Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BG8057

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-12-2008
Datum publicatie
23-12-2008
Zaaknummer
06/580375-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De dader van de verkrachting te Doetinchem in juni 2007 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 841 dagen en een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

De veroordeelde is destijds gemaskerd de woning van het slachtoffer binnen gedrongen, heeft haar met een mes bedreigd en vervolgens verkracht.

De rechtbank heeft er bij de bepaling van de straf rekening mee gehouden dat de veroordeelde verminderd toerekeningsvatbaar is. Een van de voorwaarden van de terbeschikkingstelling met voorwaarden is de opname in een kliniek voor het volgen van behandeling. Ook dient de veroordeelde een schadevergoeding van € 7.000,-- aan het slachtoffer te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580375-07

Uitspraak d.d.: 23 december 2008

Tegenspraak/ oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1989],

wonende te Doetinchem,

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsman: mr. Willemse te Ulft.

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

15 oktober 2007, 6 november 2007, 29 januari 2008, 15 april 2008, 14 mei 2008, 12 augustus 2008 en 9 december 2008.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 07 juni 2007 in de gemeente Doetinchem door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren [datum] 1972) heeft gedwongen

tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij, verdachte,

terwijl hij, verdachte, zich had vermomd met een panty over het hoofd, waarin

gaten ter hoogte van de ogen van verdachte waren gemaakt, en met een pruik

over die panty, en/of terwijl hij, verdachte, een mes in zijn hand had,

bij de woning van voornoemde [slachtoffer] aangebeld en/of nadat zij de deur had

geopend, haar naar binnen geduwd en/of haar vastgepakt en/of haar bij de keel

gepakt en/of meermalen tegen haar geroepen: "Mond dicht" en/of "Ga maar op de

grond liggen" en/of "Op de buik op de grond" en/of voornoemd mes op korte

afstand van haar nek/hals heeft gehouden en/of, terwijl zij op de grond lag,

haar polsen op haar rug vastgebonden met een snoer/draad en/of, daarna een

theedoek in haar mond geduwd/gebracht, en/of een snoer/draad over de theedoek

en om haar hoofd heen gebonden, en/of

de broek en onderbroek van voornoemde [slachtoffer] uitgetrokken, althans naar

beneden getrokken, en/of haar t-shirt tot boven haar ontblote borst(en)

getrokken en/of haar borst(en) betast/aangeraakt en/of haar benen uit elkaar

gedaan, althans gespreid, en/of

voornoemde [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte:

- zijn vinger meermalen, althans éénmaal, in haar vagina duwde/bracht, en/of

- zijn penis meermalen, althans éénmaal, in haar vagina en/of in haar mond

en/of in haar anus duwde/bracht,

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit de hierboven omschreven

handelingen die voor voornoemde [slachtoffer] een bedreigende situatie hebben doen

ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverweging

3.1 De aanleiding

Op 7 juni 2007 om 10.14 uur heeft [slachtoffer] de politie gebeld en meegedeeld dat zij zojuist in haar woning verkracht was. Een gemaskerde dader had haar tijdens die verkrachting met een mes bedreigd. De politie heeft direct een groot onderzoek opgestart. Dit heeft er toe geleid dat de verdachte uiteindelijk op 23 juli 2007 kon worden aangehouden.

3.2 Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Hij baseert dit op de aangifte van het slachtoffer, de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 mei 2008, de bekennende verklaringen die de verdachte tegenover de politie heeft afgelegd, de uitkomst van het DNA-onderzoek en het overige steunbewijs.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich ten aanzien van de bewezenverklaring refereert aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmotivering (eindnoot 1)

De bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit is gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen.

De aangifte (eindnoot 2) door [slachtoffer] dat zij op 7 juni 2007 in haar woning te Doetinchem is verkracht.

De bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 mei 2008 en de bekennende verklaringen (eindnoot 3) die hij tegenover de politie heeft afgelegd, namelijk dat hij op 7 juni 2007 met een panty over zijn hoofd en een pruik op heeft aangebeld bij het slachtoffer. Hij had op dat moment een mes in zijn hand. Op het moment dat het slachtoffer de deur opende, heeft hij haar opzij geduwd en is hij naar binnen gegaan. Hij heeft gezien dat zij bang was. De vrouw huilde. Hij heeft haar polsen vastgebonden en een theedoek in haar mond gedrukt. Vervolgens heeft hij haar broek uitgetrokken en een vinger in haar vagina gestopt. Hij is vervolgens met zijn penis in haar vagina, anus en mond geweest.

4. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 7 juni 2007 in de gemeente Doetinchem door geweld en andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer] (geboren [datum] 1972) heeft gedwongen

tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte, terwijl hij, verdachte, zich had vermomd met een panty over het hoofd, waarin gaten ter hoogte van de ogen van verdachte waren gemaakt, en met een pruik over die panty, en terwijl hij, verdachte, een mes in zijn hand had,

bij de woning van voornoemde [slachtoffer] aangebeld en nadat zij de deur had geopend, haar naar binnen geduwd en haar vastgepakt en haar bij de keel gepakt en meermalen tegen haar geroepen: "Mond dicht" en "Ga maar op de grond liggen" en "Op de buik op de grond" en voornoemd mes op korte afstand van haar nek/hals heeft gehouden en, terwijl zij op de grond lag, haar polsen op haar rug vastgebonden met een snoer/draad en daarna een theedoek in haar mond geduwd/gebracht, en een snoer/draad over de theedoek en om haar hoofd heen gebonden, en de broek en onderbroek van voornoemde [slachtoffer] uitgetrokken en haar t-shirt tot boven haar ontblote borsten getrokken en haar borsten betast/aangeraakt en haar benen uit elkaar gedaan en voornoemde [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte:

- zijn vinger meermalen in haar vagina duwde/bracht, en

- zijn penis in haar vagina en in haar mond en in haar anus duwde/bracht,

bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld uit de hierboven omschreven handelingen die voor voornoemde [slachtoffer] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan.

5. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde feit levert op het misdrijf:

- verkrachting.

7. Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een multidisciplinair rapport, gedateerd 28 april 2008, opgemaakt door

J.B. Seinen, psycholoog, en J. Loerakker, psychiater, beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Observatiekliniek te Utrecht.

In dat rapport wordt, zakelijk weergegeven, het volgende geconstateerd.

Verdachte is een laag gemiddeld intelligente, affectief en pedagogisch verwaarloosde, nog onvolgroeid imponerende, mogelijk ook seksueel getraumatiseerde man. Er is sprake van een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling: de persoonlijkheidsstructuur is zwak en er zijn afhankelijke narcistische trekken. De zwakke persoonlijkheidsstructuur komt naar voren in een verminderd vermogen spanningen te reguleren en angst te tolereren, een gebrekkig ontwikkelde identiteit en een verhoogde impulsiviteit. Verdachte is onderhevig aan versterkte gevoelens van frustrerende onmacht. Hij is beperkt in zijn vermogen om situaties goed in te schatten en is in wezen nog onvoldoende in staat om zelfstandig te functioneren. Zijn afhankelijkheid en emotionele onrijpheid bemoeilijken tegelijkertijd het uiten van de boosheid die inherent is aan voornoemde frustrerende onmacht.

Uit onderzoek is verder naar voren gekomen dat de (mannelijke) identiteit nog niet zeer verankerd is, dat er veel onzekerheden daaromtrent verondersteld worden en dat het thema verkrachting een belangrijke rol speelt in verdachtes leven.

Ten tijde van het ten laste gelegde was bij verdachte bovengenoemde gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens aanwezig en verdachte wordt daardoor verminderd toerekeningsvatbaar geacht.

Vanwege de ernst van het ten laste gelegde en de mate waarin de psychische problematiek aan de totstandkoming daarvan bijgedragen heeft, wordt het kader van terbeschikkingstelling noodzakelijk geacht. Van een gedwongen verpleging van overheidswege hoeft geen sprake te zijn, gelet op de behandelmotivatie, het probleembesef en het ontbreken van een aantal negatief predisponerende factoren. Er wordt geadviseerd de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, zodat verdachte kan worden opgenomen in een forensische kliniek.

De rechtbank kan zich met de conclusie van het rapport van de deskundigen verenigen en zij neemt de conclusies over.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte volledig uitsluit.

8. Oplegging van straf en/of maatregel

8.1

De officier van justitie heeft, onder bewezenverklaring van de ten laste gelegde verkrachting, gevorderd dat verdachte een gevangenisstraf van 840 dagen zal worden opgelegd, met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft hij oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden gevorderd.

Ter toelichting op zijn strafeis heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verdachte een zeer ernstig delict heeft gepleegd, dat het eisen van een langdurige gevangenisstraf rechtvaardigt. Gelet op het belang van behandeling in de vorm van een terbeschikkingstelling met voorwaarden heeft hij de eis zodanig geformuleerd dat, rekening houdend met de Wet Voorwaardelijke Invrijheidstelling, behandeling in het kader van deze terbeschikkingstelling op 14 januari 2009 kan ingaan.

8.2

De raadsman heeft naar voren gebracht dat geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van de voornoemde maatregel. Met de in het maatregelrapport weergegeven voorwaarden is verdachte akkoord. De raadsman acht het van belang dat verdachte inderdaad op 14 januari 2009 kan worden opgenomen in de Hanzeborg.

8.3

De rechtbank overweegt met betrekking tot de op te leggen straf en maatregel het volgende.

Voorop staat, dat een verkrachting onder de omstandigheden als waarvan hier sprake is, voor het slachtoffer een buitengewoon ingrijpende ervaring moet zijn geweest, waarvan de gevolgen zich nog lange tijd zullen kunnen manifesteren. Het feit vond immers plaats in de woning van de niets vermoedende aangeefster, die door verdachte geboeid is en een mes op haar keel heeft gekregen. Onder bedreiging daarmee heeft zij zich zeer vernederend handelen moeten laten welgevallen. Voor zulk optreden is geen enkele verontschuldiging te bedenken.

Anderzijds is verdachte van jeugdige leeftijd en heeft hij een blanco strafblad.

De omstandigheden waaronder hij is opgegroeid, zijn voor hem niet gemakkelijk geweest.

Verder is uit de diverse stukken, maar ook op zitting, gebleken dat verdachte heel veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan. Hij heeft het er dusdanig moeilijk mee, zeker ook voor het slachtoffer, dat hij herhaaldelijk heeft gezegd er eigenlijk niet verder mee te kunnen leven.

Tegen die achtergrond en gevoegd bij de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, is de oplegging van de maatregel ook naar het oordeel van de rechtbank de geëigende afdoening voor dit feit en deze verdachte.

Naar aanleiding van het rapport van multidisciplinair onderzoek heeft de reclassering een maatregelrapport d.d. 19 november 2008 uitgebracht. In dat rapport zijn voorwaarden met betrekking tot de begeleiding bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgenomen, waaraan de verdachte zich zou dienen te houden. Eén van de voorwaarden is dat de verdachte zich zal laten behandelen bij de Hanzeborg te Zutphen.

Gelet op de omstandigheid dat er gevaar bestaat voor herhaling, zal de rechtbank die voorwaarden stellen. De verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard tot naleving van de aan terbeschikkingstelling te verbinden voorwaarden, zoals vermeld in het maatregelrapport van de reclassering.

Het feit waarvoor verdachte wordt veroordeeld, is door de wetgever aangemerkt als een feit waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Het bewezen verklaarde feit betreft een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank zal de Reclassering Nederland opdracht geven aan verdachte hulp en steun te verlenen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie vrijwel geheel moet worden gevolgd in zijn eis, die er in essentie op neerkomt dat verdachte per de eerst mogelijke datum, zijnde 14 januari 2009, in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt geplaatst in de instelling de Hanzeborg te Zutphen.

9. In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van de in beslag genomen goederen gevorderd.

Er zijn goederen onder verdachte in beslag genomen. Deze voorwerpen zijn nog niet teruggegeven en zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan. Volgens opgave van verdachte behoren de goederen aan hem toe. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Ook zijn er goederen in beslag genomen van welke niet vastgesteld is kunnen worden aan wie zij toebehoren. Ook deze goederen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

De goederen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, staan vermeld op de lijst van in beslaggenomen voorwerpen onder de nummers 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 21, 22, 23, 24, 25 en 26.

Ook dienen er in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen te worden onttrokken aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane misdrijf werden aangetroffen en deze voorwerpen ook kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven, terwijl deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De goederen die vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer staan vermeld op de lijst van in beslaggenomen voorwerpen onder de nummers 2, 3, 4, 5 en 20.

10. Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 10.000,-- (immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. Namens de benadeelde is verzocht om wettelijke rente toe te wijzen vanaf 6 mei 2008. Indien de rechtbank een lager bedrag zou toewijzen, is verzocht het toe te wijzen bedrag bij wijze van voorschot toe te kennen.

De raadsman heeft aangevoerd dat vergoeding van € 7000,- eerder passend is dan de gevorderde € 10.000,-. Voorts heeft hij namens verdachte om matiging van dat bedrag verzocht, alsmede om betaling in termijnen.

Niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het tenlastegelegde bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 7.000,--, nu er vanuit mag worden gegaan, dat deze schade in ieder geval is

geleden. Bovendien is dit deel van de vordering niet betwist. De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van 6 mei 2008.

De verdachte is voor de schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk

Gezien de omstandigheden van het geval ziet de rechtbank geen reden om het bedrag nog verder te matigen.

Ten aanzien van het overigens gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden

verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering derhalve slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

10. Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het

bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Op grond van de artikelen 24c en 36f moet de rechtbank bevelen dat bij niet-betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Verdachte dient echter in aansluiting op zijn detentie gedurende lange tijd een klinische behandeling te ondergaan in het kader van de op te leggen terbeschikkingstelling met voorwaarden. Het is niet wenselijk dat dit zou worden doorkruist door het ondergaan van de vervangende hechtenis in verband met het niet (kunnen) betalen van de schadevergoedingsmaatregel. Uit informatie, verkregen van het CJIB te Leeuwarden, is gebleken dat door de Staat weliswaar getracht zal worden om tot invordering over te gaan danwel tot een betalingsregeling te komen, maar dat de op grond van de schadevergoedingsmaatregel opgelegde vervangende hechtenis niet eerder zal worden tenuitvoergelegd dan nadat een terbeschikkingstelling, ook onder voorwaarden, is beëindigd. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat deze informatie zo moet worden begrepen, dat niet aanstonds na beëindiging van de terbeschikkingstelling tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis wordt overgegaan, doch pas indien en voorzover verdachte/veroordeelde, na daartoe gedurende een redelijke periode na afloop van de terbeschikkingstelling de gelegenheid te hebben gekregen, met betaling in gebreke blijft.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank om praktische redenen afgezien van het opleggen van betaling in termijnen.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 37a, 38, 38a en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 841 (achthonderd

éénenveertig) dagen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

- gelast de terbeschikkingstelling van veroordeelde voor de duur van – behoudens verlenging – twee jaren en stelt voorts voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van veroordeelde:

* de veroordeelde zal zich houden aan de algemene behandelafspraken zoals die worden afgesproken door de behandelaars van de Hanzeborg te Zutphen;

* veroordeelde zal zich bovendien houden aan de aanwijzingen die hem worden gegeven door of namens de reclassering;

* de reclassering zal wekelijks contact onderhouden met veroordeelde, persoonlijk dan wel afwisselend met de staf van de Hanzeborg;

* veroordeelde zal eventuele medicatie die hem wordt voorgeschreven door de behandeld arts op correcte wijze innemen en/of laten toedienen;

* veroordeelde zal zijn bloed laten controleren, voor zover dat noodzakelijk mocht zijn om de bloedspiegel te kunnen bepalen met betrekking tot zijn medicijngebruik;

* veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan al dan niet vooraf geplande controles op middelengebruik, zoals alcohol en/of drugs;

* veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan de groepsbehandeling/ daderbehandeling, te geven binnen de instelling van de Hanzeborg, een behandeling gericht op het leren omgaan met seksualiteit en de andere sekse;

* veroordeelde geeft toestemming om informatie uit te wisselen tussen de reclassering en de behandelaars van de Hanzeborg, ook waar het gaat om behandelinformatie;

* veroordeelde zal zich ook voegen naar het verlofbeleid zoals dat wordt gevoerd binnen de instelling en specifiek inzake veroordeel ten aanzien van zijn positie als tbs-gestelde;

* veroordeelde zal volledig inzicht geven in de contacten die hij zowel binnen als

buiten de kliniek onderhoudt, met name om te voorkomen dat er onverwachte of onaangename situaties kunnen ontstaan inzake geweld of zedenproblematiek;

* veroordeelde zal bij de start van de behandeling, dus de opname in de kliniek, medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie zoals bedoeld in het kader van het landelijk opgesteld opsporingsbeleid ten aanzien van TBS-gestelden;

* veroordeelde zal in het vervolgtraject te zijner tijd, klinisch of later ambulant, zijn medewerking geven aan behandelafspraken en medicatiegebruik, zoals hierboven beschreven.

- geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

- verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

• een telefoonkaart, zijnde een geheugenkaart;

• een stuk snoer, kleur beige;

• een theedoek;

• een blauwe tas;

• een zakdoek;

• een oplaadapparaat voor een telefoon, merk Nokia

• een keukenmes, kleur zwart;

• een videoband;

• een mes, kleurzwart;

• een mes, kleur zwart;

• een mes, kleur zwart;

• een telefoontoestel, merk Siemens, type MC 60;

• een telefoontoestel, merk Sony Ericsson;

• een versterker, merk Philips;

• een brief;

• een brief;

• een t-shirt, kleur groen;

• een zwarte broek, merk Umbro;

• een versterker, merk Philips.

- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

• 4 stuks munitie (sierpatronen aan een ketting);

• 25 stuks hulzen van diverse kalibers;

• 42 hulzen;

• 1 kogel;

• oordopjes;

• een mes, kleur zwart, Stainless China.

- veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], per adres (adres advocaat) [adres], van een bedrag van € 7.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2008 tot de dag van de algehele voldoening en vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 7.000,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 65 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Roessingh-Bakels en Steinebach, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 december 2008.

Eindnoten:

(eindnoot 1) Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal, betreft dit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0650/07-206395, opgemaakt, gesloten en ondertekend op 17 september 2007, of de daarbij gevoegde bijlagen.

(eindnoot 2) Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], pag. 126-148

(eindnoot 3) Processen-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 419-420, 424-429