een uitermate schokkende gebeurtenis zijn geweest en aangenomen mag worden dat het na-ijlende effect daarvan (angst- en onveiligheidgevoelens) voor haar nog lange tijd voelbaar zal blijven

Voor het plegen van een eenvoudige tasjesroof met een verbale bedreiging en een enkele ruk wordt - uitgaande van een alleen opererende dader - in de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Voorzitters Strafsectoren) een gevangenisstraf van twaalf weken vermeld. Dit is echter niet vergelijkbaar met hetgeen in deze zaak bewezen is geacht.

Uit het (Nederlandse) strafblad10 van verdachte blijkt niet dat hij eerder voor strafbare feiten met justitie in aanraking is geweest.

Anders dan de officier van justitie, verwacht de rechtbank wel een preventieve werking van een voorwaardelijk strafdeel. Verdachte moet zich realiseren dat wanneer hij in de toekomst weer in Nederland verblijft, hij zich niet moet inlaten met het plegen van strafbare feiten en hem nog een voorwaardelijke straf boven het hoofd hangt Mede gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn meer passieve aandeel in het bewezenverklaarde zal de rechtbank een straf op leggen als hierna aangegeven.

Ter terechtzitting heeft de rechtbank voorshands afwijzend beslist op een namens verdachte gedaan verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Gelet op de duur van het onvoorwaardelijk op te leggen strafdeel, bestaat er geen aanleiding om in dit kader alsnog anders te beslissen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (maanden) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, Van Harreveld en Prisse, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 januari 2009.

Voetnoten:

1 wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte (Stam)proces-verbaal nr. PL0611/08-208311 van de Regiopolitie Noord-Oost Gelderland, team Ermelo-Putten (voorzover niet anders is vermeld)

2 stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 9

3 verklaring [getuige], doorgenummerde dossierpag. 61/63

4 ambtelijk verslag van 23 september 2008, doorgenummerde dossierpag. 57/60

5 verklaring aangeefster [slachtoffer A]] d.d. 23 september 2008, doorgenummerde dossierpag. 48 t/m 50

6 medische verklaring huisdarts d.d. 23 september 2008, doorgenummerde dossierpag. 54

7 verklaring verdachte [verdachte C], doorgenummerde dossierpag. 75, 77, 78, 88 t/m 90

8 Verklaring verdachte [medeverdachte A], doorgenummerde dossierpag. 96/97

9 Verklaring verdachte [medeverdachte B], doorgenummerde dossierpag. 71/ 72, 100/101

10 Uittreksel justitiële documentatie verdachte d.d. 7 oktober 2008