Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BG8755

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-12-2008
Datum publicatie
31-12-2008
Zaaknummer
06/460194-08 en 06/821130-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte (1991) is veroordeeld wegens mishandeling, poging tot zware mishandeling en bedreiging. Alle feiten gepleegd binnen een justitiele inrichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummers: 06/460194-08 en 06/821130-08

Uitspraak d.d. 30 december 2008

Tegenspraak / dip / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1991],

wonende te [adres],

thans verblijvende in Rijksinrichting De Hartelborgt te Spijkenisse.

Raadsman: mr. J.M. Snellink

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de met gesloten deuren gehouden terechtzittingen van 9 september 2008, 7 oktober 2008 en 16 december 2008.

Voeging meerdere dagvaardingen

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/460194-08 en 06/821130-08 tegen verdachte aangebrachte zaken.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

06/460194-08:

1.

hij op of omstreeks 11 april 2008 in de gemeente Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

met dat opzet (met) een mes, althans (met) een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van het (onder)lichaam en/of de keel en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of gezwaaid en/of die [slachtoffer 1] (met) een mes, althans (met) een scherp en/of puntig voorwerp in het (onder)lichaam heeft gestoken en/of gestoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 11 april 2008 in de gemeente Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (met) een mes, althans (met) een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van het (onder)lichaam en/of de keel en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of gezwaaid en/of die [slachtoffer 1] (met) een mes, althans (met) een scherp en/of puntig voorwerp in het (onder)lichaam heeft gestoken en/of gestoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 11 april 2008 in de gemeente Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (met) een mes, althans (met) een scherp en/of puntig voorwerp in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft gestoken en/of gezwaaid en/of (met) een mes, althans (met) een scherp en/of puntig voorwerp in een vinger en/of een arm, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 11 april 2008 in de gemeente Zutphen opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] (met) een mes, althans (met) een scherp en/of puntig voorwerp in een vinger, althans het lichaam heeft gestoken en/of gesneden, waardoor deze [slachtoffer 2] letsel (snijwondje) heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 11 april 2008 in de gemeente Zutphen

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp vastgehouden en/of voornoemde perso(o)n(en) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp getoond en/of met dat mes, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp richting voornoemde perso(o)n(en) een of meer stekende en/of zwaaiende bewegingen gemaakt en/of (daarbij) deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Kom maar, dan steek ik", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 16 mei 2008 te Zutphen (telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer 5]

- (met kracht) bij de nek/keel/hals heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of geduwd en/of

- meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht/hoofd heeft gestompt/geslagen en/of

- in/tegen de buik, althans het lichaam, een zogenaamd knietje heeft gegeven, althans heeft geschopt/getrapt/gestoten,

waardoor deze [slachtoffer 5] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

06/821130-08:

1.

hij op of omstreeks 7 oktober 2008 te Dordrecht opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 6], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn gestoorde klootzakken" en/of "Ga rijden met die bus, kankerhoer" en/of "Blijf van me af, hoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 7 oktober 2008 te Dordrecht [slachtoffer 6] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend zijn, verdachtes, hand(en) tot vuist gebald en/of (daarbij) zijn arm(en) naar achteren bewogen en/of (vervolgens) die arm(en) versneld in de richting van het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer 6] bewogen;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Ter zitting zijn beide zaken gevoegd behandeld.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Vaststaande feiten

1. Op 11 april 2008 was verdachte in de justitiële inrichting waar hij verbleef aan het tafeltennissen met een medepupil. De jongens kregen ruzie, raakten in gevecht en werden door de groepsleiding uit elkaar gehaald en naar hun cellen gestuurd. Verdachte bemachtigde echter een mes uit het kantoor van de groepsleiding en ging daarmee degene met wie net had gevochten achterna. Hij werd door de groepsleiding tegengehouden en naar zijn cel gebracht. Verdachte kreeg te horen dat zijn weekendverlof was ingetrokken. Als reactie hierop begon verdachte vernielingen aan te richten in zijn cel. De inrichting besloot met een zogenaamd veiligheids team in te grijpen omdat inmiddels duidelijk was geworden dat verdachte in het bezit was van een mes. In verband met zijn emotionele toestand werd gevreesd voor zijn veiligheid en die van anderen. Het veiligheidsteam heeft verdachte met geweld overmeesterd. Verdachte heeft zich daarbij met het mes verweerd en bedreigingen geuit. Een van de leden van het team is daarbij geraakt in de buikstreek, een ander in een vinger.

2. Op 16 mei 2008 is verdachte in dezelfde inrichting in conflict geraakt met een leerkracht.

Hij werd naar zijn groep teruggestuurd. Toen verdachte dit weigerde en de leerkracht achter zijn bureau wilde komen ontstond er een schermutseling waarbij verdachte de leerkracht bij de hals heeft gevat.

3. Op 7 oktober 2008 toen verdachte naar de rechtbank Zutphen werd vervoerd voor zijn strafzaak in verband met bovengenoemde feiten, is verdachte in conflict geraakt met medewerkers van de Dienst Vervoer en Ondersteuning. Daarbij heeft verdachte tegen een medewerkster van genoemde dienst twee of drie keer “kankerhoer”geroepen.

Standpunten van het openbaar ministerie

4. Wat betreft feit 1 van parketnummer: 460194-08, acht de officier van justitie het primair ten laste gelegde bewezen en baseert zich daarbij op de aangifte, de foto’s van de verwondingen, de getuigenverklaringen van [slachtoffer 2], [getuige 1] en [slachtoffer 3] en de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte waarin hij het steken met het mes niet ontkent. Uit de bewijsmiddelen blijkt voldoende dat er in de richting van de keel en het hoofd is gestoken en dat daaruit kan worden afgeleid dat verdachte op deze manier in ieder geval de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer 1] van het leven zou kunnen beroven.

5. Met betrekking tot het onder parketnummer: 460194-08 onder 2 ten laste gelegde is er eveneens voldoende wettig en overtuigend bewijs voor bewezen verklaring van het primair ten laste gelegde. De officier van justitie baseert zich hierbij op de aangifte, de foto’s van de verwondingen en de verklaring van [slachtoffer 1], die in alle hectiek op een gegeven moment hoort dat [slachtoffer 2] is geraakt. Ook de getuigen [getuige 1] en [slachtoffer 3] spreken over stekende bewegingen in de richting van de teamleden. Daarnaast heeft verdachte bevestigd dat hij in de richting van die drie personen is gesprongen om zich te verdedigen. Door op deze manier te handelen heeft verdachte wederom de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen.

6. De officier van justitie heeft ten slotte geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder parketnummer: 460194-08 onder 3 en 4 en het onder parketnummer: 821130-08 onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Standpunten van de verdachte, de verdediging

7. Ten aanzien van het onder parketnummer: 460194-08 onder 1 ten laste gelegde is door de raadsman bepleit dat de bewijsmiddelen ontoereikend zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen en heeft hij de rechtbank verzocht verdachte hiervan vrij te spreken. De raadsman heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde aangevoerd dat er geen sprake kan zijn van een poging om [slachtoffer 1] van het leven te beroven, ook niet via de constructie van voorwaardelijk opzet, aangezien verdachte heeft verklaard dat hij alleen de bedoeling had de personen op afstand te houden en zich op dat moment niet meer bewust was van het mes in zijn hand. Dat er bovendien sprake was van fysieke overmacht, de teamleden ook lichamelijk beschermd waren en dat het mes ook al krom was. Daarnaast heeft verdachte in zijn woede meer met dat mes rondgezwaaid dan dat hij gericht heeft gestoken.

Met dezelfde argumenten, de hektiek van het binnenvallen van het team in de kleine kamer van verdachte waarbij hij niet eens de tijd had om na te denken, heeft de raadsman ten aanzien van het subsidiaire aangevoerd dat er in dit geval ook geen sprake kan zijn van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

8. Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde, de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en het subsidiair ten laste gelegde, de eenvoudige mishandeling, heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu uit de verklaringen blijkt dat [slachtoffer 2] achteraan stond als zogenaamde “duwer”en het, gelet op de krappe ruimte, dus voor verdachte helemaal niet mogelijk was om dichtbij [slachtoffer 2] te komen om hem vervolgens met het mes te raken. Bovendien blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 2] dat deze, in een poging verdachte het mes af te pakken, aan zijn duim is geraakt. De raadsman merkt verder op dat mocht de rechtbank anders oordelen, uitsluitend bewijs is voor het subsidiair ten laste gelegde, in de vorm van voorwaardelijk opzet.

9. Ten aanzien van het onder parketnummer: 460194-08 onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat alleen bewezen kan worden verklaard dat verdachte [slachtoffer 5] bij zijn nek of hals heeft vastgepakt en dat ten aanzien van het overige ten laste gelegde partiële vrijspraak dient te volgen Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte de bedreigingen, zoals die zijn ten laste gelegd, heeft ontkend, dat getuige [getuige 2] enkel heeft verklaard dat verdachte zijn arm over de schouder van [slachtoffer 5] had en dat de verklaring van getuige [getuige 3], die van een medepupil is, die daarin tevens aangeeft dat hij op deze manier [slachtoffer 5] wil helpen.

10. De raadsman bepleit ten slotte ten aanzien van het onder parketnummer: 821130-08 onder 2 ten laste gelegde eveneens vrijspraak, aangezien de bewijsmiddelen ontoereikend zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Hij voert aan dat verdachte uit woede wel zijn vuisten heeft gebald, maar dat hij niet heeft willen slaan en ook niet heeft geslagen en dat de verklaring van de ambtenaar daaromtrent ook niet logisch lijkt. Ze heeft namelijk verklaard dat verdachte zijn rechterhand tot vuist balde, zijn arm naar achteren bewoog en versneld in de richting van haar gezicht bewoog, waarna zij vervolgens verdachte bij de keel heeft gepakt. Echter, indien verdachte die slaande beweging gemaakt zou hebben, moet hij haar geraakt hebben op het moment dat zij hem bij de keel pakte. In de verklaring van aangeefster staat echter niet dat verdachte haar ook echt heeft geraakt.

11. De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder parketnummer: 460194-08 onder 3 en het onder parketnummer: 821130-08 onder 1 ten laste gelegde, op het standpunt gesteld dat deze wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Vrijspraak

12. De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte heeft geprobeerd [sl[slachtoffer 1] te doden. Het zwaaien met het mes en de steekbewegingen die verdachte daarbij heeft gemaakt waren niet bewust gericht op voor het leven vitale lichaamsdelen. Genoemde lichaamsdelen werden overigens beschermd door veiligheidskleding. Evenmin heeft verdachte willens en weten de aanmerkelijke kans aanvaard dat dergelijke lichaamsdelen op fatale wijze zouden worden geraakt. Verdachte zal daarom op dit onderdeel van de dagvaarding worden vrijgesproken.

13. De rechtbank is tevens van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letstel toe te brengen. Gelet op de plaats waar [slachtoffer 2] stond was het nauwelijks mogelijk hem op vitale lichaamsdelen te raken. Bovendien had ook [slachtoffer 2] veiligheidskleding aan. De verwonding aan de vinger van [slachtoffer 2] is ontstaan bij het afpakken van het mes. Verdachte zal daarom op dit onderdeel van de dagvaarding worden vrijgesproken.

14. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 6] heeft bedreigd met zware mishandeling. Als verdachte die slaande beweging naar [slachtoffer 6] zou hebben gemaakt, zou verdachte haar ook geraakt moeten hebben op het moment dat zij verdachte bij de keel pakte. Verdachte zal daarom ook op dit onderdeel van de dagvaarding worden vrijgesproken.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs (eindnoot 1)

15. Daar waar de rechtbank van oordeel is dat uit de bewijsmiddelen een andere gang van zaken volgt dan door verdachte is aangegeven, zal zij dit in de navolgende overwegingen uiteenzetten.

16.De rechtbank is van oordeel dat het onder parketnummer: 460194-08 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, gelet op de aangifte van [slachtoffer 1] (eindnoot 2) , de aangifte van [slachtoffer 2] (eindnoot 3) , de foto’s van de verwondingen van [slachtoffer 1] (eindnoot 4) en van [slachtoffer 2] (eindnoot 5) , de getuigenverklaringen van [slachtoffer 3] (eindnoot 6) en [getuige 1] (eindnoot 7) en de (grotendeels) bekennende verklaring (eindnoot 8) van verdachte (ook ter terechtzitting) waarin hij heeft verklaard dat hij erg boos was, dat hij een mes in handen heeft gehad en dat hij daarmee uit woede in de richting van de aangevers en de teamleden heeft rondgezwaaid en heeft gestoken en dat hij daarbij bedreigende woorden heeft geroepen. Verdachte heeft door op deze manier te handelen, ook de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou kunnen toebrengen, te weten een ernstige buikwond. Dit laatste blijkt ook uit de kras die op de buik van [slachtoffer 1] is te zien en het gevolg is geweest van de aanraking met het mes dat verdachte in zijn hand had.

Met betrekking tot de bedreiging van [slachtoffer 4] is onvoldoende bewijs aanwezig in het dossier, nu enkel unitleider [naam 1] de naam [naam 2] noemt.

17.Ten aanzien van het onder parketnummer: 460194-08 onder 4 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat dit feit op grond van de aangifte van [slachtoffer 5] (eindnoot 9) , de getuigenverklaringen van [getuige 3] (eindnoot 10) en [getuige 2] (eindnoot 11) en de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte zelf (eindnoot 12) die (ook ter terechtzitting) heeft verklaard dat hij [slachtoffer 5] met kracht een duw heeft gegeven ter hoogte van zijn keel/nek, door met zijn duim aan de ene kant van de hals en zijn vingers aan de andere kant van de hals te duwen, bewezen kan worden verklaard. Echter, ten aanzien van het tenlastegelegde onderdeel: ” in/tegen de buik, althans het lichaam, een zogenaamd knietje heeft gegeven, althans deze heeft geschopt/getrapt/gestoten”, moet verdachte worden vrijgesproken nu er, naast de verklaring van aangever, zich verder geen steunbewijs in het dossier bevindt.

18. Ten aanzien van het onder parketnummer 821130-08 onder 1 ten laste gelegde is de rechtbank tenslotte eveneens van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte (eindnoot 13) , de getuigenverklaring van [getuige 4] (eindnoot 14) en de (eveneens ter terechtzitting afgelegde) bekennende verklaring van verdachte zelf (eindnoot 15) .

Bewezenverklaring

19. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer: 06/460194-08 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 en 4 en het onder parketnummer: 06/821130-08 onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

06/460194-08:

1. subsidiair

hij op 11 april 2008 in de gemeente Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een mes in de richting van het onderlichaam en de keel en het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gezwaaid en die [slachtoffer 1] met een mes in het onderlichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. subsidiair

hij op 11 april 2008 in de gemeente Zutphen opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] met een mes in een vinger heeft gesneden, waardoor deze [slachtoffer 2] letsel (snijwondje) heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

3.

hij op tijdstippen op 11 april 2008 in de gemeente Zutphen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een mes vastgehouden en voornoemde personen een mes getoond en met dat mes richting voornoemde personen stekende en zwaaiende bewegingen gemaakt en daarbij deze [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Kom maar, dan steek ik".

4.

hij op 16 mei 2008 te Zutphen telkens opzettelijk mishandelend [slachtoffer 5]

- met kracht bij de nek heeft vastgepakt en geduwd en

- meermalen tegen het hoofd heeft gestompt/geslagen,

waardoor deze [slachtoffer 5] telkens letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

06/821130-08:

1.

hij op 7 oktober 2008 te Dordrecht opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 6], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Ga rijden met die bus, kankerhoer" en "Blijf van me af, hoer".

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

20. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

21. De bewezen verklaarde feiten leveren op:

06/460194-08:

- feit 1 subsidiair: poging tot zware mishandeling

- feit 2 subsidiair: mishandeling

- feit 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

- feit 4: mishandeling

06/821130-08:

- feit 1: eenvoudige belediging terwijl de belediging wordt gedaan aan een

ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van

haar bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

22. Over de persoon van verdachte is een psychologisch rapport Pro Justitia gedateerd 30 september 2008 opgemaakt door Drs. M. van Heteren, GZ-psycholoog en een psychiatrisch rapport Pro Justitia gedateerd september 2008 opgemaakt door M.W. Lubbert, psychiater. In deze rapporten, waarvan de gehele inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, wordt, zakelijk weergegeven, het volgende geconstateerd.

Van Heteren voornoemd heeft geconcludeerd dat bij betrokkene sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de zin dat hij een gedragsstoornis heeft en daarnaast op grond van de ambivalente hechting een borderline persoonlijkheidsstoornis dreigt te ontwikkelen.

Betrokkene is zich min of meer bewust van het ongeoorloofde van zijn handelen, maar omdat cognitieve controle en impulsregulatie nauwelijks tot niet functioneren, kan hij niet op grond van moreel besef zijn gedrag reguleren, voortgedreven op de golven van angst en emotie als hij is. Derhalve wordt geadviseerd om betrokkene voor de thans ten laste gelegde feiten, indien bewezen, verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Lubbert voornoemd heeft geconcludeerd dat bij betrokkene sprake is van een dysthyme stoornis, mogelijk PTSS, met verhoogde krenkbaarheid en agitatie. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van een ernstige gedragsstoornis met antisociaal gedrag en agressieve impulsdoorbraken. De ontwikkeling van betrokkene is gestagneerd en er dreigt scheefgroei in de persoonlijkheid in narcistische en antisociale zin.

Betrokkene had wel keuzes, maar gestuurd door zijn overtuigingen en zijn angst om naar de isoleercel te moeten in eenzame opsluiting, was hij niet in staat deze keuze te maken.

Derhalve acht hij betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar voor het tenlastegelegde.

De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies van bovengenoemde deskundigen, te weten dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden geacht. De rechtbank neemt deze conclusie over.

23. Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

24. De officier van justitie heeft terzake alle tenlastegelegde feiten gevorderd verdachte te veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met daaraan gekoppeld toezicht van de jeugdreclassering, ook als dat inhoudt contact met en behandeling door verslavingszorg en behandeling bij een instelling zoals Jong Batelaar.

25. Door de raadsman van verdachte is ten aanzien van de strafmaat aangevoerd dat de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke jeugddetentie aan de hoge kant is en bepleit, gelet op zijn verminderde toerekenbaarheid en gelet op zijn bepleite vrijspraak ten aanzien van het onder parketnummer: 460194-08 onder 1 primair, 2 primair en het onder parketnummer: 821130-08 onder 2 ten laste gelegde, een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest. De gevorderde voorwaardelijke jeugddetentie met de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarde acht de raadsman passend. Ten slotte wijst de raadsman nog op de conclusies van de rapporten van de deskundigen waarin voorop staat dat verdachte niet gebaat is bij een behandeling in een gesloten setting, dat oplegging van een behandeling juist gedoemd is te mislukken en dat verdachte het meest gebaat is bij een loslatende en steunende benadering, waarbij het van belang is dat verdachte zelf meer verantwoordelijkheid krijgt.

26.Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

27. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal delicten met een gewelddadig en bedreigend karakter, als gevolg waarvan anderen letsel hebben bekomen en pijn en angst hebben ondervonden. Verdachte heeft wild met een mes om zich heen gezwaaid en gestoken. Dat er slechts sprake bleek van geringe verwondingen is enkel het gevolg van optreden van de medewerkers. De ervaring leert dat delicten als de onderhavige veelal de oorzaak zijn van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij de directe slachtoffers.

Groepsleiders van justitiële jeugdinrichtingen en medewerkers van de Dienst Vervoer en Ondersteuning voeren hun werk veelal uit onder moeilijke omstandigheden. Gedragingen zoals de verdachte jegens hen heeft begaan kunnen niet getolereerd worden en daartegen dient naar het oordeel van de rechtbank krachtig te worden opgetreden.

28. Ten nadele van verdachte spreekt zijn strafblad, waaruit blijkt dat hij in eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen voor strafbare feiten.

29.De rechtbank heeft anderzijds rekening gehouden met de omstandigheid dat de feiten hem in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

30.De rechtbank heeft bij de strafoplegging tevens rekening gehouden met de conclusies van voornoemde psychologische- en psychiatrische rapporten en met het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 december 2008, waarin zij ook begeleiding van de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt dat veroordeelde contact en behandeling met verslavingszorg en behandeling bij een instelling zoals Jong Batelaar, adviseren.

31. De rechtbank komt tot een lagere strafoplegging dan door de officier van justitie is geëist, namelijk een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest, aangezien zij niet tot een bewezenverklaring van het onder parketnummer: 460194-08 onder 1 primair en 2 primair en het onder parketnummer: 821130-08 onder 2 ten laste komt. De rechtbank zal daarbij een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen om verdachte ervan te doordringen dat hij in de toekomst geen strafbare feiten meer pleegt. Aan deze voorwaardelijke straf zal na te noemen bijzondere voorwaarde worden verbonden.

32. Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een jeugddetentie voor de duur van 296 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering hem te geven, ook als dit inhoudt contact met en behandeling door verslavingszorg en behandeling bij een instelling zoals Jong Batelaar.

In beslag genomen voorwerpen

33. Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, met behulp waarvan het onder parketnummer: 460194-08 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

34. Deze beslissing is gegrond op de artikelen 27, 36b, 36c, 36d, 45, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa,

77gg, 266, 267, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer: 06/460194-08 onder 1

primair en 2 primair en onder parketnummer: 06/821130-08 onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer: 06/460194-08 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 en 4 en onder parketnummer: 06/821130-08 onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 296 dagen;

* bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 100 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg Gelderland, afdeling Jeugdreclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde contact en behandeling met verslavingszorg heeft en behandeling bij een instelling als Jong Batelaar heeft;

* geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 broodmes, kleur zwart, gebruikt bij steekpartij;

* heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Krijger, voorzitter, tevens kinderrechter, Borgerhoff Mulder en Davids, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 december 2008.

Eindnoten

(1) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam) proces-verbaal nr. PL0631/08-203351, gedateerd 17 april 2008 (feiten 1,2 en 3 van parketnummer: 460194-08), (Stam) proces-verbaal nr. PL0630/08-205003, gedateerd 18 juni 2008 (feit 4 van parketnummer: 460194-08) en (Stam) proces-verbaal nr. PL1810/08-506338, gedateerd 7 oktober 2008 (feiten 1 en 2 van parketnummer: 821130-08)

(2) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], pag. 48

(3) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], pag. 42

(4) Foto’s van verwondingen van [slachtoffer 1], pag. 52

(5) Foto’s van verwondingen van [slachtoffer 2], pag. 46

(6) Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3], pag. 31

(7) Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], pag. 28

(8) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 34

(9) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5], pag. 14

(10) Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], pag. 26

(11) Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], pag. 22

(12) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 30

(13) Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6], pag. 4

(14) Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], pag. 17

(15) Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 12